Register (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met register wordt aan een bepaalde situatie gebonden taalgebruik bedoeld, zowel wat betreft woordkeus als zinsbouw.[1] Alle talen kennen verschillende registers.

Situatiegebonden register[bewerken]

Het meest voorkomende onderscheid is dat tussen formeel taalgebruik en informeel taalgebruik, elk met hun eigen register. Dit wil zeggen dat in bepaalde teksten - bijvoorbeeld juridische verhandelingen - een bepaald soort formuleringen wordt aangetroffen dat elders ongebruikelijk is. Een juridische tekst kenmerkt zich bijvoorbeeld door het grote aanal deelwoordconstructies en bijstellingen.

Anderzijds wordt een bepaald register - mits correct gebruikt - vaak sterk met een bepaald milieu geassocieerd. In advertenties wordt hier op grote schaal gebruik van gemaakt, door bijvoorbeeld een bepaald jargon te gebruiken; hierdoor wordt een band gesmeed met de doelgroep. Ook het register van een professor in de natuurkunde zal zich onderscheiden van dat van een bouwvakker, een vierjarig meisje, een jongere etc.

Het gebruik van een bepaald register is dus niet alleen sterk verbonden met het gekozen perspectief, maar ook met sociaal-culturele identiteit. De woorden gebbetje en grap betekenen hetzelfde en zijn dus synoniem, maar ze zijn lang niet altijd onderling uitwisselbaar doordat hun connotatie verschilt.

Register en literatuur[bewerken]

In de literatuur wordt het register gevormd door het taalgebruik en de eigenaardigheden die inherent zijn aan het gekozen perspectief. Een coryfee in het gebruik van uiteenlopende registers in de Nederlandse literatuur is Marten Toonder. Ook de Franse schrijver François Rabelais had hier een handje van; het taalgebruik in Gargantua en Pantagruel valt onder andere op doordat allerlei registers door elkaar heen worden gebruikt.

Indeling[bewerken]

Grofweg zijn er vijf stijlniveaus of stijlregisters te onderscheiden:

vulgair informeel ongemarkeerd formeel archaïsch
zeiken pissen plassen urineren
wijf   vrouw wederhelft, echtgenote gade
nest bed sponde
kids kinderen kroost
maar doch
  vandaag heden
    nu thans
op mijn kantoor te mijnen kantore
plee, kakhuis doos, emmer wc toilet
maffen, pitten slapen    

Het spreekt vanzelf dat deze registers mettertijd veranderen. Zo was 'wijf' voorheen een neutraal woord en 'plee' zelfs bijzonder keurig. Verder kan men van mening verschillen over de vraag tot welk stijlniveau een woord precies behoort. Er zijn vooral veel registers bij begrippen die verband houden met seksualiteit en uitscheiding.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. M.A. van Rees, 'Voor Juffers en Doken'. Tekst[blad] 4, 1995, pp. 55-60.
Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · startplotscène · rode draad · scenario · setup · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en vertelinstantie: afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelling · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract en concreet motief · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse