Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog
| Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog | ||||
| Onderdeel van Napoleontische Oorlogen | ||||
Schilderij van de massa-executie op 3 mei 1808, door Goya |
||||
| Datum | 2 mei 1808 - 17 april 1814 | |||
| Locatie | Iberische Schiereiland, Zuid-Frankrijk | |||
| Resultaat | Overwinning voor de geallieerden, restoratie van koning Ferdinand VII van Spanje | |||
| Verdrag | Verdrag van Valençay | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
||||
| Commandanten | ||||
|
|
||||
De Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (Spaans: Guerra de la Independencia Española) (1808 - 1814) was een gewapend conflict tussen de Spanjaarden, Portugezen en Britten aan de ene kant en de Fransen onder Napoleon aan de andere kant. Het was de eerste guerrillaoorlog uit de geschiedenis. Door de zwakte van Spanje tijdens deze periode werd het proces van onafhankelijkheid van Latijns-Amerika in gang gezet.
De oorlog hield het hele Iberisch Schiereiland in zijn greep en wordt in andere talen daarom ook wel de "oorlog van het schiereiland" genoemd (Engels: Peninsular War, Portugees: Guerra Peninsular). In het Catalaans wordt naar de oorlog verwezen met Guerra del Francès.
Troepen van Napoleon Bonaparte trokken in 1808 Spanje binnen met het excuus Portugal te willen bezetten. Dit bracht in heel Spanje veel verzet teweeg. De oorlog brak uit op 2 mei 1808 toen de burgemeester van Móstoles, Andrés Torrejón, een officieel bevel uitvaardigde om de Spaanse koning Ferdinand VII te helpen. Deze werd door Napoleon vastgehouden. Na hevige gevechten door heel Spanje werd Napoleon uiteindelijk in 1814 in de Slag bij Leipzig verslagen, waarna hij werd verbannen naar het Italiaanse eiland Elba.
Inhoud |
[bewerken] Aanloop naar de oorlog
Gedurende de laatste jaren van de 18e eeuw en de eerste jaren van de 19e eeuw was Napoleon Spanje al vaker binnengevallen, waartegen de Spaanse koningen en eerste ministers nauwelijks weerstand boden. Tegen het einde van het jaar 1807, besloot Napoleon dat de zwakke monarchie van Karel IV een mooie aanleiding vormde om van Spanje een satellietstaat te maken.
Napoleon Bonaparte droomde van een groot Frans Keizerrijk[bron?] en hij had reeds Oostenrijk en Rusland verslagen in de Slag bij Austerlitz (1805). Groot-Brittannië had hij verzwakt door middel van het door hem uitgeroepen Continentaal Stelsel, een economische boycot op producten uit Groot-Brittannië. Doordat Portugal zich opstelde als een oude bondgenoot van Groot-Brittannië, tekende Napoleon met Manuel Godoy, de eerste minister onder Karel IV, op 27 oktober 1807 het Verdrag van Fontainebleau. Hierin werd vastgelegd dat Napoleon Portugal mocht aanvallen. Na de aanval zou het noorden van Portugal toegevoegd worden aan Etrurië, het centrale deel zou gereserveerd worden als ruilmiddel tegen het door de Britten bezette Gibraltar en Trinidad en het zuiden zou aan Godoy toekomen om er een eigen prinsdom te vestigen.
[bewerken] Opstand tegen Napoleon
Op 9 februari 1808 staken de troepen van Napoleon de grens met Catalonië over en in de maanden hierna trok Napoleon de rest van het noorden van Spanje binnen en liet de Spaanse kroon in handen vallen van zijn broer Jozef Bonaparte. Op deze manier legde Napoleon het Spaanse overheidsstelsel aan de Franse ketting, en dwong hij de zuiderburen om met de Fransen samen te werken. Het Spaanse volk pikte deze overheersing niet en op [2 mei 1808 kwam het, gesteund door de oproep van de burgemeester van de bij Madrid gelegen stad Móstoles, in opstand in de straten van Madrid. Er werd strijd geleverd op het Puerta del Sol, het centrale plein van de Spaanse hoofdstad en bij de oude Puerta de Toledo (die toen nog niet stond op de plek van de huidige poort). Deze opstand werd door de inmiddels talrijke Franse soldaten hard neergeslagen en de Spaanse legeraanvoerder Pedro Velarde Santillán kwam bij de hevige gevechten om het leven. Zowel van de opstand op 2 mei als van de massa-executie door de Fransen op 3 mei (zie hieronder) heeft Francisco Goya een beroemd schilderij gemaakt
[bewerken] Hulp van de Britten
De Britse legermacht aan het begin van de 19e eeuw was verzwakt. De troepen die het Europese vasteland betraden leden veelal vernederende verliezen. Dit was de reden dat de Portugezen de Britse hulp in eerste instantie afhielden. Toch werden de Britse troepen die in augustus 1808 in Portugal landden verwelkomd en onder leiding van Arthur Wellesley, Hertog van Wellington, werd het Portugese leger met Britse troepen versterkt.
