Philemon en Baucis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het gelijknamige hoorspel, zie Philemon en Baucis (hoorspel).

Philemon en Baucis is een verhaal uit de Oudheid waarin de goden gastvrijheid belonen. De Romeinse dichter Ovidius vertelt dit verhaal in zijn Metamorfosen, boek 8.

Verhaal[bewerken]

Een oud echtpaar Philemon en Baucis in Tyana krijgt op een dag bezoek van twee vreemdelingen. Ondanks hun armoede ontvangen ze de gasten met open armen (xenia, de Griekse gastvrijheid) en zetten hen een heerlijk maal voor. In de loop van het verhaal wordt al duidelijk dat er iets bijzonders is met de bezoekers, zo raakt bijvoorbeeld de kruik met wijn niet leeg.

Om hun gasten extra te verwennen, besluiten Philemon en Baucis hun gans te slachten. Baucis rent erachter aan, maar het beest loopt telkens van haar weg. Als de gans bij de oppergod op schoot gaat zitten, stellen de bezoekers zich voor als Zeus en Hermes. Uit dankbaarheid voor de gastvrije ontvangst, die de rest van het dorp niet heeft aangeboden, nemen de goden hun gastheer en -vrouw mee naar de heuvel. Dan wordt het hele dorp, behalve de hut van Philemon en Baucis, overspoeld door een zondvloed.

Zeus en Hermes vragen of Philemon en Baucis een wens hebben die zij kunnen vervullen als dank voor de gastvrijheid. Philemon en Baucis wensen niets liever dan hun leven lang de twee goden aanbidden. Het kleine hutje verandert plots in een grote tempel.

Ook wilden Philemon en Baucis niets liever dan bij elkaar blijven, en als het uur sloeg dat één van hen zou sterven, de ander mee mocht gaan. Zo gebeurde het dat op een dag voor de tempel Philemon en Baucis in een Eik en een Linde veranderden. Nog vele jaren hebben ze daar gestaan, hun stammen in elkaar verwikkeld.

Bron[bewerken]

Motief in de Bijbel[bewerken]

Baucis en Filemon komen elders niet voor in de Griekse mythologie, maar het besef van de heiligheid van de gastvrijheid was in de Oudheid wijd verbreid. In de Bijbel komt het Baucis en Filemon-motief vaak voor:

  • Genesis 18-19. Drie vreemdelingen worden onthaald door Abraham en Sara en blijken engelen te zijn. Lot ontvangt twee engelen en beschermt hen. Sodom en Gomorra worden verwoest.
  • Hebreeën 13:2 werd mogelijk geschreven met kennis van zowel Genesis als Ovidius. De passage geeft zelfs een voorschrift: "Verwaarloos de gastvrijheid aan vreemdelingen niet, want het kunnen engelen zijn zonder dat men het weet
  • Handelingen 14:11-12 beschrijft de opgewonden ontvangst van Paulus van Tarsus en Barnabas, twee generaties na Ovidius: "De menigte schreeuwde: 'De goden zijn tot ons neergedaald in menselijke gedaante. Barnabas noemden ze Zeus en Paulus Hermes".

Muziek[bewerken]

Latere teksten[bewerken]

Externe link[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Philemon and Baucis (2003). Mythology: Myths, Legends, & Fantasies. : ISBN 1740480910
  • William Smith, ed. A Dictionary of Greek and Roman Biography and Mythology (1873)
  • Harry Thurston Peck, Harpers Dictionary of Classical Antiquities (1898)