Koninklijk Museum voor Midden-Afrika

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) is een van de elf wetenschappelijke federale instellingen (FWI) in België, gelegen aan de Leuvensesteenweg in Tervuren in een bosrijke omgeving ten oosten van Brussel.

Inhoud

Situering [bewerken]

Voorkant museum, met Franse tuin

Het museum, dat tot het drukst bezocht museum van België behoort, herbergt uitzonderlijke collecties uit Centraal-Afrika. Zo beschikt het onder andere over 's werelds rijkste en meest befaamde verzameling etnografische voorwerpen uit Centraal-Afrika en over het volledige archief van Henry Morton Stanley. De wetenschappers werken in vijf verschillende domeinen :

De inhoud van het museum wordt ontsloten door het tentoonstellen van een deel van de collectie en het organiseren van tijdelijke tentoonstellingen.

Geschiedenis van het KMMA [bewerken]

Deel van de Franse tuin
Reclameposter voor het museum (1910)

Het huidige museum dankt zijn ontstaan aan een tijdelijke tentoonstelling die in 1897 haar deuren opende als koloniaal luik van de Wereldtentoonstelling in Brussel. De drijvende kracht achter dit initiatief was koning Leopold II. Voor deze tentoonstelling werd het Paleis der Koloniën gebouwd. Een jaar na de tentoonstelling kreeg dit tijdelijk evenement een permanent karakter en ontstond het 'Musée du Congo', dat naast een museale ook een wetenschappelijke opdracht vervulde. De collecties groeiden zo snel aan dat Leopold II reeds in 1902 besliste om een groter museum te laten bouwen. De Franse architect Charles Girault, bekend van het Parijse Petit Palais en de Koninklijke Gaanderijen van Oostende, tekende de plannen en in 1904 begon men met de bouw van het huidige museum, genoemd: Musée Colonial de Tervueren. De gevels van het gebouw werden opgetrokken in Luxemburgse zandsteen op een sokkel van blauwe hardsteen. In het interieur overheerst marmer in bedachte motieven en gevarieerde kleuren. Achter de bepleisterde gewelven wendde men staal aan als constructie-element. Net zoals in het Petit Palais voorzag de ontwerper het museum van twee ingangen. Aan de Leuvensesteenweg bevond zich de ingang voor het grote publiek. Bijzondere gasten kon men via de parkzijde in de grote erehal onder de koepel ontvangen. Door de verkeersdrukte aan de Leuvensesteenweg werd in de jaren 80 van de 20e eeuw deze toegang afgeschaft.
Op 30 april 1910, het jaar na de dood van Leopold II, vond de plechtige opening van het museum plaats door Leopolds opvolger Albert I en de toenmalige minister van Koloniën Jules Renkin. Bij de inhuldiging bracht Albert I hulde aan het werk van zijn voorganger en de moed van de pioniers. Tussen de lijnen door uitte hij ook voorzichtige kritiek op de koloniale politiek van Leopold II.

Meer dan honderd jaar na zijn ontstaan is het KMMA uitgegroeid tot een interculturele ontmoetingsplaats en een internationaal wetenschappelijk onderzoekscentrum. Volgens de opdrachtverklaring van het KMMA is deze instelling een wereldcentrum voor onderzoek en voor de verspreiding van kennis inzake het verleden en heden van samenlevingen en natuurlijk milieus in Afrika. Om de federale begroting van 2006 sluitend te maken, zijn bepaalde gebouwen van het KMMA ondertussen verkocht door de federale regering.

Collectie [bewerken]

De in het hoofdgebouw tentoongestelde voorwerpen en dieren vormen minder dan 5 % van de totale museumverzameling. Enkele cijfers illustreren de rijkdom van de collectie. Het departement Afrikaanse Zoölogie telt meer dan 10.000.000 specimens, waaronder 6.000.000 insecten en 600.000 vissen.