De samenwerking tussen de Britten, Portugezen en Spanjaarden om de Fransen het Iberisch schiereiland uit te werken leidde tot vele veldslagen in heel Spanje en Portugal. Honderdduizenden troepen zond Napoleon de Pyreneeën over om zijn broer Jozef te hulp te schieten in de strijd tegen de geallieerden. Bloedige gevechten leidden tot vele doden aan beide kanten, maar de Fransen werden het vaakst verslagen. Uiteindelijk lukte het de Britten en Portugezen om de Fransen van het Iberisch Schiereiland te verdrijven, met de Slag bij Toulouse op 10 april 1814, vier dagen na Napoleons aftreden, als laatste wapenfeit.
[bewerken] Guerrilla
Een aanzienlijk deel van de gevechten tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog werd gevoerd in de (nauwe) straten van steden. Dit bemoeilijkte de strijd van Napoleon die voorheen gewend was met grote overmacht hele steden gemakkelijk in te nemen. De nieuwe manier van oorlogvoeren die Napoleons troepen in Spanje tegenkwamen, oorlogjes (guerrilla's) in de grote oorlog, hebben uiteindelijk bijgedragen aan de grote verliezen die Napoleon leed. Het woord guerrilla is zo in het Nederlands ingeburgerd geraakt en wordt gebruikt voor de oorlogsvoering op kleine schaal in steden, waarbij de oorspronkelijke bewoners gesteund door kennis van het terrein vaak overwinnen.
In het geval van de eerste guerrilla, tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, waren de verliezen aan beide kanten groot. Ook de Spaanse partizanen, vaak arme straatvechters en anderen uit de lagere klassen van Spanje, werden flink gedecimeerd. De straatvechters die meenden grote overwinningen in de oorlog beloond te zien worden, waren niet gewend aan het verzet van stevig bewapende Franse troepen. Desondanks is de term in de eeuwen na deze oorlog vaker gebruikt en deze manier van oorlogsvoering voor de guerrilla's succesvol gebleken.
[bewerken] Veldslagen tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog
[bewerken] Slag bij El Bruc
Een kleine Franse legereenheid, komend uit Barcelona liep in een hinderlaag gelegd door de Spaanse soldaten.
[bewerken] Beleg van Zaragoza
Franse troepen onder leiding van generaal Lefebvre vielen de stad Zaragoza aan, maar werden tegengehouden en verdreven door een Spaanse eenheid op gezag van José de Palafox y Melzi.
[bewerken] Slag bij Medina del Rio Seco
De eerste grote Franse overwinning in Spanje die de heerschappij over het noordoosten van het Iberisch Schiereiland in Napoleons handen bracht.
De slag bij Medina de Rioseco vond plaats op 14 juli 1808, tijdens de Napoleontische oorlog. Hierin werd het enige Spaanse leger dat in staat was de Fransen tegen te houden bij Oud- Castilië verslagen. Het Spaanse leger was een stuk groter dan het Franse leger, maar desondanks wist het Franse leger te winnen. Het Spaanse leger stond onder leiding van Joaquin Blake en Gregorio de la Cuesta. Dit leger bestond eigenlijk uit twee onderdelen. Namelijk, het Spaanse gedeelte van Generaal Cuesta, het leger van Castilië, die bij Cabezon nog een hoop van zijn manschappen verloor tijdens een gevecht. En het leger van Galicië, die onder leiding stond van Generaal Blake. Deze twee legers kwamen bij elkaar op 10 juli, waar Cuesta het gezag over zou nemen over het gehele samengevoegde leger. Het totale leger wordt geschat op 22.000 man, wat een stuk groter was dan het Franse leger. Het Franse leger werd geschat op 13.000 man en stonden onder leiding van Jean-Baptiste Bessières.
Napoleon merkte dat de missie in Noord-Spanje niet opschoot. Dit kwam omdat het landschap van noordelijke provincies ideaal was voor de Spanjaarden om de Fransen tegen te kunnen houden. Het was namelijk erg afgelegen en bergachtig, ideaal voor de Spanjaarden om buiten het bereik van de Fransen te blijven.
Cuesta zorgde voor een plek, waar het leger zich kon stationeren. Deze plek bleek achteraf niet de juiste plek voor het Spaanse leger. Hij zorgde er namelijk voor dat het Spaanse leger werd opgesplitst op een heuvel, voor de stad Medina del Rioseco. In het zuid-oosten was Generaal Blake met een divisie van zijn Galicisch leger. Cuesta was met zijn leger een stuk terug en dat zorgde ervoor dat het opgesplitste leger elkaar niet kon zien. Waardoor het dus erg kwetsbaar was bij een aanval.
Toen Bessières arriveerde, merkte hij al snel de zwakheden op van het Spaanse leger. Generaal Blake had een erg slechte positie ten opzichte van de Fransen. Zijn flanken waren niet gedekt en de weg om terug te trekken, was niet veilig. Bessières zorgde ervoor dat zijn leger centraal tussen deze twee legers in zou komen te staan. Met een kleine eenheid kreeg hij het voor elkaar om Cuesta vast te zetten aan één kant. Op deze manier had hij de tijd om te bedenken, hoe hij het leger van Blake zou kunnen flanken met de rest van zijn leger. Doordat hij met succes het leger van Blake kon flanken, onder leiding van Generaal Merle, zorgde Blake dat hij zo snel mogelijk daar weg was. Blake wilde maken dat hij weg kwam en werd daardoor geholpen door een klein bataljon, die nog was blijven zitten.
Als Cuesta slim was geweest, zorgde hij ervoor dat hij samen met zijn leger, zich ook zou terugtrekken. In plaats van dat te doen, zorgde hij ervoor dat een deel van zijn leger ten aanval trok op de heuvel. Hiervoor gebruikte hij natuurlijk niet zijn eigen leger, het leger van Castilië, maar het leger van Gacilië. Dit was in het begin een succes door het veroveren van wat wapens, maar draaide uiteindelijk uit op grote verliezen. Uiteindelijk zorgde Cuesta ervoor dat hij ook zijn eigen troepen zou gebruiken. Dit zorgde er ook direct voor dat Cuesta wat tijd over had, om te maken dat hij daar weg kwam.
[bewerken] Slag bij Bailén
Franse troepen (23.000 man sterk) werden aangevoerd door generaal Dupont en in de val gelokt door 30.000 Spanjaarden onder leiding van Castaños. Dit gebeurde in Bailén in de Andalusische provincie Jaén. Na vijf pogingen die allen mislukten, gaven de Fransen zich over.
De slag bij Bailén vond plaats tussen 16 en 19 juli van het jaar 1808 en is onderdeel van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. De slag vond plaats nabij Bailén en de rivier Guadalquivir tussen de Spaanse troepen van Andalusië, onder leiding van generaal Francisco Castaños, en de Franse troepen onder leiding van Generaal Pierre Dupont.
De slag volgt chronologisch direct op de door de Fransen gewonnen slag bij Medina del Rio Seco. Maarschalk Bessières had de slag gewonnen met minder troepen tot zijn beschikking dan Dupont bij Bailén. Napoleon was er dan ook van overtuigd dat Dupont de Spaanse troepen met gemak zou verslaan. Hij zou hierover gezegd hebben:
“Als maarschalk Bessières het leger van Galicië met weinig verliezen en weinig moeite heeft verslagen, dan kan generaal Dupont ieder die hij tegenkomt onderwerpen aan zijn macht.”
Keizer Napoleon had Dupont in juni van hetzelfde jaar richting Andalusië gestuurd als onderdeel van zijn plan om een einde te maken aan de Spaanse tegenstand in het land. Dupont kreeg 20,000 troepen mee en werd geacht door Andalusië te trekken om uiteindelijk in Cádiz aan te komen, waar hij de troepen van admiraal François Rosily kon versterken. Echter, Dupont stuitte op meer tegenstand dan hij en Napoleon verwacht hadden op het platteland van Andalusië. Zo erg zelfs dat Dupont de tocht naar Cádiz moest stoppen en zich terug moest trekken richting de bergen. Hier moesten zij verblijven tot de versterkingen vanuit Zaragoza en Valencia zouden arriveren. Deze zijn echter nooit aangekomen omdat Zaragoza en Valencia zich nooit hebben overgegeven aan de Fransen.
