Albertkanaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Albertkanaal
LocationAlbertcanal.PNG
Lengte 129,5 km
Scheepsklasse VI
Jaar ingebruikname 1946
Van Luik
Naar Haven van Antwerpen
Loopt door Wallonië, Vlaanderen
Portaal  Portaalicoon   Maritiem
Albertkanaal met zicht op Ternaaien
Doorsteek van Kanne en sluis van Klein-Ternaaien
Kaart uit 1922 met de kanaalplannen van de regering en die van Van Caenegem
Begin van het Albertkanaal
1. Jaagpad
2. Marexhebrug
3. Albertkanaal
4. Standbeeld van Albert I
5. Waterkrachtcentrale
6. Stuwdam met brug
7. Maas
Beeld van het oorspronkelijke kanaal (Ternaaien, 1935)
Oelegem, met rechts het begin van het kanaal naar Zandvliet
Brug van Vroenhoven vlak na haar openstelling en de verbreding van het stukje kanaal eronder (2011)
Sluis van Diepenbeek
Lengteprofiel van het Albertkanaal

Het Albertkanaal is een kanaal tussen Luik, Genk, Hasselt, Herentals en Antwerpen. Het Vlaamse gedeelte wordt beheerd door nv De Scheepvaart, het Waalse gedeelte door de Autonome Haven van Luik.

Algemeen[bewerken]

Het Albertkanaal legt de eerste 15 km vlak naast de Maas af. Het blijft dan op gelijke hoogte als het beginpunt in Luik, waardoor het vanaf Lieze als het ware "zweeft" boven het terrein. De loop rond Maastricht vereiste daarentegen een 60 m diepe insnijding in het Plateau van Caestert (Sint-Pietersberg): de doorsteek van Kanne. Vanaf Langerlo begint het kanaal af te dalen naar de vallei van de Schelde, door middel van zes sluizencomplexen.

Het Albertkanaal dient verschillende doelen:

  • Transport: voor de voltooiing van het kanaal duurde het een week om van Luik naar Antwerpen te varen, vanwege de sluizen en draaibruggen op de oudere Kempische kanalen. Momenteel kan dit in 14 uur. Langs het kanaal liggen kades; deze worden ontsloten door de parallele E313.
  • Watervoorziening: het water wordt gebruikt door industrie langs het Albertkanaal, zoals de elektriciteitscentrale van E.ON en de viskwekerij van Aquafarm, beiden gelegen in Langerlo.
  • Drinkwatervoorziening: in Oelegem wint water-link uit het kanaalwater drinkwater voor de regio Antwerpen.
  • Voeding van andere kanalen: water dat te Luik in het kanaal vloeit wordt via het kanaal Briegden-Neerharen doorgegeven aan de Zuid-Willemsvaart en aan de andere Kempische kanalen
  • Verdediging: samen met de Maginotlinie is het een obstakel voor aanvallen uit het oosten; op de westoever werden talrijke bunkers en weerstandsnesten op gezichtsafstand van elkaar gebouwd, waaronder het fort Eben-Emael

Planning[bewerken]

In 1920 besloot de Belgische regering haar waterwegennet uit te breiden door:

Volgens de latere minister Jules Van Caenegem konden deze verbindingen goedkoper. Hij ontwierp een Kolenafvoerkanaal in rechte lijn van Beringen naar Munsterbilzen; hier vertrokken de kanalen naar Luik en de Rijn. Zo werden de te aanleggen/verruimen kanalen korter en telden ze minder sluizen. Bij hoogwater op de Maas kon het kruinpand bovendien overtollig water opslaan en het achteraf in Boorsem uitlaten, al dan niet via een waterkrachtcentrale.

De Commissie-Bouckaert (1923-1926) adviseerde om voor de nieuwe verbinding tussen Luik en Antwerpen het plan van Amédée Fontaine uit te voeren. Dit omvatte mits verruiming delen van het kanaal Luik-Maastricht, het Aftakkingskanaal naar Hasselt en de Kempische Vaart. Ze werden verbonden door nieuwe kanaalstukken Ternaaien-Hasselt en Kwaadmechelen-Herentals.

Aanleg[bewerken]

Tijdens de viering van het 100-jarige bestaan van België gaf koning Albert I op 31 mei 1930 symbolisch de eerste spadesteek voor het kanaal dat zijn naam zou dragen. Dat werd uitgevoerd met een breedte van 50 m. Het was geschikt voor de grootste binnenschepen van die tijd: 2.000 ton. De opening van het kanaal gebeurde door koning Leopold III en koningin Elisabeth op 30 juli 1939, tijdens het Saison Internationale de l'Eau te Luik. Hierbij werd het standbeeld van Albert I onthuld dat de ingang van het kanaal beheerst. De festiviteiten zouden maanden duren, maar werden in september vroegtijdig afgebroken vanwege het uitbreken van Tweede Wereldoorlog. Om de Duitse invasie te stuiten werden vrijwel alle bruggen opgeblazen. De herstellingen werden in 1946 afgerond; toen kon het kanaal in gebruik genomen worden.

Eerste modernisering[bewerken]

Oorspronkelijk ging men uit van een trafiek van 15 miljoen ton. Dit volume werd door de naoorlogse economische boom al bereikt omstreeks 1955; in 1969 werd het recordcijfer van 40 miljoen ton bereikt. Bovendien werden de scheepsmotoren sneller, maar zouden de kanaaloevers bij vaarsnelheden boven 6 km/u beschadigd raken.

Om het hoofd te bieden aan deze groei werd in 1968 beslist het kanaal te moderniseren. Het kanaal werd verbreed tot 100 m (behalve onder bruggen) en de nieuwe randen werden versterkt. Om duwvaart (4 bakken ofwel 9.000 ton) mogelijk te maken kreeg elk sluizencomplex een duwvaartsluis. In 1994 werd de duwvaartsluis in Wijnegem als laatste ingehuldigd.

Kanaal Oelegem-Zandvliet[bewerken]

Het traject tussen de Antwerpse haven en de sluis van Wijnegem kan vanwege de industrie op de oevers niet verder verbreed worden. Duwvaartkonvooien met 4 bakken moeten hier ontdubbelen. Om de flessenhals te omzeilen wilde men over de Antitankgracht een kanaal bouwen, officieel "kanaal Oelegem-Zandvliet" geheten, maar algemeen "het Duwvaartkanaal" genoemd. Het kanaal moest eindigen in de scherpe bocht van het Schelde-Rijnkanaal.

De druk van milieuactivisten schoof het project op de lange baan. In december 2002 besliste minister Dirk Van Mechelen het plan definitief te schrappen, wat gebeurde in 2003. Op de plaatsen waar het kanaal een autosnelweg zou kruisen, loopt de autosnelweg over bruggen. Op deze plaatsen werd de bedding uitgegraven: in Brasschaat ligt de E10-plas, in Oelegem ligt een doodlopende vertakking van het Albertkanaal.

Tweede modernisering[bewerken]

Omstreeks 1990 voerden zeeschepen steeds meer goederen in containers aan. Om deze containers verder landinwaarts te kunnen vervoeren moest het kanaal opnieuw breder worden. De beslissing betreffende de verbreding werd door de Vlaamse regering op 23 april 2005 genomen. Ze creëerde bovendien het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA) om alle infrastructuurwerken en verkavelingen rond het Albertkanaal te coördineren.

Hogere stapeling van containers op binnenschepen vereist bovendien meer ruimte onder de bruggen. Streefdoel is een doorvaarthoogte van 9,10 m, geschikt voor vier lagen containers. In de periode 2005-2014 verhoogde nv De Scheepvaart een tiental bruggen over het Vlaamse deel van het kanaal; in 2014 ging de tweede fase van start. Daarin zullen 25 bruggen vervangen worden; 15 andere bruggen kunnen verhoogd worden.

Industrie[bewerken]

De locatie aan een waterweg en een autosnelweg maakt de ligging langs het Albertkanaal vanuit logistiek oogpunt interessant. In 2010 werd daarom het concept "Alberthaven" ontwikkeld: een binnenhaven langs de gehele lengte van het kanaal. Heden liggen er al belangrijke industriegebieden op beide oevers van het kanaal, waaronder:

Sluizen[bewerken]

Tussen Luik en Antwerpen is een verval van 56 meter. Om dit hoogteverschil te overbruggen werden zes dubbele sluizen gebouwd, elk met afmetingen van 136 m bij 16 m. Later kreeg elk sluizencomplex ook een duwvaartsluis (196 m × 24 m). In Wijnegem wordt een tweede duwvaartsluis gepland (230 m x 24 m).

Trafiek[bewerken]

Totaal aantal goederen (in ton) dat jaarlijks één km over het kanaal aflegde:[1]

  • 1977: 1,447 mia. tonkm
  • 1999: 2,099 mia. tonkm
  • 2008: 2,818 mia. tonkm

Verbinding met andere kanalen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties