Maagdelijke-grondencampagne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Postzegel uit 1962
Postzegel uit 1962

De maagdelijke-grondencampagne (Russisch: Освоение целины; Osvojenije tseliny) was een groot plan van het landbouwprogramma van de Sovjet-Unie van Nikita Chroesjtsjov als onderdeel van zijn landbouwhervormingen, die tot doel had de voedseltekorten te verminderen, door het ontwikkelen van grote landbouwgebieden voor de productie van tarwe, voor de productie van brood. Het was het culturele icoon van de Sovjet-Unie van de jaren '50 en moest dienen als de planeconomische tegenhanger van het Amerikaanse landbouwprogramma. Chroesjtsjov maakte graag de opmerking dat hij de VS zou overtreffen in de graanproductie, vleesproductie en de productie van melk. Deze grootste landbouwcampagne uit de wereldgeschiedenis werd echter na een aanvankelijke periode van succes een grote mislukking, waarna er voedseltekorten ontstonden en er graan moest worden geïmporteerd uit Canada. De maagdelijke-grondencampagne zorgde uiteindelijk mede voor de afzetting van Chroesjtsjov in 1964.

Opzet en demografische ontwikkelingen[bewerken]

In 1954 nam het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie in opdracht van Chroesjtsjov het besluit "Over de verdere vergroting van de productie van graan in het land en over de ontwikkeling van maagdelijke en onbebouwde gronden" (О дальнейшем увеличении производства зерна в стране и об освоении целинных и залежных земель).

Staatsplanningscommissie Gosplan wilde gebieden in de Kazachse SSR, Altaj, Siberië, Oeralgebied (Trans-Oeral) en Wolgaregio en droge gebieden ter grootte van 43 miljoen hectare in cultuur gaan brengen, tegen alle adviezen van experts in. De campagne had haar zwaartepunt in de regio's Altaj en in het noorden van de Kazachse SSR. Tussen 1954 en 1960 werd er 41,8 miljoen hectare grond ontwikkeld.

De ontwikkeling van de gronden begon zonder enige voorbereiding en zonder enige vorm van infrastructuur, graanschuren of gekwalificeerd personeel. Laat staan dat er behuizing was geregeld en reparatieplaatsen voor het technisch landbouwmaterieel. Meer dan 300.000 vrijwilligers, vooral uit de Oekraïense SSR en de Russische SFSR, werden gerekruteerd door de Komsomol om zich te vestigen in het gebied en de aride gebieden te gaan bewerken. Met name de Pravda speelde een belangrijke rol bij het enthousiast maken voor de campagne. Hiernaast werden honderdduizenden studenten, soldaten, truckchauffeurs en mensen die een maaidorser konden besturen opgeroepen voor seizoenswerk. Tractoren en maaidorsers werden overal vanuit de Sovjet-Unie naar het gebied gestuurd. Toen de grote campagne voorbij was en de immigraties in het gebied stopten, woonden in veel Kazachse gebieden meer Oekraïners en Russen dan Kazachen.

Daarnaast werden ook de lokale Kazachen en niet-Slavische volkeren die door Stalin tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog vanuit hun woongebieden naar het gebied waren gedeporteerd, zoals Kalmukken, Ingoesjen, Tsjetsjenen, Wolgaduitsers en andere volkeren. De concentratie van jonge mannen in een onbekende en te dichtbevolkte omgeving en het gevecht over economische en culturele hulpbronnen leidde tot etnische en raciale fricties en soms zelfs pogroms. Na 1956 werd een aantal van deze volkeren toegestaan om terug te keren naar hun thuislanden. De Wolgaduitsers en Krim-Tataren werden echter als te waardevol beschouwd voor de maagdelijke-grondencampagne, waardoor zij moesten blijven.

Eerste jaren (1954-1958)[bewerken]

De groei oversteeg steeds de verwachtingen: voor de eerste 2 jaar was op een ontginning van 13 miljoen hectare gerekend, maar uiteindelijk werd 33 miljoen (19 mln. in 1954, 14 mln. in 1955) hectare land in cultuur gebracht, om door te groeien tot 35,9 miljoen in 1956: vergelijkbaar met het totale landbouwareaal in Canada. In de eerste 2 jaar werden er 425 sovchozen (staatsboerderijen) opgericht. Chroesjtsjov was namelijk een voorstander van grote overheidsbedrijven, aangezien hij dacht dat de VS en canada hun grote productie hadden te danken aan grootschalige bedrijven, en minder van de door Stalin gepromote kolchozen. Stalin had tijdens zijn leven om deze reden Chroesjtsjov ook wel een 'landbouwkundige met fantasieën' genoemd.

Chroesjtsjov wist in zijn communistische enthousiasme en vanwege zijn compleet andere politiek dan het kort daarvoor gestopte stalinisme vele jonge mensen te bewegen naar het gebied te gaan. De oogst van 1955 viel zwaar tegen. Omdat Chroesjtsjov zich zo had geïdentificeerd met de campagne werd deze tegenvaller hem zwaar aangerekend. In 1956 steeg de productie echter gigantisch en dat jaar werd daarop het jaar met de hoogste graanproductie uit de geschiedenis van de Sovjet-Unie tot dat moment. Ook in 1957 en 1958 bleef de productie hoog. De aanvankelijke hoge productiecijfers waren te danken aan natuurlijke factoren, de hoge concentratie van mensen en middelen en de enorme investeringen in de campagne. Tussen 1954 en 1961 werd ongeveer 20% van het Sovjet-budget voor de landbouw gebruikt voor investeringen in de maagdelijke-grondencampagne. Dit zorgde er echter ook voor dat in veel traditionele landbouwgebieden de investeringen stokten, wat weer voor een achterstand zorgde in deze gebieden en het bijstellen van de verwachte jaarlijkse geplande productiegroottes.

De verbouw van tarwe was het belangrijkste doel van het plan van Chroesjtsjov.

Naar schatting kwam vanaf ongeveer 1955 een derde tot de helft van de Sovjet-graanproductie uit gebieden vallend onder de maagdelijke-grondencampagne. In 1956 was zelfs meer dan 50% van de 125 miljoen ton afkomstig uit deze gebieden. Het succes zorgde echter ook voor problemen; omdat er een tekort was aan graansilo's moest veel graan worden weggegooid.

Neergang (1959-1963)[bewerken]

Het bleek echter op de langere termijn geen vol te houden oplossing. De prijzen van het brood dat gemaakt werd van dit tarwe lagen echter boven die in Centraal Rusland. Bovendien was geen rekening gehouden met de regionale omstandigheden: zandstormen en droge winden waren niet meegenomen in de plannen en bij het bewerken van de grond werd geen rekening gehouden met de duurzaamheid van de landbouw en er werden geen graansoorten ontwikkeld die aangepast waren aan het klimaat. De aride gronden raakten snel uitgeput aan voedingsstoffen in het begin van de jaren '60 door de te intensieve en eenzijdige bebouwing (alleen tarwe), en het gebrek aan aangepaste tarwesoorten. Het gebrek aan investeringen in anti-erosiemaatregelen zorgde ervoor dat onder andere in 1962 en 1963 miljoenen tonnen vruchtbare bodem door stofstormen werden weggeblazen. In 1962 braken daarop opstanden uit onder de bevolking over de hoge prijzen van brood. Deze ecologische omstandigheden resulteerden uiteindelijk in een val in de productie tot 65% van daarvoor; de laagste gemiddelde productie van de hele Sovjet-Unie. Het gebrek aan voedsel wat daarop ontstond en het gebrek aan investeringen in andere landbouwgebieden, zorgde uiteindelijk voor het besluit om graan te importeren. Dit was uiteindelijk mede reden voor de partijtop om hem -ook vanwege zijn beloften om de Sovjet-Unie te voorzien van een "overvloed aan voedsel"- af te zetten in 1964.

Andere landbouwfeiten over Chroesjtsjov[bewerken]

Chroesjtsjov maakte meer fouten in zijn landbouwhervormingen. Andere waren de afschaffing van machine-tractor stations (MTS'en) in de kolchozen, waardoor deze werden gedwongen om hun MTS-materiaal voortaan te moeten kopen, waardoor hun liquiditeit werd bedreigd en er minder geld overbleef om investeringen te doen.

Zijn campagne voor de verhoging van de vleesproductie leverde ook een aantal grote problemen op: Voor de productie van vlees startte hij een grote campagne voor de productie van maïs voor diervoeder, waarvoor hij vanwege zijn enthousiasme ook wel koekoeroesjnik (maïsman) werd genoemd. Een ander voorbeeld was het op grote schaal fokken van rendieren voor de vleesproductie, wat uiteindelijk ook een groot fiasco werd. Ook greep hij bij deze 'vleescampagne' niet op tijd in toen de leider van de communistische partij in oblast Rjazan; Aleksej Larionov in zijn enthousiasme beweerde in 1958 de vleesproductie te kunnen verdriedubbelen in 1 jaar, wat uiteindelijk leidde tot de slacht van bijna al het vee in het gebied, het heffen van belastingen aan de inwoners in de vorm van vlees en de aankoop van vlees uit andere gebieden, om uiteindelijk slechts een fractie te bereiken van de beloofde productie. Na het bekend worden hiervan, beroofde Lariomov zichzelf van het leven.

Ook stelde Chroesjtsjov in 1957 het sovnarchozen systeem in met in eerste instantie 105 economische regio's (ondergeschikt aan de Opperste sovjet van de Nationale Economie) om daarmee het landbouwbeleid wat te decentraliseren en de landbouwproductie te verhogen, hetgeen uiteindelijk niet lukte.

Andere grote Sovjetprojecten[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Taubman, W. (2003) Khrushchev: The Man and His Era The Free Press/Simon & Schuster, New York. ISBN: 0743231651 boekrecensie
Bronnen, noten en/of referenties