Task Force Uruzgan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Locatie van Task Force Uruzgan in Uruzgan

De Nederlandse operatie Task Force Uruzgan (TFU) maakte deel uit van een tevens civiel ondersteunde internationale troepenmacht ISAF in Afghanistan. De Tweede Kamer heeft in februari 2006 ingestemd met de uitzending van ongeveer 1.400 Nederlandse militairen naar het zuiden van Afghanistan naar de provincie Uruzgan. Zij zouden zich in beginsel twee jaar lang bezighouden met het bevorderen van stabiliteit en veiligheid in de provincie. Deze periode is uiteindelijk verlengd tot augustus 2010. Er werd lang gesproken over een verdere verlenging na augustus 2010, wat uiteindelijk leidde tot de val van het kabinet-Balkenende IV.

Algemeen[bewerken]

De eerste groep Nederlandse militairen voor de Nederlandse missie in Uruzgan vertrok 14 maart 2006 naar Zuid-Afghanistan. Deze Deployment Task Force (DTF) maakte daar kwartier voor de Nederlandse ISAF-operatie Task Force Uruzgan (TFU) die op 1 augustus aanving.

De TFU was samengesteld uit diverse wapens en dienstvakken van de Koninklijke Landmacht en telde circa 1400 man, verdeeld over 2 locaties: Kamp Holland in Tarin Kowt, de hoofdstad van de provincie Uruzgan en het zestig kilometer westelijk gelegen Camp Hadrian in Deh Rawod. De harde kern van de TFU bestond uit infanterie, met enkele 155 mm pantserhouwitsers van de artillerie ter ondersteuning. De battle group kon desgewenst een beroep doen op F-16 jachtbommenwerpers, vliegend vanaf Kandahar Airfield en de op Kamp Holland gestationeerde AH-64D Apache-gevechtshelikopters van de Koninklijke Luchtmacht. Deze behoorden tot de Air Task Force die operationeel niet onder de TFU viel.

De belangrijkste Nederlandse bijdrage aan de missie was het Provinciaal Reconstructieteam (PRT) dat verantwoordelijk was voor de ondersteuning van de wederopbouw in de Afghaanse provincie. Het PRT maakte deel uit van de internationale stabilisatiemacht in Afghanistan, ISAF, en stond onder leiding van de NAVO. Om beurten voerden Canada, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gedurende een half jaar vanuit een hoofdkwartier in Kandahar het bevel over alle NAVO-troepen in het gebied.

De Nederlandse bijdrage aan de ISAF-missie in Uruzgan is op 1 augustus 2010 officieel beëindigd. Daarna werd de Redeployement Task Force (RDTF), onder leiding van brigadegeneraal Jan Broeks, belast met de terugverplaatsting van materieel naar Nederland. De eerste fase van dit proces is in december 2010 afgerond. In mei 2011 kwam het laatste gevechtsvoertuig uit Uruzgan aan op Luchthaven Eindhoven.

Totstandkoming van de missie[bewerken]

In het najaar van 2005 kwam er vanuit de NAVO een verzoek aan Nederland om ongeveer duizend militairen bij te dragen aan de wederopbouw van Afghanistan. Minister Henk Kamp van Defensie was hier direct een groot voorstander van, terwijl Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken in eerste instantie huiverig was en garanties van de NAVO wilde: "Als ze willen dat we meedoen, is het terecht dat we eisen stellen".[1]

Begin december 2005 werd het besluit om tot uitzending over te gaan dan ook uitgesteld door de ministerraad, als gevolg van een weifelachtige houding van D66 over de missie en grote twijfels over steun van de toenmalige grootste oppositiepartij, de PvdA. Militair leider Mullah Dadullah van de Taliban zei op dezelfde dag dat Nederlandse militairen een potentieel doelwit zouden zijn voor aanslagen.[2]

Secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer deed vervolgens een dringend beroep op Nederland om toch mee te werken aan wederopbouw. In de Tweede Kamer werd besloten om het debat over de uitzending uit te stellen tot na het Kerstreces. D66-kamerlid Bert Bakker had kort vóór dat reces in de Volkskrant gezegd: "Onze conclusie is: niet aan beginnen".[3]

Op 2 februari 2006 werd uiteindelijk door het kabinet besloten om de missie door te laten gaan, met steun van de PvdA. D66 was aanvankelijk tegen, maar veranderde van mening.

Het 3D-concept[bewerken]

Nederland paste in Afghanistan het internationaal zogenoemde 3D-concept toe. Dit staat voor Development, Diplomacy en Defence (ontwikkeling, diplomatie en defensie). Development en Diplomacy (de eerste twee D's van het concept) werden belichaamd door het personeel van het Provinciaal Reconstructie Team (PRT), diplomaten van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking en militaire ontwikkelingsdeskundigen (voornamelijk reserve-officieren met op het vakgebied relevante kennis en ervaring, zoals algemeen bestuur, rechtspraak, justitie, bankwezen, gevangeniswezen, onderwijs, landbouw, weg- en waterbouw, enzovoorts).

Het doel was meer veiligheid, samenhang binnen het Afghaanse bestuur te creëren en de ontplooiing van duurzame ontwikkelingsprojecten mogelijk te maken. Dit proces vereiste een gestructureerde aanpak. Eerst werden kleine projecten ontplooid om het gebied en de bevolking klaar te maken voor grootschalige ontwikkeling. Vervolgfasen op het gebied van bestuur, veiligheid en ontwikkeling moesten leiden tot blijvende verbeteringen in de provincie Uruzgan.

Wederopbouw en ontwikkeling[bewerken]

Een van de doelen van de Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw was dat de Afghaanse overheid zelf verantwoordelijkheid op zich leerde te nemen voor veiligheid en ontwikkeling. Daarom ging een groot deel van de Nederlandse middelen naar fondsen die de Afghaanse overheid in staat zouden stellen om juist dat te doen.

Het 'Afghanistan Reconstruction Trust Fund', beheerd door de Wereldbank, betaalde overheidssalarissen, financierde de bouw van scholen, de aanleg van infrastructuur en kleine gemeenschapsprojecten.

Ook draagt Nederland bij aan het 'Law and Order Trust Fund' dat wordt beheerd door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties UNDP en wordt gebruikt om politiesalarissen te betalen.

De totale Nederlandse bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan sinds 2002 bedroeg ruim 617 miljoen euro. Hiervan werd 126,3 miljoen euro aan projecten in Uruzgan besteed, 484,7 miljoen euro is ten goede gekomen aan nationale projecten.

Bereikte resultaten[bewerken]

  • Het aantal Afghaanse militairen (ANA, Afghan National Army) is gegroeid van 160 in 2006 naar 3000 militairen in 2010.
  • De Afghaanse politie (ANP, Afghan National Police) is van nihil in 2006 gegroeid naar 1600 agenten in 2010.
  • Door de groei en ontwikkeling van de Afghaanse veiligheidsdiensten is men zelf in staat om delen van de provincie onder controle te nemen.
  • Het gebied waar de Nederlanders de Afghaanse bevolking in Uruzgan bereiken breidde steeds verder uit.
  • In Tarin Kowt kwam een volledig provinciaal ziekenhuis met ambulancedienst gereed.
  • In 2002 had slechts 9% van de bevolking toegang tot een redelijk niveau van gezondheidszorg. Dit aantal is gestegen tot 65%.
  • De provincie beschikt op dit moment over 174 medische hulpposten.
  • Het aantal jongens dat naar school gaat is gestegen van 14.000 in 2002 naar 40.488. Het aantal meisjes dat naar school gaat is gestegen van 385 in 2002 naar 7.588 in 2010. Geschat wordt dat 20% van de minderjarigen in Uruzgan naar school gaat. Dat is een stuk lager dan het nationale gemiddelde van 50%. Van de meisjes wordt geschat dat 6.15% naar school gaat.[4]
  • Onder invloed van de Nederlanders is de eerste 16 kilometer geasfalteerde weg aangelegd tussen Tarin Kowt en Chora.

Nederlandse slachtoffers[bewerken]

2006[bewerken]

  • Op donderdag 26 juli 2006 stort in de provincie Paktia een Mil Mi-8-helikopter neer, waarbij zestien mensen om het leven komen. Onder de slachtoffers bevinden zich overste Jan van Twist van de Koninklijke Luchtmacht en sergeant Bart van Boxtel van de Landmacht.
  • Op 31 augustus 2006 stort een F-16 neer boven de provincie Ghazni, waarbij kapitein-vlieger Michael Donkervoort om het leven komt.
  • Op woensdag 11 oktober 2006 berooft een militair zichzelf op Kamp Holland met zijn dienstwapen van het leven.

2007[bewerken]

  • Op vrijdag 6 april 2007 komt sergeant Robert Donkers van de landmacht om het leven. Hij raakt bekneld onder het pantservoertuig, waarmee hij op patrouille is.
  • Op vrijdag 20 april 2007 komt de 21-jarige korporaal Cor Strik om het leven. In de provincie Helmand stapt hij op een bermbom en wordt daarmee de eerste Nederlander die door gevechtshandelingen om het leven komt sinds het begin van de missie in Afghanistan.
Timo Smeehuijzen op missie in Tarin Kowt, anderhalf uur voor de fatale explosie
  • Op vrijdag 15 juni 2007 komt de 20-jarige soldaat der eerste klasse Timo Smeehuijzen van het 42e bataljon Limburgse jagers om door een zelfmoordaanslag. Dichtbij de Nederlandse basis, in het centrum van Tarin Kowt ontploft een autobom, waarbij ook drie collega's gewond raken en tevens vijf Afghaanse kinderen de dood vinden.
  • Op maandag 18 juni 2007 komt de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen van het 13e Infanteriebataljon van 11 Luchtmobiele Brigade om het leven. De gevechten vinden plaats rondom Chora, Chora is een middelgrote stad ten noorden van Tarin Kowt, aan het einde van de Baluchipas. Drie Nederlandse landmachtcollega's raken gewond.
  • Op donderdag 12 juli 2007 overlijdt de 24-jarige eerste luitenant Tom Krist. Krist raakt zwaargewond bij een zelfmoordaanslag en wordt een dag later door artsen klinisch dood verklaard.[5][6] Uiteindelijk overlijdt de militair op donderdag 12 juli in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht.[7][8] Krist is de negende Nederlandse militair die omkomt in Afghanistan.[9] Bij de zelfmoordaanslag raken ook 7 andere Nederlandse militairen gewond en verliezen ook 20 Afghaanse burgers -waaronder veel vrouwen en kinderen- het leven. Ongeveer 20 andere omstanders raken (zwaar)gewond.
  • Op 26 augustus 2007 komt de 30-jarige sergeant Martijn Rosier om het leven door een bermbom. Hij maakte deel uit van de 111 Pantser-geniecompagnie in Wezep.
  • Op 20 september 2007 wordt in een vuurgevecht met Talibanstrijders ten noorden van Deh Rawod de 20-jarige soldaat Tim Hoogland gedood.[10][11]
  • Op 3 november 2007 komt de 21-jarige korporaal Ronald Groen door een bermbom om het leven. Twee andere militairen, een korporaal en een wachtmeester, raken bij dit incident gewond.[12]

2008[bewerken]

  • Op 12 januari 2008 komen de 20-jarige soldaat 1e klas Wesley Schol en de 22-jarige korporaal Aldert Poortema bij een vuurgevecht om het leven. Later blijkt dat de twee door eigen vuur om het leven zijn gekomen.[13] Wesley Schol werd postuum een Kruis van Verdienste toegekend.
  • Op 18 april 2008 komen de 23-jarige eerste luitenant Dennis van Uhm en de 22-jarige soldaat Mark Schouwink om het leven door een aanslag met een bermbom. Dennis van Uhm is de zoon van Peter van Uhm, die een dag eerder Dick Berlijn opvolgde als Commandant der Strijdkrachten.
  • Op 7 september 2008 komt de 21-jarige soldaat Jos ten Brinke om, nadat het voertuig waarin hij zat op een bermbom reed. Vijf anderen raken gewond, waarvan één ernstig.[14]
  • Op 19 december 2008 komt 24-jarige sergeant Mark Weijdt om het leven, nadat hij tijdens een vuurgevecht op een bermbom stapte.[15]

2009[bewerken]

  • Op 6 april 2009 komt de 20-jarige soldaat 1e klas Azdin Chadli om bij een raketaanval op Kamp Holland, vijf anderen raakten gewond[16]
  • Op 6 september 2009 komt 26-jarige korporaal Kevin van de Rijdt uit Tilburg om. Hij werd gedood tijdens een vuurgevecht (11 uur lokale tijd).[17]
  • Op 7 september 2009 sneuvelt de 44-jarige sergeant-majoor Mark Leijsen uit Wezep. Hij kwam rond twee uur lokale tijd om het leven door een aanslag met een geïmproviseerde bom. Van zijn drie gewonde collega's is de toestand stabiel.[18]

2010[bewerken]

  • Op 17 april 2010 worden de marinier Marc Harders (23) en de korporaal der mariniers Jeroen Houweling (29) gedood door een bermbom.
  • Op 22 mei 2010 wordt de korporaal der eerste klasse Luc Janzen (25) gedood door een bermbom. Een Franse kapitein en een Afghaanse tolk sneuvelen eveneens. Vier andere Nederlandse militairen raken gewond, waarvan twee ernstig.
  • Op 17 november 2010 wordt reserve luitenant kolonel Arts Fons Dur (56) dood gevonden in zijn slaapcontainer. Hij stierf aan de gevolgen van een hartstilstand.
Nederlandse doden Uruzgan.svg

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Referenties
  1. Volkskrant.nl
  2. Volkskrant.nl
  3. ‘D66 gaat geen toneelstukje opvoeren’, de Volkskrant, 21 december 2005
  4. The Dutch engagement in Uruzgan – TLO Report 2010
  5. Artikel op Telegraaf.nl van 11 juli 2007 (op web.archive.org)
  6. Artikel op Nu.nl van 11 juli 2007
  7. Artikel op Telegraaf.nl van 12 juli (op web.archive.org)
  8. Zwaargewonde militair in ziekenhuis overleden - Regering.nl, 12 juli 2007
  9. Artikel Telegraaf.nl 13 jul 2007 (op web.archive.org)
  10. Nieuws.nl: Opnieuw Nederlander gedood in Uruzgan
  11. Nu.nl: Opnieuw Nederlandse militair in Uruzgan gesneuveld
  12. Nederlander omgekomen in Uruzan, RTL Nieuws, 3 november 2007.
  13. "Doden Uruzgan door eigen vuur", NOS, 13 januari 2008.
  14. Opnieuw Nederlandse dode in Uruzgan, RTL Nieuws, 7 september 2008
  15. Nederlandse dode in Uruzgan , NU.nl, 19 december 2008
  16. Nederlandse militair komt om in Afghanistan, NU.nl, 6 april 2009
  17. Opnieuw Nederlandse dode in Uruzgan, NU.nl, 6 september 2009
  18. [1] Weer Nederlandse dode in Afghanistan , NU.nl, 7 september 2009