Topos (literatuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een topos (meervoud topoi) is een stijlfiguur, waarbij een clichésituatie of -locatie wordt gebruikt, in de literatuur of en andere verhalende kunstvormen, zoals theater en opera.

Het woord is Grieks voor "plaats" (niet stad of dorp, maar plek) en het gebruik in de hier bedoelde zin is ontstaan via het gebruik van het woord "topos" in de oud-Griekse retorica als aanduiding van een standaardmethode om een argument op te bouwen of te behandelen.

Het is waarschijnlijk vooral de Duitse literatuurhistoricus Ernest Robert Curtius die verantwoordelijk is voor de uitbreiding van het topos-begrip tot de huidige algemeenheid – hij gebruikte het in deze zin in zijn belangrijkste werk Europäische Literatur und Lateinisches Mittelalter.[1] Voorbeelden van topoi zijn:

  • het verliefde paar in Parijs
  • de muziekstad Wenen
  • de boze stiefmoeder
  • de ontvoering door ruimtewezens
  • het rustgevende natuuroord (locus amoenus)

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ernst Robert Curtius, Europäische Literatur und Lateinisches Mittelalter (1948). Engelse vertaling: European Literature and the Latin Middle Ages, New York: Bollingen Foundation, 1953
Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie act-structuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · startplotscène · rode draad · scenario · setup · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · copresentator · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en Vertelinstantie: afwisselende perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelinstantie · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract motief · concreet motief · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenariotermen: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse