Sergej Kirov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sergej Mironovitsj Kirov
Сергей Миронович Киров
Sergei Kirov.jpg
Geboren 27 maart 1886
Oerzjoem
Overleden 1 december 1934
Leningrad
Politieke partij Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Partner Maria Lvovna Markus
Partijsecretaris van Leningrad
Aangetreden 1926
Einde termijn 1934
Voorganger Grigori Zinovjev
Opvolger Andrej Zjdanov
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Sergej Mironovitsj Kirov (Russisch: Сергей Миронович Киров) (Oerzjoem, 15 maart 1886Leningrad, 1 december 1934) was een Sovjet-Russisch politicus. Hij was van 1926 tot 1934 partijleider van Leningrad en gold als een vertrouweling van Stalin. In maart 1934 echter bleek hij tijdens het zeventiende partijcongres van de Communistische Partij dusdanig populair dat hij werd gezien als een potentiële bedreiging voor de machtspositie van Stalin. Op 1 december 1934 werd hij vermoord onder nog altijd niet geheel opgehelderde omstandigheden, waarbij veel historici betrokkenheid van Stalin veronderstellen. De moord op Kirov vormde voor Stalin in elk geval het startsein voor diens Grote Zuivering.

Kirov was drager van de Orde van de Rode Banier en de Leninorde.

De jaren voor de revolutie[bewerken]

Kirov werd in de Oeral geboren als zoon van de lagere ambtenaar Miron Kostrikov, een alcoholicus, en zijn vrouw Jekaterina. Toen hij vijf was, verliet zijn vader de familie, zonder duidelijke reden. Een jaar later overleed zijn moeder aan tuberculose, waarna hij met zijn twee zussen achterbleef bij zijn grootmoeder. Kort daarna werd hij naar een weeshuis gestuurd. Met de steun van een lokale liefdadigheidsinstelling kon hij in 1901 gaan studeren aan de technische school te Kazan, waar hij in aanraking kwam met marxistische theorieën. In 1904 ging hij naar Tomsk om verder te studeren aan de universiteit, maar, naar eigen zeggen, "getroffen door de armoede in Siberië" werd hij beroepsrevolutionair. Hij sloot zich aan bij de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. Daarbij koos hij uiteindelijk voor de bolsjewistische vleugel.

Kirov als kind

Ten tijde van de revolutie van 1905 was Kirov betrokken bij het drukken van revolutionaire pamfletten en het organiseren van een spoorwegstaking, waarna hij werd gearresteerd. Hij belandde voor drie maanden in de cel. In 1906 ging hij naar Moskou, waar hij een jaar later op grond van agitatie opnieuw werd veroordeeld, nu tot negentien maanden cel. Deze tijd besteedde hij naar eigen zeggen vooral aan zelfstudie: hij las Marx, Hegel, maar ook Dostojevski, Tolstoj, Alexander Herzen en zelfs de Bijbel. In 1909 week hij uit naar Vladikavkaz in de Kaukasus. Daar werd hij journalist bij de liberale bourgeoiskrant Terek, later vaak beschouwd als een smet op zijn bolsjewistische blazoen. Zijn artikelen uit deze periode ademen een gematigde toon, waarbij hij duidelijk begrip toont voor de sociaaldemocraten. Zelfs na de februarirevolutie schreef hij nog enkele artikelen waarin hij zijn sympathie betuigde aan de liberale premier Aleksandr Kerenski. Anderzijds bleef Kirov ook als revolutionair actief en werd hij in 1911 en 1915 andermaal gearresteerd op grond van het verspreiden van illegale lectuur, hetgeen duidt op een zekere tweeslachtigheid in zijn politieke opstelling.

Rond 1912 huwde Kirov Maria Lvovna Markus, de dochter van een Joodse horlogemaker. Echter, als gebruikelijk in bolsjewistische kringen was zijn persoonlijk leven, in de woorden van zijn vrouw, "ondergeschikt aan de revolutionaire zaak". Ze zagen elkaar weinig, maar onderhielden wel steeds een uitgebreide correspondentie. In 1911 schreef hij haar uit de gevangenis over een executie: "Als vrij man maak je zo'n afschuwelijk tafereel niet zo direct mee. Wanneer zo'n 'routineklus' zich hier bijna vlak voor je ogen afspeelt, is het vreselijk moeilijk. Maar wat kan de menselijke ziel haar grenzen verleggen! Mensen raken gewend aan dergelijke executies en voeren ze uit met een verbazingwekkende onverschilligheid".[1]

Aan de vooravond van de Russische Revolutie nam hij de naam Kirov aan: een vernoeming naar de heilige "Kir", van wie hij een afbeelding op een kalender had gezien die hem deed denken aan een Perzische krijgsheer.

Revolutie en burgeroorlog[bewerken]

Kirovs vrouw Maria Lvovna Markus ten tijde van de Russische Burgeroorlog

Vlak voor de Russische Revolutie, in oktober 1917, nam Kirov als afgevaardigde van de sovjet van Vladikavkaz deel aan het tweede Al-Russische Sovjetcongres. Aanvankelijk leek hij daar vooral de voorstellen van de mensjewieken te steunen. Nadat de Bolsjewieken echter in het congres de overhand kregen en vervolgens ook het voortouw namen tijdens de revolutie, schaarde hij zich openlijk aan hun zijde. Terug in Vladikavkaz werd hij lid van een zogenaamd "socialistisch blok", waarin bolsjewieken, mensjewieken, sociaalrevolutionairen en volkssocialisten samenwerkten. Zijn precieze rol in het jaar 1918 is nadien nooit helemaal opgehelderd. Toen in maart 1918 de Sovjetrepubliek Terek werd uitgeroepen, waartoe Vladikavkaz behoorde, leek hij daar geen directe betrokkenheid bij te hebben gehad. Evenmin bleek hij lid van het Bolsjewistische comité van Vladikavkaz. Volgens sommige verklaringen zou hij in deze periode zelfs geen lid meer zijn geweest van de Bolsjewistische partij. Wel reisde hij in het najaar als vertegenwoordiger van de Terekse Raad van Volkscommissarissen naar Moskou om er bij de Sovjetregering wapen- en goederentransporten naar de Kaukasus te regelen.

Vanaf januari 1919 bevond Kirov zich vervolgens in Astrachan. Astrachan werd in deze periode bedreigd door witte legers en een hongersnood dreigde. Nadat de voorzitter van de plaatselijke Revolutionaire Raad Alexander Sjlapnikov door de Bolsjewieken vanwege onvoldoende doortastend optreden was afgezet, kwam Kirovs carrière daar in een stroomversnelling en liet hij plotseling ook een meedogenloze kant van zijn karakter zien. Hij werd benoemd tot voorzitter van een provisorisch militair-revolutionair comité en liet direct na zijn aantreden, in maart 1919, genadeloos een arbeidersstaking neerslaan. Daarbij liet hij 1500 arbeiders zonder enige vorm van proces als "witte spionnen" executeren. In totaal vielen er 4000 slachtoffers. Toen er een 'bourgeois' ontdekt werd die zijn eigen meubels verstopte, gaf hij persoonlijk opdracht hem te executeren.[2] Hij hield ook persoonlijk toezicht op de arrestatie en executie van de aartsbisschoppen Mitrofan en Lenty.[3]

De mentale ommezwaai van de gematigde en gevoelige Kirov stond niet alleen, maar was onderdeel van een verharding onder de bolsjewieken tijdens de Burgeroorlog. De Bolsjewieken wilden hun machtspositie tegen elke prijs verdedigen. Sommige partijleden waren getuige van gruwelijkheden of begingen zelf wandaden. Ook Kirov moet een groot aantal gruwelijkheden hebben gezien en lijkt als gevolg de nieuwe, harde moraal volledig te hebben aanvaard. Volgens historica Amy Knight hadden leiders van zowel de Roden als de Witten in die tijd bloed aan hun handen.[3]

Hoe dan ook, de militaire raad van het Rode Leger in de Kaukasus duidde Kirovs "zuiveringsactie" als kordaat optreden, een bewijs van toewijding, en nam hem op in de centrale staf. Samen met Anastas Mikojan en zijn levenslange vriend Grigori Ordzjonikidze zou hij vervolgens in 1920-1921 uitgroeien tot een leidende organisator van de overwinning van de Roden op de Witten in de Kaukasus. Hij werd benoemd tot ambassadeur van de Sovjet-Unie in Tiflis. Als zodanig was hij begin 1921 rechtstreeks betrokken bij het afzetten van de democratisch-liberale regering en het vestigen van de Sovjetmacht in Georgië, ondanks een eerdere toezegging van Lenin dat het land zelfstandig mocht blijven.[4]

Kirov (4e v.r.) en Ordzjonikidze (2e v.r.), bezoeken een metaalfabriek in Leningrad, 1927

Partijcarrière[bewerken]

In juli 1921 werd Kirov benoemd tot partijsecretaris in Azerbeidzjan, dat tot die tijd onafhankelijk was geweest. Daarmee werd hij verantwoordelijk voor zowel de politieke als de economische situatie, hetgeen hij voortvarend en met veel energie ter hand nam. Hij zette er een nieuwe partijorganisatie op, zorgde ervoor dat de olieproductie in het gebied rond Bakoe weer op gang kwam en bracht de tijdens de burgeroorlog onteigende fabrieken geleidelijk weer in productie. Daarnaast speelde hij in april 1922 een leidende rol in de voorbereiding op het uitroepen van de Transkaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek, waarmee Georgië, Armenië en Azerbeidzjan als één deelrepubliek bij de Sovjet-Unie werden gevoegd. In 1922 werd Kirov ook lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij. Hij bleef echter in Azerbeidzjan, te Bakoe. Daar wist hij onwillige nationalisten in het gareel te houden, niet alleen op basis van dictatoriaal optreden maar ook op basis van afgedwongen respect door zijn bijdrage aan de wederopbouw van het land.

In 1926 vertrok Kirov naar Moskou voor het veertiende partijcongres. Mede met zijn steun behaalde Stalin daar een definitieve overwinning op de oppositie van Grigori Zinovjev en Lev Kamenev, die per direct uit de partij werden gezet en ontheven uit hun functies. Kirov werd vervolgens benoemd tot kandidaat-lid van het Politbureau en tegelijkertijd, als opvolger van Zinovjev, tot partijsecretaris in Leningrad. Aan zijn vrouw schreef hij dat hij weinig zin had in zijn nieuwe baan, maar dat hij "het vertrouwen van Stalin niet kon beschamen". Zonder nog terug te keren naar Bakoe vestigde hij zich direct in Leningrad.

Stalin verwachtte van Kirov dat hij als zijn vertrouweling de Leningradse partijorganisatie zou zuiveren van oppositieleden, de zogenaamde Zinovjisten. Kirov had eerder aangetoond dit soort klussen aan te kunnen maar toonde zich in Leningrad zeker niet het prototype van de rechtlijnige stalinist. Als begenadigd spreker trok hij tijdens partijbijeenkomsten weliswaar fel van leer tegen de oppositie en was hij verantwoordelijk voor tal van vervolgingen en deportaties. Aan de andere kant dwong hij gaandeweg steeds meer respect af bij de Leningradse bevolking vanwege zijn joviale, pretentieloze en open persoonlijkheid. Niettegenstaande zijn harde politieke lijn bleef hij vatbaar voor argumenten. Hij toonde bijvoorbeeld begrip voor de gematigde koers die Nikolaj Boecharin voorstond, met name met betrekking tot de collectivisatie. Vanaf eind jaren twintig benoemde hij bovendien diverse eerdere oppositieleden weer terug op vooraanstaande posities, tot ongenoegen van Stalin.[5] De altijd energieke Kirov was ook uitermate zichtbaar in Leningrad. Hij bezocht voortdurend fabrieken en arbeidersbijeenkomsten en maakte zich tegenover het centrale gezag in Moskou ook openlijk sterk voor de belangen van de Leningradse gemeenschap. Geleidelijk groeide zijn populariteit tot grote hoogte. Nadat hij in 1930 was benoemd tot volwaardig (stemgerechtigd) lid van het Politbureau bezorgde hem dat in toenemende mate een bijzondere machtspositie.

Kirov, Stalin en Stalins dochter Svetlana, tijdens een gezamenlijke vakantie op Sotsji

Stalin en Kirov[bewerken]

Stalin ontmoette Kirov waarschijnlijk voor het eerst in 1917. In 1919 hadden ze ook contact over de verovering door de Roden van Georgië, Stalins geboorteland. Beiden leerden elkaar echter pas goed kennen tijdens een gezamenlijke vakantie in 1925. De joviale Kirov, klein van stuk, altijd goedlachs, was de lieveling van Stalins familie. Ook later gingen Stalin en Kirov nog diverse malen samen op vakantie, waarbij ze met zijn tweeën gingen jagen, zwemmen en het badhuis bezochten.[6] Na de zelfmoord van Stalins vrouw Nadja werd de vriendschap tussen hen beiden nog hechter. Als Kirov in Moskou verbleef, stond Stalin erop dat hij niet bij zijn oude strijdmakker Ordzjonikidze bleef overnachten maar bij hem. Kirov verbleef op een gegeven moment zo vaak in het appartement van Stalin dat hij wist waar het beddengoed lag en zijn eigen bed opmaakte. Wanneer hij in Leningrad was belde Stalin hem vaak midden in de nacht op: de 'vertoeska'-telefoon (intern telefooncircuit van de partijtop) is nog steeds te bezichtigen naast Kirovs bed in het Kirovmuseum. "Stalin en Kirov waren als tweelingbroers die elkaar plaagden, schunnige verhaaltjes vertelden en lachten", schreef Mikojan later in zijn memoires: "Dikke vrienden die elkaar nodig hadden".

Dit betekende echter niet dat Stalin Kirov volledig vertrouwde. Stalin kon ook behoorlijk boos op hem worden, vaak ook om kleine zaken. Bijvoorbeeld in juni 1928, toen een artikel van Stalin in de Leningradse Pravda enigszins was ingekort, hetgeen Stalin onacceptabel achtte. Van de andere kant beschouwde Kirov ook Stalin niet als onaantastbaar en maakte hij tijdens de viering van Stalins vijftigste verjaardag (in 1929) geestige toespelingen op Lenins uitspraken over Stalins grofheid: een vrijpostigheid die niemand anders zich durfde veroorloven. Kirov kon zich veel veroorloven bij Stalin, maar Stalin maakte zich gaandeweg ook steeds vaker zorgen over hem. Zo toonde Stalin zich duidelijk ongerust over Kirovs verzet tegen zijn beleid inzake de hongersnood in 1931 en tegen de executie van Centraal Comité-lid Rjoetin, die een plan had beraamd om Stalin af te zetten. In 1933 kwam daar zelfs een gevoel van rivaliteit bij vanwege de enorme populariteit die Kirov inmiddels genoot binnen de partij, en niet alleen in het Leningradse.

Zeventiende partijcongres[bewerken]

Eind januari 1934 vond in Moskou het zeventiende partijcongres van de Communistische Partij plaats. Het werd het 'congres van de overwinnaars' genoemd en moest een bekroning worden voor de successen van de voorbije jaren, na de invoering van de vijfjarenplannen. De hongersnood was voorbij. De oogst was verbeterd. "De miljoenen van de honger omgekomen mensen waren vergeten en begraven in dorpen die van de kaart waren verdwenen", schrijft historicus Simon Sebag Montefiore. De overwinningen van de collectivisatie en de industrialisatie moesten gevierd worden. Toen Stalin het Bolsjojtheater betrad om het congres te openen, werd hij begroet door tumultueuze, tientallen minuten durende ovaties. De Pravda kopte levensgroot: STALIN!

