Sleutelroman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een sleutelroman is een roman waarin men werkelijk bestaande personen laat optreden onder gefingeerde namen. Als men de 'sleutel' heeft (dat wil zeggen, als men ziet met wie in het echt iemand uit het boek overeenstemt) zal men een dergelijk werk ook met andere ogen lezen.

Voorbeelden[bewerken]

In Onder professoren van Willem Frederik Hermans staat bijvoorbeeld de persoon van 'Tabe Pap' voor de econoom Jan Pen, de persoon van 'Ajold Ongering' voor de polemoloog B.V.A. Röling en de persoon van 'Andreas Ballingh' voor de historicus Lou de Jong.

De romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil en de romans van Connie Palmen en Ronald Giphart zijn voorbeelden van sleutelromans.

Een beruchte sleutelroman in de Nederlandse literatuurgeschiedenis is Vincent Haman van Willem Paap. Dit boek is speciaal geschreven als een aanval op de Tachtigers, met wie Paap in een persoonlijk conflict was geraakt. De hoofdpersoon Vincent Haman staat symbool voor Lodewijk van Deyssel, Vincents vriend Piet Moree voor Willem Kloos.

Louis Paul Boon heeft meerdere sleutelromans geschreven, waaronder De Paradijsvogel.

Verschillende boeken van Hugo Claus kunnen ook als sleutelroman beschouwd worden: De Verwondering, Het verdriet van België en Het jaar van de kreeft.

Bron

  • Dautzenberg, J.A. Nederlandse literatuur, geschiedenis, bloemlezing en theorie tot 1916