J.J. Voskuil (schrijver)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
J.J. Voskuil
J.J. Voskuil

J.J. Voskuil, schrijversnaam van Johannes Jacobus (Han) Voskuil (Den Haag, 1 juli 1926Amsterdam, 1 mei 2008) was een Nederlands volkskundige en schrijver van romans en korte schetsen.

Voskuil was de oudste zoon van Klaas Voskuil (1895-1975), bij leven hoofdredacteur van Het Vrije Volk, die vooral bekendheid genoot door zijn VARA-radiorubriek Socialistisch Commentaar. Hij was vernoemd naar zijn grootvader Johannes Jacobus Voskuil, die bakker was te Zwolle.

Voskuil was getrouwd met Lousje Haspers. Beiden waren dierenbeschermers, in 1997 richtte hij de dierenwelzijnsorganisatie Stichting Varkens in Nood op, gesteund door o.a. de schrijver Koos van Zomeren. Veel elementen uit het persoonlijke leven van het echtpaar, zoals het niet willen bezitten van een auto, het hebben van katten, het wonen aan de Lijnbaansgracht nr. 84-hs (1956-1969) en de Herengracht nr. 60 (1969-) in Amsterdam, hun wandelvakanties in Auvergne, staan beschreven in zijn boeken.

Na langdurige ziekte besloot Voskuil tot een waardig, zelfgekozen einde. Hij stierf thuis.

Zijn sterfdag, Dag van de Arbeid, viel samen met Hemelvaart. [1] Op 8 mei 2008 werd hij begraven op Oud Eik en Duinen in Den Haag.


Inhoud

[bewerk] Begin loopbaan

Na zijn studie Nederlands aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam werkte Voskuil als vertaler bij de EGKS in Straatsburg en vervolgens één jaar als leraar aan een kweekschool in de stad Groningen. In 1957 trad hij in dienst bij het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde, het tegenwoordige Meertens Instituut.

[bewerk] Bij Nader Inzien

Voskuils literaire debuut was de autobiografische roman Bij Nader Inzien waarin zijn studietijd centraal staat. Het kostte aanvankelijk veel moeite om een uitgever te vinden voor het dikke manuscript - met 1207 bladzijden is het werk tot op heden een van de meest omvangrijke romans uit de Nederlandse literatuur – maar in 1963 verscheen het boek uiteindelijk in twee banden bij G.A. van Oorschot te Amsterdam.

De roman werd door de kritiek overwegend slecht ontvangen, deels omdat het een sleutelroman was. Een aantal jaar later belandde een groot deel van de oplage, ondanks de belofte van de uitgever het boek niet te verramsjen, bij De Slegte. Toch bleek er in kleine kring waardering voor te bestaan en in 1985 verscheen een tweede druk van het boek. Ruime bekendheid kreeg het werk pas in 1991 door de zesdelige televisieserie onder regie van Frans Weisz (scenario: Jan Blokker en Leon de Winter), die door de VPRO werd uitgezonden. Deze serie wijkt nogal af van het boek, en Voskuil was hier zeer ontstemd over.

[bewerk] Het Bureau

De omvang van Bij Nader Inzien werd ruimschoots overtroffen door Voskuils zevendelige romancyclus Het Bureau, die zijn dertigjarige ambtelijke loopbaan bij het Meertens Instituut ('Het Bureau') tot onderwerp heeft, de periode 1957-1987 overspannend. In dit werk, verschenen tussen 1996 en 2000, treden ook enkele personages uit Bij Nader Inzien op, maar het merendeel van de 5058 pagina's wordt behalve door Voskuils alter ego Maarten Koning bevolkt door romanfiguren als medewerkers of relaties van 'Het Bureau', wier overeenkomst met de werkelijkheid geenszins toevallig is. Dat ze niet allemaal even gelukkig zijn met de vaak genadeloze wijze waarop ze door Voskuil worden geportretteerd, bleek uit een documentaire van de VPRO uit 1998 over het Meertens Instituut waarin collega's van Voskuil aan het woord komen, maar er zijn er ook, die trots op hun onvrijwillige rol in het boek zijn en gedetailleerde lijsten hebben gepubliceerd over wie schuil gaan achter de personages in de roman (zie voor meer informatie het kopje 'Externe links') of zelfs rondleidingen door het Instituut voor nieuwsgierigen verzorgden (het Instituut is inmiddels verhuisd).


