Zuid-Ossetië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zuid-Ossetië
Хуссар Ирыстон
Южная Осетия
სამხრეთ ოსეთი
Regio van Georgië
Vlag van Zuid-Ossetië Coat of arms of South Ossetia.svg
(Details) (Details)
ZuidOssetiëLocatie.png
Geografie
Hoofdstad Tsinvali
Oppervlakte 3.900 km²
Bevolking
Inwoners (2000) 70.000
Bevolkingsdichtheid 18
Religie Orthodox
Talen Ossetisch, Russisch en Georgisch
Overig
Tijdzone UTC +3
Kaart van Zuid-Ossetië

Zuid-Ossetië (Ossetisch: Хуссар Ирыстон; Choessar Iryston, Georgisch: სამხრეთ ოსეთი; Samchret Osseti, Russisch: Южная Осетия; Joezjnaja Osetija) is een bergachtig en dunbevolkt gebied tussen het Georgische kerngebied in het westen, zuiden en oosten en de Russische deelrepubliek Noord-Ossetië-Alanië in het noorden. Geografisch gezien ligt het net ten zuiden van de kam van de Grote Kaukasus.

Status[bewerken]

Georgië ziet Zuid-Ossetië als onderdeel van zijn staatsgebied en wordt daarin gesteund door de meeste landen en internationale organisaties. Het gebied zelf verklaarde zich echter in 1990 als de Republiek Zuid-Ossetië (Ossetisch: Республикæ Хуссар Ирыстон; Respoeblika Choessar Iryston, Russisch: Республика Южная Осетия; Respoeblika Joezjnaja Osetija, Georgisch: სამხრეთ ოსეთის რესპუბლიკა; Samchret Osetis Respoeblika) onafhankelijk van de Georgische SSR tijdens het Georgisch-Ossetisch conflict.

Na de Oorlog in Zuid-Ossetië erkende Rusland als eerste staat de onafhankelijkheid van het gebied.[1] Op 5 september 2008 volgde Nicaragua,[2] op 10 september 2009 Venezuela en op 15 december 2009 Nauru.[3][4] Op 19 september 2011 volgde nog Tuvalu [5], maar deze eilandstaat trok dit op 31 maart 2014 weer in na het aangaan van diplomatieke relaties met Georgië [6]. Hiernaast hebben alleen de niet algemeen erkende separatistische republieken Abchazië en Transnistrië Zuid-Ossetië erkend als soevereine staat. Samen met Abchazië, Transnistrië en Nagorno-Karabach vormt Zuid-Ossetië de Gemeenschap van niet erkende Staten.

Sommige internationale rechtskundigen beschouwen de republiek Zuid-Ossetië als een de facto onafhankelijke republiek. Anderen stellen echter dat deze status alleen mogelijk is door de Russische militaire aanwezigheid en dat de republiek zelf nog niet sterk genoeg is om op eigen benen te staan.

De regering van Zuid-Ossetië heeft zich uitgesproken om samen te gaan met Noord-Ossetië en heeft zich daartoe onafhankelijk verklaard van Georgië. Een groot deel van de bevolking heeft, net als in Abchazië, een Russisch paspoort aangevraagd om mede te kennen te geven niet bij Georgië te willen horen. Daarbij speelt, net zoals in Abchazië, mee dat de bevolking daarvoor alleen over een Sovjetpaspoort beschikte, dat in het buitenland niet meer werd erkend, zodat het erg moeilijk werd om te kunnen reizen buiten het gebied. Met een Russisch paspoort is dit wel mogelijk. Bovendien is Rusland welvarender dan Georgië en daarom economisch aantrekkelijker voor de bevolking van Zuid-Ossetië. Daarnaast kon het in 2008 worden aangegrepen om Rusland als 'Russische staatsburgers' om militaire bijstand te kunnen verzoeken toen het gebied werd binnengevallen door Georgische troepen.

Geschiedenis[bewerken]

Tot 1800[bewerken]

Alania 10 12.png

De Osseten (Ossetisch: ирæттæ/irættæ) stammen af van de Alanen, een grote Sarmatische stam, een Iraanstalig nomadenvolk. Een deel van de Alanen trok westwaarts verder Europa in en een deel bleef in het zuiden van het huidige Rusland, langs en ten zuiden van de rivier de Don. In de middeleeuwen stichtten deze oostelijke Alanen het koninkrijk Alanië in de noordelijke Kaukasus. In de dertiende eeuw werd tijdens het bewind van de Mongolen een deel van deze Alanen gedwongen naar het zuiden te migreren, in en over het Kaukasusgebergte. Daarna roeiden de troepen van Timoer Lenk een groot deel van de achtergebleven Alaanse bevolking uit. In het Kaukasusgebergte vermengden ze zich met inheemse Kaukasische volkeren. De Osseten kwamen in drie regio's aan weerszijden van het gebergte te wonen: Digor in het westen kwam onder invloed van de Kabarden, die de islam introduceerden, Tualläg in het zuiden werd het huidige Zuid-Ossetië, een onderdeel van de Georgische historische regio Samatsjablo, en Iron in het noorden werd het huidige Noord-Ossetië, dat in 1767 in de Russische invloedssfeer kwam. De meeste Osseten zijn Russisch-orthodox, de rest is moslim.

Onder Rusland en de Sovjet-Unie[bewerken]

Noord- en Zuid-Ossetië werden evenals Georgië in 1801 en 1806 veroverd en opgenomen in het Russische Rijk. Na de Russische Revolutie, werd Zuid-Ossetië onderdeel van de Democratische Republiek Georgië. In april 1922 werd na hevige gevechten tussen het Witte Leger en Sovjet-troepen de Zuid Ossetische Autonome Oblast gevormd.

Na de val van de Sovjet-Unie[bewerken]

Hoewel aanvankelijk de relatie met Georgië goed was, verslechtert deze in snel tempo als in Georgië in 1991 Zviad Gamsachoerdia aan de leiding komt. De nationalistische Gamsachoerdia lanceert propaganda tegen de Osseten, onder het mom "Georgië voor Georgiërs". Niet onbelangrijk om te weten in het conflict tussen de Osseten en Georgië, is het feit dat de huidige president van Georgië Micheil Saakasjvili de al eerder genoemde Gamsachoerdia middels een officiële herbegrafenis in ere heeft hersteld.

Verontrust door het toenemende nationalisme in Georgië eiste het regerende Zuid-Ossetische Populaire Front (Ademon Nychas) in 1989 eenwording met Noord-Ossetië. Op 10 november 1989 gaf de Zuid-Ossetische Opperste Sovjet haar goedkeuring aan het voorstel om tot eenwording over te gaan. Een dag later werd deze beslissing door het Georgische parlement teruggedraaid en werd de Zuid-Ossetische autonomie ongedaan gemaakt. Tevens werden een vrije pers en het recht op demonstraties verboden.

Na de onafhankelijkheid van Georgië in 1991, verklaarde het Georgische parlement onder leiding van Zviad Gamsachoerdia het Georgisch de nationale taal voor het hele land. Dit veroorzaakte grote onrust in Zuid-Ossetië, waar de leiders eisten dat het Ossetisch de taal van hun staat zou worden. Ondanks het feit dat Zuid-Ossetië Ossetisch als eigen taal kent, was en is Russisch tot de dag van vandaag de officiële taal. Formeel was Zuid-Ossetië onderdeel van Georgië, maar de facto was het een onafhankelijk gebied. Tevens eisten de Osseten grotere autonomie van Georgië. Hierdoor werd het Georgische nationalisme van de meerderheid aangewakkerd. Aan het einde van 1991 braken rellen uit en Ossetische dorpen werden aangevallen en afgebrand. Als gevolg hiervan vluchtten meer dan 100.000 mensen naar Noord-Ossetië. Veel vluchtelingen werden ondergebracht in gebieden vanwaar de Ingoesjen door Stalin in 1944 verbannen werden, wat weer tot een conflict tussen de Osseten en de Ingoesjeten leidde betreffende het recht op terugkeer.

Kaart van Zuid-Ossetië met plaatsen onder Georgisch en Zuid-Ossetisch bestuur
(ICG, november 2004)

In 1992 werd er een staakt-het-vuren overeengekomen na op initiatief van de Russische president Boris Jeltsin. De regering van Georgië en Zuid-Ossetië kwamen overeen om de vijandigheden te staken. Georgië beloofde geen sancties tegen Zuid-Ossetië te treffen. Een vredesmacht die uit Osseten, Georgiërs en Russen bestaat, ziet toe op het naleven van het bestand.

2004-2008[bewerken]

Slechts 15% van de Ossetische bevolking leeft nog in Zuid-Ossetië alwaar ze ongeveer twee derde van de bevolking uitmaken. De rest bestaat uit Georgiërs die vooral in de dorpen rondom de hoofdstad Tsinvali wonen. Het heeft er alle schijn van dat door de oorlog in augustus 2008 de verhoudingen sterk gewijzigd zijn. Aanvankelijk kregen de Osseten het zwaar te verduren, maar na de komst van de Russen, revancheerden de Osseten zich op hun Georgische streekgenoten, die verdreven werden of het leven verloren.[bron?]

Politiek werd er geen overeenkomst bereikt; de Zuid-Ossetische regering bleef effectief onafhankelijk van Tbilisi, behalve dan de Georgische dorpen rondom Tsinvali die wél onder Tbilisi vielen en waar Georgische politie was gestationeerd. Onder leiding van Edoeard Sjevardnadze werd er geen vooruitgang geboekt. De in 2004 gekozen president Micheil Saakasjvili rekende dit echter tot een van zijn belangrijkste prioriteiten. Aanvankelijk werd hij nog ingetoomd door de gematigde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en hoopte hij net als in Adzjarië tot een vreedzame oplossing te kunnen komen, maar uiteindelijk greep hij naar de wapenen. Wanneer de Georgische regering in staat was geweest om het Zuid-Ossetische conflict tot een goed einde te brengen, had dit hoop voor het conflict in Abchazië kunnen bieden. Door de onbezonnen aanval zijn de Georgiërs nu vooralsnog en wellicht voor lange tijd of definitief Zuid-Ossetië én Abchazië kwijt en bevinden zich in het centrum van de strijd tussen Amerika en Rusland.

Op 15 juli 2004, vier dagen na de wapenstilstand, werd in Moskou een verdrag ondertekend tussen beide partijen waarin een geleidelijke terugtrekking van de in Zuid-Ossetië gestationeerde Russische militairen werd overeengekomen. De terugtrekking begon uiteindelijk vertraagd in november 2004. Het conflict laaide echter weer op toen de Zuid-Ossetische hoofdstad op 20 september 2005 werd beschoten met mortieren. De huidige president van Zuid-Ossetië, de Russische ex-worstelaar en zakenman Eduard Kokoiti, wil alleen met de Georgische overheid praten als ze eerst de onafhankelijkheid erkent van het gebied, hetgeen echter onbespreekbaar is voor de Georgische regering. De Georgische politica Nino Boerdzjanadze gaf aan het in 1992 gesloten vredesverdrag in Dagomys ongeldig te verklaren als de Russische troepen niet voor 15 juli 2006 hun steun aan de Zuid-Ossetische overheid zouden intrekken.

Op 12 november 2006 stemde in een referendum 99% van de stemgerechtigden voor het 'handhaven' van de onafhankelijkheid. Georgië erkent het referendum en de uitslag niet, evenals alle andere staten.

Oorlog in 2008[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Oorlog in Zuid-Ossetië (2008) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 8 augustus 2008 startte Georgië een aanval tegen de afvallige regio Zuid-Ossetië nadat het eerder overeengekomen staakt-het-vuren was geschonden. Georgische troepen trokken de hoofdstad Tsinvali binnen. Rusland reageerde echter met het sturen van meer dan 100 tanks en vliegtuigen, die het gebied reeds op 8 augustus weer in handen hadden. Ook werden verschillende Georgische steden en militaire en civiele infrastructuur in het land bestookt door Russische gevechtsvliegtuigen. Kort nadat de Russen zich begonnen terug te trekken uit Georgië, verklaarde de Russische president Dmitri Medvedev op 26 augustus 2008 dat Rusland de onafhankelijkheid van zowel Zuid-Ossetië als Abchazië erkent. Op deze stap werd met grote woede gereageerd door de Verenigde Staten en in minder mate door de verdeelde Europese Unie. Rusland heeft sinds de oorlog meer troepen in het gebied gestationeerd. Op 4 september 2008 erkent Nicaragua als eerste na Rusland de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië.

Bronnen, noten en/of referenties