Kirov spreekt het 17e partijcongres toe, 1934

Het congres bestond echter ook uit een aantal formele zaken. De 1966 afgevaardigden die het partijcongres in Moskou vanuit alle hoeken van de Sovjet-Unie bezochten, moesten het nieuwe Centraal Comité kiezen: een soort parlement van waaruit vervolgens het Politbureau werd geformeerd. Het tijdens het congres uitgedragen enthousiasme voor 'Stalins overwinningen' werd echter niet door alle afgevaardigden gedeeld. Velen waren geschrokken van Stalins soms onmenselijk harde beleid en de repressie in de voorbije jaren, menig andere had ook zijn eigen motieven om van hem af te willen. Achter de schermen werd dan ook een plan bedacht om Stalin af te zetten. Op een gegeven moment werd Kirov in Ordzjonikidzes appartement gevraagd of hij Stalins opvolger wilde worden. De loyale Kirov wees dit echter af en meldde het aan Stalin.[7] Deze bedankte Kirov maar voelde zich duidelijk bedreigd, schreef Mikojan later in zijn memoires, niet alleen op het congres, maar ook door Kirov persoonlijk. Dat gevoel leek nog te worden versterkt door Kirovs omstandig schertsen met afgevaardigden, vol zelfvertrouwen, en het enorme applaus dat hij kreeg na zijn slotrede. Daarin hemelde hij Stalin op, aldus Mikojan, "maar hij stal zelf de show".[8]

Aan het einde van het congres werd er vervolgens gestemd. De 1225 stemgerechtigde afgevaardigden[9] moesten op een lijstje met 138 kandidaten de namen doorstrepen van degenen waar ze tegen waren. Een meerderheid van stemmen was genoeg om gekozen te worden. Toen de verkiezingscommissie klaar was met de telling schrokken ze. De precieze gebeurtenissen zijn nog steeds niet helemaal opgehelderd, maar achter de schermen ontstond in elk geval veel consternatie. Het schijnt dat Kirov maar 1 of 2 negatieve stemmen had gekregen en Stalin tussen de 123 en 292. Voor beiden zou dit betekenen dat ze hoe dan ook herkozen waren, maar voor Stalin moet de uitslag een klap zijn geweest. Er dreigde groot verlies aan prestige. Toen echter twee dagen later de nieuwe leden van het Centraal Comité bekend werden gemaakt, deelde de kiescommissie mee dat Stalin 1056 en Kirov 1055 van de 1059 uitgebrachte stemmen had gekregen. Er werden 166 stemmen als vermist opgegeven. Historici nemen algemeen aan dat Stalin opdracht moet hebben gegeven een aantal negatieve stembriefjes te vernietigen dan wel te vervalsen,[10] zoals ook Chroesjtsjov beweerde in zijn 'geheime rede' in 1956. Met een groot aantal nog in de archieven aanwezige stembiljetten lijkt ook duidelijk te zijn 'geknoeid'.

Moord op Kirov[bewerken]

Na het zeventiende partijcongres probeerde Stalin Kirovs gerezen macht in te dammen door hem voor te stellen als zijn secretaris in Moskou te komen werken. Kirov weigerde echter, tot ongenoegen van Stalin. Niettemin ging Stalin in 1934 opnieuw samen met Kirov voor een vakantie naar Sotsji. Samen met Andrej Zjdanov bespraken ze daar de 'herziening' van de geschiedschrijving, in feite bedoeld om Stalins rol op te hemelen. Het was een onderwerp dat Kirov merkbaar tegenstond: "wat ben ik nu voor een historicus", sprak hij bij herhaling tegen Stalin.[11]

Smolny-instituut in de jaren dertig, werkplek van Kirov en de plaats waar hij werd vermoord.

In september stuurde Stalin Kirov naar Kazachstan om de oogst te controleren. Toen hij terugkwam in Leningrad bleken er vanuit Moskou plotseling vier nieuwe NKVD-bewakers aan zijn beveiliging toegevoegd. Daarmee kwam het totaal van zijn bewaking op negen man, een aantal dat Kirov veel te veel vond. De spanningen tussen Stalin en Kirov liepen langzaam op. Chroesjtsjov herinnerde zich een felle woordenstrijd tussen beide kompanen op Stalins buitenverblijf Zoebalovo, waarbij Stalin "zich respectloos uitliet". In het openbaar bleef Stalin echter uitermate voorkomend jegens Kirov. Na het Plenum van het Centraal Comité in Moskou bracht hij Kirov op 28 november persoonlijk naar de trein en omhelsde hem uitbundig.

Terug in Leningrad liet Kirov zich op 1 december per auto naar zijn kantoor in het Smolny-instituut brengen. Zijn persoonlijke lijfwacht Borisov wachtte hem daar op bij de ingang. Borisov werd op een gegeven moment echter opgehouden door een van de vier nieuwe NKVD-agenten uit Moskou die bij de deur van het trappenhuis stonden, vlak achter de ingang.[12] Kirov liep alleen door het trappenhuis. Daar passeerde hij een jongeman met de naam Leonid Nikolajev. Nikolajev liet Kirov eerst voorbijgaan, trok vervolgens een pistool en schoot Kirov van een meter afstand achter in zijn nek. Direct daarna was een tweede schot te horen dat afketste in de tegenoverliggende wand.

Vanaf dit punt lopen de lezingen van het gebeuren enigszins uiteen. Voor zover bekend heeft geen enkele getuige Nikolajev de schoten daadwerkelijk zien lossen. Diverse verklaringen in de archieven over wie na de moord op de plek des onheils arriveerden en in welke volgorde, spreken elkaar behoorlijk tegen. Volgens een onderzoeksrapport van de KGB uit 1990 wilde Nikolajev met het tweede schot zichzelf doden, maar werd hij overmeesterd door een niet nader geïdentificeerde man die uit een kamer was komen snellen, waardoor het schot miste.[13] Er bestaat echter ook een schriftelijke verklaring van een toegesnelde elektricien die beweert dat híj Nikolajev neersloeg, zonder melding te maken van een andere aanwezige.[14] Borisov arriveerde in elk geval te laat. Kirov lag met zijn gezicht naar rechts voorover op de vloer. Hij werd in een aangrenzende kamer op een conferentietafel gelegd, maar reanimatie mocht niet meer baten.

Onderzoek[bewerken]

Toen Stalin op 1 december 1934 gebeld werd over de moord op Kirov, riep hij direct de belangrijkste leden van het Politbureau bij elkaar. Mikojan herinnerde zich later: "Stalin verklaarde dat Kirov vermoord was en ter plekke, zonder verder onderzoek, zei hij dat de aanhangers van Zinovjev een terreurcampagne tegen de partij waren begonnen". Hij gaf direct opdracht tot een noodwet die verordonneerde dat terroristen binnen tien dagen berecht moesten worden en onmiddellijk daarna terechtgesteld mochten worden, zonder mogelijkheid tot beroep. Deze noodverordening legde de basis voor willekeurige terreur.[15] Binnen drie jaar zouden op basis van deze verordening twee miljoen mensen worden geëxecuteerd of naar werkkampen worden verbannen.[16]

Kirovs moordenaar Leonid Nikolajev en zijn vrouw Milda Draoele.

Stalin besloot eveneens op de dag van de moord dat hij persoonlijk een delegatie zou leiden om in Leningrad onderzoek te doen naar de moord. Kirovs vriend Ordzjonikidze wilde ook mee maar mocht niet van Stalin 'vanwege zijn zwakke hart'. In Leningrad aangekomen begon Stalin hoogst persoonlijk met de verhoren, om te beginnen met Nikolajev. Chroesjtsjov, lid van de onderzoekscommissie maar zelf niet bij het verhoor aanwezig, zou later verklaren dat Nikolajev knielend zou hebben beweerd in opdracht van de partij te hebben gehandeld.[17] De goed geïnformeerde NKVD-overloper Aleksandr Orlov schreef dat Nikolajev wees in de richting van Ivan Zaporozjets, het plaatsvervangend hoofd van de Leningradse NKVD. Ook Nikolajevs vrouw Milda Draoele werd door Stalin verhoord. De NKVD verspreidde het verhaal dat Kirov een relatie met haar zou hebben gehad en dat het een 'crime passionnel' betrof.[18] Draoele zei echter van niets te weten.

Een kroongetuige van de moord, Kirovs lijfwacht Borisov, werd ook voor verhoor naar Stalin gebracht. Hij was de enige die kon onthullen of hij bij de ingang van het Smolny-instituut doelbewust door de NKVD-agenten was opgehouden. Onderweg naar zijn verhoor, in een arrestatiewagen van de NKVD, kwam hij echter om bij een twijfelachtig en waarschijnlijk gearrangeerd auto-ongeluk.[19]

Stalin concludeerde opnieuw dat er sprake was van een georganiseerde contrarevolutionaire daad. Er werd geen forensisch onderzoek gedaan, ook niet naar de vreemde inslag van het tweede schot. Nikolajevs beschuldigingen aan het adres van de NKVD werden nooit nader onderzocht. Ook werd nooit onderzocht waarom Nikolajev een paar maanden voorafgaand aan de moord door de NKVD verbazend snel weer was vrijgelaten, nadat hij onder verdachte omstandigheden was opgepakt nabij het Smolny-instituut met een revolver. Chroesjtsjov zou in 1961 beweren dat Genrich Jagoda en Ivan Zaporozjets zich met die vrijlating hadden bemoeid en dat er ook aanwijzingen waren dat Jagoda en Zaporozjets opdracht hadden gegeven tot de liquidatie van Borisov. Harde bewijzen zijn echter nooit gevonden.[20]

Nikolajev verklaarde op 6 december voor het eerst dat hij inderdaad in opdracht van aanhangers van Zinovjev had gehandeld. Op 26 december werd hij veroordeeld en direct geëxecuteerd, samen met 13 anderen uit zijn omgeving.[21] De eerste arrestaties onder vermeende terroristen waren toen al uitgevoerd.[22] Begin januari werden Zinovjev en Kamenev gearresteerd op grond van hun 'morele verantwoordelijkheid'. Een jaar later zouden ze ter dood worden veroordeeld tijdens het eerste grote showproces te Moskou.

Kort na de moord, in januari, werden twaalf Leningradse NKVD-agenten tot relatief lichte straffen veroordeeld vanwege 'onoplettendheid'.[23] In de jaren 1936-1938 echter keerde het tij en werden vrijwel alle NKVD-functionarissen die op enigerlei wijze betrokken waren bij het onderzoek naar de moord, geëxecuteerd of verbannen naar de Goelag,[24] waarmee nauwelijks nog personen overbleven die uit de eerste hand op de hoogte konden zijn van de toedracht. Ook veel naaste medewerkers van Kirov werden slachtoffer van Stalins zuiveringen.[25] Van de 1966 afgevaardigden op het zeventiende partijcongres werden er binnen anderhalf jaar 1108 gearresteerd.[26] Van de 63-koppige kiescommissie op het congres werden er later 60 geëxecuteerd.[27]

Stalin en Kirov op het station te Leningrad: vrienden of vijanden?

De rol van Stalin[bewerken]

De vraag naar de betrokkenheid van Stalin bij de moord op Kirov houdt historici al decennialang bezig. In 1956 bevestigde een Sovjetcommissie onder leiding van Vjatsjeslav Molotov, die direct na de moord deel uitmaakte van Stalins onderzoekscommissie, dat Nikolajev in zijn eentje had gehandeld. Een nieuwe door Chroesjtsjov ingestelde commissie concludeerde in 1960 dat de moord op aangeven van Stalin georganiseerd was en dat Borisov door de NKVD was geliquideerd.[28] Korte tijd later werden deze conclusies herroepen. Een onderzoekscommissie uit 1990 onder leiding van Aleksandr Jakovlev concludeerde opnieuw dat er geen harde bewijzen waren voor Stalins betrokkenheid.[29] Westerse historici daarentegen zijn vrijwel unaniem in hun conclusie dat Stalin op enigerlei wijze betrokken moet zijn geweest. 'Geen harde bewijzen wil nog niet zeggen dat het niet gebeurd is', stelt Robert Conquest in zijn boek Stalin and the Kirov Murder: 'in het geval van de moord op Kirov zijn de aanwijzingen wel zo overweldigend dat het gewoon niet meer te ontkennen valt'.

Een andere westerse historicus, Simon Sebag Montefiore, oppert daarentegen dat het ook best allemaal wat minder sinister kan zijn geweest dan vaak verondersteld. De slordige beveiliging rondom Kirov bewijst in zijn ogen niets. Stalin had ook maar twee lijfwachten. Stalins verslechterde vriendschap met Kirov was bovendien kenmerkend voor de wrijvingen in zijn omgeving. Ook zijn snelle reactie op de moord en zijn merkwaardige eigen onderzoek hoeven niet per se te betekenen dat hij de moord beraamd moet hebben. Toen de Sovjetambassadeur Volkov in 1927 in Polen werd vermoord, reageerde Stalin met dezelfde snelheid en onverschilligheid voor de werkelijke daders, waarbij hij direct naar Engeland als opdrachtgever wees en de leiders van een monarchistische groep liet fusilleren. "Stalin heeft rechtspraak altijd als een politiek instrument beschouwd", stelt Montefiore. De plaatselijke NKVD zou volgens hem best wel eens de moord op Borisov gearrangeerd kunnen hebben om haar eigen incompetentie te verbergen. Veel kan volgens hem ook verklaard worden vanuit de ontstane panieksituatie binnen een totalitaire staat.

Hoe dan ook, luidt de conclusie van eigenlijk alle westerse historici, er was maar een iemand die de moord op Kirov goed uitkwam en dat was Stalin. Met de dood van Kirov verdween de laatste persoon die hij als een serieuze bedreiging voor zijn positie zag definitief van het toneel. Belangrijker is dat het hem bovendien een instrument verschafte om zich van zijn andere tegenstanders te ontdoen: het leverde hem het startsein voor zijn Grote Zuivering.

Stalin, Vorosjilov (2e v.l.), Molotov (l) en Kalinin (r) dragen de urn van Kirov over het Rode Plein.

Begrafenis[bewerken]

Kirov werd direct na zijn dood in een zwart uniform, omringd door rode vlaggen, opgebaard in een open doodskist. Op 3 december om half tien 's avonds vormden Stalin en de leden van het Politbureau een erewacht. "Het gezicht van Stalin was opmerkelijk kalm en ondoorgrondelijk", schreef Chroesjtsjov later in zijn memoires, "hij wekte de indruk dat hij diep in gedachten was verzonken, terwijl zijn ogen naar het lijk van Kirov staarden". Om tien uur droegen Stalin en andere Sovjetleiders de kist naar buiten, waarna het naar het station werd gereden en per trein naar Moskou vervoerd in een met bloemen getooide dodentrein.[30]

Op 5 december vond de uitvaart plaats. Kirovs lichaam lag zwaar belicht opgebaard in de Zuilenhal van het Kremlin, die aangekleed was in de kleuren zwart en rood. Kirovs diepbedroefde vrouw en zijn zussen zaten naast de kist, Stalin stond ervoor. Toen de wachten de deksel op de kist wilden schroeven, hield hij ze tegen en kuste Kirov op het voorhoofd, zeggende: "we zullen je wreken". Vervolgens werd de kist naar het crematorium gereden. De volgende ochtend droegen Stalin, gekleed in een oude overjas, Vorosjilov, Molotov en Kalinin de urn met de as over het Rode Plein, waar een miljoen mensen in de kou stonden. Daar werd zijn as bijgezet in een soort minitempel in de muur van het Kremlin. Mikojan schrijft in zijn memoires dat hij oprecht verdriet bij Stalin zag[31] en veronderstelt dat hij dacht aan zijn vrouw Nadja, die twee jaar eerder zelfmoord had gepleegd. De gebroken Ordzjonikidze zei tegen zijn vrouw: "Ik had altijd gedacht dat Kirov mij zou begraven, maar het omgekeerde is het geval".[32]

De moord op Kirov en later diens begrafenis vulden twaalf dagen lang van de eerste tot de laatste letter de Pravda. De media-aandacht in Rusland voor de dood van Kirov was vele malen groter dan zo'n tien jaar eerder voor de dood van Lenin.[33] Ook in de buitenlandse pers haalde de moord op Kirov de voorpagina's, maar daar taande de belangstelling snel, mede omdat Kirov internationaal als relatief onbekend gold. Alleen Leon Trotski bleef nog lang op de gevolgen van de moord op Kirov wijzen en schreef kort na de moord, met vooruitziende blik: 'de terroristische daad van Nikolajev wordt door Stalin beantwoord door het verdubbelen van de terreur tegen de partij'.[34] Zeven jaar later zou hijzelf in opdracht van Stalin worden vermoord.

Kirov-cultus[bewerken]

Direct na Kirovs dood begon de Sovjet-propagandamachine in een voor die tijd onwaarschijnlijk tempo te draaien. Kirov werd geportretteerd als een soort heilige en martelaar. Niet alleen stonden alle Sovjetkranten dagenlang helemaal vol met berichtgeving over Kirov, maar in een verbazingwekkend korte tijd verschenen er ook een groot aantal boeken over zijn leven en politieke ideeën. Binnen drie weken verscheen een officiële biografie, een boek met zijn verzamelde redes en geschriften, alsmede een bloemlezing getiteld Schrijvers over Kirov, een collectie, met herinneringen van vooraanstaande Russen als Maksim Gorki en Nikolaj Boecharin. Drie pagina's herinneringen van Kirovs vrouw werden echter niet opgenomen, waarschijnlijk omdat zij wél Kirovs bewondering voor Lenin aanhaalde maar geen melding maakte van zijn betrekkingen met Stalin.[35]

Standbeeld te Leningrad

In het oog springend is verder het vernoemen van een groot aantal (Sovjet-)Russische steden naar Kirov:
* Kirovs geboortestad Vjatka werd tot Kirov herdoopt en haar omringende omgeving tot de oblast Kirov.
* De stad Zinovjevsk (eerder Jelizavetgrad) in Oekraïne werd in 1934 omgedoopt tot Kirovo en heet thans nog steeds Kirovohrad.
* In Armenië heette de stad Vanadzor tussen 1935 en 1990 Kirovakan.
* De stad Gəncə in Azerbeidzjan droeg tussen 1935 en 1989 de naam Kirovabad.
* In de oblast Kaloega werd de stad Pesotsjnja in 1936 eveneens omgedoopt tot Kirov, zoals deze nu nog steeds heet.

In tal van Russische steden zijn nog altijd honderden straten vernoemd naar Kirov. Ook fabrieken, tanks, marineschepen, spoorlijnen, metrostations, scholen, sportverenigingen enzovoort werden dragers van zijn naam. Doorheen het hele land werden standbeelden opgetrokken.

Kirov had de reputatie een liefhebber van mooie vrouwen te zijn en was een groot liefhebber van de ballerina's van het Mariinskiballet.[36] Direct na zijn dood werd dat ballet omgedoopt tot het Kirov-ballet. Na de val van het communisme in 1991 ging het opnieuw het Mariinskiballet heten.

Hoewel de persoon Kirov in het huidige Rusland niet of nauwelijks als controversieel wordt gezien, werden na de val van het communisme in 1991 de meeste van de vernoemingen teruggedraaid, zoals dat toen ook met de vernoemingen van veel andere Sovjetleiders gebeurde. De discussie rondom de moord is echter nog steeds niet verstomd. Nog altijd wordt onderzoek gedaan in de archieven en met vaste regelmaat verschijnen nog boeken en andere publicaties. In Rusland zelf is het onderwerp bovendien nog steeds actueel in het politieke en maatschappelijke debat. Historicus Amy Knight ziet het als een belangrijke toetssteen voor de Russen om een plek te geven aan hun communistische verleden, "waar ze blijkbaar nog steeds niet helemaal klaar mee zijn".[37]

Literatuur

Externe links

Noten

  1. Zie Amy Knight, Who killed Kirov?, blz. 9-10.
  2. Zie Amy Knight, Who killed Kirov?, blz. 76.
  3. a b Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 77.
  4. Kirov verkreeg uiteindelijk steun van Lenin voor de omverwerping van de Georgische regering, mede dankzij de steun van Stalin, waarbij Lev Trotski en Lev Kamenev als tegenstanders van de inlijving bewust buiten de besluitvorming werden gehouden. 'Akkoord, niets uitstellen', schreef Lenin uiteindelijk op memo van Stalin over deze kwestie. Zie Orlando Figes, Tragedie van een volk, blz. 878.
  5. Dat Kirov geen blinde volger van Stalin was bleek onder meer ook uit diens opstelling in de zaak Rjoetin, die Stalins dictatoriale leiderschap in een geschrift ter discussie had gesteld. Binnen het Politbureau stelde hij zich op tegen de executie van Rjoetin, zichtbaar tegen de zin van Stalin. Zie Amy Knight, Who killed Kirov?, blz. 155-157.
  6. Sebag Montefiore: Stalin; aan het hof van de rode tsaar
  7. De lezingen over de precieze toedracht van Kirovs afwijzing lopen enigszins uiteen. Sommige bronnen suggereren dat Kirov wel wilde maar uiteindelijk niet durfde. Zie Amy Knight, Who killed Kirov?, blz.
  8. Sebag Montefiore: Stalin; aan het hof van de rode tsaar, blz. 135.
  9. Er waren 1966 afgevaardigden op het congres, maar niet elke afgevaardigde had stemrecht
  10. Eén van de drie leden van de 63-koppige kiescommissie die Stalins zuiveringen later zouden overleven, V.M. Verkovitsj, verklaarde in 1960 dat 292 afgevaardigden negatief op Stalin hadden gestemd, maar dat 123 stembriefjes werden vervalst en 166 gewoon niet in de tellingen werden opgenomen. Zie Amy Knight: Who killed Kirov, blz. 173-174.
  11. Cf. correspondentie van Zjdanov aan Stalin
  12. Robert Conquest: Stalin and the Kirov Murder (blz. 8) en Amy Knight: Who killed Kirov? (blz. 189-190). Conquest en Knight baseren zich op het officiële Sovjet-onderzoek naar de moord uit 1961, meer in het bijzonder op de getuigenverklaring van Ilja Alexandrov, de enige van de vier NKVD-agenten die toen nog leefde. Volgens Alexandrov liepen de vier agenten met Kirov en Borisov mee tot de tweede etage, waarna Alexandrov en twee collega's weer terug naar beneden gingen, terwijl Borisov met de vierde collega in discussie raakte en achterbleef op de tweede etage. Kirov klom alleen verder naar de derde etage. Borisov gaf tijdens een korte ondervraging direct na de moord aan dat hij slechts enkele tientallen meters achter Kirov liep, maar dat strookt niet met andere getuigenverklaringen die er op wijzen dat Borisov pas minuten na de moord op de plek des onheils arriveerde
  13. Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 190.
  14. Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 192.
  15. De wet kan worden gezien als een equivalent van Hitlers noodverordening na de Nacht van de Lange Messen; Stalin was erg onder de indruk van de wijze waarop Hitler met zijn interne tegenstanders afrekende: "Die weet hoe hij zijn tegenstanders moet aanpakken", zou hij tegen Mikojan gezegd hebben. Zie Sebag Montefiore; Stalin; aan het hof van de rode tsaar, blz. 136.
  16. Sebag Montefiore: Stalin; leven aan het hof van de rode tsaar, blz. 151.
  17. Zie Robert Conquest: Stalin and the Kirov Murder, blz. 113-115.
  18. Draoele werkte als serveerster in het restaurant van het Smolny-instituut.
  19. Volgens Robert Conquest, zich baserend op uitspraken van Chroesjtsjov, zou een passagier voorin de auto plotseling aan het stuur hebben getrokken en werd -niet te hard- een muur geraakt, waarna Borisov door de NKVD geliquideerd zou zijn. Zie Stalin and the Kirov Murder, blz. 113-115. Amy Knight suggereert dat Borisov best zelf betrokken kan zijn geweest bij de moord; zich geen moment realiserend dat ook Stalin mogelijk wel eens geïnvolveerd kon zijn, zou de NKVD Borisov ook geliquideerd kunnen hebben uit angst dat hij bij Stalin 'door zou slaan'. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 258.
  20. Opvallend is dat Jagoda tijdens de Moskouse Processen ook naar Zaporozjets wijst als degene die Nikolajev na diens eerder arrestatie zou hebben verhoord en vrijgelaten. Zie Theo Pirker: Die Moskauer Schauprozesse, 1936-1938, München (1963), blz. 223-224.
  21. Ook later gingen arrestaties in de kennissenkring van Nikolajev door. Nikolajevs vrouw Martha Draoele, eerder ook door Stalin persoonlijk ondervraagd, werd in maart 1935 samen met haar zus en haar schoonbroer geëxecuteerd. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 219. De Zuid-Afrikaanse schrijfster Gillian Slovo beschrijft in haar op onderzoek gebaseerde roman IJsweg (2005) de ondergang van de grote groep mensen die op een of andere manier kennis hadden met Nikolajev of anderszins 'iets konden vermoeden'
  22. Deze eerste arrestaties vonden plaats op basis van een mede door Stalin opgestelde lijst. Gesproken werd van een Moskous Centrum en een Leningrads Centrum. Zie Sebag Montefiore: Stalin; aan het hof van de rode tsaar, blz. 159 en Amy Knight: Who killed Kirov"?, blz. 216.
  23. Onder hen was de Leningradse NKVD-chef Medvedev. Van diens schoonbroer Sorokin is in de Moskouse archieven een document uit 1934 teruggevonden. Daarin verklaart hij dat de goed geïnformeerde Medvedev kort voor diens arrestatie tegen hem gezegd zou hebben dat Jagoda en Zaporozjets de moord zouden hebben georganiseerd en dat Stalin daarvan af wist. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 223-224.
  24. Dat gold van hoog tot laag. NKVD-baas Jagoda werd in 1937 berecht tijdens het derde Moskouse showproces en vervolgens meteen geëxecuteerd. Zaporozjets werd in datzelfde jaar gearresteerd en achter gesloten deuren berecht en eveneens geëxecuteerd
  25. Zie Robert Conquest: Stalin and the Kirov Murder, blz. 87-94.
  26. Sebag Montefiore: Stalin; aan het hof van de rode tsaar, blz. 226.
  27. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 173-174.
  28. Opvallend is dat een van de leden van deze commissie, Olga Sjattunovskaja, later beweerde dat veel cruciale documenten die deels in 1955 nog beschikbaar moeten zijn geweest, plotseling verdwenen bleken. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 264.
  29. Opvallend is dat de onderzoeksresultaten van de drie grote Sovjet-onderzoeken naar de moord op Kirov tot op de dag van vandaag niet volledig zijn vrijgegeven. Historicus Amy Knight stelt in haar boek Who killed Kirov? dat Rusland klaarblijkelijk nog steeds niet helemaal klaar is met zijn Stalin-verleden.
  30. Kirovs hersenen bleven in Leningrad achter, waar ze in het Leningradinstituut onderzocht zouden worden op kenmerken van genialiteit, zoals vaker gebeurde na de dood van belangrijke Bolsjewieken (Lenin, Gorki). Zie Sebag Montefiore: Stalin; aan het hof van de rode tsaar, blz. 156.
  31. In dat verband kan worden gewezen op een opmerking van Anna Larina, de vrouw van Boecharin, die stelde dat bij Stalin oprecht verdriet en koele wraakzucht gewoon ook konden samenvallen: "eerst verordonneerde hij zelf iemands dood en vervolgens kon hij zich intens droevig tonen en er waarschijnlijk ook oprecht verdrietig over zijn. Zulke tegengestelde gevoelens konden bij deze man gemakkelijk samenvallen".
  32. Zie Sebag Montefiore: Stalin; aan het hof van de rode tsaar, blz. 158.
  33. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 236-237
  34. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 260.
  35. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 236-239.
  36. Zie Sebag Montefiore: Stalin; aan het hof van de rode tsaar, blz. 153.
  37. Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 270.
Etalagester
Etalagester Dit artikel is op 16 februari 2013 in deze versie opgenomen in de etalage.