Hertogdom Beieren (-1255)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over het stamhertogdom. De geschiedenis van het hertogdom Beieren na 1180 (later keurvorstendom) wordt behandeld in het artikel Beieren.
Bavaria
Zelfstandig (6e eeuw–788)
Stamhertogdom van Oost-Francië en het Heilige Roomse Rijk (907–1255)
 Bajuwaren 6e eeuw–788
907 — 1255
Hertogdom Opper-Beieren (1255-1340) 
Hertogdom Neder-Beieren (1255-1340) 
Kaart
Het stamhertogdom Beieren in 788
Het stamhertogdom Beieren in 788
Algemene gegevens
Talen Oudhoogduits
Religie(s) Christendom en Germaans heidendom
Regering
Regeringsvorm Hertogdom
Dynastie Agilolfingen (ca. 546–788)
Luitpoldingen (907–947)
Ottonen (947–1026)
Saliërs (1026–1096)
Welfen (1096–1180)
Wittelsbach (1180–1255)
Staatshoofd Hertog

Het hertogdom Beieren was aanvankelijk een van de stamhertogdommen in Duitsland, het land van de Bajuwaren of Bavarii.

Het gebied omvatte het grootste deel van het huidige Beieren, Tirol in Oostenrijk en Zuid-Tirol in Noord-Italië. Regensburg was zowel de hoofdstad van de Bajuwaren als die van het hertogdom Beieren, maar ook die van het Oost-Frankische Rijk.

Het eerste stamhertogdom[bewerken]

Beieren ontstond toen een Germaanse stam, de Bajuwaren, in de 6e eeuw n. Chr. het gebied aan de bovenloop van de Donau binnenviel en er een hertogdom stichtte onder de Agilolfingen. In naam waren de Beieren christenen[bron?], maar pas na de komst van priesters uit het Iers-Gallische westen ontstond er een geloofsleven. Bonifatius werd ondersteund door hertog Odilo (734-748) en reorganiseerde of stichtte de bisdommen Regensburg, Salzburg, Freising en Passau. Hertog Tassilo III (748-788) maakte zich los van het Frankische Rijk en onderwierp de Slavische stammen in het Alpengebied. In 788 werd Tassilo door Karel de Grote afgezet en het stamhertogdom ingelijfd bij het Frankische Rijk. Bij de opdeling van het Frankische Rijk in 843 in het Verdrag van Verdun kwam Beieren ongedeeld bij het Oost-Frankische Rijk onder Lodewijk de Duitser. Binnen het Oost-Frankische Rijk was Beieren het kernland van de koningen.

Het tweede stamhertogdom Beieren (907)[bewerken]

Beieren in de 10 eeuw.

Onder de laatste Karolingen verzwakte het centrale gezag sterk, zodat de Beierse stam het heft weer in eigen handen kon nemen. Markgraaf Luitpold van Karinthië verwierf veel invloed. Zijn zoon Arnulf (907-937) noemde zich hertog van de Beieren en de aangrenzende gebieden. In 920 was Arnulf zelfs tegenkoning van koning Hendrik I. Pas in 938 werd het Duitse gezag in Beieren hersteld. In 947 werd de dynastie van Luitpold op een zijspoor gezet en benoemde koning Otto I zijn broer Hendrik tot hertog. Hiermee was een zijtak van het Saksische keizershuis op de hertogelijke troon gekomen. Onder hertog Hendrik II ontstond er een strijd met keizer Otto II. Hierbij werd in 976 Karinthië van Beieren losgemaakt en tot een afzonderlijk hertogdom verheven. Hertog Hendrik IV werd in 1002 als Hendrik II keizer. Hiermee kwam een einde aan de zelfstandigheid van het hertogdom. Keizer Hendrik IV droeg het hertogdom Beieren in 1070 over aan de Zwabisch-Italiaanse dynastie der Welfen. Onder deze dynastie werd Beieren weer een belangrijke politieke macht. In 1137 verwierf hertog Hendrik X ook het hertogdom Saksen en verder uitgestrekte bezittingen in Toscane. Na de verkiezing van hertog Koenraad van Zwaben tot koning in 1138 brak de strijd tussen de twee machtige vorsten uit. In 1139 ontnam de koning Hendrik zijn Beierse hertogdom en verleende het aan zijn halfbroer Leopold van Babenberg, markgraaf van Oostenrijk. In 1156 kreeg de Welf Hendrik de Leeuw het hertogdom Beieren terug in een verkleinde vorm: het markgraafschap Oostenrijk werd tot een afzonderlijk hertogdom verheven.

Het hertogdom Beieren onder het huis Wittelsbach (1180)[bewerken]

In 1180 werd Hendrik de Leeuw, hertog van Beieren en Saksen, door de keizer afgezet en verbannen. Stiermarken werd vervolgens losgemaakt van Beieren en tot een afzonderlijk hertogdom verheven. Het verkleinde hertogdom Beieren werd overgedragen aan Otto van Wittelsbach. Zijn nakomelingen zouden tot 1918 aan de regering blijven.

Zie ook[bewerken]