Historische roman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De historische roman is een roman waarvan de verhaalstof gebaseerd is op (in de regel) waar gebeurde historische gebeurtenissen, en/of bestaand hebbende personen.

Kenmerken[bewerken]

De verhouding tussen gegevens uit de historische empirie en de wijze waarop een schrijver die omzet tot een (semi)fictioneel relaas – in andere woorden: de referentialiteit van een tekst – is uiterst delicaat. Hoe subtiel die kwestie ligt, wordt onmiddellijk duidelijk als het genre van de historische roman wordt afgezet tegen dat van de biografie. Beide genres kunnen gebaseerd zijn op gedegen historisch onderzoek en beide kunnen met bijzonder veel verteltalent zijn neergezet, maar de biografie verantwoordt de bronnen uitvoerig, terwijl de historische roman dat in de regel niet doet (zelfs al neigen moderne schrijvers ertoe een bronnenlijstje aan hun roman toe te voegen). Het onderscheid zit hem eerst en vooral daarin dat de schrijver van de historische roman meer ruimte geeft aan zijn verbeeldingskracht. Maar ook dan zijn er tal van varianten. De schrijver kan zich strikt houden aan historische feiten, de auteur kan de feiten plaatsen binnen of omzetten tot een geheel dat een persoonlijke signatuur draagt, of historische feiten kunnen soms niet meer zijn dan een aanleiding tot een relaas waarin de verbeelding belangrijker is dan de weergave van een historische werkelijkheid; uiteraard staat deze laatste variant het dichtste bij de fictionele roman.

Het is in de regel in de weergave van dialogen en de gedachten van de optredende verhaalfiguren dat een schrijver zijn verbeelding het sterkst moet aanspreken, omdat gedachten en dialogen maar heel zelden letterlijk door de geschiedenis zijn overgeleverd. Als het gaat om de exacte weergave van de historische werkelijkheid, kan een auteur het zich niet veroorloven te zondigen tegen de exacte weergave van jaartallen of de weergave van een geografische situatie die uit de geschiedkundige bronnen bekend is. Doet hij of zij dit toch, dan spreken we van een anachronisme. In de postkoloniale literaturen geniet het genre hernieuwde belangstelling van schrijvers die een herschrijving van de geschiedenis in fictioneel proza beogen.

Geschiedenis[bewerken]

De historische roman nam vooral in de Romantiek een hoge vlucht, in het werk van Walter Scott (die in de 20e eeuw vooral bekend bleef dankzij de verfilming van zijn Ivanhoe). Het genre heeft in vrijwel alle nationale literaturen wel belangrijke vertegenwoordigers gehad:

In de Latijns-Amerikaanse literatuur zijn Gabriel García Márquez, Alejo Carpentier, Carlos Fuentes en Mario Vargas Llosa belangrijke vertegenwoordigers van het genre.

De verhalende geschiedschrijving, zoals die met succes werd beoefend door bijvoorbeeld Emmanuel Le Roy Ladurie met zijn Montaillou (1975), wordt niet tot de historische roman gerekend.

Opmerkelijk is overigens dat in de regel slechts die romans worden aangemerkt als historische roman, die in hun verhaalstof een zekere distantie tot de materie bewaren. Men zou met evenveel recht het werk van auteurs die een relaas geven van het recente verleden als historische roman, kunnen benoemen. In die zin zou Multatuli's Max Havelaar waarin hij de koloniale Indische wereld neerzette, evengoed een historische roman kunnen heten als het werk van Ben Okri over Nigeria of A.F.Th. van der Heijden over de jaren zeventig van de 20e eeuw in Nederland.

Autobiografieën worden niet tot het genre gerekend, omdat het fictionele element daarin geacht wordt zeer klein te zijn (wat overigens zeker niet altijd zo is), evenmin als de verhalende geschiedschrijving.

Externe link[bewerken]