Motief (literatuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de literatuur wordt motief gebruikt in een enge en een ruime betekenis.

In ruime zin slaat het op een onderwerp dat in verscheidene literaire werken, vaak uit heel verschillende tijden, wordt behandeld. Voorbeelden zijn het dubbelgangersmotief, het motief van de vadermoord, het onbewoonde eiland, het mannetje in de maan e.d.

In enge zin is motief een term uit de verhaalanalyse. Het gaat daarbij om een gegeven (voorwerp, verschijnsel, gebeurtenis) dat meerdere malen in een verhaal terugkeert en een meer dan gewone (symbolische) betekenis heeft, ook bekend als leidmotief. In die zin onderscheidt men concrete en abstracte motieven.

  • Een concreet motief komt aan de oppervlakte van het verhaal voor.
  • Een abstract motief geeft de waarde of onwaarde aan die door het concrete motief wordt geïllustreerd. Vaak moet het door de lezer worden geformuleerd.

Het thema of de grondgedachte van een verhaal wordt dan het sluitmotief genoemd. Het brengt de belangrijkste abstracte motieven in één zin bij elkaar.

Toegepast op 'Saidjah en Adinda' van Multatuli: de kerven in het rijstblok (concreet, herhaaldelijk vermeld) staan voor de trouw van Adinda, de buffelroof voor het onrecht in de kolonie. Het sluitmotief kan dan als volgt luiden: "Het onrecht dat de arbeidzame, trouwe Javaan wordt aangedaan, schreit ten hemel."