Maaidorser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maaidorser (zijkant)
Maaidorser (voorkant)
Schema maaidorser: 1=haspel, 2=maaibalk, 3=vijzel, 4=opvoerband, 5=steenvanger, 6=dorstrommel, 7=dorskorf, 8=lattenschudder, 9=voorbereidingsbodem, 10=ventilator, 11=bovenzeef, 12=onderzeef, 13= omkeerband, 14=omkering, 15=korrelopvoerband, 16 korrelopslagtank, 17 strohakselaar, 18=chauffeurscabine, 19=motor

Een maaidorser, maaidorsmachine, pikdorser of combine (uitspraak: combain) is van een getrokken machine verder ontwikkeld tot een zelfrijdende landbouwmachine, die gebruikt wordt voor het oogsten van graangewassen, koolzaad en graszaad.

De machine is een combinatie (vandaar de naam combine) van de zwadmaaier en de dorsmachine.

De machine is uitgerust met een maaibalk, maaibord, haspel, vijzel, dorstrommel en zeven. Hierdoor wordt in één werkgang het gewas gemaaid, gedorst en het zaad geschoond. Afhankelijk van het te oogsten gewas wordt er een maaivoorzetstuk, dat bestaat uit maaibalk, maaibord en haspel aan de machine gekoppeld.

Maaien[bewerken]

De maaibreedte kan variëren van 3 tot meer dan 22 meter. Het gewas wordt een stukje boven de grond afgemaaid, waardoor er een klein stompje van de stengel (de stoppel) achterblijft. Het gewas valt na het maaien op het maaibord en wordt door een ronddraaiende haspel en een opvoerband of vijzel de dorstrommel ingevoerd.

Dorsen[bewerken]

De gewasstroom wordt tussen de dorstrommel en de mantel gevoerd waar door wrijving het zaad (korrel) van het stro wordt gescheiden. Vervolgens komt het stro op de schudders en de met het stro nog meegevoerde korrels vallen door gaten naar beneden op de bovenste zeef.

Schoning[bewerken]

Het zaad uit de dorstrommel valt op de bovenste zeef. Onder deze zeef zit er nog een. De bovenste zeef heeft grotere gaten dan de onderste zeef. Door een ventilator wordt er een luchtstroom door de zeven gestuwd, hierdoor vallen alleen de zwaardere delen (het zaad) door de zeven. Uit het schoningsproces komen drie productstromen.

Kaf[bewerken]

Alles wat op de bovenste zeef blijft liggen, bestaat uit kaf en lege aren. Dit valt op de grond.

Retour[bewerken]

Alles wat op de onderste zeef blijft liggen, bestaat uit (half)ongedorste aren en korrels die nog aan het kaf vastzitten. Dit wordt opnieuw naar de dorstrommel getransporteerd en nog een keer gedorst.

Product[bewerken]

Alles wat door de onderste zeef heen valt, bestaat uit schoon zaad dat naar de graantank wordt getransporteerd.

Afstelling[bewerken]

Voor een goed resultaat moet de snelheid van de luchtstroom door de zeven goed afgesteld worden. Is deze te laag dan gaan er met het zaad ook stukjes stro mee, is ze groot dan wordt ook het zaad gedeeltelijk weggeblazen. De snelheid wordt geregeld door het toerental van de ventilator. Afhankelijk van het te oogsten gewas worden er verschillende zeven toegepast, moderne maaidorsers zijn echter vaak uitgerust met verstelbare zeven.

Zaadopslag[bewerken]

Het zaad wordt naar de graantank getransporteerd en als deze vol is wordt deze gelost door een systeem van vijzels. Moderne maaidorsers kunnen tot ongeveer 10 tot 15 ton graan opslaan in de tank.

Residuverwerking[bewerken]

Het stro kan in een zwad achter de maaidorser op de grond worden gedeponeerd. Op sommige maaidorsers is het ook mogelijk het stro met een hakselaar te verkleinen en over het land te verspreiden. In sommige gevallen wordt het kaf met schijven verspreid.

Aandrijving[bewerken]

De maaidorser wordt aangedreven met een dieselmotor. De gebruikte vermogens liggen tussen de 100 en 400 kW. De aandrijving van de dorsmechanieken vindt bijna altijd plaats met V-snaren. De aandrijving van de wielen vindt mechanisch of hydraulisch plaats.

Externe link[bewerken]