Nagorno-Karabach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Warning icon.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Dağlıq Qarabağ
Nagorno-Karabach,
Լեռնային Ղարաբաղ, Արցախ
Vlag van Nagorno-Karabach
(Details)
Wapen van Nagorno-Karabach
(Details)
Location Nagorno-Karabakh en.png
Basisgegevens
Talen Armeens
Hoofdstad Stepanakert (Azerbeidzjaans: Xankəndi)
Regeringsvorm Presidentiële republiek
Religie Armeens-apostolisch
Oppervlakte 11.430 [1] km²
Inwonertal 144.700 (01-01-2012)[2](12,6 inw./km²)

137.737 (2005[3])

Overige
Volkslied Vrij en onafhankelijk Artsach
Motto Wij zijn onze bergen
Munteenheid Dram (AMD)
UTC +4
Nationale feestdag 2 september (onafhankelijkheidsdag)
Web | Code | Tel. .am | NKR | +374 47
Topografie
Kaart van Nagorno-Karabach.
Kaart van Nagorno-Karabach.
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken
Nagorno-Karabach

Nagorno-Karabach of Opper-Karabach (Armeens: Լեռնային Ղարաբաղ, Lernajin Gharabagh, Azerbeidzjaans: Dağlıq Qarabağ of Yuxarı Qarabağ) (historische naam Artsach[4]) is een regio in de Zuidelijke Kaukasus. Het gebied behoort formeel tot Azerbeidzjan, maar de-facto is het een onafhankelijke republiek. Azerbeidjzan heeft geen enkele zeggenschap in de regio en er is sprake van Armeense invloed op het bestuur[5].

Ten tijde van de Sovjet-Unie was Nagorno-Karabach een etnisch Armeense autonome oblast van de Azerbeidzjaanse SSR. Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft Nagorno-Karabach zich op 2 september 1991 onafhankelijk verklaard. De internationale gemeenschap en zelfs Armenië erkennen de onafhankelijkheid van Nagorno-Karabach formeel niet, omdat men de huidige vredesonderhandelingen tussen Armenië en Azerbeidzjan wil bevorderen [6]. In deze onderhandelingen staat de status van Nagorno-Karabach centraal.

De hoofdstad van Nagorno-Karabach is Stepanakert. Het traditionele culturele centrum van het land wordt evenwel de voormalige hoofdstad Sjoesja gezien.[bron?] De voormalige oblast Nagorno-Karabach werd volledig omgeven door Azerbeidzjan. Nagorno-Karabach grenst verder ook aan Armenië en Iran[7].

Naam[bewerken]

Nagorno-Karabach betekent letterlijk "Opper-Karabach". De benaming "Karabach" ontspringt uit de Turkse en Perzische woorden kara en bach, en betekent letterlijk "heuvelachtige zwarte tuin" of "hogergelegen zwarte tuin"[8]. Nagorno werd hierop toegevoegd onder de Sovjet-Unie, daar zij het hogergelegen deel van het aardrijkskundige gebied Karabach omvat. De lokale talen kennen hiervan de volgende vormvarianten:

  • Armeens: Լեռնային Ղարաբաղ, Lernajin Gharabagh,
  • Azerbeidzjaans: Dağlıq Qarabağ of Yuxarı Qarabağ, Daaluk Karabaa,
  • Russisch: Нагорный Карабах, Nagorniy Karabach.

De naam Karabach is voor het eerst verschenen in Perzische en Georgische bronnen uit de 13e en 14e eeuwen. De oorspronkelijke benaming van het land daarvoor was "Artsach", dat volgens de volksetymologie "wouden van Aran" betekent — het geliefde jachtgebied van een mythische koning.

Geschiedenis[bewerken]

Een kaart van de Kaukasus in de 9e eeuw.

De Armeense bevolking van Nagorno-Karabach is ontstaan als gevolg van een fusie van oude inheemse stammen en de stam van de Armennen (proto-Armeniërs) die van het westen hier naartoe kwamen[9][10]. Volgens sommige bronnen vestigden de proto-Armeniërs zich in het gebied Karabach reeds in de 7e eeuw v.Chr.[11]. Artsach was deel van het in 189 v.Chr. uitgeroepen Koninkrijk Armenië, als één van de 15 deelstaten daarvan, en had zelf 12 provincies. Ze bleef deel van Armenië tot in de late 4de eeuw[12].

Middeleeuwen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Koninkrijk Artsach voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Gandzasar — "de encyclopedie van middeleeuwse Armeense architectuur" (A. L. Jakobson)[13].

Na het verval van het Armeense koningshuis Arsjakoeni, met de scheuring van Armenië tussen het Romeinse en Perzische Rijken in 387, werden de oostelijke deelstaten Artsach en Otene ingelijfd bij Kaukasisch Albanië (een vergaan christelijk koninkrijk in de Kaukasus) [12]. Echter in culturele zin waren ze nog altijd Armeens [10].

In het begin van de 5e eeuw zou Mesrop Masjtots na de vondst van het Armeens alfabet een school openen in Artsach. Onder Vachagan de Vrome, de laatste koning van Albanië (487-510), bloeide in Artsach voorts een christelijke cultuur. Deze koning liet overal scholen openen en kerken bouwen. Hij bezocht zelf deze scholen en vermaakte zich de leerlingen te horen lezen [14].

Van de 7e tot de 9e eeuw werd Kaukasisch Albanië overheerst door het Arabische Rijk. Laatstelijk was Artsach het toneel van een reeks slagvelden tussen opstandelingen en het Arabische leger. Sahl Smbatian, één van deze opstandelingen, stichtte in 821 het vorstenhuis Chatsjen [15]. In 1000 werd dit vorstendom een koninkrijk, dat zich staande hield tot 1266 [15].

Het Koninkrijk Artsach bereikte zijn hoogtepunt in het begin van de 13e eeuw, onder Djalal I (1214-1266). De laatste bouwde de kathedraal van Gandzasar, die voortaan het religieuze centrum van Artsach werd, en waar sinds de 14e eeuw een patriarch zetelde. Na 1266 bleef Artsach voortbestaan als een vorstendom[15].

Prinsdommen van Karabach[bewerken]

De prinsdommen van Karabach, 16e eeuw

Het land leed zware schade door de invasies van de horden van Timoer Lenk in 1387. En sinds de late 15e eeuw werd de Zuidelijke Kaukasus overheerst door de Turkmenen, totdat het in 1555 veroverd werd door het Perzische Rijk onder de Safawidendynastie. Perzië had vaak echter weinig controle over dat gebied, waar verschillende mohammedaanse kanaten de overhand kregen.

Desalniettemin bleef de bevolking van Nagorno-Karabach overwegend Armeens en het land wist zijn zelfbestuur te handhaven [16]. Tot het begin van de 19e eeuw was Nagorno-Karabach een unie van vijf kleine, maar zelfstandige prinsdommen: Gulistan, Djeraberd, Chatsjen, Varanda en Dizak, die allemaal takken waren van het oude vorstenhuis Chatsjen [15].

Zowel de Turkmenen, als de Perzen erkenden de erfelijke rechten van deze prinsdommen. In het begin van de 18e eeuw genoten ze hun hoogste onafhankelijkheid. De soevereine status van de Prinsdommen van Karabach was later officieel erkend door het Russische Rijk met een oorkonde van de tsaar Paul I op 2 juni 1799 [17].

Nieuwe geschiedenis[bewerken]

In de 17e eeuw verklaarden sommigen van de prinsen van Karabach zich de afstammelingen van de koningen van Oud-Armenië[18] en begonnen samen met de prinsen van Sjoenik de nationale vrijheidsbeweging van het Armeense volk[15]. Zij hadden het plan om een nieuw koninkrijk te stichtten en om zich van Perzië vrij te kunnen vechten zochten zij hulp buitenslands. De prins Israel Ori doolde 20 jaar in het Westen, en bezocht landen als Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Rusland. Hij beloofde de kroon van Armenië aan Johan Willem, de keurvorst van de Palts, als hij wilde samenwerken aan dit plan[17]. Israel Ori ontmoette ook Peter de Grote in Moskou. Hoewel deze politieke ondernemingen uiteindelijk op niets uitliepen, kwamen de prinsen van Karabach in 1700 in opstand tegen het Perzische bewind.

In 1721 begon Peter de Grote het zogenaamde Kaukasische Campagne en veroverde de westelijke Kaspische kustgebieden. Tegelijkertijd bewoog het Ottomaanse leger naar het oosten om zich de rest van de Zuidelijke Kaukasus toe te eigenen. Jerevan, Tbilisi en Nachitsjevan vielen achter elkaar in de handen van de Turken.

Tussen 1724-1728 vonden in Nagorno-Karabach hevige gevechten plaats tussen de Armeniërs en de Turken. Het leger van de Karabachse prinsen was sterk genoeg om jarenlang het Ottomaanse leger weerstand te bieden. Maar de Turken trokken zich weer terug toen Nadir Sjah in Perzië de troon beklom.

Karabachkanaat[bewerken]

Het Karabachkanaat, Russische kaart uit 1902.

In de 18e eeuw was het grootste deel van de Zuidelijke Kaukasus opgedeeld in kleine khanaten (kleine vorstendommen onder een islamitisch vorstenhuis). Deze maakten formeel deel uit van het Perzische Rijk, maar er was sprake van een groeiende invloed van het Russische Rijk. Omstreeks 1750 kwam Panah Ali khan in Opper-Karabach aan de macht, en maakte een begin aan het Karabachkanaat. Dit vorstendom omvatte behalve Opper-Karabach ook laaglanden tot aan de rivier Koera en het berggebied Syunik in het westen. Deze periode van de geschiedenis van Nagorno-Karabach werd gekenmerkt door kleine oorlogjes tussen de lokale (christelijke) prinsen en de (islamitische) khanen.[bron?]

Russische annexatie[bewerken]

De daarop volgende Russisch-Perziche Oorlog (tussen 1796 en 1828) brachten een grote schade toe aan het land. Veel Karabach-Armeniërs emigreerden naar Georgië of Rusland. In 1798, na een pestepidemie en daarop volgende hongersnood, emigreerden de Armeense prinsen met hun onderdanen (11.000 gezinnen) uit Opper-Karabach [19][20]. Uiteindelijk werd het Karabachkanaat in 1805 geannexeerd door het Russische rijk. Dit werd bekrachtigd met het Verdrag van Gulistan in 1813. Van een stabiele Russische overheersing kon echter alleen sprake zijn na de tweede Russisch-Perzische oorlog in 1828.

In 1823, vlak voor deze oorlog, had het Karabachkanaat volgens Russische statistieken een bevolkingssamenstelling van 22% Armeniërs en 78% procent Azerbeidzjanen.[21] Volgens andere bronnen was slechts 9% Armeniërs en 91% Moslims, de laatsten woonden voornamelijk in Laag-Karabach, aan de Koeraoever[16]. Er zijn geen gegevens bekend over het bevolkingsaantal van Nagorno-Karabach zelf (aangezien het gebied van het Karabachkanaat aanzienlijk groter was dan Opper Karabach)[22], wel zou de bevolking van Opper-Karabach bij de Russische overname in 1805 nog steeds overwegend Armeens zijn[23].

Deel van het Russische rijk[bewerken]

Het gebied van het kanaat werd in 1868 deel van het gouvernement Jelizavetpol en was verdeeld in drie oejezds. In jaren daarop steeg het aantal Armeniërs in de Zuidelijke Kaukasus als gevolg van het Russische migratiebeleid. Zo nam het percentage van de Armeniërs in het hele gebied van de voormalige Karabachkanaat toe tot 35 procent in 1832 en 53 procent in 1880, terwijl veel islamitische Azerbeidzjaanse gezinnen juist naar Iran emigreerden.[24] Het migratiebeleid was het gevolg van de Russisch-Turkse oorlogen van 1855-1856 en 1877-1878. De Russische Rijk vond de Azerbeidzjaanse bevolking onbetrouwbaar en zag deze als potentiële bondgenoot voor de Turken.[16][25] Na 1828 waren tussen 57.000 en 84.000[21] Armeniërs geëmigreerd naar de gouvernementen Jelizavetpol en Jerevan. Het is evenwel niet duidelijk welke deel van deze Armeniërs zich daadwerkelijk in Opper-Karabach heeft gevestigd, wel gaat men ervan uit dat de emigratie van Armeniërs en de migratie van Moslims ook hier de bevolkingssamenstelling enigszins hebben veranderd[22]

Onder Russisch bewind kwam voor Nagorno-Karabach een poos van vredestijd, die een economische en culturele vooruitgang voor het land mogelijk maakte. Sjoesja (lokale naam Sjoesji), voorheen de burcht van het Karabachkanaat, werd herbouwd als de hoofdstad van Nagorno-Karabach en groeide tot een belangrijk handel- en cultuurcentrum in de regio.

De bevolking van Sjoesja was — in tegenstelling tot de overwegend Armeense Opper-Karabach — etnisch gemengd en multicultureel, opgedeeld in Armeense en Azerbeidzjaanse stadsdelen. In 1914 was Sjoesja, na Tbilisi en Bakoe, de derde grootste stad van de Transkaukasus [26].

Begin 20e eeuw[bewerken]

In het bruin Nagorno-Karabach en in het geel de andere gebieden die tijdens de oorlog onder controle van Nagorno-Karabach zijn gekomen

Tussen 1918 en 1920 vond de Armeens-Azerbeidzjaanse Oorlog plaats, een serie van conflicten over het gebied tussen de kortstondige Democratische Republiek Armenië en de Democratische Republiek Azerbeidzjan. Nadat de Armenen er een onafhankelijke staat uitriepen in 1918 werd het gebied onder de voet gelopen door het Ottomaanse Rijk. Nadat dit rijk was verslagen, bezetten de Britten het gebied en stelden de door de Azerbeidzjaanse regering gesteunde gouverneur-generaal Khosrov Sultanov aan. Een besluit uit februari 1920 door de Nationale Raad voor Karabach om zich onder jurisdictie van de Democratische Republiek Azerbeidzjan te stellen werd niet erkend door de Armenen, die een guerrilla voerden in het gebied. Twee maanden later werd het besluit weer ongedaan gemaakt en sloot het gebied zich aan bij Armenië. Tijdens een strijd van het Azerbeidzjaanse leger tegen de Armenen in Nagorno-Karabach werd ondertussen het land zelf bezet door het Rode Leger, die om steun te winnen het gebied toekende aan Armenië, samen met Nachitsjevan en Zangezoer (een smalle strook land tussen Nachitsjevan en de overige Azerbeidzjaanse gebieden).

De wortels van het conflict over het gebied liggen in de besluiten die door Stalin en het Kaukasisch Bureau (Kavburo) werden gemaakt begin jaren 20, toen de sovjetificatie van Transkaukasië werd ingezet. Stalin was toen voorzitter van de Sovnarkom en had het Kavburo onder zich. De Moskouse heersers hadden toen grote plannen; ze wilden dat het net ontstane Turkije zich ook volgens communistische lijnen zou gaan ontwikkelen. Om deze reden werd het regime van dat land geprobeerd voor zich te winnen door alleen Zanzegoer aan Armenië te geven en de andere beide gebieden onder Azerbeidzjaans bestuur te plaatsen. Zou dit niet het geval geweest zijn, dan had Stalin ook beide andere gebieden onder Armeens bestuur geplaatst.[27] Als gevolg van deze besluiten kwam het gebied echter als de Nagorno-Karabachse Autonome Oblast onder het bestuur van de Azerbeidzjaanse SSR op 7 juni 1923.

Sovjet-Azerbeidzjaans bestuur (1923-1988)[bewerken]

De Nagorno-Karabachse autonome oblast tussen 1923 en 1929.

