Gouvernement Tiflis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gouvernement Tiflis
Тифлисская губерния
 Gouvernement Georgië-Imeretië 1846 — ± 1918 Transkaukasische Federatieve Republiek 
Wapen
Wapen van gouvernement
Kaart
Kaart
Basisgegevens
Hoofdstad Tiflis
Oppervlakte 44.610,4 km² (39.197 werst²)
Bevolking 1.051.032 (volkstelling 1897)
Bevolkingsdichtheid 23,56/km²
Religie Orthodox, Armeens-apostolisch, islam
Portaal  Portaalicoon   Rusland

Het gouvernement Tiflis (Russisch: Тифлисская губерния; Tiflisskaja goebernieja, Oud-Russisch: Тифлисская губернiя) was van 1846 tot ongeveer 1918 een gouvernement (goebernija) van het Russische Rijk in het centrale deel van Russisch Transkaukasië. Het omvatte het oostelijke deel van de grote vallei, die zich uitstrekt tussen de Grote Kaukasus en het Armeens Hoogland, vanaf het Meskesgebergte in oostelijke richting tot aan de hoger gelegen delen in zowel noordelijke als zuidelijke richting.

Het gouvernement grensde aan het gouvernement Jelizavetpol, het gouvernement Jerevan, het gouvernement Koetaisi, de okroeg Zakatali, de oblast Dagestan, de oblast Terek en de oblast Kars. De hoofdstad was Tiflis.

Geschiedenis[bewerken]

Het gouvernement werd met het gouvernement Koetaisi geformeerd in 1846 uit het voormalige gebiedsdeel Imereti van het Georgische koninkrijk Kartli-Kachetië, dat in 1801 geannexeerd werd door het Russische Rijk. Na verschillende opstanden onder de Georgische bevolking en latere aansluiting van andere Georgische vorstendommen en de daaropvolgende afschaffing ervan in de periode ervoor, werd uiteindelijk besloten tot de instelling van gouvernementen.

Enkele van de belangrijkste gebeurtenissen in het gouvernement waren de afschaffing van het lijfeigenschap tussen 1865 (Oost-Georgië) en 1871 (Svanetië), het gereedkomen van een spoorlijn tussen Tiflis (Tbilisi) en Poti in 1872 en tussen Tiflis en Bakoe in 1883 en het opkomende Georgische bolsjewisme en mensjewisme en nationaal zelfbewustzijn. In 1907 werd bijvoorbeeld door een Georgische delegatie een petitie aangeboden tijdens een conferentie in Den Haag met het verzoek tot autonomie binnen het Russische Rijk. In 1914 werd een Comité voor de Onafhankelijkheid van Georgië opgericht in Genève (dat een jaar later vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zich verplaatste naar Berlijn) en in 1915 werd een Georgisch Legioen gevormd voor de bevrijding van Georgië met ongeveer 1500 leden (eerst in het Ottomaanse Rijk, later in Roemenië). Daarna kwam de situatie in een stroomversnelling: Er werden democratische partijen en een leger opgezet en de Kaukasuscampagne begon.

In 1918 werden de zuidelijke en zuidwestelijke delen van Georgië veroverd door Ottomaanse Legers en in hetzelfde jaar werd door mensjewieken de Transkaukasische Federatieve Democratische Republiek gesticht, maar na een maand viel deze al uiteen en ontstond de Democratische Republiek Georgië, die echter na een aantal jaar van strijd en conflicten werd veroverd door het Rode Leger, waarna de bolsjewieken er in 1921 de Georgische SSR uitriepen en in 1922 het gebied opging in de Transkaukasische Federatie. In 1924 brak nog een opstand uit tegen de sovjets, die echter na een aantal weken werd onderdrukt. In 1936 werd de Georgische SSR een direct onderdeel van de Sovjet-Unie.

Economie en steden[bewerken]

Het was net als de meeste andere gebieden in het Russische Rijk een overwegend landbouwgebied met een lage urbanisatiegraad. Tot de belangrijkste landbouwactiviteiten behoorden veeteelt en het verbouwen van graan in berggebieden en verschillende gewassen, wijnbouw en sierteelt in lager gelegen gebieden. In sommige gebieden was er sprake van irrigatie.

Het gebied was onderverdeeld in 9 districten (oejezden) en 1 okroeg, waarbinnen de belangrijkste steden Tiflis, Achalkalaki, Achaltsich, Doesjet, Gori, Signach en Tela waren.

Bevolking[bewerken]

Volgens de statistieken van de Russische volkstelling van 1897 woonden er in dat jaar 1.051.032 mensen in het gouvernement, waaronder:

  • 465.537 Georgiërs (44,29%)
  • 196.189 Armenen (18,67%)
  • 107.383 Azerbeidzjanen ("Tataren") (10,22%)
  • 85.772 Russen (waaronder 5.443 Oekraïners (toen Klein-Russen genoemd) (8,16%)
  • 67.268 Osseten (6,40%)
  • 34.130 sprekers van Avaars-Andische talen (Avaars, Achvach, Andi, Botlich, Chamalal, Ghodoberi, Karata, Bagvalal en Tindi) (3,25%)
  • 27.118 Grieken (2,58%)
  • 24.722 Turken (2,35%)
  • 42.913 Overige volken (4,08%)

Van de bevolking gaf toen 55,6% aan tot een Orthodoxe Kerk te behoren (Russen en Georgiërs), 20% tot de Armeens-apostolische Kerk, 18% tot de islam, 1,9% tot de Armeens-katholieke Kerk, 1,5% tot de oudgelovigen, 1,1% tot de rooms-katholieke Kerk, 0,9 tot het jodendom en 0,8% tot het Lutheranisme.

Bronnen, noten en/of referenties