Spanning (verhaal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Spanning (Engelstalig: suspense), is het woord dat met name wordt gebruikt voor de spanningsopbouw in romans en films.

Op het gebied van film is de term vooral van toepassing op het werk van Alfred Hitchcock. Spanning is dan het creëren van een "spannende" situatie door bijvoorbeeld de kijker meer te laten weten dan de hoofdrolspelers. Bekende films van Hitchcock waarin de techniek wordt toegepast zijn onder andere Rear Window, North by Northwest en Psycho.

Spanning kan worden gecreëerd door:

  • Informatie achterhouden en die stukje bij beetje vrijgeven. Dit is ook soms retardering genoemd
  • De lezer nieuwsgierig maken naar de afloop door hem te laten vooruitblikken in de toekomst
  • De lezer meer laten weten dan een personage (het Jan Klaassen-syndroom) met centraal de vraag of het personage het gevaar tijdig zal ontdekken
  • De lezer telkens net genoeg nieuwe informatie geven, zodat die zich steeds weer een andere afloop van het verhaal kan voorstellen
  • De lezer opzadelen met nieuwe vragen telkens als hij een vraag oplost
  • Werken met cliffhangers. De schrijver breekt het verhaal op een cruciaal moment af door een nieuw hoofdstuk te beginnen en plotseling een andere verhaallijn begint uit te werken.
  • De lezer informatie geven die hij in feite niet nodig heeft en hem zo op het verkeerde been zetten. In het jargon heet dat een red herring.
Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · startplotscène · rode draad · scenario · setup · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en vertelinstantie: afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelling · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract en concreet motief · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse