Talk (mineraal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Talk
Talc.jpg
Mineraal
Chemische formule H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2
Kleur Bleekgroen, wit, grijswit, geelwit, bruinwit
Streepkleur Wit
Hardheid 1 (per definitie)
Gemiddelde dichtheid 2,75 kg/dm3
Glans Glas- tot parelglans
Opaciteit Doorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Brekingsindices 1,538 - 1,6
Dubbele breking 0,0370 - 0,0500
Bijzondere kenmerken Fluorescerend
Lijst van mineralen
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

Het mineraal talk is een gehydrateerd waterstof-houdend magnesium-silicaat met de chemische formule H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2. Het fylosilicaat behoort binnen de kleimineralen tot de smectiet-groep.

Het mineraal is een plaatjesvormige tot naaldvormige massa met als alternatieve naam steatiet. De monokliene kristalstructuur is zeldzaam. Talk is een zeer zacht mineraal en definieert een hardheid van 1. Talk voelt zepig of vettig aan. Het heeft een gemiddelde dichtheid van 2,75 kg/dm3 en is doorschijnend. De kleur is van wit tot grijs of groen, door ijzerverontreiniging.

Naamgeving[bewerken]

De naam talk is afgeleid van het Perzische en Arabische woord talq.

Dit wordt ook wel speksteen genoemd.

Veiligheid & Toxicologie[bewerken]

Verschillende studies hebben verbanden vastgesteld tussen talk(poeder) en pulmonale problemen[1], longkanker, huidkanker en eierstokkanker. Dit is een grote zorg vanwege het wijdverspreide commerciële en huishoudelijk gebruik van talk. In 1993 heeft het Amerikaanse National Toxicology Program de resultaten van een groot onderzoek gepubliceerd. Uit het onderzoek bleek dat cosmetische talk tumoren veroorzaakt bij ratten, welke gedwongen werden 6 uur per dag, vijf dagen per week gedurende ten minste 113 weken talk te inhaleren. Wetenschappers zijn zich bewust van de giftigheid van talk sinds de late jaren 60.

VROM is van mening dat asbestloze talk, dat wil zeggen talk die geen potentieel kankerverwekkend asbest amfibole vezels bevat, algemeen wordt erkend als veilig voor gebruik in cosmetica. Talk kan soms vervuild zijn met asbest.

Voorkomen[bewerken]

Talk ontstaat uit de verwering van silicaten van magnesium, zoals pyroxeen en olivijn, de meest voorkomende mineralen in de aardkorst.

Afbeeldingen[bewerken]

Industriële toepassing[bewerken]

Talk wordt ingezet als vulstof in papier, verf, rubber, kunststof en keramiek. Het wordt ook ingezet als poeder in de cosmetica, in voedsel en in medicijnen. Het E-nummer van talk is E553b. Talk gedraagt zich hydrofoob, het heeft een hoog aandeel van bindmiddel nodig. Het zorgt voor een goede verbinding tussen verf en het te verven materiaal.

Talk wordt ook verkocht onder de namen speksteen en zeepsteen en wordt toegepast door beeldhouwers om beeldjes van te snijden. Door zijn geringe hardheid leent talk zich daar goed voor. Speksteen wordt ook gebruikt als kachelomhulsel, vanwege het vermogen om zeer veel warmte op te slaan en dat zeer langzaam weer af te geven aan de omgeving over een langere periode. Zeepsteen is een mineraal uit de talk-groep, dat saponiet genoemd wordt. Het woord saponiet is afgeleid van het latijnse woord voor zeep.

Steatiet wordt ook gebruikt in de zogenaamde "droge" weerstand-verwarmingselementen van elektrische accumulatieverwarmers voor warm water.

Medische toepassing[bewerken]

Talkpoeder kan ook worden gebruikt bij het herstellen van problemen aan de long, bijvoorbeeld een klaplong. Bij de behandeling van een klaplong kan men ervoor kiezen de longen "te plakken": tussen de longvliezen aan de buitenkant van de long en de binnenkant van de borstholte wordt een chemisch prikkelende stof gebracht (de meest gebruikte en bekendste is talkpoeder), waardoor een steriele ontstekingsreactie ontstaat; bij de genezing hiervan vergroeit de long aan de borstwand en kan dan normaal gezien niet meer inklappen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. [1] National Toxicology Program (1993). NTP Toxicology and Carcinogenesis Studies of Talc (Non-Asbestiform) in Rats and Mice (Inhalation Studies).