Moslimfundamentalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De term moslimfundamentalisme wordt meestal gebruikt om die moslims aan te duiden die een radicale interpretatie van de Koran en de Hadith volgen. Zij zien die traditionele teksten letterlijk als de fundamenten van hun geloof.

Sommige moslimfundamentalisten zijn ook politiek actief en willen hun islamitische idealen tot politieke daden omzetten. De invoering van de sharia, de islamitische wetgeving, boven de seculiere wetgeving in hun landen is voor hen belangrijk. Een kleine minderheid gaat over tot terroristische acties om hun mening kracht bij te zetten.

Het woord 'fundamentalisme' is van christelijke oorsprong en dateert uit het begin van de twintigste eeuw. In het Arabisch is het woord usuliyya als vertaling van 'fundamentalisme' eind jaren 70 in de pers ingeburgerd. Het woord is afgeleid van usul dat figuurlijk opgevat 'wortels' betekent. Islamitische fundamentalisten, maar niet alleen zij, maken echter bezwaar tegen het gebruik van het woord: het gaat volgens hen om een exclusief christelijk verschijnsel. Doordat het woord echter zo ver is ingeburgerd, ook in het Arabisch, krijgen deze bezwaren nauwelijks nog gehoor.[1]


Fundamentalisme[bewerken]

Fundamentalisme komt in iedere belangrijke religie voor. Het is een reactie op het moderne en seculiere leven. Een fundamentalist is niet in staat andersdenkenden de vrijheid te gunnen op hun eigen manier te denken en te leven. Voor een fundamentalist bestaat er slechts één waarheid, die dan ook wereldwijd zo niet goedschiks dan wel kwaadschiks dient te worden beleden.

Het fundamentalisme beroept zich op een letterlijke interpretatie van de verschillende heilige boeken en keert zich af van een meer mystieke interpretatie ervan. Na de opkomst en verspreiding van het moderne op logica gebaseerde denken tijdens en na De Verlichting (1650 - 1800) in de westerse wereld bleven fundamentalisten religieuze teksten letterlijk interpreteren. Deze ontwikkeling is in de islam honderden jaren eerder begonnen. Binnen minder dan honderd jaar na het begin van Mohammeds optreden hadden de moslims een enorm rijk opgebouwd, waarin zich morele en juridische kwesties voordeden die ruimschoots buiten de intellectuele horizon vielen van de samenleving waarin de Koran was geopenbaard, waardoor interpretatie van de Koran noodzakelijk was[2].

Ontwikkeling van interpretatie in de islam[bewerken]

De islam probeert een gemeenschap op basis van een ethisch ideaal te stichten. Het ethisch ideaal ligt hierbij besloten in de Koran. Volgens de islamitische opvattingen heeft God hierin Zijn wil geopenbaard. Hierbij komt echter het dilemma van interpretatie en religieuze vernieuwing kijken. Enerzijds moet het ethisch ideaal in zekere zin flexibel zijn om zich aan te passen aan de veranderende en verschillende maatschappelijke omstandigheden. Hierbij kan een individu of een groep het ethisch ideaal manipuleren teneinde zijn eigen belang te dienen. Dit dilemma is gedurende de hele islamitische geschiedenis de inzet geweest van een fundamenteel debat over de morele zelfstandigheid van de mens en de toelaatbaarheid van de interpretatie van het ethisch ideaal van de Koran. De drie ideaal-typische posities die zowel in de moderne als in de klassieke periode in dit debat worden ingenomen zijn: modernisme, fundamentalisme en traditionalisme.[2]

Fundamentalisten in de islam verzetten zich tegen de interpretatie van het morele ideaal ten aanzien van veranderende omstandigheden. Dit verzet is meestal gemotiveerd door de wens om het te behoeden voor manipulatie en corruptie door machthebbers en politici die hun politieke ambities er trachten mee te rechtvaardigen. In dit verband benadrukken de fundamentalisten vaak de ontoereikendheid en subjectiviteit van het morele oordeelsvermogen van de mens, dat volgens hen onvermijdelijk en altijd zijn eigenbelang weerspiegelt.[2]

Toen kleine groepen religieuze geleerden in de 8e eeuw begonnen het ethisch ideaal van de Koran te interpreteren en uit te werken in de uiteenlopende omstandigheden van de verschillende provincies van het groeiende islamitische rijk deden zij dat redelijk onafhankelijk van de machthebbers. zij werden de ahl al-ra'y ('mensen van de redenering') genoemd en werden op het niveau van de theologie gesteund door de mu'tazilieten, een groep rationele theologen die zich liet inspireren door de Griekse filosofie. Uiteindelijk grepen de autoriteiten in en werden bepaalde doctrines opgelegd. De pogingen van de machthebbers om het monopolie van wetgeving en interpretatie in handen te krijgen stuitte op hevig verzet. Een groep religieuze geleerden onder leiding van Achmed ibn Hanbal verklaarden zich in hun verzet tegen de politieke manipulatie van de Koran tegen iedere vorm van interpretatie.[2]

Wetgeving kon volgens deze ahl al-Hadith ('mensen van de Overlevering') alleen gebaseerd worden op een Overlevering van Mohammed, iets wat hij gezegd of gedaan zou hebben naast de Openbaring. Daarop begonnen zij de Overleveringen te verzamelen. De som van deze Tradities werd aangeduid met de soenna. Het betekende de consolidatie van de soennieten zoals deze tegenwoordig bekend zijn. Daarop ontstonden nieuwe controverses over de interpretaties. Hanbalieten bleven zich verzetten tegen iedere redenering en interpretatie. De belangrijkste inspiratiebron dat zich als reactie op dit fundamentalisme in de daarop volgende eeuwen ontwikkelde, was het gedachtegoed van de filosofen en de mystici van de islam. Deze erkenden de Openbaring als superieure en onfeilbare bron van morele kennis, maar zij geloofden niet dat deze naar de letter maar naar de geest moest worden opgevat.[2]

In het spanningsveld tussen de fundamentalisten en vernieuwers ontstond al in de 9e eeuw een soort compromis, het soennitische traditionalisme. Jurist al-Shafi wist met zijn erk te bewerkstelligen dat de traditionalisten het er eveneens over eens werden dat naast de Koran en de soenna ook de ijtihad erkend moest worden als bron van ethische kennis. Daarbij werd benadrukt dat de individuele interpretatie nooit tot zekere maar alleen tot waarschijnlijke kennis kon leiden. Alleen door overeenstemming in de gemeenschap kon het zekere kennis worden. Het idee ontstond dat deze gemeenschappelijke interpretatie eeuwigdurend was en geldig voor alle generaties, tijden en plaatsen. Tegen de 18de eeuw geloofden vele traditionalisten dat de deuren van de ijtihad gesloten waren.[2] Tegen het einde van de negentiende eeuw begonnen vooraanstaande moslims te twijfelen of de voorschriften van de islam nog wel op de juiste manier werden uitgevoerd. Daarvoor dienden zij wel over het recht van ijtihad te beschikken. Daarbij ontstond de discussie of de poorten van de ijtihad weer geopend moesten worden. Onder invloed van het Moslimbroederschap in de jaren 70 en 80 van de twintigste eeuw lijkt de discussie beslecht te zijn; de sharia dient in zijn klassieke vorm te worden toegepast.[3]

Ontwikkeling van hedendaags fundamentalisme[bewerken]

Negentiende eeuw en begin twintigste eeuw[bewerken]

Tegen het eind van de negentiende eeuw hadden de Europeanen veel gebieden in het Midden-Oosten gekolonialiseerd en de islamitische heersers vervangen door seculiere. Sommige moslims waren hier ontstemd over.

Een van de eersten die hier tegen ageerde was Jamal al-Din al-Afghani. Hij introduceerde de term pan-islamisme, waarbij alle moslims verenigd moesten worden tegen de in zijn ogen westerse ongelovigen. Hij vond navolging in Egypte waar Mohammed Abdoe en Hassan al-Banna leerlingen van zijn leer werden.

In 1928 richtte al-Banna in Egypte de Moslimbroederschap op, een islamitisch-maatschappelijke organisatie. In eerste instantie was dit een organisatie die zich voornamelijk op onderwijs en welzijn richtte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond er een geheime weerbaarheidsafdeling die aanslagen pleegde. Door deze aanslagen werd de moslimbroederschap later verboden. De radicale Said Qutb komt ook uit deze, toen verboden, organisatie voort. Inmiddels is de moslimbroederschap naast maatschappelijke organisatie ook een belangrijke politieke partij. Ook de gewelddadige Palestijnse Hamasbeweging is een onderafdeling van de Moslimbroederschap.

Tweede helft van de twintigste eeuw[bewerken]

Het moslimfundamentalisme bloeide vaak op naar aanleiding van diverse gebeurtenissen: de door de Arabieren begonnen, maar vernederend afgelopen Zesdaagse Oorlog van 1967, de onderdrukking door de sjah van Iran in 1979, de oorlog van de Afghanen in 1980-90 tegen de Sovjets, en de Golfoorlog in Irak.

Het moslimfundamentalisme richt zich ook vaak tegen de aanwezigheid en invloed van de in hen ogen 'ongelovige' niet-moslims in de moslimwereld. De daders van de terroristische aanslagen van 11 september 2001 en de bomaanslagen in Madrid van 11 maart 2004 verklaarden dan ook dat de militaire aanwezigheid van respectievelijk de Verenigde Staten en Spanje een belangrijk motief was om de aanslagen te plegen.

Een belangrijk kenmerk van moslimfundamentalisten (en van andere fundamentalisten) is dat zij geen kritiek of beperkingen op de islamitische leefwijze accepteren.

In Nederland werd Theo van Gogh door de fundamentalist Mohammed Bouyeri vermoord, omdat hij, in de ogen van Bouyeri, Mohammed beledigd had.

Personen en stromingen[bewerken]

Ahmad ibn Tajmijja[bewerken]

Ahmad ibn Tajmijja (1263 - 1328) uit Damascus leefde kort na de verwoesting door de Mongolen. Hij geloofde dat moslims terug moesten keren tot de Koran en de soenna van Mohammed en wilde de islam ontdoen van alle middeleeuwse regels en mystiek. Hij wilde daarmee zowel de jurisprudentie (fiqh) en filosofie (falsafa) overboord gooien, dit tot woede van het establishment. Tajmijja sleet zijn laatste jaren in de gevangenis, maar zijn begrafenis werd een demonstratie van bijval van het volk.

Ibh Khaldoen[bewerken]

De uit de Maghreb afkomstige Ibn Khaldoen (1332 - 1406) maakte de Reconquista, de herovering door christenen van Spanje, mee. Hij wordt vaak beschouwd als de grondlegger van de sociologie. Hij bestudeerde het verval van de islamitische beschaving en van de beschavingen daaraan voorafgaand. Hij kwam tot de conclusie dat een sterk besef van groepssolidariteit (asibijja) ervoor zorgde dat een volk overleefde en zelfs anderen kon onderwerpen. Khaldoen argumenteerde dat wanneer de moslims terug zouden grijpen op hun oorspronkelijke samenhang en zich sterk verenigden, zij vanzelf weer sterk en machtig zouden worden.

Wahhabisme[bewerken]

Een van de voorlopers van het huidige moslimfundamentalisme is te vinden in het wahhabisme uit de 18e eeuw, afkomstig uit het tegenwoordige Saoedi-Arabië. De godsdienstgeleerde Mohammed ibn Abd al-Wahhaab uit de Hajdregio ergerde zich aan de afgoderij en zedeloosheid die volgens hem alomtegenwoordig was. Ook was hij tegen de schending van het eigendomsrecht van vrouwen, zoals vastgelegd in de Koran. In 1744 begon hij een campagne van "reiniging en vernieuwing". Naar eigen zeggen wilde hij terugkeren naar de pure en authentieke islam van Mohammed zelf, waarbij hij latere toevoegingen liet vervallen of zelfs vernietigen, als verdraaiingen van de oorspronkelijke waarheid.

Al-Wahhaab trachtte zijn medegelovigen te overtuigen van zijn inzichten, maar kreeg daarin pas succes toen hij een verbond aanging met sjeik Mohammed bin Saoed en met diens dochter trouwde. Zij begonnen 'de horizon' (al-Afq) opstand tegen de Ottomanen, die uiteindelijk werd neergeslagen. Deze opstand was bijzonder, omdat de wahhabieten voor het eerst in de geschiedenis van de islam ook slachtoffers maakten onder medemoslims van andere richtingen. In de ogen van de wahhabieten waren zij evengoed ongelovigen als christenen en joden. Sinds die tijd wordt het wahhabisme door de Saudiërs aangehangen, tot aan de dag van vandaag.

De wahhabieten kregen pas weer invloed toen de Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog plaatselijke bondgenoten zochten in de oorlog tegen het Ottomaanse rijk. In 1924 versloeg de Saoedische stam de Hasjemieten van Hoessein ibn Ali. Daarna werd door de Saoediërs de eerste wahhabistische staat gesticht. Later ging deze vanwege de aardolie een pragmatisch bondgenootschap aan met het Westen.

Fundamentalisme en politiek[bewerken]

De moslimfundamentalisten vinden, in tegenstelling tot andere islamitische stromingen, dat alles wat in de Koran en de Hadith staat, niet open staat voor eigen interpretatie. Zij nemen deze teksten letterlijk en zien een terugkeer naar de tijd en leefregels van Mohammed als een ideaal.

Het is niet altijd zo dat dat alle fundamentalisten politiek actief zijn, sommigen zijn zelfs a-politiek. Ook grijpt een minderheid van de fundamentalisten daadwerkelijk naar geweld. Daarentegen heeft het overgrote deel van de politiek gewelddadige moslimactivisten wel fundamentalistische religieuze gedachten.

Voedingsbodem[bewerken]

De islamitische wereld wordt gedomineerd en geregeerd door veel dictators die elke oppositie de grond in stampen. De moskee is hierbij vaak de enige plaats waar men veilig samen kan komen. Daarnaast worden de oelema en de imams als gerespecteerde machtsbron gezien. Wellicht is het vergelijkbaar met de bloei van het katholicisme in Polen gedurende de communistische dictatuur. Ook de enorme armoede en analfabetisme maakt mensen vatbaarder voor simplistische leuzen van fundamentalisten, waarbij alle schuld bij anderen gelegd wordt. Daarnaast wordem islamitische landen gestraft als zij niet voldoen aan de VN-resoluties, terwijl Israël ongestraft deze negeert.[4]

Volgens de onderzoekers Ziauddin Sardar en Zafar Abbas Malik is het islamitisch fundamentalisme gegroeid door[5]:

  • de excessen van enkele modernistische leiders
- door de mislukking van hun economisch beleid
- door het voortdurend bespotten van de islamitische levensstijl en het islamitische denken
  • door de politiek van de westerse grootmachten
- door de positie van de islam in de moslimlanden te willen verzwakken door de islamitische leiders te demoniseren,
- door repressieve pro-westerse regimes te steunen
- door de moslimstaten te herleiden tot economisch zwakke maatschappijen met een gigantische schuldenberg.

Moslimfundamentalisme en terrorisme[bewerken]

De meeste terroristische aanslagen worden niet in of tegen het westen gepleegd, maar worden tegen seculiere regimes in islamitische landen uitgevoerd.

Een opvallend fenomeen zijn de verschillende zelfmoordaanslagen. Met name binnen het sjiisme neemt de martelaar historisch een bijzondere plaats in. Jihadis (sjahids) zijn bereid hun leven te offeren voor de strijd tegen de onderdrukking door wat zij zien onrechtvaardige of dictatoriale heersers. Seculiere bevrijdingsorganisaties zoals de FLN en de PLO maakten gebruik van de revolutionaire connonaties van het begrip 'martelaar'[6] .

Sinds de terroristische aanslagen van 11 september 2001 werd voor de westerse wereld duidelijk dat een aantal moslims agressief staat tegenover de waarden van (een deel van) deze westerse wereld. De aanslagen werden opgeëist door de organisatie Al Qaida ("de basis"), een moslimextremistische beweging met haar wortels in Saoedi-Arabië.

De Amerikaanse terrorismedeskundige Jessica Stern stelt dat moslimterroristen zichzelf (of hun geloof) vaak miskend en vernederd voelen. Uit diverse interviews die zij met terroristen of terroristische organisaties hield, bleek dat vrijwel allen hierdoor gedreven werden tot hun acties.

Veroordeling terrorisme door moslims[bewerken]

Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 en de moord op Theo van Gogh en terroristische aanslagen in Londen van 7 juli 2005 verklaarden moslims dat zij het niet eens zijn met de acties van deze terroristen. De hoogste geestelijken in zowel Saoedi-Arabië als Iran veroordeelden de aanslagen als niet-islamitisch. Vaak worden deze aanslagen toegeschreven aan volgelingen van de Takfiristroming.

Conflicten met de seculiere democratische staatsvorm[bewerken]

Islamitisch fundamentalisme en vooral komen steeds meer in conflict met de seculiere, democratische staatsvorm, gebaseerd op de breed gedragen Universele Rechten (zoals in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)). Dit conflict uit zich vooral in de volgende zaken:

  • acceptatie (zoals voorgeschreven door de UVRM) of verwerping van de plaatsing van universele rechten en burgerlijke wetten boven de rechten van religieuze groepen en -wetten, en specifieker
  • acceptatie (UVRM), of verwerping van de gelijkheid van man en vrouw;
  • de scheiding van kerk en staat (UVRM), sterk afgewezen door het islamisme;
  • acceptatie van religieuze rechten, zoals het recht voor iemand, moslim of niet, om de religie waarin hij was geboren te verlaten.

Als gevolg van dit conflict twijfelen velen of de islam verenigbaar is met een modern, seculier en democratisch land. Het onzorgvuldig gebruik van de woorden islam en islamisme speelt daarin een rol. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft ten aanzien van de sharia verklaard dat deze gezien het gesloten karakter niet verenigbaar is met democratie en de ontwikkeling van vrijheden (Refah vs Turkije, 13-02-2003)[7]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Karen Armstrong - Islam, geschiedenis van een wereldgodsdienst. ISBN 90-234-1096-3
  • Bernhard Lewis - The crisis of Islam, holy war and unholy terror, Random House, 2004, ISBN 9780753817520
  1. Nieuwe inleiding tot de islam, Dr. J.J.G. Jansen, Uitgeverij Coutinho, 1998, ISBN 90 6283 129 X CIP, blz 94-25
  2. a b c d e f In het huis van de islam, Henk Driessen (redactie), Michiel Hoebink, Uitgeverij SUN, tweede druk november 2001, ISBN 90 6168 606 7, blz. 200-203
  3. Nieuwe inleiding tot de islam, Dr. J.J.G. Jansen, Uitgeverij Coutinho, 1998, ISBN 90 6283 129 X CIP, blz 43
  4. Een tipje van de sluier, islam voor beginners, Joris Luyendijk, Uitgeverij Podium Amsterdam, negende druk februari 2005, ISBN 90 5759 094 8, blz. 95-97
  5. Mohammed, de profeet, Gabriël Mandel Khan, Uitgeverij Globe/Roularta Books, blz. 131, ISBN 90 5466 790 7
  6. Islam, Personen en begrippen van A tot Z, Inge Arends e.a., Uitgeverij Het Spectrum B.V., 2000, blz. 35, ISBN 90 274 6529 0
  7. CASE OF REFAH PARTİSİ (THE WELFARE PARTY) AND OTHERS v. TURKEY, JUDGMENT, STRASBOURG, 13 February 2003