Russische Revolutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Russische Revolutie van 1917
Sovjets vallen de tsaristische politie aan
Sovjets vallen de tsaristische politie aan
Datum 1917
Locatie Rusland
Resultaat Troonsafstand van Nicolaas II
Einde van het Keizerrijk Rusland
Bolsjewieken nemen de macht over
Begin van de Russische Burgeroorlog
Strijdende partijen
Flag of Russia.svg Keizerrijk Rusland Flag of Russia.svg Russische Voorlopige Regering Socialist red flag.svg Sovjet van Petrograd
Socialist red flag.svg Bolsjewistische Partij
Commandanten
Flag of Russia.svg Nicolaas II van Rusland Flag of Russia.svg Aleksandr Kerenski Socialist red flag.svg Vladimir Lenin

De Russische Revolutie (Russisch: Русская революция, Russkaja revoljoetsija) was een grootschalige omwenteling in het Keizerrijk Rusland tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw. In zekere zin was sprake van een reeks van revoluties. Deze hadden de verdwijning van het tsaristische regime en de oprichting van de Sovjet-Unie, de eerste communistische staat ter wereld, tot gevolg. Bij de Februarirevolutie in 1917 werd de tsaar afgezet en vervangen door een voorlopige regering. Bij een volgende omwenteling, de Oktoberrevolutie, werd de voorlopige regering vervangen door een bolsjewistische (communistische) regering. Hierna brak er een burgeroorlog uit tussen de "Roden" (bolsjewieken/communisten) en de "Witten" (mensjewieken en Russische adel), die meerdere jaren duurde. Uiteindelijk wonnen de bolsjewieken. Op deze manier had de revolutie de weg vrijgemaakt voor de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR).

De Russische Revolutie was een van de allerbelangrijkste, meest ingrijpende gebeurtenissen van de twintigste eeuw. De revolutionairen streefden naar een totale herstructurering van maatschappij en economie. Het was hun bedoeling een wereldrevolutie tot stand te brengen.

Oorzaken en uitkomst[bewerken]

Zoals iedere grote omwenteling had ook de Russische Revolutie tal van oorzaken. De vraag is ook of en in hoeverre de revolutie onafwendbaar was. In ieder geval was de rigiditeit van het politiek bestel een van de voornaamste oorzaken.
De liberaal Peter Struve was van mening dat de wortels van de revolutie waren gelegd tijdens het bewind van keizerin Anna (1730-1740). Om de troon te verwerven had Anna verregaande beloften aan de adel moeten doen waardoor de macht van de tsaar/tsarina sterk werd beperkt. Kort na haar troonsbestijging verklaarde zij haar toezeggingen nietig. Een volgende poging om de macht van de tsaar te beperken vond pas plaats in 1825 tijdens de Dekabristenopstand.

Pipes wijst erop dat de aanwezigheid van een intellectuele elite, de intelligentsia, een noodzakelijke voorwaarde is voor een revolutie. Zonder politiek program, zonder ideologie kan geen revolutie plaatsvinden. "Opstanden gebeuren bij toeval; revoluties worden gemaakt."[1] Kenmerkend voor Rusland was het bestaan van een relatief grote en actieve groep radicale intellectuelen, die er bewust naar streefde aan de macht te komen.

De revolutie leidde uiteindelijk niet tot een democratischer of liberaler regime in Rusland; integendeel, de despotie van de tsaren bleek niet opgewassen tegen de combinatie van binnenlandse spanningen en een moderne oorlog; de anarchie die op de ineenstorting van het regime volgde, maakte de weg vrij voor de stalinistische dictatuur. In zekere zin was sprake van een cirkelbeweging.
Een complex van factoren was de oorzaak van het verloop van de gebeurtenissen en het uiteindelijk resultaat van de revolutie. Figes wijst op de afwezigheid van onafhankelijke staatsinstellingen naast de monarchie, de geringe invloed van liberalen, de geïsoleerdheid van de boerenmassa en het ongekende fanatisme van de revolutionaire beweging in Rusland.[2]

Afbakening[bewerken]

Grote historische gebeurtenissen hebben zelden een duidelijk afgebakend begin- en eindpunt. De Russische Revolutie is wat dat betreft geen uitzondering. Veel studies behandelen hoofdzakelijk de gebeurtenissen in de jaren 1917, 1918, 1919 en 1920. Figes en Pipes komen allebei tot een ruimere invulling van het begrip. Pipes constateert dat er vanaf de jaren 60 van de negentiende eeuw een revolutionaire beweging in Rusland actief was. Nadat de bolsjewieken de burgeroorlog in 1920 hadden gewonnen, duurde het enkele jaren voordat zij hun politiek program daadwerkelijk konden uitvoeren. Pas aan het eind van de jaren 20 kregen de revolutionairen de kans hun ideologie in de praktijk te brengen. Pipes ziet de dood van Stalin (1953) als het keerpunt: het door de revolutie opgebouwde systeem werd nadien gaandeweg afgebroken.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Het Russische Rijk was aan het einde van de negentiende eeuw een van de weinige landen in Europa waar de macht van de vorst vrijwel onbeperkt was. Sinds 1613, het jaar waarin de bojaren de kroon aan Michaël I hadden aangeboden, werd het land geregeerd door de Romanovs. Zij hadden het rijk in alle windrichtingen uitgebreid.
Rond 1900 telde het Russische Rijk ongeveer 126 miljoen inwoners. In 1897 was er voor het eerst een volkstelling gehouden. Volgens de telling waren de 56 miljoen Russen (Groot-Russen) weliswaar de grootste nationale groep binnen het rijk, maar desondanks een minderheid. Andere Oost-Slavische volkeren waren de Oekraïners of Klein-Russen en de Wit-Russen. Door de 22 miljoen Oekraïners als Russen te beschouwen - zoals de regering deed - leek de meerderheid van de bevolking uit Russen te bestaan. Iedere oprisping van Oekraïens nationalisme werd door de regering onderdrukt.[3]

Naar omvang was het Russische Rijk de vijfde economie ter wereld. Ruim driekwart van de bevolking was boer. De landbouw was de belangrijkste sector van de economie. Rusland exporteerde hoofdzakelijk landbouwproducten. In dit opzicht leek het Russische Rijk meer op een Aziatisch dan op een Europees land.

De politieke en sociale structuur van Rusland verschilde fundamenteel van West-Europese staten. De bureaucratie was zeer machtig, de sociale mobiliteit gering. Het rijk probeerde een leidende rol te spelen in de internationale politiek; het was een van de grote mogendheden. Om internationaal bij te blijven was modernisering van de economie noodzakelijk; die was dan ook relatief modern en dynamisch. De dynamiek van de economie ondermijnde de traditionele, rigide structuren. In de praktijk beperkte ook de uitgestrektheid van het rijk de macht van de tsaren. Veel beslissingen werden feitelijk genomen door de bureaucratie.

Peter de Grote (1682-1725) had de positie van de tsaar in zijn militaire verordening van 1716 als 'onbeperkt' en 'autocratisch' soeverein vastgelegd. Zijn verordening bleef tot het begin van twintigste eeuw van kracht. Ook alle wetgevende macht berustte bij de tsaar. Het idee van een grondwet, die hun macht zou beperken, was de meeste tsaren een gruwel.
Peter de Grote had Rusland ook een nieuwe hoofdstad gegeven: Sint-Petersburg. Midden in de Neva had hij de Petrus- en Paulusvesting laten bouwen. De vesting was het symbool van het autocratisch bewind van de tsaren. Binnen de vesting was ook de beruchte gevangenis, waar vele politieke gevangenen gevangen werden gehouden.

Alexander II en Alexander III[bewerken]

Toen tsaar Alexander II de regels in Rusland iets versoepelde - hij wilde Rusland een grondwet geven - kwamen er meteen verzetsgroepen die zich tegen het beleid van de tsaar verzetten. Zo was er een radicale organisatie bekend onder de naam narodnaja volja, "Volkswil", (1879). Onder het motto 'De geschiedenis is traag, we moeten haar soms een duwtje geven' werd een aanslag op de tsaar voorbereid. De opvolger van Alexander II, tsaar Alexander III, sloeg deze groepen met grof geweld neer. Vele opstandelingen werden naar Siberië getransporteerd. Veel latere communisten zaten in Siberië vast, onder wie Lenin, Stalin en Trotski.

De elite die het rijk bestuurde had een uitgesproken aristocratisch karakter. Dit gold in het bijzonder voor de hoogste rangen van de bureaucratie. Om carrière te maken binnen de bureaucratie was het van groot belang om over de juiste relaties te beschikken. Bijna iedereen die tot deze elite behoorde, was lid van de keizerlijke zeilvereniging. Een typische carrièrebureaucraat was de aristocraat Aleksandr Polovtsov, secretaris van Alexander III.

In veel opzichten leek Rusland een kolonie. De elite en de boeren waren verregaand van elkaar vervreemd. De elite was sterk verwesterd en stond onder invloed van westerse ideeën. De boerenmassa was het oude Rusland trouw gebleven. De boeren betaalden belasting en dienden in het leger, maar zagen de staat als een vijandige macht.
Idealistische leden van de intelligentsia, veelal afkomstig uit de middenklasse, hoopten het leven van de boeren te verbeteren. Tegelijkertijd idealiseerden zij het boerenleven. Deze 'populisten' moesten hun activiteiten in het geheim ontplooien. De autoriteiten bezagen hen met groot wantrouwen. Velen van hen werden naar Siberië verbannen.

In 1891 werd het zuidoosten van Rusland, het gebied rond de Wolga, getroffen door een zware hongersnood. Er was in de winter weinig sneeuw gevallen, terwijl de vorst vroeg was ingetreden. Er volgde een lange zomer waarin heel weinig regen viel. Op veel plaatsen viel er gedurende drie maanden geen regen. Een groot deel van het vee stierf; de roggeoogst bedroeg in de zwaarstgetroffen regio nog niet het twintigste van een gemiddelde oogst. Het getroffen gebied was ook erg groot; zeventien provincies tussen de Oeral en de Zwarte Zee werden door de ramp getroffen. In het getroffen gebied leefden 36 miljoen mensen; velen van hen vluchtten weg. In 1892 sloegen cholera en tyfus toe; ongeveer een half miljoen mensen vond als gevolg hiervan de dood.

Hoofdrolspelers: Lenin en Trotski[bewerken]

Vladimir Lenin, de oprichter en onbetwiste leider van de Bolsjewistische Partij, heeft een sleutelrol gespeeld tijdens de Russische Revolutie en heeft in hoge mate zijn stempel gedrukt op het regime dat als gevolg van de revolutie aan de macht kwam. Weinig persoonlijkheden hebben een vergelijkbaar grote invloed uitgeoefend op de geschiedenis van de twintigste eeuw. De Sovjet-Unie was Lenins creatie.

Naast Lenin was het bovenal Leon Trotski die de machtsovername door de bolsjewieken bewerkstelligde. Trotski was een flamboyante persoonlijkheid en charismatisch spreker. Als geen ander was hij in staat de menigte op te zwepen. Omdat hij pas halverwege 1917 lid was geworden van Lenins partij bleef hij altijd een buitenstaander. Daarbij maakte zijn arrogantie hem weinig geliefd bij zijn 'kameraden'. Ook zijn joodse komaf werkte in Trotski's nadeel.

Nicolaas II[bewerken]

Alexander III overleed in 1894 en werd opgevolgd door zijn zoon, Nicolaas II. Nicolaas was een gelovig man, in zichzelf gekeerd en ervan overtuigd dat hij net als alle andere tsaren de door God aangewezen autocraat van Rusland was, en dat hij daardoor niemand verantwoording schuldig was. Nicolaas II was niet erg besluitvaardig en bovendien nogal wispelturig, waardoor het volk erg ontevreden werd.

Toen de revolutionairen vrijkwamen, was er nog steeds staatsterreur in Rusland. Het verzet moest dus in het geheim worden opgebouwd. De Ochrana, de geheime politie, hield iedereen scherp in de gaten. De geheime politie infiltreerde zelfs in revolutionaire bewegingen door middel van spionnen. Er ontstonden politieke partijen, die, hoewel ze vaak een semi-illegaal bestaan leidden, toch groeiden. In 1898 ontstond de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij, die uiteenviel in de mensjewieken en de bolsjewieken.

In 1901 ontstond de Sociaal-Revolutionaire Partij, die door de regering het meest gevreesd was vanwege haar groot aantal leden, de aanslagen die zij pleegde en de boerenopstanden die zij aanmoedigde. In 1905 ontstond de partij van de Constitutionele Democraten (ook bekend als de kadetten). Deze partij was in tegenstelling tot de andere gematigd. Ze wilden een democratische staat met een grondwet, een parlement en algemeen kiesrecht. Als dit niet stap voor stap te bereiken was, waren ze wel bereid tot een revolutie.

1905: de eerste revolutie[bewerken]

Soldaten blokkeren de triomfboog bij het Winterpaleis op Bloedige Zondag, 1905.
1rightarrow blue.svg Zie Revolutie van 1905 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1905 kwam de eerste stap voorwaarts naar democratische hervormingen. De tsaristische regering leed een grote nederlaag tegen de Japanners in de Russisch-Japanse Oorlog. Daarbij heerste al langere tijd onrust in het land, doordat tsaar Nicolaas II besluiteloos was. Een belangrijke datum is zondag 9 januari (volgens de gregoriaanse kalender 22 januari) 1905, een dag die bekend is komen te staan als Bloedige Zondag. Deelnemers aan een vreedzame protestmars wilden de tsaar een manifest overhandigen waarin democratische hervormingen werden geëist, maar meer dan honderd deelnemers werden neergeschoten door de politie. Uiteindelijk werden de protesten onderdrukt, maar de tsaar beloofde met het 'Oktobermanifest' hervormingen. Zo kreeg Rusland zijn eerste parlement. Volgens het manifest moesten nieuwe wetten door dit parlement bekrachtigd worden. De tsaar behield echter het recht de Doema, het parlement, op elk gewenst moment te ontbinden.

Het inwilligen van de eis tot oprichting van een parlement was een belangrijke stap. Aan de eeuwenoude autocratie was een eind gekomen. Het Russische Rijk had zich in de richting van een parlementaire monarchie kunnen ontwikkelen. Dat is niet gebeurd. De voornaamste oorzaak daarvan is dat noch de monarchie, noch de revolutionairen bereid waren deze uitkomst te accepteren. De tsaar wilde de oude situatie herstellen, de revolutionairen wilden de monarchie afschaffen. De entourage van de tsaar leek zelfs niet in staat onder ogen te zien wat de consequenties waren van het Oktobermanifest. In april 1906 werd voor het eerst in Ruslands geschiedenis een grondwet uitgevaardigd; maar die mocht geen 'grondwet' genoemd worden.

Op 27 april 1906 vond de eerste bijeenkomst van de Doema plaats. Al tijdens de openingsceremonie bleek dat de betrokken partijen nauwelijks bereid waren om de kloof tussen monarchie en volk te overbruggen. Nicolaas II had geweigerd naar de Doema toe te gaan, maar ontving de parlementsleden in het Winterpaleis.

Eerste Wereldoorlog en Februarirevolutie (1917)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Februarirevolutie (1917) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Grote gevolgen had de beslissing van de regering om in 1914 deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog. Dit besluit werd aanvankelijk met groot enthousiasme begroet. Naderhand zou blijken dat de elite rond de tsaar, door mee te vechten in de Eerste Wereldoorlog, een groot risico had genomen.
De vraag is vaak gesteld waarom de regering besloot deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog. Volgens de Russische historiografie hadden buitenlandse machten, met name Frankrijk en Groot-Brittannië, grote invloed op de Russische buitenlandse politiek. Historici met socialistische sympathieën wijzen erop dat Rusland grote sommen geld van hen geleend had.

Spoedig kwamen de innerlijke zwakte en de gebrekkige organisatie van het regime aan het licht. Het Russische leger behaalde tijdens de oorlog meer nederlagen dan successen; het Duitse leger was duidelijk superieur. Vooral tijdens het eerste oorlogsjaar was er in het leger groot gebrek aan munitie en geweren. In de zomer van 1915 leek het erop dat de Duitse legers het Russische front zouden doorbreken. Polen werd door de Duitsers bezet. De economie en het politieke systeem bleken niet bestand tegen de beproevingen van een moderne oorlog.
In 1916 wist het leger zich te herstellen en werd gepoogd het verloren terrein te herwinnen. Het volk begon echter zijn geduld te verliezen, hoofdzakelijk als gevolg van voedseltekorten en de hoge inflatie. De regering deed nauwelijks iets om deze problemen te bestrijden. Er werd naar een verklaring gezocht voor het teleurstellend verloop van de krijgsverrichtingen. De wildste geruchten over 'verraad' in regeringskringen deden de ronde.

Op twee betrekkelijk zachte winters gedurende de eerste oorlogsjaren volgde in 1916/17 een zeer strenge winter. De gemiddelde temperatuur lag in Petrograd meer dan tien graden onder het vriespunt. Ten gevolge van sneeuwstormen was een deel van het spoorwegnet onbruikbaar. Het materieel was in de oorlogsjaren verwaarloosd; een kwart ervan was niet te gebruiken. Wegens de extreme kou weigerden boerenvrouwen hun dagelijks werk, het vervoeren van voedsel per handkar, te verrichten.
In februari 1917 braken er voedselrellen uit in Petrograd, die leidden tot de Februarirevolutie. Doordat het militair garnizoen ter plaatse de kant koos van de hongerende menigte sloegen de voedselrellen om in politieke rellen, gericht tegen het regime van de tsaar. Van doorslaggevende invloed was het feit dat vele duizenden voor de oorlog gemobiliseerde soldaten aan het muiten sloegen. De tsaar trad af en er kwam een voorlopige regering.

Demonstraties in Petrograd, juli 1917.

In de chaos namen leden van het parlement de macht van het land over en vormden een voorlopige regering. De legerleiding vond dat ze niet de middelen had om de revolutie te onderdrukken; tsaar Nicolaas II, de laatste tsaar van Rusland, deed op 2 maart 1917 afstand van de troon. De sovjets (arbeidersraden), die werden geleid door radicalere socialistische groeperingen, gaven eerst toestemming aan de voorlopige regering om te regeren.

Na februari[bewerken]

Er volgde een periode waarin de macht zowel door de voorlopige regering als door de arbeidersraden, de sovjets, opgeëist werd. Tijdens deze chaotische periode waren er regelmatig muiterijen en vele stakingen. Toen de voorlopige regering koos om verder te vechten in de oorlog met Duitsland, voerden de bolsjewieken en andere socialistische partijen campagne voor stopzetting van de oorlog.

Lenin streefde er van het begin af aan naar om de voorlopige regering ten val te brengen. Hij hoopte dit te bereiken door grootschalige demonstraties te organiseren in de straten van Petrograd, waardoor de druk op de voorlopige regering steeds meer werd opgevoerd. Deze strategie bleek niet succesvol. In juli 1917 werd de Bolsjewistische Partij bijna uitgeschakeld. Lenin vluchtte naar Finland; Trotski nam vervolgens de leiding over. Trotski koos nadrukkelijk voor een andere strategie.

Oktoberrevolutie (1917)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Oktoberrevolutie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de Oktoberrevolutie wierp de Bolsjewistische Partij, onder leiding van Vladimir Lenin, de voorlopige regering omver. De bolsjewieken benoemden zichzelf tot leiders van de verschillende ministeries en namen de leiding van het land over. De Oktoberrevolutie was feitelijk geen revolutie. Veeleer was sprake van een staatsgreep. Het was een kleine, hecht georganiseerde minderheid die in oktober 1917 de macht greep.

Dat de bolsjewieken erin slaagden de macht te grijpen was voor een groot deel het werk van Trotski. Lenin moest zich aan het eind van de zomer van 1917 schuilhouden. Hoewel Trotski pas enkele maanden lid was van de partij der bolsjewieken, was hij daarbinnen zeer invloedrijk. Trotski deed alsof het de bedoeling was dat de sovjets het land gingen regeren.

In de nacht van 25 op 26 oktober (volgens de juliaanse kalender)[4] 1917 begon de opstand van de bolsjewieken, die de geschiedenis inging als de Oktoberrevolutie. Volgens de later beroemd geworden Sovjetlegende ving dit aan met een schot van de pantserkruiser "Aurora" op het paleis van de tsaar.
Opstandige troepen bezetten strategische plaatsen in Petrograd, alsmede het Winterpaleis van de tsaar. In de nacht van 26 oktober capituleerde de voorlopige regering en werd er een nieuwe regering benoemd door het congres der Sovjets. Deze nieuwe regering zou verantwoording moeten afleggen aan het Centraal Uitvoerend Comité. Het was de bedoeling dat de nieuwe regering af zou treden nadat een wetgevende vergadering was gekozen. De voorzitter van deze nieuwe regering, de Raad van Volkscommissarissen, werd Lenin.

De bolsjewieken streefden doelbewust een machtsmonopolie na. In korte tijd werden vrijwel alle rivaliserende partijen en organisaties uitgeschakeld.

Lenin was het liefst alleen leider van de Bolsjewistische Partij gebleven. Sommige bolsjewieken meenden dat hij probeerde zijn verantwoordelijkheid te ontlopen. Regering en partij bleven twee gescheiden organisaties, maar de leiders ervan waren de facto dezelfde personen. Aldus ontstond een nieuw politiek model: de eenpartijstaat.

Onder Lenin (1918-1924)[bewerken]

Lenin spreekt de soldaten toe op 5 mei 1920 voor het Bolsjojtheater in Moskou. Dit is de linkerhelft van een foto waarop oorspronkelijk ook Leo Trotski stond.

Als een van de weinigen zag Lenin in dat beëindiging van de oorlog met Duitsland noodzakelijk was om aan de macht te kunnen blijven. Voor hem had het sluiten van een wapenstilstand of vrede daarom hoge prioriteit. Duitsland stelde hoge eisen, die voor velen onaanvaardbaar waren.
Om de oorlog te beëindigen ondertekenden de bolsjewistische leiders in maart 1918 de Vrede van Brest-Litovsk met Duitsland, maar pas na drie jaar burgeroorlog was het regime van de bolsjewieken stevig gegrondvest.

Lenins regering bestond uit vertegenwoordigers van de Bolsjewistische Partij (in januari 1918 omgedoopt tot Russische Communistische Partij) en de Linkse Sociaal-Revolutionaire Partij (een afsplitsing van de Sociaal-Revolutionaire Partij), waaronder Stalin als volkscommissaris voor nationaliteiten en Leon Trotski als volkscommissaris voor buitenlandse zaken (in deze functie wist hij begin 1918 vrede te sluiten met de Centralen in de Vrede van Brest-Litovsk, waarbij Rusland enorme verliezen in grondgebied, bevolking en industrie leed en enorme contributie moest betalen aan het al verliezende Duitsland en bewerkstelligde zodoende het einde van de Russische deelname aan de Eerste Wereldoorlog).

De derde Russische Revolutie, ook wel 'Russische Revolutie van 1918' of 'julirevolutie van 1918' genoemd, werd gevormd door een aantal anarchistische opstanden en revoltes tegen zowel de bolsjewieken als de 'witten'. De revolutie begon op 6 juli 1918 en duurde voort tot 30 december 1922, al vonden de meeste gewelddadigheden plaats in de eerste maand na de revolutie. De revolutie brak uit tijdens het Vijfde Pan-Russische Congres der Sovjets, waar anarchisten en links-socialistische revolutionairen van een overweldigende meerderheid van de gedelegeerden geen steun kregen en daarop het Verdrag van Brest-Litovsk probeerden te saboteren en daarmee Bolsjewistisch Rusland mee te slepen in een oorlog met Duitsland, door de Duitse ambassadeur graaf Wilhelm Mirbach te vermoorden in Moskou en daarop de revolutie te starten. Onderdelen van de revolutie vormden de Kronstadtopstand, de Tambov-opstand en de Arbeidersoppositie. Opstanden braken uit in vele steden, waaronder Petrograd, Vologda, Arzamas, Moerom, Jaroslavl, Veliki Oestjoeg en Rybinsk. Een belangrijke leider was Dmitri Popov. Ook de Zwarte Garde was betrokken bij de opstanden.

Burgeroorlog[bewerken]

De gewelddadigheden vormden de opmaat voor de Russische Burgeroorlog; daarbij stond het Rode Leger van bolsjewieken en communisten tegenover het Witte van anticommunisten (meest voormalige tsaristische officieren), het Zwarte Leger van Oekraïense anarchisten en de Zwarte Garde van anarchisten. De burgeroorlog werd hoofdzakelijk in 1919 uitgevochten. In november van dat jaar leden de Witten enkele nederlagen die naderhand beslissend bleken. De oorlog werd in 1921 definitief beslecht in het voordeel van het Rode Leger.

Buitenlandse politiek[bewerken]

De bolsjewieken verwachtten, evenals vele andere linkse groeperingen, dat er op korte termijn een 'wereldrevolutie' zou uitbreken. Hun buitenlandse politiek was er hoofdzakelijk op gericht deze 'wereldrevolutie' naderbij te brengen. Van deze verwachtingen kwam zo goed als niets terecht. Dit leidde op termijn tot een verschuiving in het buitenlands beleid. Meer en meer werd aan de belangen van de Sovjet-Unie, de enige communistische staat ter wereld, prioriteit gegeven.

Slachtoffers[bewerken]

Het aantal mensen dat (mede) ten gevolge van de revolutie stierf, loopt in de miljoenen. De meeste mensen stierven door honger en ziekten. Tijdens de burgeroorlog kwamen meer dan een miljoen mensen om. Zowel de terreur van de Witten als die van de Roden maakte vele slachtoffers. Al voor de omwenteling in 1917 waren er vele slachtoffers gevallen als gevolg van aanslagen door revolutionairen en de staatsterreur van de tsaren. Er vonden in deze jaren ook meerdere pogroms plaats.

Gevolgen[bewerken]

Aanvankelijk werd het belang van de revolutie onderschat. Rusland behoorde tot de periferie van Europa. Het destructieve karakter van de omwenteling leek in vergelijking met de verwoestingen die de Eerste Wereldoorlog had aangericht nog mee te vallen.
Tijdens de decennia na de revolutie zou blijken dat de impact van de Russische Revolutie op wereldschaal groter was dan die van de Franse Revolutie. Eric Hobsbawn vergelijkt de omwenteling met de islamitische veroveringen in de zevende eeuw na Christus. Hoe dan ook waren de gevolgen van deze revolutie op de geschiedenis van de twintigste eeuw enorm. Dertig tot veertig jaar na de gebeurtenissen leefde een derde van de mensheid onder dictatoriale regimes die een afspiegeling waren van het bewind van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie.

Zie ook[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Pipes, R. (1991): The Russian Revolution, first Vintage Books edition, Vintage Books, New York, p.121.
  2. Figes, O. (1998): A people's tragedy, Penguin Books, New York etc., p.XVI.
  3. Pipes, R. (1995): Russia under the bolshevik regime, first Vintage Books edition, Vintage Books, New York, p.141,142.
  4. De bolsjewieken gingen pas na de revolutie over van de juliaanse kalender, die 13 dagen achterop liep, naar de westerse (gregoriaanse) kalender. De greep naar de macht op 25 oktober vond dus volgens onze huidige kalender plaats op 7 november 1917.

Externe link[bewerken]