Louis Paul Boon
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Louis Paul Boon (Aalst, 15 maart 1912 – Erembodegem, 10 mei 1979) was een Vlaams schrijver, kunstschilder en dichter.
Inhoud |
[bewerken] Biografie
Kenmerkend voor Boon was zijn volkse aard, hij liep tot zijn 16de school en moest vader helpen als gevel- en pistoolschilder. Hij kon in zijn vrije tijd nog wat lessen aan de Aalsterse Academie voor Schone Kunsten volgen, maar door geldgebrek was ook dit van korte duur.
In 1939 schreef Boon een tekst bij door hem gemaakte linosneden, in facsimile uitgegeven in 1969, onder de titel '3 mensen tussen muren'. Het verhaal vormde tevens de basis voor zijn eerste roman De voorstad groeit, die in 1942 met de Leo J. Krynprijs werd bekroond. Boons dubbeltalent zou in zijn gehele carrière als schrijver (vooral) en schilder tot een geweldige productie leiden, met name in de jaren vijftig en zeventig (qua schrijfwerk), en de jaren zestig en zeventig (qua schilder- en beeldhouwwerk).
Aangezien zijn boeken in Vlaanderen slecht werden ontvangen en slecht verkochten, werd zijn meesterwerk De Kapellekensbaan door uitgeverij Manteau geweigerd. Mijn kleine oorlog (1946) was het laatste boek dat Boon bij Manteau publiceerde. In 1952 verscheen zijn eerste uitgave in Nederland, Twee spoken bij de Arbeiderspers; nieuwe uitgaven volgden elkaar in razend tempo op. De Kapellekensbaan (1953), Reservaat (vijf delen, 1953-1957), Menuet (1955), Zomer te Ter-Muren (het tweede deel van het boek over de Kapellekensbaan, 1956), De bende van Jan de Lichte (1953/1957) en De Paradijsvogel (1958).
'De Kapellekensbaan' en 'Menuet' zijn Boons meest vertaalde romans. De eerstgenoemde verscheen onder andere in het Duits (in drie vertalingen), het Engels, het Noors, het Zweeds, het Pools, het Frans en het Spaans. De laatstgenoemde in onder andere het Zweeds, Hongaars, Portugees, Duits, Deens en Italiaans.
In de jaren zestig werden door Boon nauwelijks nieuwe boeken gepubliceerd. Wel verschenen er meerdere bundels met cursiefjes die hij voor het Gentse dagblad Vooruit schreef, waaronder Dorp in Vlaanderen (1966) en Wat een leven! (1967).
In de jaren zeventig publiceerde Boon enkele historisch georiënteerde romans. In 1971 verscheen Pieter Daens, over het socialisme aan het einde van de 19de eeuw in het stadje Aalst. De Zwarte Hand (1976) gaat over de 'anarchisten' die Aalst aan het begin van de twintigste eeuw onveilig maakten en schetst het 'dubbelleven' van een erotisch ontspoorde politieman. Postuum verscheen Het Geuzenboek (1979), dat Boon op zijn 67ste verjaardag voltooide, iets minder dan twee maanden voor zijn dood.
[bewerken] Na zijn dood
Pieter Daens (1971), een documentaire roman over de sociale strijd van de Aalsterse priester Adolf Daens, werd in 1992 door Stijn Coninx verfilmd onder de titel Daens. Zeven jaar later, in 1999, verscheen een verfilming van Boons roman 'Vergeten straat', onder de gelijknamige titel, geregisseerd door Luc Pien.
In 2005 werd gestart met de uitgave van het 'Verzameld werk'.
In 2008 was er ophef doordat de tentoonstelling van de Fenomenale Feminateek van Boon, een collectie van vrouwelijk naakt, in het FotoMuseum van Antwerpen verboden werd door de provinciale overheid. In april 2008 was de collectie wel aanwezig tijdens de tweede editie van het literair festival "Zogezegd" in Gent op initiatief van de curator Anne Provoost.
Vanaf 4 oktober 2008 liep in het voormalige postsorteercentrum van Berchem (Antwerpen) Daens, de musical, een productie van Studio 100, in navolging van de film van Stijn Coninx.
[bewerken] Prijzen
- 1942 – Leo J. Krynprijs voor De voorstad groeit
- 1957 – Henriette Roland Holst-prijs voor De kleine Eva uit de kromme Bijlstraat
- 1966 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre
- 1972 – Multatuliprijs voor Pieter Daens, of Hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht
[bewerken] Enkele werken
| Titel | Jaar van uitgave | opmerking(en) |
|---|---|---|
| De voorstad groeit | 1942 | |
| Abel Gholaerts | 1944 | |
| Vergeten straat | 1944 | |
| Mijn kleine oorlog | 1946 | |
| Boontjes uitleenbibliotheek | 1950 | |
| Het geweerschot | 1951 | |
| Boontjes twee spoken | 1952 | |
| De Kapellekensbaan | 1953 | |
| Menuet | 1955 | |
| Niets gaat ten onder | 1956 | |
| De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat | 1956 | Verhalend gedicht |
| Zomer te Ter-Muren | 1956 | Vervolg op De Kapellekensbaan |
| De bende van Jan de Lichte | 1957 | |
| Wapenbroeders | Niet Bekend | |
| De Paradijsvogel"" | 1958 | |
| De liefde van Annie Mols | 1959 | |
| De zoon van Jan de Lichte | 1961 | |
| *Blauwbaardje in Wonderland | Niet Bekend | |
| Het nieuwe onkruid | 1964 | vervolg op De liefde van Annie Mols |
| Dorp in Vlaanderen | 1966 | |
| Geniaal, maar met korte beentjes | 1967 | |
| Wat een leven | 1967 | |
| Over mijn boeken | 1969 | |
| 90 mensen | 1970 | |
| Pieter Daens of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht | 1971 | |
| Mieke Maaike's obscene jeugd | 1972 | |
| Als het onkruid bloeit | 1972 | herwerking van Het nieuwe onkruid |
| Zomerdagdroom | '1973 | |
| De meisjes van Jesses | 1973 | |
| Blauwbaardje in de ruimte | 1973 | |
| Davids jonge dagen | 1974 | |
| Verscheurd jeugdportret | 1975 | |
| Memoires van de Heer Daegeman | 1975 | |
| De zwarte hand of het anarchisme van de negentiende eeuw in het industriestadje Aalst | 1976 | |
| Het jaar 1901 | 1977 | |
| Het Geuzenboek | 1979 | Postuum |
| Eros en de eenzame man | 1980 | |
| Vertellingen van Jo | 1989 | |
| Fenomenale Feminateek | 2004 | |
| Eenzaam spelen met Pompon | 2005 |

