Strijd om de Maasbruggen in Rotterdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De strijd om de Maasbruggen in Rotterdam begon in de vroege ochtenduren van 10 mei 1940 en eindigde op 14 mei met de overgave van de stad na het bombardement. Het bezit van deze bruggen was van cruciale betekenis voor de Duitse aanval op Nederland. Tezamen met de bruggen bij Moerdijk en in Dordrecht vormden de Maasbruggen een corridor waardoor de Duitse hoofdmacht, met de 9e Pantserdivisie als kern, de Vesting Holland zou kunnen binnendringen.

Inhoud

[bewerken] 10 mei: verrassingsaanval, tegenmaatregelen

In de vroege ochtenduren van de 10e mei landden aan weerszijden van de Maasbruggen twaalf watervliegtuigen. Hieruit kwamen ongeveer 80 Duitse soldaten tevoorschijn, die zich in rubberbootjes begaven naar strategische punten op en nabij de Maasbruggen. Korte tijd later kregen zij versterking van een peloton van ca 36 parachutisten die bij het Feijenoordstadion waren neergekomen. Op de noordelijke oever vormden de Duitsers een bruggenhoofd, dat geleidelijk werd uitgebreid tot enige honderden meters vanaf het uiteinde van de Willemsbrug (de verkeersbrug over de Nieuwe Maas). Weer later bereikten luchtlandingstroepen, die op het inmiddels veroverde Vliegveld Waalhaven aan de grond waren gezet, het Noordereiland. Slechts weinigen wisten echter door te dringen tot het noordelijke bruggenhoofd, want inmiddels waren de bruggen onder Nederlands vuur komen te liggen.

In Rotterdam waren circa 7000 Nederlandse militairen gelegerd, maar het merendeel daarvan had nauwelijks gevechtswaarde. Daar kwam bij dat de militaire leiding ter plaatse in het geheel niet was voorbereid op een Duitse aanval in het hart van de stad. De chaos werd nog vergroot door een onduidelijke bevelstructuur. Zo was in Rotterdam nogal wat marinepersoneel aanwezig, waaronder 450 – deels goed geoefende – mariniers. Deze troepen stonden echter onder rechtstreeks bevel van de minister van Defensie en hun commandant had opdracht naar bevind van zaken te handelen. Kolonel Scharroo, die het bevel voerde over de landmacht in de stad, had over deze marinetroepen formeel dus geen enkele zeggenschap. Ondanks dit alles kwamen al vrij spoedig Nederlandse tegenmaatregelen – vaak met geïmproviseerde eenheden van gemêleerde samenstelling - van de grond.

De Duitsers in het noordelijke bruggenhoofd werden al kort na hun aankomst door acties van Nederlandse verbanden teruggedrongen tot het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank, recht tegenover het noordelijke uiteinde van de Willemsbrug, en enkele posities in de onmiddellijke omgeving daarvan. Zij hadden tijdens die eerste gevechten aanzienlijke verliezen geleden. Hun situatie werd er niet beter op toen Nederlandse mariniers en militairen van de landmacht wisten door te dringen tot nabijgelegen panden met een goed schootsveld: het Witte Huis en het Maashotel. Uit dat laatste gebouw werden de Nederlanders echter verdreven toen de Duitsers er vanaf het Noordereiland in slaagden het Maashotel in brand te schieten.

De Duitse posities op de Maasbruggen waren eerder op de dag ook onder kanon- en mitrailleurvuur komen te liggen van twee Nederlandse marineschepen (De Z5 en de TM51). Die schepen trokken zich terug nadat zij hun munitie hadden verschoten. Om nog substantiëlere steun te kunnen geven wilde de marine nog een zwaardere eenheid in de strijd werpen, namelijk de torpedobootjager ‘Van Galen’. Dit schip had echter technische problemen met haar luchtafweer en dat werd op de Nieuwe Waterweg, die nauwelijks manoeuvreerruimte bood, fataal. De ‘Van Galen’ werd onderweg naar Rotterdam door Duitse Stuka's tot zinken gebracht.

Ondanks de Nederlandse tegenmaatregelen op de eerste oorlogsdag waren de bruggen nog volledig intact en de Duitsers niet uit het noordelijke bruggenhoofd verdreven, zij het dat zij wel geïsoleerd waren geraakt van hun strijdmakkers op het Noordereiland.

[bewerken] 11 en 12 mei: toenemende nervositeit

Na de hectische eerste oorlogsdag stabiliseerde zich de militaire situatie in de Maasstad. Wel stuurde het Algemeen Hoofdkwartier, ter versterking van de verdediging, nog ruim 3000 man infanterie naar Rotterdam. De Nederlandse troepen namen over een breed front op de noordelijke oever van de Nieuwe Maas verdedigende posities in om een eventuele Duitse oversteek van de rivier het hoofd te kunnen bieden. In de stad heerste ondertussen een nerveuze stemming. De vrees voor acties van een vijfde colonne en valse geruchten over Duitse troepenbewegingen in het noordelijk deel van de stad, leidden tot nodeloze activiteit onder de verdedigers. Op de 12e mei voerden de Duitsers een aantal kleinere luchtbombardementen uit, die onder andere tot gevolg hadden dat de marinierskazerne in vlammen opging.

[bewerken] 13 mei: tegenaanval van de mariniers

Op de avond van de 12e mei werd duidelijk dat de tanks van de 9e Pantserdivisie elk moment in Rotterdam zouden kunnen verschijnen. Hoe kon men beletten dat die tanks over de Willemsbrug zouden binnendringen in de Vesting Holland en zo de strijd definitief in Duits voordeel zouden beslissen? Besloten werd om in de vroege ochtend van de 13e mei een tegenaanval te ondernemen. Het infanteriebataljon dat hiervoor werd aangewezen arriveerde echter te laat in de Maasstad, zodat men een beroep moest doen op de mariniers. Hoofddoel van die tegenaanval was het aanbrengen van springladingen in de Maasbruggen, teneinde die te kunnen opblazen voordat de Duitse hoofdmacht de aanval over de bruggen zou inzetten.

Nederlandse troepen die een aanval op de bruggen zouden ondernemen konden niet alleen onder vuur worden genomen vanaf het Noordereiland, maar ook door de Duitsers die zich hadden verschanst in het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank. De middelen om dit Duitse bruggenhoofd uit te schakelen, dan wel stormrijp te maken, waren wel degelijk beschikbaar. In en om Rotterdam stonden twaalf stukken 10,5 centimeter geschut van een afdeling veldartillerie opgesteld. Deze konden echter geen betrouwbaar en dus geen accuraat vuur geven op de specifieke doelen die van belang waren. Voorts waren voor de aanval twee pantserwagens, elk voorzien van een 37 mm kanon, en een compagnie mortieren, beschikbaar. Met soortgelijke middelen waren de Duitsers er op de eerste oorlogsdag in geslaagd de Nederlanders uit het Maashotel te verdrijven. De mortieren werden echter in het geheel niet ingezet omdat de betrokken commandant verklaarde dat zijn wapens op het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank onvoldoende uitwerking zouden hebben. Een van de pantserwagens bracht wel vuur uit op dat gebouw, maar werd al spoedig beschadigd door Duits antitank geschut waarop het zich terugtrok.

De Nederlandse aanvalsactie werd uitgevoerd door twee kleine compagnies mariniers, de ene vanuit oostelijke en de andere vanuit westelijke richting. De compagnies rukten niet gelijktijdig op, maar na elkaar. Dit kwam de effectiviteit van de actie niet ten goede. Een aantal aanvallers slaagde erin de oprit naar de brug te bereiken, maar ontving vervolgens hevig vuur vanuit het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank, waarvan zij niet wisten dat het nog door de Duitsers bezet was. Er vielen doden en gewonden. Enkele mariniers raakten geïsoleerd en vonden een schuilplaats onder het wegdek, bij één van de pijlers van de brug. Pas de volgende dag, na het bombardement, zouden zij die schuilplaats verlaten om zich aan de Duitsers op het Noordereiland over te geven. Van hen zijn vele foto's bekend geworden omdat de Duitse PK dienst bij hun overgave aanwezig was. Inmiddels was ook de tweede compagnie op het gevechtsterrein gearriveerd. De commandant overwoog nog het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank te bestormen, maar zag daar toch vanaf en besloot tot de terugtocht. Pas later werd bekend dat de Duitsers toen op het punt hadden gestaan zich over te geven, mede vanwege het feit dat zij nauwelijks meer over munitie beschikten. De tegenaanval was mislukt. De, toen jeugdige, mariniers welke standvastig verzet hadden geboden tijdens de gevechten in Rotterdam, werden door de Duitsers uit respect "Die Schwarze Teufel" (De Zwarte Duivels) genoemd.

[bewerken] 14 mei: bombardement, overgave

Nederlandse onderhandelaar in de Van der Takstraat. Links een der gevangen genomen mariniers die onder de brug had geschuild

Hoewel de Nederlanders er niet in waren geslaagd om het Duitse bruggenhoofd aan de noordzijde van de Willemsbrug op te ruimen, was de Duitse legerleiding er niet gerust op dat de 9e Pantserdivisie nu ongehinderd zou kunnen uitbreken naar het noordelijke deel van de stad. Men vreesde hardnekkige tegenstand van Nederlandse kant, mede gebaseerd op de zware tankverliezen die zij de dag voordien in en om Dordrecht hadden geleden. Daarom werd lokaal besloten tot een tactisch luchtbombardement om de verdediging te verzwakken. De Luftwaffe werd echter door de tandem Göring / Kesselring anders geïnstrueerd. Zij diende een groot oppervlaktebombardement uit te voeren. Door dit bombardement ontstond brand, die zich door de straffe wind snel kon uitbreiden. Een groot aantal woningen ging in vlammen op. Een en ander had tot gevolg dat ook de burgerbevolking het slachtoffer werd van deze luchtaanval. Hierdoor kreeg het bombardement - bedoeld of onbedoeld, de meningen lopen uiteen - een meer strategisch karakter. Het psychologisch effect was enorm en dat droeg niet alleen bij aan de snelle overgave van de stad, maar ook aan de algehele capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Bezemer, K.W.L, Zij vochten op de zeven zeeën, De Boer Maritiem, 1987
  • Bosscher, Dr. Ph.M., De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog, deel 1, Uitgeverij van Wijnen, Franeker, 1984
  • Brongers, E.H., Opmars naar Rotterdam, delen 1 en 3, Aspect, Soesterberg, 2004
  • Goossens, A.M.A., http://www.waroverholland.com/zfh/
  • Goossens, A.M.A., http://www.zuidfront-holland1940.nl
  • Hornman, W., De helden van de Willemsbrug, Omega Boek, 1984
  • Jong, Dr. L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3, Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage, 1970
  • Kamphuis, P. en H. Amersfoort, Mei 1940, De strijd op Nederlands grondgebied, 2e herziene druk, Sdu, Den Haag, 2005
  • Pauw, J.L. van der, Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog, Boom, Amsterdam, 2006
  • Wagenaar, A., Rotterdam mei ' 40. De slag, de bommen, de brand. De Arbeiderspers, Amsterdam., 1970
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen