Michelangelo Buonarroti

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michelangelo Buonarroti
Michelango Portrait by Volterra.jpg
Persoonsgegevens
Volledige naam Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni
Geboren 6 maart 1475
Overleden 18 februari 1564
Geboorteland Italië
Beroep(en) Kunstschilder
Beeldhouwer
Architect
Dichter
Oriënterende gegevens
Stijl(en) Hoogrenaissance
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Madonna met Kind in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge. Dit is het enige werk van Michelangelo dat reeds tijdens zijn leven Italië verliet.
Een standbeeld van Michelangelo aan de buitenkant van het Uffizi, Florence
Michelangelo Buonarroti, Pietà, 1499, Sint Pieter, Rome, hoogte 174 cm
Michelangelo's standbeeld van Mozes; graftombe van paus Julius II in de San Pietro in Vincoli kerk te Rome
Het plafond van de Sixtijnse Kapel
Michelangelo's graftombe in de Santa Croce (Florence)
Tondo Doni; Uffizi, Florence

Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni, beter bekend onder alleen zijn voornaam Michelangelo [mikeˈlandʒelo] (Caprese, 6 maart 1475Rome, 18 februari 1564) was een Italiaans kunstschilder, beeldhouwer, architect en dichter. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste kunstenaars uit de Italiaanse renaissance.

Leven[bewerken]

De oudste biografie van Michelangelo is die van Giorgio Vasari als onderdeel van zijn "de Vite". Vasari was een goede vriend van Michelangelo, en ruimt in zijn levensbeschrijving van kunstenaars voor hem dan ook de meest prominente plek in.

Jeugd[bewerken]

De vader van Michelangelo, Lodovico, stamde af van een ooit welvarende koopmansfamilie uit Florence. Lodovico was burgemeester van Caprese. Michelangelo was zes jaar oud toen zijn moeder stierf. Nadat het gezin naar Florence verhuisd was, werd Michelangelo aan een min toevertrouwd. Omdat de min de vrouw van een steenhouwer was, grapte Michelangelo later dat hij de liefde voor de beeldhouwkunst reeds met de melk van zijn min ingegoten had gekregen.

Michelangelo had als jongetje maar weinig belangstelling voor school, hij bracht zijn tijd liever door met tekenen. Zijn uitzonderlijke talenten bleken reeds op jonge leeftijd. Zijn vader had aanvankelijk weinig begrip voor de plannen van zijn zoon. De sociale status van het kunstenaarsberoep was niet hoog. Toch zette Michelangelo zijn plannen door. Op zestienjarige leeftijd ging hij in de leer bij Domenico Ghirlandaio. Niet veel later ging hij studeren bij de beeldhouwer Bertoldo di Giovanni, voormalig pupil van Donatello.

Van 1490 tot 1492 stond de jonge kunstenaar onder bescherming van de roemruchte Lorenzo I de' Medici, genaamd Il Magnifico (de prachtlievende). Zo had hij toegang tot de oudheidkundige verzameling in de tuin bij het klooster San Marco. In die jaren verkeerde Michelangelo in kringen van vooraanstaande geleerden en dichters als Marsilio Ficino en Angelo Poliziano.

Bologna[bewerken]

Na de dood van Lorenzo de' Medici kwam Florence in de greep van de Dominicaanse monnik Girolamo Savonarola. Savonarola was fel gekant tegen pracht en praal in de kunsten en hierdoor bepaalde hij het culturele klimaat in de stad. Michelangelo ontvluchtte zijn stad en vertrok naar Bologna. Daar trok hij voor een jaar in bij de adellijke Gianfrancesco Aldovrandi. In Bologna schiep de inmiddels twintigjarige Michelangelo de Engel met kandelaar en de beelden van Sint Proculus en Sint Petronius.

Niet alleen de liefde voor de beeldende kunst verbond Michelangelo met de edelman, maar ook die voor de literatuur. Michelangelo las Aldovrandi voor uit het werk van de beroemde Toscaanse dichters Dante Alighieri, Giovanni Boccaccio en Francesco Petrarca. Michelangelo's eerste verzen, die een paar jaar later ontstonden, laten vooral de invloed van Petrarca zien.

Eerste verblijf in Rome[bewerken]

Na een kortstondige terugkeer in Florence vertrok hij naar Rome. De enorme antieke kunstschatten daar oefenden een enorme aantrekkingskracht uit op Michelangelo. In Rome maakte hij zijn eerste Romeinse werken: zijn beeld van Bacchus en de beroemde Pietà, die nu opgesteld staat in een van de rechter zijkapellen van de Sint-Pieter in Rome. Het thema van de Pietà komt later nog drie keer terug in zijn werk met beeldengroepen in Florence en Milaan.

Terug in Florence[bewerken]

Hij keerde in 1501 terug in Florence en trof daar een sterk verbeterd politiek klimaat aan. Er brak een vruchtbare periode aan voor Michelangelo waarin hij belangrijke opdrachten kreeg, zoals voor zijn beroemde David. Samen met Leonardo da Vinci werd hij gevraagd voor de uitvoering van twee grote muurschilderingen in het Palazzo Vecchio. Geen van beide kunstenaars hebben echter hun fresco voltooid. Er bleven slechts schetsen van over.

