Nederlandse Zorgautoriteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moderne beschermengel voor het gebouw van de Nederlandse Zorgautoriteit in Utrecht

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is een Nederlands zelfstandig bestuursorgaan, dat sinds 1 oktober 2006 bestaat. De NZa houdt toezicht op de zorgmarkt in Nederland, zowel op zorgaanbieders als verzekeraars. De NZa is gevestigd in Utrecht, er werken circa 270 medewerkers (in 2009).

Het Nza bestaat op basis van de Wet marktordening gezondheidszorg en valt onder toezicht van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.[1]

Instelling NZa[bewerken]

De instelling van de NZa hing samen met het stelsel van zorgverzekeringen dat op 1 januari 2006 in Nederland werd ingevoerd[2]. De NZa trad niet gelijk met de invoering van het zorgstelsel in werking omdat de bijbehorende wetgeving niet op tijd klaar was. In de Nederlandse Zorgautoriteit werden het College tarieven gezondheidszorg (CTG) en het College van toezicht op de zorgverzekeringen (CTZ) samengevoegd tot één bestuursorgaan dat toezicht moet houden op de uitvoering van de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De NZa stelt zich tot doel om toegankelijke, betaalbare en goede gezondheidszorg voor iedereen te bevorderen. Volgens het nieuwe zorgstelsel van 2006 moeten patiënten en verzekerden hun eigen zorgaanbieder en verzekeraar kunnen kiezen, daarvoor is goede informatie nodig. De NZa let er op dat ziekenhuizen, verzekeraars en artsen goede, eerlijke en begrijpelijke informatie geven over prijzen, polissen en prestaties. Het nieuwe zorgstelsel is gebaseerd op 'gereguleerde marktwerking', de NZa moet er op toezien dat de overgang naar meer marktprikkels goed verloopt en dat verzekeraars de Zorgverzekeringswet en de AWBZ goed uitvoeren. Daar waar binnen de zorg geen sprake is van marktwerking stelt de NZa tarieven vast.

Debat rond bevoegdheden[bewerken]

In de periode voordat de NZa operationeel werd, waren er in Nederland debatten over de bevoegdheden van het orgaan. Zorgverzekeraars vreesden dat ze te zeer in hun vrijheid zouden worden beperkt, terwijl patiëntenorganisaties vonden dat de NZa juist te weinig bevoegdheden zou krijgen[2]. Artsen vreesden dat de NZa te veel gegevens over patiënten zou verzamelen zodat de privacy in het geding zou komen[3]. De NZa kreeg uiteindelijk veel beleidsvrijheid bij het vaststellen van haar eigen werkzaamheden. Die werkzaamheden bestaan onder andere uit het volgen van ontwikkelingen in de gezondheidszorg en het gevraagd en ongevraagd adviseren over beleid en regelgeving. De NZa controleert ook of verzekeraars zich houden aan de acceptatieplicht en het orgaan inspecteert de wijze waarop verzekeraars zorg inkopen. De NZa heeft een wettelijke bevoegdheid tot het vaststellen van regelgeving omtrent prestatiebeschrijvingen en kostentoerekening. Ook kan de NZa optreden bij een verstoring van concurrentieverhoudingen in de gezondheidszorg.

De kritiek op de bevoegdheden van de NZa is nog niet verstomd. Onder andere in de geestelijke gezondheidszorg wordt gevreesd dat de privacy van patiënten wordt aangetast, doordat de NZa vaststelde dat psychiatrische behandeling alleen nog kan worden vergoed als de diagnose op de declaratie wordt vermeld. De NZa constateert echter dat zorgverzekeraars zich houden aan de gedragscodes voor het gebruik van medische gegevens, die samen met het College Bescherming Persoonsgegevens werden opgesteld [4].

Bestuur[bewerken]

De Raad van Bestuur van de NZa bestaat uit voorzitter Theo Langejan en lid Eitel Homan. Organisaties waar de NZa nauw mee samenwerkt zijn de Inspectie voor de Gezondheidszorg (die toeziet op de kwaliteit van de zorg), de Nederlandse Mededingingsautoriteit (die fusies toetst en het verbod op misbruik van een economische machtspositie handhaaft) en De Nederlandsche Bank (die controleert of verzekeraars genoeg reserves hebben om aan hun verplichtingen te voldoen).

Regelingen[bewerken]

De NZa heeft onder meer vastgesteld de Regeling prestaties en tarieven medisch specialistische zorg die sinds 2012 geldt, en stelt jaarlijks vast de bijbehorende Tarieventabel DBC-zorgproducten en overige zorgproducten.

Klokkenluider[bewerken]

Op 22 januari 2014 pleegde de vijftigjarige senior beleidsmedewerker Arthur Gotlieb van de NZa zelfmoord. Kort daarvoor had hij een 600 pagina's tellend bezwaarschrift tegen zijn eerste negatieve beoordeling in 14 jaar dienstverband ingediend. In het bezwaardossier kwam naar voren dat patiëntgegevens en vertrouwelijke documenten niet veilig waren binnen de organisatie. Gotlieb had dit vaker intern kenbaar gemaakt maar vond geen gehoor.[5]. Nadat de documentatie van de klokkenluider ter kennis van minister Edith Schippers was gekomen stelde deze een onafhankelijke onderzoekscommissie in onder leiding van Hans Borstlap, oud-topambtenaar en lid van de Raad van State.[6][7][8][9] In de pers kwam daarna het beeld naar voren dat de Nederlandse Zorgautoriteit, die boetes oplegt als bedrijven slordig zijn met hun administratie, zelf patiëntendossiers en rechtbankstukken laat slingeren. Dat zou blijken uit het door Gotlieb aangelegde dossier. [10]

Noten[bewerken]

  1. Tekst van de wet [1]
  2. a b Janine Budding: Kritiek in startdatum en werkwijze zorgautoriteit, Medical facts, 8 november 2005.
  3. Artsennet.nl: Rol Zorgautoriteit in Wetsvoorstel Marktordening gezondheidszorg (WMG) onvoldoende uitgewerkt, 27 oktober 2005.
  4. Vereniging voor zorgadministratie en informatie: Zorgautoriteit vindt nieuw betalingssysteem ggz veilig, 19 augustus 2008.
  5. Film NOS: Broer Marcel Gotlieb: "Arthur mocht altijd de klappen opvangen" [2]
  6. http://www.nrc.nl/nieuws/2014/04/09/onderzoek-naar-functioneren-nza-na-zelfmoord-medewerker/
  7. [3] Brief minister Schippers van 9 april 2014
  8. [4] Brief Nza 8 april 2014
  9. [5] NRC 10 april 2014
  10. http://www.telegraaf.nl/binnenland/22497481/__Doofpot_zorgwaakhond__.html

Externe link[bewerken]