Het huidige Nagorno-Karabachconflict is geworteld in een beslissing gemaakt door Jozef Stalin en het Kavburo (het Kaukasische bureau van de Communistische Partij). Tijdens de verovering van de rest van de Kaukasus beloofden de bolsjewieken dat ze Nagorno-Karabach, evenals Nachitsjevan en Zangezoer, aan Armenië zouden toekennen en lieten onder sterke druk het Azerbeidzjaanse Sovjetbestuur hiertoe in december 1920 een verdrag ondertekenen. Moskou had evenwel verregaande plannen wat betreft Turkije, in de hoop dat dit land, met wat hulp uit Rusland, ook op communistische lijnen zou kunnen komen[16][28]. Turkije was fel gekant tegen een sterke Armeense sovjetrepubliek, daar deze dan potentieel claims zou kunnen leggen op het door Armenen gebied dat zij had veroverd in de jaren ervoor[29]. Stalin die op dat moment volkscommissaris voor nationaliteiten was en zich richtte op een verdeel en heersstrategie om te verhinderen dat de Kaukasusvolkeren gezamenlijk in opstand zouden kunnen komen, wist de angst van Kemal Atatürk voor een sterk Armenië te benutten voor zijn eigen strategie.[30]

Hij liet het plenum van het Kavburo op 5 juli 1921 de beslissing nemen om:

Aanhalingsteken openen

Uitgaande van de noodzaak ter vrede tussen de Moslims en de Armeniërs, en de economische banden tussen Opper- en Laag-Karabach, haar permanente banden met Azerbeidzjan — Nagorno-Karabach in de grenzen van de Azerbeidzjaanse SSR te laten, verlenende haar brede regionale autonomie met een bestuurlijk centrum in Sjoesja.” [31]

Aanhalingsteken sluiten

Met deze resolutie werd het door Armenen bewoonde gebied politiek gezien in tweeën gesplitst, evenals hij met de Azerbeidzjanen had gedaan door Nachitsjevan en de rest van het Azerbeidzjaanse gebied van elkaar te scheiden. Deze politieke herverdeling werd vastgelegd als onderdeel van het Verdrag van Broederschap en Vriendschap, dat tussen de Sovjet-Unie en Turkije werd gesloten.[30]

Op 7 juli 1923 werd op een deel van Nagorno-Karabach[32] de Nagorno-Karabachse Autonome Oblast (NKAO) gesticht[16]. In het begin grensde de NKAO aan Armenië, maar herhaaldelijke grenswijzigingen (o.a. de afscheiding van de regio’s Kelbadzjar en Lachin) maakten dat het in 1936 een enclave van 4.400 km² werd[16][33]. In 1923 had de NKAO een bevolking van 157.800[33]. In 1920 was Sjoesja, met 60.000 inwoners (78% Armeniërs)[34].

Gedurende de 65 jaren van de NKAO voelden de Karabachers zich een object van verschillende restricties van de Azerbeidzjaanse kant. Door gebrek aan perspectief verlieten veel Armeniërs de autonome oblast[35]. Als gevolg hiervan raakten er 85 dorpen (ruim 1/3) van de NKAO leeg [36].

Nagorno-Karabachoorlog (1991-1994)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Oorlog in Nagorno-Karabach voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De glasnost, die onder Gorbatsjov tot stand kwam, zorgde voor een opleving in het etnisch zelfbewustzijn. De eerste consequentie hiervan was echter het al generaties oude conflict rond Nagorno-Karabach. Armenen in Nagorno-Karabach begonnen een beweging voor de aansluiting van het gebied bij Armenië. Op 20 februari 1988 stemden Armeense afgevaardigden uit het gebied voor deze aansluiting. Vier dagen later ontstonden de eerste schermutselingen in het gebied. Ook werden in de Armeense en Azerbeidzjaanse SSR's aanvallen gepleegd op minderheden van de ander in hun gebied, wat een stroom van vluchtelingen op gang bracht tussen beide Sovjetrepublieken, gedeeltelijk onder dwang. Moskou verleende de Azerbeidzjaanse Sovjetregering eind 1989 daarop extra bevoegdheden om het conflict binnen de perken te houden. De Armeense SSR en de Nagorno-Karabachse regering riepen daarop echter een unie tussen beide gebieden uit.

Op 10 december 1991 hielden de Armenen uit het gebied een referendum, dat werd geboycot door de Azerbeidzjanen, waarbij ze de onafhankelijkheid uitriepen. Een laatste poging van Moskou om het gebied dan maar verregaande autonomie te verlenen werd door beide partijen geweigerd. Daarop mondde de Oorlog in Nagorno-Karabach uit tot een grondoorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan, die zich rond dezelfde tijd onafhankelijk verklaarden. In het machtsvacuüm dat was ontstaan door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, bemoeiden eenheden van het Russische Leger zich actief met de gevechten. Ook werden door beide partijen huurlingen uit Rusland en Oekraïne ingezet.[37] Daarnaast vochten aan Azerbeidzjaanse zijde nog eens ruim 1000 Afghaanse moedjahedien en Tsjetsjenen (onder wie Sjamil Basajev) mee in het conflict.[bron?] Tegen het einde van 1993 waren aan beide zijden duizenden doden gevallen en waren honderdduizenden mensen op de vlucht geslagen. Eind 1993 opende Armenië twee nieuwe offensieven, waarbij grote delen van zuidwest-Azerbeidzjan werden veroverd. Daarop dreigden Turkije en Iran met militair ingrijpen en begonnen troepen samen te trekken bij de grens. Ondertussen zette het Verdedigingsleger van Nagorno-Karabach de opmars voort en kreeg in mei 1994 20% van Azerbeidzjan in handen. De Azerbeidzjaanse regering begon daarop voor het eerst te onderhandelen met het Armeense bestuur in Nagorno-Karabach, dat zij tot dan toe niet hadden erkend. Dit leidde op 12 mei 1994 tot een onofficieel akkoord, dat tot op heden geldt, al worden soms wel schermutselingen gemeld tussen beide partijen.

Armeense troepen hebben tot op heden het grootste deel van Nagorno-Karabach in handen, alsook het gebied tussen Nagorno-Karabach en Armenië (de Lachin-corridor) en kleine stroken land eromheen.[38] Daartegenover staat dat in mei 1991 Gorbatsjov Operatie Ring liet uitvoeren in de door Armenen bewoonde Azerbeidzjaanse regio Sjahoemian (nu Ashağı Ağcakənd), waarbij duizenden Armenen naar Armenië werden gedeporteerd. In 1991 werd tussen beide legers om deze regio gevochten, waarbij het Azerbeidzjaanse Leger het gebied wist te veroveren en een groot deel van de overgebleven Armeense bevolking op de vlucht sloeg. Na de oorlog werd het gebied gedeeltelijk herbevolkt met Azerbeidzjaanse vluchtelingen.

Onderhandelingen[bewerken]

Onder auspiciën van de OVSE wordt door de zogenaamde Minsk Group (onder co-voorzitterschap van Frankrijk, de Verenigde Staten en de Russische Federatie) in bilaterale onderhandelingen tussen Azerbeidzjan en Armenië al jaren gezocht naar een oplossing van het conflict over Nagorno-Karabach. Sinds de wapenstilstand hebben verschillende ontmoetingen plaatsgevonden op ministerieel en presidentieel niveau tussen Azerbeidzjan en Armenië, maar een oplossing is nog steeds niet gevonden. Sinds 2007 worden onderhandelingen gevoerd rond het zogenaamde "Madrid Principles". Op 10 juli 2009 werd bekendgemaakt wat deze beginselen dadelijk inhouden:

  • Gebieden rondom Nagorno-Karabach terug onder Azerbeidzjaanse controle. Een link tussen Armenië en Nagorno-Karabach,
  • Een tussentijdse status voor Nagorno-Karabach en waarborgen voor veiligheid,
  • Bepaling van een definitieve legale status voor Nagorno-Karabach door vrije wilsuiting (referendum),
  • Terugkeer van vluchtelingen,
  • Internationale vredesmachten[39].

Bestuurlijke indeling[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Gewesten van Nagorno-Karabach voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nagorno-Karabach is bestuurlijk onderverdeeld in acht gewesten. De hoofdstad Stepanakert heeft ook de status van een gewest. De gewesten zijn verder onderverdeeld in 263 gemeenten, waarvan 10 steden. Gewesten van Nagorno-Karabach:

  1. Sjahoemian
  2. Mardakert
  3. Askeran
  4. Martoeni
  5. Hadroet
  6. Sjoesja
  7. Kasjatag
  8. Stepanakert

Demografie[bewerken]

Bevolking[bewerken]

Etnische kaart van Armenië en Nagorno-Karabach uit 1995

Het grootste deel van de bevolking van Nagorno-Karabach (ca. 145.000) bestaat uit etnische Armeniërs. Daarnaast zijn er Russen, Oekraïners, Grieken en Georgiërs.

Er wonen niet veel Azerbeidzjanen meer, op een enkel gemengd gehuwd echtpaar op leeftijd na. Ook woont er een klein aantal nakomelingen uit een gemengd Armeens-Azerbeidzjaans huwelijk. Het gaat in totaal om niet meer dan 100 mensen met een Azerbeidzjaanse achtergrond, die hun naam vaak in een Armeense naam hebben veranderd en die vloeiend Armeens spreken. Tegelijkertijd wonen ongeveer 10.000-30.000 Armeniërs op de gebieden die onder Azerbeidzjaanse bestuur staan.[40][41][42][43][44][45]

Taal[bewerken]

De Armeense taal is de officiële taal in Nagorno-Karabach. De algemene omgangstaal is een vertakking hiervan: het Karabachse dialect. Buiten Nagorno-Karabach wordt het gesproken onder andere in Sjoenik en Tavush, en tot de jaren 90 door de Armeniërs in Bakoe, Soemgait en Gandzja.

Naast het Armeens is het Russisch de tweede belangrijkste taal. Er zijn nog veel Karabachers die deze taal zelfs beter spreken dan hun moedertaal. Ten tijde van de Sovjet-Unie kozen de meeste Armeniërs voor Russisch onderwijs, zodat zij in elk geval geen Azerbeidzjaans hoefden te leren[5].

Cultuur[bewerken]

Gezin uit Vank met traditionele kledij

Vachagan de Vrome[bewerken]

De koning Vachagan de Vrome wordt in de vroege geschiedenis van Nagorno-Karabach een cultuurbrenger gezien. Volgens de overlevering werd Vachagan, toen nog kroonprins van Agwank, verliefd op een herdersmeisje. Maar zij weigerde met hem te trouwen, omdat hij geen ambacht had geleerd. Pas toen hij het vak van weverij leerde, wilde zij hem tot vrouw zijn.

Aanhalingsteken openen

En waarlijk, onze voorouders, die al voordien oog hadden voor arbeid en ambacht, schonken hierna veel meer aandacht aan ambachten. Er was niemand meer in het hele land te vinden zonder een of andere ambacht geleerd te hebben. En veel vakken bereikten in ons land een hoge volmaaktheid. [46]

Aanhalingsteken sluiten

Movses Bagramian[bewerken]

De politieke publicist Movses Bagramian was een van de belangrijkste Karabachers uit de 18e eeuw. Sinds 1770 woonde hij in Indië, waar hij ook zijn boek "Nieuwe schrift ter vermaning"(Madras, 1772) publiceerde. Heel anders dan de Armeense politieke denkers van zijn tijd, die naar de herstelling van de Armeense monarchie streefden[47], vond hij, dat juist monarchie ("alleenheerschappij") de Armeense staat tot val had gebracht. In plaats daarvan stelde hij voor een grondwet op te stellen en de staat door gekozen volksvertegenwoordigers te besturen.

Politiek[bewerken]

Nagorno-Karabach is een presidentiële democratie. De uitvoerende macht berust grotendeels bij de president. De president wordt rechtstreeks gekozen voor een periode van vijf jaar; hij mag maximaal twee termijnen dienen. Hij benoemt en ontslaat de premier. De premier is voorzitter van de regering, bestaande uit - naast de premier - de vice-premier, 11 ministers en de hoofden van de Nationale Veiligheidsdienst, Politie en Belastingdienst. De wetgevende macht berust bij een 33 zetels tellend, rechtstreeks gekozen parlement. De leden van het parlement worden gekozen voor een periode van vijf jaar. In de praktijk is het ook wel zo dat wetten die in Armenië gelden vaak zo goed als onveranderd door het parlement Nagorno-Karabach overgenomen worden. Nagorno-Karabach heeft daarnaast een eigen rechterlijke macht.

Tussen de Armeense en Karabachse overheden bestaat vooral samenwerking en uitwisseling op het gebied van defensie. Zo dienen Armeense officieren en dienstplichtigen regelmatig in het leger van Nagorno-Karabach. Op het gebied van rechtshandhaving is de samenwerking nauw te noemen. Op andere terreinen is echter minder sprake van uitwisseling tussen Armeense en Karabachse overheidsfunctionarissen[5].

Politieke partijen[bewerken]

Partijen met zetelaantallen (2010-2015):

Politieke ontwikkelingen[bewerken]

  • De parlementsverkiezingen op 19 juni 2005 verliepen volgens waarnemers uit diverse landen (Verenigde Staten, Europa, Rusland, Armenië) ordelijk en democratisch. Tijdens de campagne kregen de deelnemers tv-zendtijd en ook in de kranten hebben zij hun boodschap uit kunnen dragen[5][48].
  • Op 20 december 2006 werd er bij een referendum onder de Karabachers gestemd ten gunste van een nieuwe grondwet [1]. Waarnemers uit verschillende landen, voornamelijk uit Armenië, Rusland en Frankrijk, gaven een positief oordeel over het verloop van het referendum. Het referendum wordt echter door de internationale gemeenschap niet erkend[5].
  • Op 19 juli 2007 werden in Nagorno-Karabach presidentsverkiezingen gehouden. De verkiezingen werden gewonnen door Bako Sahakian met 85% van de stemmen. Volgens buitenlandse waarnemers waren de verkiezingen vrij en eerlijk [49]. Maar ook deze presidentiële verkiezing wordt door de internationale gemeenschap niet erkend[5].
  • De parlementaire verkiezingen op 23 mei 2010 werden gewonnen door het Vrij Vaderland van premier Arajik Haroetjoenian. DPA en ARF werden respectievelijk tweede en derde partij.

Mensenrechten en civiele vrijheden[bewerken]

In de vrijheidsindex van Freedom House wordt Nagorno Karabach bestempeld als "gedeeltelijk vrij"[50].

Staatsburgerschap[bewerken]

De bevolking in Nagorno-Karabach beschouwt zichzelf niet als Azerbeidzjaanse staatsburgers. Nagorno-Karabach kent een eigen staatsburgerschap, dat is opgenomen in de Wet op de basisbeginselen van het staatsburgerschap van de Republiek Nagorno-Karabach van 1992. De autoriteiten van Nagorno-Karabach geven eigen identiteitsdocumenten af. Sinds 2004 tonen staatsburgers van Nagorno-Karabach hun identiteit aan met het Armeense paspoort, dat tevens als reisdocument voor buitenlandse reizen kan worden gebruikt.

Geografie[bewerken]

Landschap bij de gemeente Karmirshuka.

Nagorno-Karabach ligt in het uiterste zuiden van de Kleine Kaukasus, op het aardrijkskundige gebied Karabach. In oosten hiervan, tot aan de rechteroever van de rivier Koera ligt de laagvlakte van Karabach (Laag-Karabach). In het westen is Opper-Karabach, dat uiterst bergachtig en hobbelig is. In het westen van Nagorno-Karabach strekt zich van noord tot zuid het Artsach- of Karabachbergketen. Tussen de gewesten Sjahoemian en Mardakert is het Mrrawgebergte. De hoogste bergtoppen zijn:

  • Gomsjasar, 3.724 m
  • Mrav, 3.341 m
  • Koesanats ("Maagdenberg"), 2.832 m
  • Mets Qirs, 2.724 m
  • Diezapajt, 2.476 m

De hoge gebergten zijn de oorsprong van snelstromende rivieren, die gedurende eeuwen uitgestrekte valleien, vaak ook wel diepe ravijnen hebben gevormd. Deze valleien zijn de plaatsen waar de grootste deel van de bevolking is gecentreerd. De grootste rivier is Tartar, waarop het Sarsangreservoir is gebouwd. Andere rivieren zijn:

  • Chatsjenaget
  • Karkar
  • Hagari

Nagorno-Karabach bevindt zich op een seismisch actieve zone.

Klimaat[bewerken]

Nagorno-Karabach heeft een gematigd subtropisch klimaat. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur is +11°C. De warmste zonnige maanden zijn juli en augustus met respectievelijk +22°C en +21°C gemiddeld temperatuur. In de wintermaanden schommelt de temperatuur tussen -1 - 0°C. Op de hooglanden kan het 's winters behoorlijk koud en sneeuwachtig zijn. Het minimum van de temperatuur is dan -23°C. Het maximum van de temperatuur is 's zomers respectievelijk 32-37°C en 40°C op de hooglanden en de valleien. De jaarlijkse hoeveelheid neerslag bedraagt op de hooglanden 560–840 mm, op de rest van het land: 410–480 mm. In de lentemaanden mei en juli, wanneer de meeste neerslag valt, komen stortvloed en hagelslag vaak voor. Overigens is het weer op de hooglanden 100-125 dagen per jaar mistig.

Natuur[bewerken]

De top van Murov (3.341 m) in het noorden van het land.

Ruim 35% van het grondgebied van Nagorno-Karabach is bedekt met wouden. Dit zijn voornamelijk de hooglanden (gebieden op een hoogte van 1.500-2.250 m). Er komen nog overal in het land oude bossen van moerbeibomen voor: een getuigenis van zijdecultuur, dat vanouds de hoofdbezigheid van Karabachers is geweest. De uitlopers van de gebergten zijn verder bedekt met struiken en weilanden. De laaglanden in het oosten zijn semi-woestijnachtig. Er komen ook vaak kale rotsopeenhopingen voor (bijvoorbeeld in het westen van Diezak). Het dierenrijk van Nagorno-Karabach bestaat onder andere uit bruine beren, herten, gemzen, lynxen.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Tussen Azerbeidzjan en Nagorno-Karabach is geen verkeer mogelijk. De grens tussen Nagorno-Karabach en Armenië is open en het verkeer in beide richtingen is vrij. Vanuit Armenië loopt de snelweg A 312 van de Armeense stad Goris, via de Lachin-corridor, naar Sjoesja en Stepanakert. De luchthaven van Stepanakert, die sinds het staakt-het-vuren niet meer heeft gefunctioneerd, is men van mening in de herfst van 2008 te heropenen[51].

Reizen naar Nagorno-Karabach[bewerken]

Armeense staatsburgers en burgers van GOS-landen hebben geen visum nodig voor Nagorno-Karabach. Voor staatsburgers van andere landen geldt formeel een visumplicht. Het visum is overigens aan de grens, dan wel bij de vertegenwoordigingen van Nagorno-Karabach in Jerevan, Washington, Parijs, Berlijn en Moskou, gemakkelijk verkrijgbaar. Omdat de grenscontroles zo weinig voorstellen, wordt men veelal pas in Nagorno-Karabach naar het visum gevraagd.

Eten en drinken[bewerken]

Traditionele zjengal-broodjes

Bezienswaardigheden[bewerken]

Bekende Karabachers[bewerken]

Externe links[bewerken]

officiële websites

nieuwsbladen

toerisme

Bronnen en verwijzingen[bewerken]

