Charles Girault

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Triomfboog in het Jubelpark
Koninklijke serres in Laken

Charles Louis Girault (Cosne-Cours-sur-Loire (Nièvre), 27 december 1851 - Parijs, 26 december 1932) was een Frans architect en kunstenaar. Hij is bekend als architect van de Triomfboog in het Jubelpark in Brussel van 1905, de koninklijke serres in Laken en het Koninklijk Museum van Midden-Afrika in Tervuren uit 1910. Italië beïnvloedde hem en hij had een voorliefde voor de schoonheid van de industriële technologie. De Eiffeltoren was voor hem "de steiger van een punt in de hemel." Het graf van Scaliger in Verona zoals in het museum van Caen en de restauratie van de Villa Adriana van keizer Hadrianus in Tivoli zijn meesterwerken van hem. Hij was voorzitter van de Centrale Vereniging van Architecten, hij was inspecteur-generaal van de civiele gebouwen in Frankrijk en voorzitter van internationale conferenties en architectuurjury’s.

Jeugd[bewerken]

Girault werd geboren in Cosne-Cours-sur-Loire. Er is weinig geweten over zijn kindertijd en jeugd in Cosne, behalve dat die zich kenmerkt door eenzaamheid. Zijn vader bleek vaak voor malafide zaken in Zuid-Amerika, waar hij woonde met zijn vrouw en twee dochters. Charles verbleef in Frankrijk bij zijn grootmoeder. In 1870 roept de Frans-Pruisische oorlog hem onder de wapens. Hij onderbrak definitief zijn schoolcarrière. Na de demobilisatie keerde hij terug naar de Nièvre om er te werken. Als tekentalent ging hij aan de slag bij een ondernemer in sloten en ijzerwerk. Het is daar, dat de beroemde architect Honore Daumet bijna per ongeluk, zijn tekeningen zag en hem in zijn klas opnam. De onverwachte ontmoeting loodste Charles Girault in 1873 als tweeëntwintigjarige naar de Parijse prestigieuze École des Beaux Arts.

In 1880 won hij op zijn 29ste de Prix de Rome met als onderwerp Verblijf voor zieke kinderen op de oevers van de Middellandse Zee. Daarna ging hij naar Italië, waar een artistieke cultuurschok zijn leven in een nieuwe fase bracht. In Rome was hij te gast in de plaatselijke Franse Academie van 28 januari 1881 tot 31 december 1884. Terug in Frankrijk kocht hij een riant huis in Bièvres en ontwierp hij het huis en het een park naar de Florentijnse stijl die hem aansprak.

Het Grand en Petit Palais[bewerken]

Voor de Parijse Wereldtentoonstelling van 1900 ontwierp hij het Petit Palais dat het Museum voor Schone Kunsten zou worden. Hij coördineerde de architectenbureaus die het Grand Palais realiseerden. In 1902 werd hij aangesteld als lid van de Académie des Beaux-Arts.

Architect van de Koning der Belgen[bewerken]

Leopold II bezocht de Parijse tentoonstelling van 1900 en werd verblind door het Petit Palais. Hij vroeg Girault een replica te bouwen in Brussel. Girault vond een kopie maar niets. Niettemin klikte het tussen de twee en Girault werd koninklijk architect die mee boetseerde aan het gezicht van België van Leopold II. In Brussel realiseerde hij de uitbreiding van het Kasteel van Laken, bracht hij verbeteringswerken aan in de villa Vanden Borgh, het neoclassicistische Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren (1902-1910) en de Triomfboog (Arcades du Cinquantenaire) voor de viering van de vijftigste verjaardag van België. Langs de Oostendse zeedijk creëerde hij de 300 meter lange zuilengalerij of de "Koninklijke Gaanderijen" in (1905). Hij slechtte en effende hiervoor een even lange duinenstrook.

Pasteurs graf[bewerken]

Een ontroerend werk van Girault is het graf van Louis Pasteur, de ontdekker van het vaccin tegen hondsdolheid. Bij de dood van Pasteur in 1895, vroeg zijn familie om het graf te construeren in het Institut Pasteur.

Trivia[bewerken]

  • Ter ere van de architect heet de weg tussen het Petit Palais en de Champs Elysees de Avenue Charles Girault.