In de tussentijd zaten de Spanjaarden niet stil. Generaal Castaños en generaal Theodor von Reding, een Zwitser in dienst van het Spaanse leger, hadden contact gelegd met de patriottistische beweging van Sevilla om de krachten te bundelen en zich gezamenlijk te richten tegen de Fransen.
Door geen actie te ondernemen, heeft Dupont zijn eigen ondergang ingeleid. Castaños had op 16 juli een schijnaanval geplaatst waar Dupont’s leger zich had opgesteld. Dupont had namelijk gerekend op een zware strijd om Andújar. Von Reding was echter wel tot een offensief overgegaan ten noorden van de positie van Dupont en de Gualdalquivir. Dupont wilde zijn troepen niet naar het noorden sturen, omdat hij ervoor wilde zorgen dat Castaños hem niet in de rug zou kunnen aanvallen. Von Reding kon op deze manier onder andere Bailén innemen en enkele andere dorpjes aan de rivier. Dit had wel tot gevolg dat Dupont nu gevangen zat tussen de twee Spaanse kampen. De eerstvolgende dagen zou Dupont, in drie hopeloze pogingen om door de Spaanse linies te breken, meer dan 2,000 man verliezen in een reeks zeer bloedige confrontaties. De verliezen aan Spaanse kant waren minimaal. Met een tiende van zijn strijdkrachten dood of gewond zag Dupont in dat hij zich in een uitzichtloze situatie bevond.
Dupont riep op tot een wapenstilstand en zag zich gedwongen om het Verdrag van Andújar te tekenen, waarbij zijn kleine 18,000 troepen zich zouden overgeven. Dit was een zware klap voor de Fransen in de strijd om Spanje en in het algemeen. De Fransen zouden zich na dit verlies massaal terugtrekken uit centraal-Spanje richting de Ebro. Maar het was ook het eerste grote verlies van Napoleons Grande Armée. Tot dan toe werd het leger van Frankrijk onverslaanbaar geacht, maar deze gebeurtenis zou onder andere leven blazen in een nieuwe coalitieoorlog gericht tegen Frankrijk, de zogenaamde Vijfde Coalitieoorlog.
[bewerken] Slag bij Somosierra
De succesvolle strijd van Napoleon om Madrid in handen te krijgen; beroemd om het verzet onder Poolse leiding van Jan Kozietulski.
[bewerken] Slag bij Salamanca
Terwijl de Anglo-Portugese troepen zich terugtrokken naar Portugal, werden 48.000 soldaten aangevallen door 50.000 Fransen bij de stad Salamanca. De Britten hadden de strijd bijna beslist, in minder dan een uur tijd. De Britten gingen in de tegenaanval tegen de Fransen; ze doodden 7000 manschappen en namen er nog eens 7000 gevangen. Doordat de Spaanse troepen de aftocht van de Fransen niet konden verhinderen, kon niet de gehele Franse eenheid ingesloten worden.
[bewerken] Slag bij Vitoria
De laatste belangrijke veldslag van de oorlog waarbij de Fransen compleet werden gedecimeerd en koning Jozef Bonaparte ternauwernood kon ontsnappen.
[bewerken] Na afloop
Het einde van de oorlog werd bepaald door het afsluiten van het Verdrag van Valençay, getekend door Ferdinand VII en Napoleon in de Franse stad Valençay, waar Ferdinand werd vastgehouden. Voor Spanje leek de overwinning in eerste instantie goed uit te pakken, maar de Spaanse koning herstelde het bewind over zijn land en er brak een tijd van absolute heerschappij aan, waarin diverse Spaanse groeperingen vervolgd werden en de economie van Spanje in het slop raakte. Ook in Portugal brak een tijd van neergang aan.
Door de oorlog werd bovendien de onafhankelijkheid van de Spaanse en Portugese koloniën in Latijns-Amerika in gang gezet. Tijdens de oorlog waren de Spaanse koloniën van het moederland afgesneden en werden ze geregeerd door plaatselijke junta's. Hiermee kregen koloniën de smaak van onafhankelijkheid te pakken en al snel brak een onafhankelijkheidsoorlog uit. Al in 1811 werd de onafhankelijke republiek Venezuela uitgeroepen en in 1819 volgde Groot-Colombia met Simón Bolívar als president. Brazilië werd onafhankelijk zonder bloedvergieten toen Johan VI van Portugal zichzelf in 1815 tot koning van Brazilië uitriep. In 1830 was héél Zuid-Amerika onafhankelijk, op Suriname, Brits-Guyana en Frans-Guyana na.
