Vertelperspectief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het vertelperspectief (ook vertelinstantie of verteller) is in de narratologie het antwoord op de vraag "Wie vertelt?". Het heeft dus te maken met de positie van waaruit de lezer een verhaal waarneemt. Het boek spreekt (indirect) tot de lezer, het vertelt hem iets. Er kan daarom van een verteller gesproken worden. Deze fictieve verteller tot een fictief publiek. De verteller in een verhaal zie je bijvoorbeeld duidelijk naar voren komen als een omgeving wordt omschreven. Geen van de personages is dan aan het woord, maar de verteller. De verteller is dus niet in de reële wereld levend de auteur, met wie de lezer zou kunnen communiceren.

Onlosmakelijk verbonden met het gebruik van perspectief is dat van het bijbehorende register. Daarnaast wordt dit begrip uit de narratologie soms verward met focalisatie, dat echter meer te maken heeft met point of view.

Perspectieven[bewerken]

Eerst komen de meest gebruikte perspectieven aan bod, waarna de nieuwe terminologie die de Franse structuralistische narratologen introduceerden wordt besproken.

Auctoriaal[bewerken]

In de auctoriale vertelsituatie (soms ook auctorieel genoemd) is de verteller alwetend, maar hij speelt niet mee. Hij staat als het ware 'boven' het verhaal: hij ziet neer op alles wat gebeurt, en weet alles van het verhaal, de personages, hun motieven en gedachten. Zo krijgt de lezer een compleet overzicht van alle gebeurtenissen en het waarom en hoe daarvan. De auctoriële of auctoriale verteller kan eventueel een ik-standpunt in plaats van een hij/zij-standpunt aannemen, maar dat hoeft niet. Een auctoriële verteller onderscheidt zich van een personele verteller doordat hij meer weet dan de personages.

Dat de auctoriale verteller boven het verhaal staat, is terug te zien in de onderstaande voorbeelden. De verteller kan hier naar believen in het verhaal ingrijpen of op de gebeurtenissen vooruitlopen:

En kwam ze nú niet, dan was 't ook uit, zei juffrouw Pieterse. Ja, dan zou 't uit wezen met de juffrouw van achter-onder. Ik zal nu maar terstond zeggen dat ze niet gekomen is, en dat 't dus met de juffrouw uit was.

Of hij kiest ervoor om de afloop nog even voor zich te houden:

Later zullen we zien of 't waar was wat moeder zei, dat ie thuis alles ontvindt of nodig had.

Dit perspectief is een van de oudst gehanteerde; de meeste mythen en heilige boeken bedienen zich ervan. Het voordeel ligt in de soort absolute kwaliteit: het staat er, dus het is waar.(Een groot deel van de Bijbel is bijvoorbeeld geschreven in dit perspectief.) Het gebruik ervan is tegenwoordig echter vaak een zwaktebod; vooral wanneer er tegelijkertijd gespeeld wordt met andere perspectieven kan het een hinken op twee of meer gedachten zijn. Het lijkt het meest voor de hand liggende perspectief, maar met de literaire verworvenheden van de afgelopen anderhalve eeuw is het waarschijnlijk inmiddels het moeilijkst hanteerbare (of minst geloofwaardige).

De alwetende verteller kan er verder ook nog voor opteren, de gedachten van een personage niet naar de derde persoon om te vormen, maar die gedachten in hun ik-vorm te laten staan. Analoog met de manier waarop uitspraken worden weergegeven, maar dan zonder aanhalingstekens. Soms spreekt men dan wel eens van een alwetende verteller, die op schouderhoogte met een personage blijft en zo met hem meekijkt. Een voorbeeld kan zijn: Wat moet ik doen als hij sterft? panikeert Frank. Hij kijkt om zich heen, maar er is niemand te zien in het ziekenhuis. Ik heb toch echt om een dokter gebeld? denkt hij. Het voordeel van deze techniek is dat het de mogelijkheden en flexibiliteit (je kan makkelijk de verteller laten verspringen naar een ander personage) van de derde persoon, combineert met de intensiteit van de ik-vorm. Het nadeel is dat sommige lezers het nogal rommelig vinden, omdat een ik- en een hij-vorm constant naast elkaar bestaan.

Ik-perspectief[bewerken]

In het ik-perspectief is er een vertellend ik, dat over zijn eigen belevenissen vertelt. - Het belevend ik - vertelt, vaak in de vorm van een flashback of een regressie. De belevende ik speelt bijna altijd een rol in het verhaal, vaak is hij zelfs de hoofdpersoon. Omdat de lezer alles slechts vanuit zijn (of haar) oogpunt ziet, krijgt hij geen compleet overzicht. De lezer komt doorgaans vooral veel over het ik-personage te weten, maar hier zijn uitzonderingen op.

Het ik-perspectief werkt doorgaans confronterend, vooral in combinatie met de o.t.t., als iemand die tegenover je zit en verslag doet. Paradoxaal genoeg is het dus moeilijker je te identificeren met de verteller, maar het effect van de confrontatie is groter dan bij een perspectief in de derde persoon. Een mooi voorbeeld is de roman Portret van een verloren jongeman (Portrait of a Young Man Drowning) van Charles Perry, waarin elke zin zich afspeelt in een absoluut 'nu'.

Essentieel bij het gebruik van het ik-perspectief is de keuze voor de adressaat: aan wie vertelt de ik-figuur zijn verhaal? De schrijver kan zich direct of in het algemeen tot de lezer richten, maar er kan ook worden gekozen voor een specifieke adressaat, een 'jij' aan wie het verhaal wordt gericht, vaak iemand die al niet meer leeft. Voorbeelden zijn Ariëlla Kornmehls Huize Goldwasser (de gestorven geliefde en Threes Anna's De stille stad (de gestorven broer).

Personaal perspectief[bewerken]

Het personele perspectief (soms ook personaal perspectief genoemd) is eigenlijk een combinatie van de twee andere. Hoewel de verteller in dit geval niet zelf in het verhaal betrokken is, wordt toch één persoon gevolgd. Het verhaal staat in de derde persoon, maar er is geen sprake van een compleet overzicht zoals bij het auctoriale perspectief. Een personaal perspectief kan vaak vrij gemakkelijk omgezet worden in een ik-perspectief. Alle derde personen die verwijzen naar het gevolgde personage, worden veranderd in eerste personen. Op die manier kan een personaal perspectief en het bijbehorende personage aangetoond worden.

Schrijven in de derde persoon enkelvoud, vooral in combinatie met de o.v.t., is de "zachte methode", waarbij de lezer zich gemakkelijk identificeert met het personage. Het omzetten in het ik-perspectief verlevendigt doorgaans het proza, maar maakt het ook afstandelijker. In beide gevallen is het eenvoudig om de gedachte- en ervaringswereld van het personage vorm te geven.

Andere perspectieven[bewerken]

Ook de absolute jij-vorm komt voor, bijvoorbeeld als verkapt ik-perspectief (te onderscheiden van het ik-perspectief met specifiek adressaat).

Een heel bijzonder maar weinig gebruikt perspectief is dat van de wij-vorm:

In Tristan Egolfs debuutroman Lord of the Barnyard (Heer onder het gepeupel) zijn het de vuilnismannen van de stad die verslag doen.
In Ágota Kristófs debuutroman en eerste deel van de Tweelingentrilogie Het dikke schrift (Le grand cahier), doet een tweeling verslag van hun leven.
In het derde deel, De derde leugen (Le Troisième Mensonge), blijkt echter dat het om een onbetrouwbare verteller ging.[1]

Zelfs voorwerpen kunnen worden gebruikt als perspectief. Zo is The Collector Collector van Tibor Fisher geschreven vanuit het perspectief van een antieke Griekse vaas, en is een van de perspectieven van Wu Mings 54 een televisietoestel.

Afwisselende perspectieven[bewerken]

Het bekendste voorbeeld van het gebruik van afwisselende perspectieven is As I Lay Dying van William Faulkner: verscheidene ik-figuren vertellen samen het verhaal, zodat door de lappendeken aan verschillende camerastandpunten een beeld gegeven wordt van het totaal. Het uiteindelijke effect is dus groter dan dat wanneer een alwetende verteller zou zijn gehanteerd: het is tegelijkertijd intiem en universeel. Door de grote rijkdom aan mogelijkheden wordt de techniek veelvuldig toegepast.

Een ander goed voorbeeld van een roman waar deze vertelsoort tot uiting komt is Bonita Avenue van Peter Buwalda.