  1. (en) STAT-NKR, de Nationale Statistische Dienst van de Republiek Nagorno-Karabach (p. 6). Zie ook: Grondwet van de RNK, artikel 142
  2. (en) STAT-NKR, de Nationale Statistische Dienst van de Republiek Nagorno-Karabach (p. 7)
  3. Results of 2005 census of the Nagorno-Karabakh Republic
  4. De grondwet van de Nagorno-Karaach stelt beide benamingen gelijkwaardig.
  5. a b c d e f Riksoverheid.nl Algemeen ambtsbericht Armenië, augustus 2010, p 17
  6. Day.az, Sabina Freizer: "EU member-states recognize territorial integrity of Azerbaijan, which does not mean, however, that they are against ensuring right of Nagorno Karabakh residents for definition of their future status", 10 july 2008
  7. Ośrodek Studiów Wschodnich. Nagorno-Karabakh – conflict unfreezing. 2011-10-26
  8. BBC News — Regions and territories: Nagorno-Karabakh
  9. Robert H Hewsen. Armenia: A Historical Atlas. Chicago: University of Chicago Press. p. 58. ISBN 0-2263-3228-4.
  10. a b Robert H. Hewsen, "Ethno-History and the Armenian Influence upon the Caucasian Albanians", in Thomas J. Samuelian, ed., Classical Armenian Culture: Influences and Creativity. Pennsylvania: Scholars Press, 1982.
  11. Encyclopedia Iranica. Armenia and Iran.
  12. a b Robert H. Hewsen, Armenia: A Historical Atlas. The University of Chicago Press, 2001, pp. 40-41. ISBN 978-0-226-33228-4
  13. (ru) A. L. Jakobson, Studie over het cultuur van de volken van het Oosten. Uit de geschiedenis van middeleeuwse Armeense bouwkunde: Het Gandzasarklooster, M-L 1960, p. 144-158. (А. Л. Якобсон, Из истории армянского средневекового зодчества: Гандзасарский монастырь, "Иследования по истории культуры народов Востока, Москва-Ленинград, 1960, с. 144-158.)
  14. (xcl) (en) The History of the Caucasian Albanians by Movsēs Dasxuranc'i. Translated by Charles Dowsett. London: Oxford University Press, 1961, 1.18; 3.22. )
  15. a b c d e Robert H. Hewsen, Armenia: A Historical Atlas. The University of Chicago Press, 2001, pp. 119-121, 163-164
  16. a b c d e f Svante E. Cornell, The Nagorno-Karabakh Conflict, Uppsala University: Report no. 46, Department of East European Studies.
  17. a b Robert H. Hewsen, Russian-Armenian relations, 1700-1828. Society of Armenian Studies, N4, Cambridege, Massachusetts, 1984, pp. 37-49.
  18. (hy) Leo (Arrakel Babachanian), "Geschiedenis van Armenië" volumen 4, "Nieuwe geschiedenis", boek 1, Jerevan - 1984, p. 257, 371 (Լեո, Երկերի Ժողովածու, Չորրորդ հատոր, Երևան 1984).
  19. Nicholas Holding Armenia: with Nagorno Karabagh, p. 213. Bradt Travel Guides 2006. ISBN 9781841623450
  20. Guide-book to the Soviet Union, p. 447. Neuer deutscher verlag, 1928 (In 1798, the Karabakh meliks, with their subjects, 11.000 Armenian families, emigrated to Russian territory (...).)
  21. a b Anoushiravan Ehteshami. "From the Gulf to Central Asia: players in the new great game." University of Exeter Press, 1994, p. 159 ISBN 0-859-89451-7
  22. a b Svante E. Cornell. Small Nations and Great Powers: A Study of Ethnopolitical Conflict in the Caucasus. Routledge - 2000. P. 54. ISBN 978-0700711628
  23. Michael P. Croissant, The Armenia-Azerbaijan conflict: causes and implications, p. 12. Greenwood Publishing Group, 1998. ISBN 978-0275962418 (Administrated by the Iranians as a collective unit known as the Khanate of Karabakh, the region was populated largely by Armenians at the time of Russian takeover.)
  24. Peter Avery; William Bayne Fisher, Gavin Hambly, Charles Melville, The Cambridge history of Iran: From Nadir Shah to the Islamic Republic, Cambridge University Press, 1991-10-25, p. 332 ISBN 978-0-521-20095-0.
  25. Frederick Coene. "The Caucasus: an introduction" Taylor & Francis", 2009. p. 145. ISBN: 0-415-48660-2
  26. Robert H. Hewsen, Armenia: A Historical Atlas. The University of Chicago Press, 2001, pp. 155, 220.
  27. Service, Robert, (2006) Stalin: A Biography, p. 204, Cambridge: Harvard University Press, ISBN 0-674-02258-0
  28. Service, Robert. Stalin: A Biography. Cambridge: Harvard University Press, 2006 p. 204, ISBN 0-6740-2258-0
  29. Trouw: Armenië vecht in Karabach voor een rechtvaardige zaak.
  30. a b (en) Svante E, Cornell. Turkey and the Conflict in Nagorno Karabakh: A Delicate Balance. Middle Eastern Studies Journal (Londen: Frank Cass Publications) (Vol. 34, Nr. 1, januari 1998, p.53)
  31. Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nagorno-Karabach, "History of Artsakh" (op www.nkr.am, niet meer beschikbaar)
  32. Andrew Andersen, Atlas of Conflicts: Armenia and Karabakh. The Treaty of Kars
  33. a b Office of the NKR in Washington, DC. Refugees and Displaced Persons in Nagorno Karabakh
  34. "Histoy of Artsakh: TOWN OF SHUSHI", Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nagorno-Karabach (in het internetarchief)
  35. Instituut voor Vrede van de Verenigde Staten, Sovereignty after Empire Self-Determination Movements in the Former Soviet Union.
  36. (Russisch) ПОЛИТИКА: Нагорный Карабах готов к диалогу
  37. Human Rights Watch / Helsinki, (1994) Azerbaijan: Seven Years of Conflict in Nagorno-Karabakh. New York.
  38. BBC News: Regions and territories: Nagorno-Karabakh
  39. ReliefWeb Armenia/Azerbaijan: Joint statement on the Nagorno-Karabakh conflict
  40. Razmik Panossian. The Armenians. Columbia University Press, 2006; p. 281
  41. Mario Apostolov. The Christian-Muslim Frontier. Routledge, 2004; p. 67
  42. 30,000 Armenians Live In Baku. Arminfo. 27 November 2004. Retrieved 17 July 2009.
  43. Bureau of Democracy, Human Rights, and Labor. Country Reports on Human Rights Practices. 2001
  44. Barbara Larkin. International Religious Freedom (2000): Report to Congress by the Department of State. DIANE Publishing, 2001; p. 256
  45. Assessment for Armenians in Azerbaijan. N.B.: Armenians living in Azerbaijan outside the Nagorno-Karabakh region are almost exclusively members of mixed families.
  46. (hy) Ghazaros Agayan, Verzamelboendel, Jerevan - 1979, p. 381.
  47. Sommigen van deze politieke denkers, zoals Movses Safarian, stelden voor om na de bevrijding van Armenië één van de prinsen van Karabach tot koning van Armenië te kronen.
  48. Report of the Independent American Monitoring Delegation to the July 19, 2007 Presidential Election in Nagorno-Karabakh
  49. Report of the Independent American Monitoring Delegation to the June 19, 2005 Parliamentary Election in Nagorno-Karabakh
  50. Freedom House, Freedom in the World 2006
  51. Karabakh-Open, First Yerevan-Stepanakert flights will be launched

(De aanduiding (ru) staat voor de Russische taal, (hy) staat voor Armeens, (xcl) staat voor Oud-Armeens)