Net als in Bij Nader Inzien is Maarten Koning de hoofdpersoon, Voskuils alter ego. En net zoals hij in Bij Nader Inzien zijn eerste studiejaar (Economie) weggelaten heeft, zo heeft hij in Het Bureau zijn werkzaamheid als leraar in Groningen weggelaten. Daarmee wordt de thematiek waar alles om draait eenduidig. Van zijn huwelijk krijgen we dan ook voornamelijk die scenes te zien, waarin het Bureau een rol speelt. Vooor Nicolien, zijn vrouw, is het bureau een soort Fremdkörper in hun bestaan, dat langzaamaan ook hun privéleven gaat overwoekeren. Maarten vindt dit ook wel, maar heeft het idee dat hij er niets aan kan doen. Dit leidt tot hevige discussies, wat veel lezers heeft doen denken dat zijn hele huwelijk uit ruzies bestond. Over het schrijven van Bij Nader Inzien, dat ook in deze periode heeft plaats gevonden, wordt niets gezegd. Ook komen vrienden als Kees Vogels (zie Onder Andere) of Jan Bruggeman (zie: Requiem voor een vriend) hier niet aan bod, omdat zij geen relatie met zijn werk, met het Bureau, hebben.

In het boek komt dit ook tot uiting doordat geleidelijk aan meer de inhoud van zijn werk aan bod komt, met name door middel van fragmenten uit lezingen die hij op congresssen her en der in Europa geeft. Binnen dit werk als volkskundige is het thema de revolutie die plaats vond binnen dit vakgebied, en waaraan Maarten een grote bijdrage heeft geleverd: de verspreidingskaarten van allerhande fenomenen uit de volkskunde mogen volgens hem niet langer gezien worden als gevende een statisch beeld van 'het verleden'. Het zijn moment-opnamen, meer niet, het verlden is veel dynamischer dan men suggereerde. Volgens Maarten hebben de traditionele volkskundigen (Seiner, Horvatic, en ook Beerta, zijn leermeester) dit zo gezien uit een persoonlijke, emotionele behoefte. Zij wilden hun eigen heden legitimeren door erop te wijzen dat dit (eeuwenoude) wortels had in het verleden. Dat uitgerekend Maarten dit bestrijdt, past in de thematiek in het boek, doordat juist hij, als privé-persoon bij uitstek iemand is die wil dat er nooit iets verandert. Hij is zich dus ten zeerste bewust van deze menselijke neiging, reden dat hij er zo tegen fulmineert in zijn professionele bestaan. Dit raakt aan een algemenere vraag, die af en doe expliciet gesteld wordt, maar op de achtergrond voortdurend aanwezig is: kan een mens veranderen? "Nee", antwoordt het personage Maarten, omdat vindt dat hij alleen in situaties in zijn privé omgeving zichzelf is. Maar de lezer neemt wel de verandering in zijn gedrag waar, door de jaren heen, in zijn beroepsmatige omgeving. Die verandering wordt deels veroorzaakt door het feit dat Maarten 'iemand' is geworden: in zijn vakgebied heeft hij een zekere reputatie opgebouwd, hij wordt voor lezingen en commissies gevraagd. Zelf ervaart hij dit echter niet zo, hij merkt het alleen aan de reacties van anderen op hem. Verder heeft hij ook op zijn bureau een zekere status verworven als afdelingshoofd.

Het feit dat hij naast wetenschapper ook hoofd van een afdeling is geworden (na de pensionering van Beerta) is van grote invloed op zijn privé-bestaan. Door de hoge ethische normen die hij zich zelf oplegt, wordt zijn eenzame verantwoordelijkheid een steeds drukkender last: regelmatig is hij ontevreden over zijn eigen optreden temidden van 'zijn mensen', zijn afdeling. Hij neemt de zorgen over situaties waarin hij zich machteloos wist mee naar huis, alwaar hij bovendien steeds vaker 's avonds ook werkt voor het Bureau. Eén van de meest opmerkelijke aspecten is misschien wel deze genadeloze eerlijkheid waarmee Voskuil zichzelf portretteert. Veel zaken waar hij niet trots op is, of situaties waarin hij afgaat, zijn zelfmedelijden, alles wordt in dezelfde toon beschreven als de rest.

Er is wel gezegd, dat alle personages, behalve Maarten, karikaturen zouden zijn. Maar dit geldt zeker niet voor iedereen. Zo wordt aanvankelijk in deel VI de opvolger van Balk als hoofd van het bureau, Van de Marel, neergezet als een kille manager, in vergelijking met wie zelfs Balk nog een aristocraat is. In deel VII, als Maarten met pensioen is maar nog wel af en toe langs komt op het bureau, krijgt hij de indruk dat al zijn werk afgebroken wordt. Maarten houdt dit niet voor zich, maar Van de Marel vangt Maartens klachten op met een zeer joyeuze gelijkmoedigheid, en hij is het die hier de superieure rol krijgt. Dit effect bereikt Voskuil doordat hij Maartens opvattingen over volkskunde inmiddels zo vaak en uitvoerig vermeld heeft, dat de lezer er een beetje genoeg van krijgt, en, ondanks Maartens oprechtheid, de kant van Van de Marel kiest. Ook het gedrag van Ad, één van Maartens oudste collega's is niet stereotiep te noemen. Men kan eerder zeggen dat Maarten er tot het einde toe geen vat op kan krijgen.

Voskuils meesterschap komt naar voren in de uiterst geleidelijke manier waarop dit hele proces beschreven wordt.

Dat het boek zoveel lezers boeit komt niet alleen voort uit de herkenning die velen in het boek vonden; het boek is buitengewoon zorgvuldig gecomponeerd, en buitengewoon gelijkmatig geschreven. Er is wel gezegd dat zijn taal eenvoudig was, maar men herkent toch de degelijke Neerlandicus die over een grote woordenschat beschikt, en die een zeer trefzeker Nederlands schrijft. Denk aan woorden als 'grondelen', 'bouwoffer', 'geveltopschot', of een uitdrukking als 'slordig weer'. Daarnaast worden af en toe dichters als Vasalis, Vondel, Elsschot (in de titel van deel V: 'en ook weemoedigheid') geciteerd. Verder geeft het boek een prachtig tijdsbeeld, niet alleen van het kantoorleven, maar ook van een deel van de Academische wereld, van Amsterdam, en ook van Nederland, door de beschrijving van de vele wandelingen, fietstochten en treinreizen. Dit maakt 'Het Bureau' tot een zeer Nederlands boek. Verder zorgen de talloze komische situaties voor veel humor. En er is, ondanks de vele herhalingen van vergelijkbare situaties (voorspelbaar gedrag van hemzelf en andere mensen op zijn bureau, dat aan moet geven voor het personage Maarten dat mensen niet veranderen) niets langdradigs in alle zeven delen.

Het boek eindigt wanneer hij `s avonds, na een diner in Enkhuizen, waar afscheid van hem wordt genomen als lid van de commissie van Het Zeemuseum, alle anderen weg ziet rijden: Langs de kade deinden de achterlichten van zijn vroegere collega's de een na de ander weg. Er volgt alleen nog een droom, die veel indruk op Voskuil heeft gemaakt, maar minder indruk op de lezer maakt. Voskuil vond deze droom, waarin hij wordt hij uitgedragen, geschikt om het boek mee af te sluiten. Hieraan dankt het laatste deel zijn titel (De dood van Maarten Koning).


De NPS maakte vanaf april 2004 tot eind mei 2006 een langlopende hoorspelserie 'Het Bureau' onder regie van Peter te Nuyl. Gedurende iets meer dan twee jaar werd elke werkdag een van de in totaal 475 afleveringen uitgezonden. 350 acteurs speelden daarin 734 verschillende personages. Alle afleveringen konden nog tot 27 mei 2008 via internet worden beluisterd en gedownload.

[bewerk] Onder andere

Onder andere (uit 2007) is een bundel ´Herinneringen en dagboekbladen´. Hierin komt Voskuil onder zijn eigen naam voor, maar sommige personen worden aangeduid met de naam die ze in Het Bureau of Bij Nader Inzien dragen. Voor iedere Voskuilliefhebber een waardevolle aanvulling.

De bundel opent met een stuk over Voskuils vader, getiteld 'Een socialistische jeugd'. Een ander stuk gaat over Kees Vogels, de broer van Frida. Dit zijn herinneringen, min of meer chronologisch geordend, aan de markante, wat eigenzinnige persoon met onvoorspelbaar gedrag, die na een langdurige studietijd leraar wordt aan het Prof. ter Veen Lyceum in Emmeloord, en later aan een kweekschool in Arnhem. Pas met zijn late huwelijk lijkt hij zich te hebben onttrokken aan de invloed van zijn zus.

Boven alles uit steekt het prachtige portret van de exuberante Geert van Oorschot, diens uitbarstingen van enthousiasme na het ontvangen van het manuscript van 'Bij Nader Inzien', en de verdere contacten van hem met de Voskuils. Onder andere de reacties op het verschijnen van 'Bij Nader Inzien' komen aan bod, maar ook de zelfmoord van Van Oorschots zoon Guido. Naar aanleiding van Voskuils tweede roman, Onder de huid (1968, helaas nooit gepubliceerd), ontstaat een breuk tussen hem en Voskuil. Verder bevat deze bundel o.a. stukken over varkens, zijn veldwerk, herinneringen aan de oorlog, een bespeigeling over het fenomeen 'verveling', en een beschrijving van een Uitmarkt.


[bewerk] Bibliografie

wetenschappelijk werk

  • 1956 - Het Nederlands van Hindoestaanse kinderen in Suriname
  • 1969 - Het ophangen van de nageboorte van het paard
  • 1979 - Van vlechtwerk tot baksteen. Geschiedenis van de wanden van het boerenhuis in Nederland
  • 1982 - Kohieren van de tiende penning van Overschie 1561 en Twisk 1561

romans

  • 1963 - Bij Nader Inzien
  • 1996 - Het Bureau deel 1: Meneer Beerta
  • 1996 - Het Bureau deel 2: Vuile handen
  • 1997 - Het Bureau deel 3: Plankton
  • 1998 - Het Bureau deel 4: Het A.P. Beerta-Instituut
  • 1999 - Het Bureau deel 5: En ook weemoedigheid
  • 2000 - Het Bureau deel 6: Afgang
  • 2000 - Het Bureau deel 7: De dood van Maarten Koning

romans

  • 2000 - Ingang tot Het Bureau
  • 1999 - De moeder van Nicolien
  • 2000 - Reisdagboek 1981
  • 2002 - Requiem voor een vriend
  • 2004 - Terloops, voettochten 1957-1973
  • 2005 - Buiten schot, voettochten 1974-1982
  • 2006 - Gaandeweg, voettochten 1983-1992
  • 2007 - Onder andere, portretten en herinneringen


[bewerk] Literaire prijzen

[bewerk] Externe links

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  1. ^ NRC, 5 mei 2008
 
Persoonlijke instellingen
in andere talen