Vertelinstantie[bewerken]

Uit ontevredenheid met de bestaande terminologie 'ik-vertelling' en 'hij-vertelling' introduceerden de Franse structuralistische narratologen (Gérard Genette, François Jost, en andere) de nieuwe begrippen vertelniveau, vertelinstantie en focalisatie. Hun bezwaar was dat de eerder genoemde termen de begrippen vertelinstantie en focalisatie verwarden.

Een vertelinstantie kan als personage in een verhaal optreden of juist helemaal niet. In de narratologie maakt men daarom onderscheid tussen de volgende twee vertelinstanties die zijn gebaseerd op de "mate van betrokkenheid":

  1. de homodiëgetische vertelinstantie, waarbij de verteller de gebeurtenissen waarvan hij verslag doet tevens zelf heeft meegemaakt, als rechtstreeks betrokkene of als getuige. In de meest gevallen betreft het hier een ik-verteller.
  2. de heterodiëgetische vertelinstantie, waarbij de verteller de gebeurtenissen die hij vertelt niet zelf heeft meegemaakt. Vaak (maar niet altijd) is dit een auctoriële of personele verteller.

Van een 'ik-vertelling' wordt niet meer vaak gesproken. Een betere term daarvoor is volgens Genette homodiëgetische vertelling/verteller. De redenering hierachter is dat elke verteller een 'ik-verteller' is, want als je vraagt "Wie vertelt?" moet de vertelinstantie "ik" antwoorden.

Naast het bovengenoemde onderscheid dat is gebaseerd op de betrokkenheid van de verteller, maakt Genette nog een ander onderscheid dat is gebaseerd op het vertelniveau:

  • de extradiëgetische verteller staat zelf buiten/"boven" het verhaal dat hij vertelt.
  • de intradiëgetische verteller is een personage in het door hemzelf vertelde verhaal, waarin hij als het ware is "ingebed". Het betreft hier dus geen auctoriële of personele verteller.

De intra- en de extradiëgetische verteller kunnen allebei tegelijkertijd ook homo- dan wel heterodiëgetisch zijn. Dit kan soms voor enige verwarring zorgen. Indien de verteller bijv. tegelijk homo- en extradiëgetisch is, staat hij enerzijds als extradiëgetische verteller buiten het verhaal dat hij vertelt. Anderzijds beschrijft hij daarbij bepaalde gebeurtenissen tòch rechtstreeks vanuit zijn eigen waarneming, maar op het moment dat hij dit doet is hij geen onderdeel van het verhaal. Indien de verteller anderzijds zowel hetero- als intradiëgetisch is, doet hij als personage (hij staat als intradiëgetische verteller immers niet boven het verhaal) verslag van gebeurtenissen die hij niet rechtstreeks zelf heeft meegemaakt, maar die als zodanig deel uitmaken van hetzelfde verhaal waarvan ook de verteller zelf onderdeel vormt. Een voorbeeld van dit laatste is de slotscène van Het behouden huis (van Willem Frederik Hermans) waarin de hoofdpersoon - een Nederlandse soldaat in de Tweede Wereldoorlog - beschrijft hoe hij de oude Duitse kolonel aantreft die hij eerder heeft aangetroffen in het huis waarin hij zich had verschanst na het leger te zijn ontvlucht: Ze hadden hem opgehangen aan de plataan en op zijn buik hadden ze het papier vastgespeld dat ik voor hem had geschreven.

Bij een filmadaptatie van een boek waarin gebruik wordt gemaakt van een homodiëgetische vertelling introduceert men soms de personages eerst door een heterodiëgetische vertelinstantie (een voice-over) aan het woord te laten, waarna de homodiëgetische vertelinstantie, het hoofdpersonage bijvoorbeeld, het verhaal overneemt. Voorbeelden hiervan zijn de films noirs Lady in the Lake en Double Indemnity. Die laatste film begint met een anonieme, heterodiëgetische vertelinstantie die Walter Neff introduceert, terwijl de kijker ziet hoe het personage 's nachts met zijn auto door de straten van Los Angeles scheurt. Na deze introductie neemt het personage Walter Neff zelf het woord (hij grijpt in het verzekeringskantoor waar hij is binnengestormd een dictafoon en begint zijn verhaal te vertellen).

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (hu) Darabos Enikő (2007) Az én, aki a másik. Árgus - irodalom - művészet - valóság, 2007/2.

Literatuur

Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · startplotscène · rode draad · scenario · setup · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en vertelinstantie: afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelling · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract en concreet motief · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse