Kurt Student

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kurt Student
Bundesarchiv Bild 146-1979-128-26, Bernhard-Hermann Ramcke, Kurt Student crop.jpg
Geboren 12 mei 1890
Birkholz, Brandenburg (provincie), Duitse Keizerrijk
Overleden 1 juli 1978
Lemgo, Noordrijn-Westfalen, West-Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Kaiserstandarte.svg Deutsches Heer
Flag of Weimar Republic (war).svg Reichswehr
Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe (Wehrmacht)
Dienstjaren 1910 - 1945
Rang Wehrmacht Generaloberst.gif Kolonel-generaal
Leiding over 1. Fallschirmjägerdivision
1ste Parachutistenleger
XI. Fliegerkorps
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Ridderkruis met Eikenloof

Kurt Student (Birkholz, 12 mei 1890Lemgo, 1 juli 1978) was een Duitse generaal bij de Duitse luchtmacht. Tot laat in de 20e eeuw werd Student nog door het Duitse leger geëerd als 'vader' van de Duitse "Fallschirmjäger", de luchtlandingstroepen.

Biografie[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij piloot. In de Tweede Wereldoorlog voerde Student het bevel over het Luftlandekorps, dat bestond uit luchtlandingstroepen inclusief parachutisten. De troepen van Student hadden ook een sleutelrol bij de aanval op Nederland in mei 1940. Op 10 mei 1940 werd een heel legerkorps met vliegtuigen over de Nederlandse en Belgische linies gevlogen. Dit was een technisch novum, in zoverre, dat de Nederlandse defensiestrategie, gebaseerd op de forten van de 'waterlinie', hier niet op was voorbereid.

De aanval op het regeringscentrum Den Haag, ook bekend als slag om de residentie mislukte door onverwacht sterke Nederlandse tegenstand. 1.600 Duitse soldaten werden krijgsgevangen gemaakt, 900 van hen konden nog voor de Nederlandse capitulatie naar Engeland gevoerd worden.

Maar het bezetten van de bruggen bij Moerdijk, in Dordrecht en in Rotterdam. teneinde de Duitse hoofdmacht in staat te stellen in het hart van de Vesting Holland door te dringen slaagde, zij het dat in Rotterdam de Duitse opmars vastliep.

Om een Nederlandse capitulatie af te dwingen, besloot het Duitse opperbevel om de stad Rotterdam te bombarderen, en wel zonder de bewoners te laten evacueren. Het bombardement vond plaats terwijl onderhandelingen over een capitulatie, afgedwongen met het dreigement van een bombardement, reeds gaande waren. Onder dreiging dat meer steden dit lot zouden volgen, capituleerde de Nederlandse bevelhebber generaal Winkelman.

Student speelde ook een centrale rol rond de besluitvorming van het bombardement op Rotterdam; opvallend genoeg droeg hij het bevel over aan een ander, vlak voor de beslissing viel om de stad te bombarderen. In zijn eigen lezing heeft hij geprobeerd het bombardement te voorkomen door rode vuurpijlen af te laten schieten, die echter door niemand zijn gezien.

Student had slechts gevraagd om een tactisch Stuka-bombardement op de Nederlandse stellingen, aldus de generaal zelf. Enkele uren voor de bommen vielen, heeft Student het bevel overgedragen aan een andere generaal. Hij zou nog wel vuurpijlen hebben laten afschieten om de vliegtuigen met hun dodelijke lading terug te laten keren, maar dit teken is niet begrepen of gezien door de piloten.

Daags na de inname van de smeulende resten van Rotterdam was Student aanwezig bij een overleg tussen Duitse en Nederlandse militairen, toen op straat geweervuur klonk. Toen hij poolshoogte nam bij een raam werd hij getroffen in het hoofd, na een schot van een Duitse militair. Hij overleefde dit bizarre incident doordat een Nederlandse chirurg, dr. Van Staveren, met grote bekwaamheid de eerste van een serie operaties uitvoerde, maar zijn herstel nam meer dan 9 maanden in beslag.

Een ander doel dat in mei 1940 werd bereikt met behulp van Students luchtlandingstroepen was de vlugge inname van het als strategisch belangrijk beschouwde Fort Eben-Emael, ten noorden van Luik en ten zuiden van Maastricht. Daarbij werden twee bruggen over het Albertkanaal intact veroverd zodat het VIde leger onder leiding van generaal Walter von Reichenau vrij doortocht had naar België en alzo de zuid-flank van het Belgisch leger bedreigde.

In 1941 leidde Student vervolgens ook de aanval op Kreta, met wederom een grote luchtlandingsoperatie. Het eiland werd veroverd, maar ten gevolge van het onverwacht felle verzet van partizanen en gealliëerde troepen, tezamen meer dan 40.000 manschappen, vonden meer dan 6650 paratroepen de dood. Hitler besloot hierop geen paratroepen meer in te zetten bij grootschalige operaties en zag onder meer af van een invasie van Malta.

Student gaf na de gevechten op Kreta persoonlijk directe bevelen voor repercussies tegen de burgerbevolking; hij beriep zich hierbij op wreedheden, begaan door de partizanen jegens Duitse militairen tijdens de gevechten. Van een aantal dorpen werd vervolgens de hele mannelijke bevolking ter dood gebracht, van een enkel dorp werden ook de vrouwen en kinderen vermoord.

Nadien werd Student overgeplaatst naar Italië en vervolgens naar Frankrijk, waar hij met zijn troepen verdreven werd door de landingen in Normandië in 1944. Student werd de commandant van het 1ste Parachutistenleger en nam in die hoedanigheid deel aan de tegenaanval tegen de geallieerde Operatie Market Garden. Het was het tweede drama in Nederland, waarbij, na Rotterdam, in een stedelijk gebied, ditmaal Arnhem, veel burgerslachtoffers te betreuren waren. Later stond hij aan de leiding van de Duitse troepen in de slag om de Kapelsche Veer. Na een kort verblijf aan het oostfront in Mecklenburg waar de Russen niet konden worden tegengehouden, werd Student op 8 mei 1945 door de Britten in Sleeswijk-Holstein gevangengenomen.

Student werd voor een militair tribunaal geleid en veroordeeld voor een aantal feiten die betrekking hadden op de behandeling van Britse krijgsgevangenen. Om zijn misdaden tegen de burgerbevolking is hij nooit gedagvaard. Hij is nooit uitgeleverd aan Griekenland daar de naoorlogse Duitse regering nooit staatsburgers, zij het voormalige militairen, zij het oorlogsmisdadigers of anderszins, heeft uitgeleverd om in het buitenland terecht te staan.

Militaire loopbaan[bewerken]

Decoraties[bewerken]

  • Ridderkruis met Eikenloof
    • Ridderkruis op 12 mei 1940 als Generalleutnant en Commandant van het 7. Flieger-Division
    • Eikenloof 27 september 1943 als General der Flieger en Commandant van het XI. Flieger-Korps
  • IJzeren Kruis 1914
    • Eerste Klasse op 29 augustus 1915[2]
    • Tweede Klasse op 26 september 1914[2]
  • Gewondeninsigne 1914
    • Zwart
  • Gesp bij het IJzeren Kruis 1939
    • Eerste Klasse op 20 September 1939[2]
    • Tweede Klasse op 20 September 1939[2]
  • Gewondeninsigne 1939
    • Zilver
  • Flugzeugführer und Beobachterabzeichen in het Goud met Diamanten op 2 september 1941
  • Ärmelband Kreta
  • Anschlussmedaille op 5 juni 1939
  • Spange zur Medaille zur Erinnerung an den 1. Oktober 1938
  • Dienstauszeichnung der Wehrmacht 1.Klasse, 25 Jaren
  • Das Ehrenkreuz des Weltkriegs 1914/1918 op 30 januari 1935
  • Huisorde van Hohenzollern op 5 juni 1917

Literatuurlijst[bewerken]

  • Franks, Norman; Bailey, Frank W.; Guest, Russell. Above the Lines: The Aces and Fighter Units of the German Air Service, Naval Air Service and Flanders Marine Corps, 1914–1918. Grub Street, 1993. ISBN 0-948817-73-9, ISBN 978-0-948817-73-1.
  • Fellgiebel, Walther-Peer. Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939–1945 – Die Inhaber der höchsten Auszeichnung des Zweiten Weltkrieges aller Wehrmachtsteile. Friedberg, Duitsland: Podzun-Pallas. 2000, ISBN 978-3-7909-0284-6.
  • Kemp, Anthony. German Commanders of World War II (#124 Men-At-Arms series). Osprey Pub., Londen. 1990, ISBN 0-85045-433-6.
  • Kurowski, Franz. Knights of the Wehrmacht Knight's Cross Holders of the Fallschirmjäger. Atglen, PA: Schiffer Military. 1995, ISBN 978-0-88740-749-9.
  • Schaulen, Fritjof. Eichenlaubträger 1940 – 1945 Zeitgeschichte in Farbe III Radusch – Zwernemann. Selent, Germany: Pour le Mérite. 2005, ISBN 978-3-932381-22-5.
  • Thomas, Franz; Wegmann, Günter. Die Ritterkreuzträger der Deutschen Wehrmacht 1939–1945 Teil II: Fallschirmjäger. Osnabrück, Germany: Biblio-Verlag. 1986, ISBN 978-3-7648-1461-8.
  • Thomas, Franz. Die Eichenlaubträger 1939–1945 Band 2: L–Z. Osnabrück, Germany: Biblio-Verlag. 1998, ISBN 978-3-7648-2300-9.
  • Van Wyngarden, Greg, et al. Early German Aces of World War I. Osprey Publishing. 2006, ISBN 1-84176-997-5, ISBN 978-1-84176-997-4.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties