Vrije indirecte rede

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De vrije indirecte rede is een stijlfiguur die het midden houdt tussen de directe en de indirecte rede, ofwel tussen een monoloog en een verslag van de beleving van iemand anders. Deze stijlfiguur heeft meestal de vorm van een onvoltooid verleden tijd, in dit verband ook wel "verhalend imperfectum" genoemd. De vrije indirecte rede heeft meestal op het beschreven "nu" betrekking, wat wil zeggen op een tijdstip dat samenvalt met datgene wat in de rest van de zin wordt beschreven.

Voorbeelden[bewerken]

Stijl Voorbeeld
Directe rede "Moet ik gaan?", vroeg ze zich af.
Indirecte rede Ze vroeg zich af: moest ze gaan?
Vrije indirecte rede Ze vroeg zich af of ze moest gaan

Bij het tweede deel van de laatste zin kan men discussiëren over de vraag of de spreker zelf dan wel de door de spreker als "ze" aangeduide persoon letterlijk wordt verwoord.

De vrije indirecte rede wordt veel toegepast in romans uit de 18e en 19e eeuw, bijvoorbeeld die van Jane Austen en Gustave Flaubert.

Verwante begrippen[bewerken]

De vrije indirecte rede is verwant aan andere literaire stijlfiguren zoals de inwendige monoloog en stream of consciousness, maar dient hiervan te worden onderscheiden.

Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · epiloog · fabel · plot · plotpoint · proloog · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingszin · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · copresentator · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · personage · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief: afwisselende perspectief · auctoriële verteller · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view
Vertelinstantie: focalisatie · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelinstantie · rhema · vrije indirecte rede
Samenhang & verband: plot · rode draad · verhaallijn
Motief & thema: abstract motief · concreet motief · leidmotief · motto · thema
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: dramatische ironie · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · narratologie · verhaalanalyse