Hendrickje Stoffels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Hendrickje Stoffels op het plein 't Zand te Bredevoort
Hendrikje Stoffels, badend in een rivier, 1654, Olieverf op paneel, 61.8 x 47 cm; National Gallery, Londen; Het schilderij toont het clair-obscur waar Rembrandt onder meer zo beroemd om is geworden. Ook prachtig zijn de grove streken waarmee het hemd is geschilderd, in contrast met het zacht en gedetailleerd uitgewerkte gezicht.

Hendrickje Stoffels (Bredevoort, 1626Amsterdam, juli 1663) was een schildersmodel ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en partner van de kunstschilder Rembrandt van Rijn.

Jeugd in Bredevoort[bewerken]

Hendrickje werd geboren als dochter van sergeant Stoffel Stoffelse en Mechteld Lamberts in de garnizoensstad Bredevoort in de Gelderse graafschap Zutphen. Sergeant Stoffel Stoffelse was eigenlijk Jager van het kasteel te Bredevoort en werd daarom ook Jeger genoemd. Zijn kinderen heetten in de omgangstaal 'Jegers', maar in officiële acten steeds 'Stoffels'. Hermen was jarenlang een zeer geacht burger in Bredevoort. Van hem stammen in vrouwelijke lijn veel huidige Bredevoortse families af.

Hendrickje had drie broers: Hermen, Berent en Frerick. Hermen en Berent waren een tijdlang ook soldaat in Bredevoort. Zij hebben geen dienst gedaan buiten deze plaats. Berent en Frerick zijn beiden vrij jong gestorven. Berent overleed in hetzelfde jaar als Hendrickjes vader. Hendrickje had een zus, Martijne Jegers, en misschien had ze ook nog een zus Margriete. Martijne trouwde met Jan Kerstens Pleckenpoel uit Lichtenvoorde. Deze was eveneens een tijdlang soldaat in Bredevoort. Na zijn overlijden hertrouwde Martijne met Berent van Aelten.

Hendrickjes vader overleed vrijwel zeker in juli 1646, mogelijk als niet-geïdentificeerd slachtoffer van de explosie van de kruittoren in Bredevoort in juli 1646. In januari 1647, na de normale rouwtijd van een half jaar, hertrouwde de weduwe Mechteld Lamberts met buurman Jacob van Dorsten, een weduwnaar met drie nog jonge kinderen. Als gevolg van deze gezinsomstandigheden moet Hendrickje in 1646 of 1647 naar Amsterdam zijn vertrokken.

Amsterdamse periode[bewerken]

Hendrickje was dus vanaf ongeveer 1647 bij Rembrandt in huis. In eerste instantie als dienstmeisje, maar al snel werd zij meer. In 1649 is Hendrickje in de zomer terug in Bredevoort; ze wordt dan als doopgetuige vermeld in het Bredevoorts Doopboek. De Tachtigjarige Oorlog was voorbij en eindelijk was er ook in het oosten van het land rust gekomen. Mogelijk heeft Rembrandt samen met haar de reis naar Bredevoort gemaakt. In 1654 moet Hendrickje voor de kerkenraad verschijnen omdat ze "in hoererij" leeft met Rembrandt. Dat ze niet alleen zijn dienstmeisje was, was wel duidelijk, want ze was zwanger van zijn dochter. Op 30 oktober 1654 werd Cornelia van Rijn gedoopt in de Oude Kerk te Amsterdam.

In het begin kon Rembrandt niet met Hendrickje trouwen, omdat hij dan de erfenis van zijn eerste vrouw Saskia van Uylenburgh zou verspelen. Zelfs met dat geld had hij al genoeg financiële problemen. Maar toen Saskia's zoon Titus in 1655 op zijn veertiende verjaardag de leeftijd bereikte waarop het wettelijk mogelijk was een testament op te zetten, zorgde Rembrandt er onmiddellijk voor dat hij door zijn zoon als enig erfgenaam werd geïnstalleerd. Desondanks kwam er geen huwelijk met Hendrickje. Rembrandt wilde geen nieuwe verplichtingen aangaan. Dat hij hen daardoor allebei in opspraak bracht, kon hem blijkbaar niet schelen.[1]

Hendrickje kon goed opschieten met Titus, de zoon van Rembrandt en Saskia. Omdat Rembrandt steeds verder in de financiële problemen raakte, begon zij in 1658 samen met Titus een kunstwinkel waar ze zijn schilderijen verkochten. Om Rembrandt tegen zijn schuldeisers te beschermen, werd hij door Hendrickje en Titus aangenomen als employé. Het voormalige dienstmeisje Hendrickje Stoffels was dus nu - tenminste in naam - opgeklommen tot de positie van Rembrandts baas. [2] Volgens Christoph Driessen is Rembrandts opvallende productiviteit aan het begin van de jaren zestig waarschijnlijk op de door haar geboden steun terug te voeren.[3] 'Ze organiseerde zijn leven voor hem en behoedde hem na zijn faillissement voor de totale ondergang.'

In 1663 trof een pestepidemie Amsterdam. Ook Hendrickje werd door deze ziekte getroffen.

Hendrickje werd op 24 juli 1663 begraven in de Westerkerk in Amsterdam. Er zijn meerdere schilderijen van Rembrandt waarvan wordt vermoed dat zij hiervoor model heeft gestaan.

Trivia[bewerken]

  • LINT-treinstel 24 van vervoersmaatschappij Syntus is vernoemd naar Hendrickje Stoffels.

Bibliografie[bewerken]

  • Driessen, Christoph: Rembrandts vrouwen, Uitg. Bert Bakker of Prometheus, Amsterdam, 2011. ISBN 9789035136908

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Driessen, C. (2011) Rembrandts vrouwen, p. 185.
  2. Driessen, C. (2011) Rembrandts vrouwen, p. 202.
  3. Driessen, C. (2011) Rembrandts vrouwen, p. 213.