[bewerken] De Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog in de kunst
De felle burgeropstand in mei 1808 in Madrid werd in 1814 op doek vastgelegd door de Spaanse schilder Francisco Goya. Hij bracht ook de gruwelijkheid van de oorlog in beeld in de serie gravures Los Desastres de la Guerra.
Vele kunstenaars waren gefascineerd door de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog. Er zijn dan ook vele kunstwerken gemaakt waarin deze oorlog een rol speelt. Vooral de derde mei van het jaar 1808 is een veel terugkomende datum in een reeks kunstobjecten.
De derde mei speelt een belangrijke rol in de oorlog, op deze dag voerden de Fransen namelijk een grootschalige massa- executie uit. Een van de bekendste werken die hierover gaat, is het ‘Tres de Mayo’ van Francisco Goya. Hij hoopte dat de Fransen vrijheid zouden brengen en schilderde in 1814 uit teleurstelling dit meesterwerk. Het was een aanklacht tegen deze mensonterende gebeurtenis. In het werk van Goya staan de Franse Keizerlijke Garde en de Spaanse vrijheidsstrijders rechtstreeks tegenover elkaar in een smalle ruimte. Goya geeft overduidelijk het verschil tussen deze twee groepen weer. De beulen hebben één voor één hun loop gericht op de slachtoffers en de slachtoffers smeken de beulen om niet te schieten. Opmerkelijk is dat de gebeurtenis zich in het donker afspeelt, Goya werpt zijn licht op deze dramatische gebeurtenis door een lantaarn tussen de twee groepen te plaatsen. De centrale figuur in het kunstwerk is de prachtig verlichte man ten midden van bebloede lijken die reeds geëxecuteerd zijn. Zijn armen zijn wijd opengeslagen wat duid op overgave. De kleding van de centrale figuur is goed uitgedacht, de kleding heeft namelijk dezelfde kleuren als die van de lantaarn. Zijn effen witte shirt (wit, de kleur van onschuld) en zijn zongebruinde huid, laat zien dat deze man waarschijnlijk afkomstig is uit de arbeidersklasse. Naast de centrale figuur is een monnik te zien, die duidt op het katholieke verleden van Spanje. De veroordeelde monnik vouwt de handen dan ook in gebed.
Aan de rechterkant staat het vuurpeloton, zij staan min of meer bewust in de schaduw en worden afgeschilderd als een monolitische eenheid. Het grootste deel van hen gezichten is onzichtbaar. Geweld is in oorlogen namelijk meestal anoniem, zo ook op dit schilderij. Op de achtergrond van het schilderij is in de nachtelijke verte een stadsgezicht met een kerktoren zichtbaar. In de verte zijn er nog meer mensen zichtbaar, ze dragen fakkels en lijken de gebeurtenis van een afstandje te aanschouwen. Al zou het ook kunnen zijn dat het nog meerdere soldaten en/of slachtoffers betreft. Goya is zelf niet bij gebeurtenis aanwezig geweest, maar stond bekend om zijn grondige onderzoeksmethodes en zijn voorstudies. Deze staan dan ook borg voor een realistisch gehalte van de voorstelling.
Goya heeft een hele serie kunstwerken geweid aan de tweede en derde mei van het jaar 1808. Hij heeft vier grote doeken geschilderd ter herdenking aan de opstand. De door Goya gemaakte serie is genaamd: Los Desastres de la Guerra. Deze titel geeft ook aan dat Goya vooral de dramatiek van de oorlog wilde afbeelden. Vandaag de dag is het ‘Tres de Mayo’ geschilderd door Francisco Goya te bezichtigen in het Museo Nacional del Prado in Madrid. De plek waar de opstand op 2 mei 1808 losbarstte.
De strijd van de Spanjaarden tegen de Fransen werd ook gebruikt als achtergrond voor de eerste versie van Carmen, waar Georges Bizet 60 jaar na de oorlog zijn beroemde opera op baseerde.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- (es) Website gewijd aan de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog
- (en) The Peninsular War
- (en) The Cruel War in Spain
Bronnen, noten en/of referenties: