Winterpaleis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Winterpaleis gezien vanaf de Neva

Het Winterpaleis (Russisch: Зимний Двopец, Zimnij Dvorets) of de Hermitage (Russisch: Государственный Эрмитаж, Gosudarstvennyj Ėrmitaž) is een paleis in Sint-Petersburg, gelegen aan de oever van de rivier de Neva. Het gebouw werd in de 18e eeuw gebouwd als winterresidentie voor de Russische tsaren en is nu onderdeel van de Hermitage, een bekend Russisch museum. Het aangrenzende Paleisplein was het toneel van vele wereldwijd bekende gebeurtenissen, zoals Bloedige Zondag in 1905 en de Oktoberrevolutie van 1917.

De bouw[bewerken]

Het Winterpaleis werd tussen 1754 en 1762 gebouwd in opdracht van tsarina Elisabeth I van Rusland. De Russisch-Italiaanse architect Bartolomeo Rastrelli kreeg de opdracht een paleis te bouwen dat de andere Europese, koninklijke paleizen zou overtreffen in schoonheid. De bouw van het paleis kostte veel geld en er werkten acht jaar lang wel 4000 mensen aan het project. Rastrelli was van plan de 460 kamers van het paleis in barokstijl te decoreren en hij was vastbesloten de opdracht van tsarina Elisabeth te volbrengen. Elisabeth stierf echter in 1762 en haar opvolger, Peter III, niet lang daarna. De nieuwe vorst van Rusland, tsarina Catharina de Grote, had een compleet andere smaak dan tsarina Elisabeth en zocht nieuwe architecten om het paleis in neoclassicistische stijl te voltooien. De bouw van het paleis werd in datzelfde jaar nog afgerond: het paleis bestond uit een mengeling van barok en neoclassicisme.

De brand van 1837[bewerken]

Brand in het Winterpaleis, door B. Green
Vooraanzicht van het Winterpaleis

In de nacht van 17 december 1837 brak er een grote brand uit in het Winterpaleis. Er bleef niets over van de inrichting van het paleis. Tsaar Nicolaas I was vastbesloten het paleis in niet al te lange tijd weer in goede staat te brengen: de wederopbouw duurde slechts vijftien maanden. Dit proces gebeurde onder leiding van de architecten Vasili Stasov en Alesksandr Brjoellov; Stasov nam de staatsievertrekken voor zijn rekening en Brjoellov bouwde de privé-vertrekken weer op. Stasov had de tsaar verzekerd dat het paleis weer in zijn oude staat werd teruggebracht, dit gebeurde echter alleen met de staatsietrap en de grote en kleine kerk. De andere vertrekken werden in neoclassicistische stijl herbouwd. Brjoellov hield zich echter wel strikt aan zijn opdracht; hij plaatste zelfs de schilderijen die in allerijl uit het brandende paleis waren gered, op exact dezelfde plaatsen als waar ze voor de brand hadden gehangen. Voor de brand was het interieur van het paleis al een samenvoeging van twee bouwstijlen geweest; dit effect werd na de wederopbouw alleen maar groter.

In 1839 trok de keizerlijke familie weer terug in het paleis.

Gebruik[bewerken]

Het paleis werd door de keizerlijke familie als winterresidentie gebruikt van 1762 tot 1917, toen er een eind kwam aan tsaristisch Rusland. In dit tijdperk werd het Winterpaleis gebruikt voor veel evenementen in de Russische geschiedenis, zoals bals, huwelijken en kroningen. De Russische tsaren brachten veel stukken van hun uitgebreide kunstcollectie in het paleis onder en in de Eerste Wereldoorlog werd een deel van het paleis ingericht als ziekenhuis. In 1917 kreeg het Winterpaleis een museumfuctie als onderdeel van de Hermitage. Deze functie heeft het Winterpaleis nog steeds.

Zie ook[bewerken]