De etnografieverzameling kan bogen op 120.000 etnografica (waarvan 1.600 in de tentoonstellingszalen). De afdeling etnomusicologie beheert 8000 muziekinstrumenten verzameld in subsaharisch Afrika en inzonderheid in Centraal-Afrika (Congo, Rwanda en Burundi) en 2.500 uren opnamen van traditionele muziek uit subsaharisch Afrika (inzonderheid Centraal-Afrika) waarvan de oudste teruggaan tot 1910 (wassen Edison-rollen). Het Xylarium bevat meer dan 56.000 houtstalen. Meer dan 500.000 films en foto's worden bewaard in de filmotheek en fototheken. Het departement Geschiedenis beheert tot slot duizenden historische objecten en ettelijke kilometers archiefdocumenten.

Gebouwen [bewerken]

Ingang museum via tuin met de in 2006 gerestaureerde koepel
Buste Koning Leopold II in de binnentuin van het museum

Het huidige museumcomplex bestaat uit 5 gebouwen. Het centraal gelegen hoofdgebouw biedt onderdak aan de permanente tentoonstellingen. Het werd gebouwd onder Leopold II, door de Franse architect Charles Girault. Het gebouw is 125 m lang en 75 m breed. De voorgevel werd naar het voorbeeld van de neoclassicistische Franse praalpaleizen ingericht. Aan de rechterzijde van dit imposante gebouw bevindt zich het directiepaviljoen, aan de linkerzijde het Stanleypaviljoen, waar het volledige Stanleyarchief is in ondergebracht. In het Koloniënpaleis en in het CAPA-gebouw huizen verschillende wetenschappelijke departementen.

Na de laatste restauratie van 1958 was het centrale museumgebouw en bij uitbreiding de gehele museumsite toe aan een grondige renovatie. Het meer dan 100 jaar oude gebouw is heden ten dage niet meer aangepast aan de noden van een actuele museumwerking. Er werd in 2007 een globaal masterplan opgesteld voor het museumgebouw, de tuinen, het Centrum voor Rijkswetenschappelijk Onderzoek, het Koloniënpaleis, het Directiepaviljoen en het Stanleypaviljoen door de tijdelijke vereniging Stephan Beel Architecten (ST SBA). Na de volledige herziening van de site tegen 2013 zullen de nu verspreide archieven een plaats vinden in een nieuw te bouwen collectietoren. De wetenschappelijke diensten van het museum zullen een onderkomen vinden in het Centrum voor Rijkswetenschappelijk Onderzoek. Het oude Koloniënpaleis krijgt zijn vroegere publieksgerichte functie terug als congrescentrum, mediatheek en feestzaal. Men voorziet ook een nieuw apart te bouwen onthaalpaviljoen tussen het directiegebouw en het Koloniënpaleis. In dit gebouw vindt dan de ticketverkoop, de shop, het restaurant, de vestiaires en een picknickruimte voor kinderen zijn plaats. Via een ondergrondse galerij komt men van het nieuwe onthaalgebouw dan in het bestaande museumgebouw. Hier zijn ook de nieuwe ruimtes voor de tijdelijke tentoonstellingen ondergebracht. De bestaande ingesloten patiotuin van het museum wordt ook aangepakt. Deze krijgt een verdiepte tuin die licht brengt op het ondergrondse niveau. Het geheel kan ook dienstdoen als openluchttheater.
De werkzaamheden starten in 2013, de oplevering is voorzien tegen 2015.

Kennisverspreiding [bewerken]

Verschillende wetenschappelijke databanken zijn voor het publiek toegankelijk. Zo beheert Metafro InfoSys een enorme metadatabank die een catalogus van gegevensbronnen over Centraal-Afrika bevat. Bovendien beschikt het KMMA over publieksgerichte diensten die een link zijn tussen het grote publiek en de collecties en het wetenschappelijke werk van het KMMA. De laatste jaren plaatste het Museum zich herhaaldelijk in de kijker met een aantal opmerkelijke tentoonstellingen. Het nieuwe beleid inzake tijdelijke tentoonstellingen richt zich op de valorisatie van de eigen museumcollectie en het hieraan verbonden wetenschappelijk onderzoek en op het ontvangen van externe tentoonstellingen.
De dienst educatie en cultuur organiseert activiteiten voor kinderen, jongeren en volwassenen die een verhelderende interdisciplinaire kijk op Afrika bieden.

Fotogalerij [bewerken]

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties