Zelfstandig bestuursorgaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) is in Nederland een organisatie die overheidstaken uitvoert, maar die niet direct onder het gezag van een ministerie valt. Het begrip 'zelfstandig bestuursorgaan' is door de staatsrechtgeleerde Michiel Scheltema in de jaren zeventig bedacht.

Voorbeelden van ZBO-taken[bewerken]

Een voorbeeld van zo'n overheidstaak is het afnemen van rijexamens. Het is in het algemeen belang, dat dit op een deskundige, strenge, maar rechtvaardige wijze gebeurt. Deze taak zou door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat kunnen worden uitgevoerd, maar dan zou de minister eindverantwoordelijk zijn voor elke beslissing om een kandidaat te laten slagen of zakken voor zijn rijexamen. De Tweede Kamer zou dan in principe de minister hierop kunnen aanspreken. Door deze examens uit te laten voeren door het CBR, een zelfstandig bestuursorgaan, wordt de verantwoordelijkheid gelegd bij onafhankelijke deskundigen.

De minister heeft nog wel een aantal bevoegdheden, bijvoorbeeld het benoemen van de bestuursleden van het ZBO. De minister kan door het parlement alleen worden aangesproken op de wijze waarop deze bevoegdheden worden uitgeoefend, van directe parlementaire controle op doen en laten van het ZBO kan geen sprake zijn.

Andere voorbeelden van ZBO's zijn de Kiesraad, het Kadaster, de Autoriteit Consument en Markt, De Nederlandsche Bank, de Luchtverkeersleiding Nederland, Staatsbosbeheer, de RDW, de Nederlandse Zorgautoriteit, de SVB, het UWV, het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) en de Commissie Gelijke Behandeling.

Wijze van oprichting[bewerken]

ZBO's kunnen op verschillende manieren worden opgericht of aangewezen:

  • Publiekrechtelijke ZBO's worden ingesteld bij wet. Dat betekent dat er een wet is, die bepaalt wat de taken en bevoegdheden van het bestuursorgaan zijn, en hoe het orgaan wordt samengesteld. Een voorbeeld hiervan is het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat bestaat op basis van de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Privaatrechtelijke ZBO's worden als ZBO aangewezen door middel van een Koninklijk Besluit, Algemene maatregel van Bestuur, of een Ministeriële regeling. Dat kan alleen als er een wet is waarin staat, dat de minister een organisatie moet aanwijzen om een bepaalde taak uit te voeren. Bijvoorbeeld, op grond van de Wet op de naburige rechten heeft de minister bij Ministeriële regeling de Stichting Leenrecht aangewezen om de inning en verdeling van de vergoeding voor het uitlenen van boeken, CD's, video's en dergelijke te verzorgen.

Over het algemeen hebben ZBO's rechtspersoonlijkheid. Dat wil zeggen dat ze contracten kunnen sluiten, schulden en bezittingen hebben, en partij in een rechtszaak kunnen zijn. Een ZBO kan òfwel een publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid hebben òfwel een privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid:

  • Een ZBO met een publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid is opgericht bij wet, en heeft op basis van die wet rechtspersoonlijkheid. Een voorbeeld van zo'n regeling is artikel 2 van de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek, die luidt simpelweg
1. Er is een Centraal bureau voor de statistiek.
2. Het CBS bezit rechtspersoonlijkheid.

Veel universiteiten hebben ook een publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid.

In enkele gevallen is een publiekrechtelijk ZBO geen rechtspersoon, maar is het deel van de staat. Vaak betreft het dan commissies of colleges. Voorbeeld: College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

Soms is een organisatie voor slechts een deel van de taken een ZBO. Zo is de Nederlandsche Bank voor taken rond het monetair beleid van de euro geen ZBO, maar voor toezicht op financiële instellingen wel.

Verschil tussen ZBO's[bewerken]

ZBO's kennen onderling grote verschillen in juridisch en financieel opzicht, als ook in de taken die zij vervullen.

Verschillen in juridisch opzicht[bewerken]

Verschillen in financieel opzicht[bewerken]

Verschillen in taken en uitvoering[bewerken]

  • verantwoording kan vallen binnen: comptabiliteitswet, boek II BW, afdeling 10 AwB
  • Criteria op basis waarvan een ZBO in het leven kan worden geroepen (volgens Aanwijzingen tot Regelgeving artikel 124c):

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]