Paus Julius II[bewerken]

In 1505 werd Michelangelo door paus Julius II naar Rome gehaald om diens grafmonument te ontwerpen en uit te voeren. Dit project werd met verscheidene onderbrekingen en aanpassingen pas in 1545 voltooid, 32 jaar na het overlijden van de paus. Oorspronkelijk moest het een vrijstaand, groots monument worden met 40 gebeeldhouwde figuren. In sterk afgeslankte vorm is het nu in de kerk van San Pietro in Vincoli te Rome te zien.
Het beeld van Mozes (ca. 1516) is daarvan het bekendste onderdeel, maar ook de zes beroemde zogenaamde Slaven (Galleria dell'Accademia, Florence en het Louvre, Parijs) waren voor deze tombe bedoeld.
De opdracht van de paus voor fresco's op het plafond van de Sixtijnse Kapel in Rome leidde tot Michelangelo's beroemdste schilderwerken. De Schepping van Adam is het bekendste onderwerp op het plafond.

Eerste architectonische opdrachten[bewerken]

De eerste architectonische opdracht die Michelangelo kreeg, betrof het decoreren van de onbewerkt gebleven façade van de San Lorenzobasiliek in Florence. Hij werkte in opdracht voor paus Leo X. Lang nadat Michelangelo het eerste ontwerp had ingeleverd, trok de paus zich in 1520 echter terug uit het project. Beter ging het met de planning van de Biblioteca Medicea Laurenziana in opdracht van paus Clemens VII in 1524. De bibliotheek herbergt de waardevolle handschriftencollectie van de Medici.

Laatste dertig jaar in Rome[bewerken]

In 1534 vestigde Michelangelo zich definitief in Rome, waar hij de laatste dertig jaar van zijn leven doorbracht. Na de dood van Clemens VII nam de nieuwe paus Paulus III Michelangelo onmiddellijk in dienst. Hij bevond zich toen op het toppunt van zijn roem. In 1535 werd Michelangelo opnieuw benaderd voor een schilderopdracht in de kapel. Deze keer moest de muur achter het altaar beschilderd worden met "Het Laatste Oordeel". Het fresco werd in 1541 voltooid.
Vanwege het grote Westers Schisma in de 14e eeuw was de pauselijke kerk in vergevorderde staat van verval. Halverwege de 15e eeuw maakte men onder paus Nicolaas V plannen voor uitbreiding van de Sint Pieter. Het was paus Julius II die vijftig jaar later tot nieuwbouw besloot en bij wie ook Michelangelo in dienst was. Hij was intussen al de zevende architect van het project. Hij keerde terug naar het oorspronkelijke plan van Donato Bramante, die een symmetrische ronde koepel voor ogen had. Het project werd pas na Michelangelo's dood voltooid.

Michelangelo ontwierp ook het plein en de trap van Piazza del Campidoglio te Rome.

Dood[bewerken]

Michelangelo stierf op 18 februari 1564 te Rome, enkele weken voor zijn 89e verjaardag. Zijn laatste woorden werden door Vasari opgetekend:

"Ik geef mijn ziel terug in de hand van God, mijn lijf aan de aarde, en mijn bezit aan mijn familie".

Zijn kunstwerken brachten hem tijdens zijn leven al zoveel roem, dat men hem met Giorgio Vasari wel Il divino Michelangelo, de goddelijke Michelangelo noemde. Zijn werk wordt als groots en uitzonderlijk betiteld en geldt als het hoogtepunt van de Italiaanse renaissancekunst.
Michelangelo ligt begraven in een door zijn goede vriend Vasari ontworpen praalgraf, in de Basilica di Santa Croce te Florence.

Liefde[bewerken]

Liefde was zeer belangrijk in het oeuvre en leven van de kunstenaar. Zijn werken belichamen de liefde voor de goddelijke schepping, zowel in het marmer, de schilderkunst als in de mannelijke schoonheid. Over Michelangelo's privéleven vermelden vele bronnen één naam. Zijn grote liefde zou Tommaso dei Cavalieri geweest zijn. Verder onderhield Michelangelo een vriendschap met Vittoria Colonna, met wie hij een regelmatig briefcontact had. Michelangelo was veel ouder dan zijn adellijke aanbidder Tommaso, maar zijn liefde blijkt uit de vele romantische gedichten en sonnetten die Michelangelo aan hem opdroeg. In het strenge Vaticaan waren vele van zijn werken controversieel, ze zouden soms te expliciet geweest zijn. De David groeide uit tot een symbool van de westerse beeldhouwkunst. Adam en David zijn de goddelijke volmaakte schepping en getuigen van Michelangelo's aanbidding voor het mannelijke lichaam. Michelangelo zelf is nooit gehuwd geweest en bleef trouw aan zijn liefde voor de kunst.

Werken[bewerken]

Beeldhouwwerk[bewerken]

Schilderstukken[bewerken]

Architectuur[bewerken]

Poëzie[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Gill, Anton: Il Gigante", Florence en Michelangelo's David,
  • Grömling, Alexandra: Michelangelo

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Portret van Michelangelo[bewerken]