Witten (leger)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Witte zaak" (plakkaat uit 1919)

De Witten of het Witte Leger (Russisch: Белая Армия, Belaya Armiija) was een van de strijdende partijen tijdens de Russische Burgeroorlog, die uitbrak na de Oktoberrevolutie in 1917. De Witten, die tegen het bolsjewisme waren, bestonden onder meer uit mensjewieken, vroegere grootgrondbezitters, de vroegere legertop, de Russische adel, maar ook uit buitenlandse troepen. Bekende commandanten van de Witten waren admiraal Aleksandr Koltsjak, die vanuit het Oosten oprukte tegen de Roden, en de generaals Anton Denikin en Pjotr Wrangel, die vanuit het Zuiden oprukten. Verder vochten er Witten onder Nikolaj Joedenitsj aan het Westelijk front en onder Jevgeni Miller aan het Noordelijk front.

Na een bloedige strijd van drie jaar verloren de Witten in 1921 van het Rode Leger onder leiding van Trotski. De nederlaag hadden de Witten mede te wijten aan de grote interne verdeeldheid. De verschillende generaals - van zowel de Russische als buitenlandse troepen - werkten ieder langs elkaar heen.

Veel Witte officieren vluchtten naar het buitenland: West-Europa en ook China. Een deel van de kleine Russische minderheid in China bestaat uit hun nazaten. In Europa werden in het interbellum en na de Tweede Wereldoorlog verscheidene acties tegen hen georganiseerd, onder andere in de actie Smert Spionam. Vele Witte officieren werden uit de bevrijde gebieden ontvoerd, soms met medeweten van de geallieerden. Ze werden naar de Sovjet-Unie teruggebracht voor hun showproces en executie.

De uitdrukking "Witten" is ook in andere landen gebruikt als aanduiding van contrarevolutionaire krachten (Frankrijk, Bulgarije, Hongarije, Finland).

Zie ook[bewerken]