Bijenwas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaars van een opgerolde plaat kunstraat
Net uitgescheiden nog witte wasplaatjes met daarboven een tussenwand van bijenwas.
Palmitinezuurmyricylester[1]
Close-up van kunstraten van bijenwas
(diameter: 5 - 6 mm)
detail van een wassen kind Jezus, volkskunst

Bijenwas of ceratiet is een vettige stof die door sommige soorten bijen wordt geproduceerd en waaruit zij de wanden maken van de cellen die zich in het nest in de raten bevinden en waarin honing en stuifmeel worden opgeslagen en jong bijenbroed wordt opgekweekt.

Bijenwas is een stevige substantie met een vrij hoog molecuulgewicht, die tussen de 62 en 65 °C smelt. Als toevoeging aan levensmiddelen is het bekend als E-nummer 901.

Samenstelling[bewerken]

Bijenwas bestaat voornamelijk uit esters van vetzuren met vetalcoholen met lange ketens. Dit in tegenstelling tot vetten die hoofdzakelijk uit esters van glycerol bestaan. Bijenwas bestaat voor ongeveer 60% uit myricine dat op haar beurt uit ongeveer 30% myricylpalmitaat C15H31–COO–C30H61 bestaat. Verder komen in bijenwas cerotinezuur C25H51–COOH, melissinezuur en vergelijkbare zuren (12 %), alkanen (ongeveer 14 %), alcoholen (ongeveer 1 %) en andere stoffen, zoals bijensoortspecifieke aromastoffen (6 %) voor.

Herkomst[bewerken]

Was is naast honing een belangrijk product van de imkerij.

12 tot 18 dagen oude werkbijen maken de was met behulp van wasklieren, die aan weerszijden van het achterlijf, tussen het 3e en 6e buiksegment zitten. Elke wasspiegel heeft ongeveer 20.000 waskliertjes. De vloeibare was vormt in de buitenlucht 8 milligram zware plaatjes. De net uitgescheiden was is wit, maar wordt later geel gekleurd door de uit het stuifmeel opgenomen olie dat caroteen bevat.

In de moderne imkerij kunnen de raten enkele malen worden hergebruikt, maar oude raten vervuilen, zijn een mogelijke ziektebron en worden door de bijen minder graag gebruikt. Deze oude was wordt gesmolten en gereinigd en is dan als blok beschikbaar voor andere toepassingen.

Vroeger, toen nog met korven geïmkerd werd, betekende de honingoogst ook de vernietiging van het nest. De raten konden niet worden hergebruikt en zodoende had de imker meer was over.

Recycling[bewerken]

Uit de omgesmolten was kunnen platen gemaakt worden met een opdruk van een raatstruktuur. Deze kunnen in de moderne bijenkast worden opgehangen om de bijen te helpen bij de nestbouw. Daar de productie van was voor de bijen veel energie (dus honing) kost, blijft zodoende meer honing over die de imker kan oogsten.

Een probleem bij het hergebruik van was zijn de bestrijdingsmiddelen die de imker tegen ziektes in de korf inzet of in het verleden inzette. Deze belanden gedeeltelijk in de was. Bij het hergebruik kan de gifconcentratie steeds hoger worden en kan het gif vanuit de was in de honing belanden.

Andere toepassingen van bijenwas[bewerken]

Mensen gebruiken was voor vele doeleinden, o.a. om kaarsen van te maken en in boenwas of als poetsmiddel voor onbewerkte houten voorwerpen en vloeren. Voor onder meer drop wordt bijenwas als glansmiddel gebruikt. Ook in crèmes en andere cosmetica wordt veel gebruikgemaakt van bijenwas en derivaten van bijenwas.

De INCI-namen van bijenwas zijn:

  • Cera alba (witte, gebleekte bijenwas)
  • Cera flava (gele bijenwas)

Gebruik van bijenwas in de kunst[bewerken]

Bijenwas wordt in de schilderkunst gebruikt als bindmiddel. In de techniek encaustiek worden pigmenten vermengd met hete bijenwas, hars, en nog een paar stoffen. Het levert zeer goed houdbare schilderingen op met een transparante kwaliteit. De beroemde Fayum-portretten (Egypte, 1e-3e eeuw) zijn in deze techniek geschilderd. Ook in Griekenland werd de techniek vanaf de 5e eeuw voor Christus toegepast. De verf hoeft in deze techniek niet te drogen, alleen af te koelen, zodat er direct weer lagen overheen kunnen worden aangebracht.

Ook in de beeldhouwkunst wordt bijenwas vanouds gebruikt, om mee te boetseren of om wasafgietsels uit te vormen voor het gieten met de verloren was methode).

Ook wordt het gebruikt om glans aan te brengen op houten sculpturen.

Overige toepassingen[bewerken]

Bijenwas wordt eveneens gebruikt voor het zgn. wassen (smeren) van kammen en staven van een windmolen.

Het 'wassen' van staven in een molenrad
Honingraten
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Siegfried Hauptmann: Organische Chemie, 2. Auflage, VEB Deutscher Verlag für Grundstoffindustrie, Leipzig, 1985, S. 654, ISBN 3-342-00280-8.