Charles Gounod

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles Gounod
Charles Gounod
Charles Gounod
Algemene informatie
Volledige naam Charles François Gounod
Geboren 17 juni 1818
Overleden 18 oktober 1893
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Werk
Genre(s) Klassiek
Beroep Componist, muziekpedagoog, organist
Instrument(en) orgel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Charles François Gounod (Parijs, 17 juni 1818 - Saint-Cloud, 18 oktober 1893) was een Franse componist. De biografie van Charles Gounod wordt gekenmerkt door alle karakteristieke kunstenaarsallures. Zijn gemoedstoestanden wisselen tussen ambitie en moedeloosheid, rusteloze werkzaamheid en crisis, beminnelijkheid en twistziek gedrag, huwelijkstrouw en geneigdheid tot buitenechtelijke affaires. In zijn jeugd droomde hij ervan priester te worden en in kloosterlijke afzondering te leven. Hij noemde zichzelf een bepaalde tijd abbé en droeg een soutane.

Levensloop[bewerken]

Jeugd en opleiding[bewerken]

Gounod werd in Parijs geboren op nr. 11 van de place St-André des Arts, als tweede zoon van een kunstenaars-echtpaar: zijn vader François-Louis Gounod (1758-1823) was een kunstschilder en zijn moeder Victoire Lemachois (1780-1858) een bekwaam pianiste. Gounod kreeg zijn basisopleiding aan het lyceum Saint-Louis, waar hij in 1835 zijn diploma behaalde. Van zijn moeder kreeg hij zijn eerste pianolessen. Hij studeerde eerst privé bij Antonín Rejcha en vanaf 1836 aan het Conservatoire national supérieur de musique van Parijs bij onder andere Jacques Fromental Halévy (fuga en contrapunt), Jean-François Lesueur (compositie), Ferdinando Paër, Luigi Cherubini en Pierre Zimmermann. In 1839 won hij met zijn cantate Fernand de Prix de Rome en daarmee een drie jaar durende reis naar Rome, waar hij woonde in de Villa Medici. Hij studeerde er de muziek van de oude meesters, vooral Italiaanse kerkmuziek van Giovanni da Palestrina.

Leven en werken[bewerken]

Na zijn terugkomst werd Gounod Maître de Chapelle en organist in de kerk van de Missions étrangères in Parijs. Hij wilde priester worden en studeerde van 1846 tot 1848 aan St. Sulpice en woonde vanaf 1847 in een klooster van de Karmelieten. In 1852 huwde hij met Anne Zimmermann, de dochter van zijn pianoleraar aan het conservatorium. Van 1852 tot 1860 was hij directeur van het L'Orphéon de la Ville de Paris, het grootste mannenkoor van Parijs. Van 1870 tot 1875 woonde hij in Londen, waar hij het koor Gounod's Choir oprichtte dat later de Royal Choral Society werd.

Gedurende zijn gehele carrière bewoog Gounod zich tussen kerkmuziek en wereldlijke werken. Daarvan getuigt een omvangrijk oeuvre: liederen (die hij romances of eenvoudigweg «mélodies» noemde), koralen, motetten, missen, oratoria, schouwspelmuziek en rond 20 toneelwerken (menig ervan uitsluitend als fragment bewaard). Iets minder omvangrijk is de lijst van zijn instrumentale werken, waartoe behoren het vroege orkestwerk Scherzo (1837), twee symfonieën (beide 1851), twee marsen, verschillende pianostukken en als laatste de belangrijke Petite symfonie voor harmonieorkest.

De voortrekker van een Franse nationale stijl[bewerken]

De kerkmuziek van Gounod is vaak ten onrechte als imitatie van Palestrina's en Händels werken gezien. Inderdaad hadden de missen van Palestrina hem als bezoeker van de hoogmissen in de Sixtijnse Kapel enthousiast gemaakt en ze hebben hem zeker bepaalde ideeën ingegeven. Maar ook de latere wereldlijke werken werden door de muziekcritici - evenzeer ten onrechte - als epigonistische bijdragen in de stijl van Christoph Willibald Gluck, Gaspare Spontini en Robert Schumann beschouwd. Maar de kracht van Gounod was de bevrijding van de Franse muziek van de Italiaanse en Duitse invloeden en dat herkenden en waardeerden vooral patriottische kunstenaars zoals Camille Saint-Saëns, Paul Dukas, Claude Debussy en Maurice Ravel. Belangrijk is Gounods talent voor het lyrisch-sentimentele stemmingsschilderij, gedragen door een overvloed aan mooie, zingbare melodieën. Verbindend element is een elegante, meestal folkloreachtige stijl.

De liturgische muziek is ingebed in een romantisch fluïdum, dat samensmelt met een sobere religiositeit. Daarvoor is de door vele critici als pseudokunst geziene Bach-meditatie over de prelude in C-groot uit het 1e deel van het Wohltemperiertes Klavier, het tot een "wereldhit" geworden Ave Maria, een overtuigend bewijs.

Het Parc Moreau met een monument voor Gounod door Antonin Mercié

Onderscheidingen en laatste jaren[bewerken]

De grote inkomsten uit zijn gehele oeuvre maakten het Gounod mogelijk een normaal leven in zijn villa in Montretout te voeren, ook in zijn laatste jaren. Hij werd benoemd tot lid van de Parijse Academie en tot Commandeur van het Légion d'honneur en een foto van zijn staatsbegrafenis in oktober 1893 getuigt van de buitengewone verering voor de veelvoudig getalenteerde Maître.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • 1837 Scherzo, voor orkest
  • 1840 Marche militaire suisse
  • 1851 1ère Symphonie en ré majeur (Symfonie Nr. 1 in D groot)
  • 1851 2ème Symphonie en mi bemol (Symfonie Nr. 2 in Es-groot)
  • 1865 Chant des Compagnons, voor orkest
  • 1871 Saltarello, voor orkest
  • 1872 Marche romaine, composee pour l'anniversaire du couronnement de Sa Sainteté Pie IX, voor orkest
  • 1872-1879 Treurmars voor een marionet in d-klein
  • 1878 Marche religieuse à grand orchestre
  • 1882 Bruiloftmars Nr. 2 in A groot
  • 1886 Fantaisie sur l'hymne national russe
  • 1847/1887 Le rendez-vous - suite de valse en ré majeur

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • 1885 Petite symphonie, voor harmonie
  • 1893 Tempo di marcia "À la musique du 1l9eme de ligne et à son chef M. J. Gay", voor harmonieorkest

Missen, oratoria, cantates en gewijde muziek[bewerken]

Missen[bewerken]

  • 1839 Messe à Saint-Eustache
  • 1841 Messe à Saint-Louis-des-Français à Rome
  • 1843 Messe de Rome
  • 1846 A son ami Gabriel de Vendeuvre - Messe brève voor twee tenoren en twee bassen
  • 1846 Messe brève et salut in G groot (Messe Nr. 2 aux sociétés chorales), op.1
  • 1853 Mis in c klein (Messe Nr. 1 aux Orphéonistes), voor drie mannenstemmen
  • 1855 À la mémoire de J. Zimmermann, mon Père - Messe solennelle, voor solisten, gemengd koor, orkest en orgel
  • 1855 Messe solennelle en l'honneur de Sainte-Cécile in G groot - suivie du psaume Laudate Dominum, voor solisten, gemengd koor en orgel
  • 1870 Messe des Orphéonistes - 2me Messe pour les Sociétes chorales, voor 3 gelijke stemmen
  • 1871 Messe brève en ut majeur (Messe Nr. 5 aux séminaires), voor driestemmig mannenkoor
  • 1872-1873 Messe brève pour les morts in F groot (Requiem)
  • 1873 Missa angeli custodes in C groot
  • 1876 Messe de Sacré-Coeur de Jésus in C groot, voor gemengd koor en orkest
  • 1882 Messe Nr. 3 aux communautés religieuses in G groot, voor drie gelijke stemmen en orgel
  • 1883 Messe funèbre in F groot, voor 2 sopranen, tenor en bas
  • 1883 Troisième Messe solennelle de Pâques en mi bemol, voor zang en orgel
  • 1887 Messe à la mémoire de Jeanne d'Arc in F groot, voor solisten, gemengd koor en (groot) orgel
  • 1888 Quatrième messe solennelle - Messe chorale sur l'intonation de la liturgie catholique, met orgel
  • 1890 Messe Nr. 6 aux cathédrales in G groot
  • 1890 Messe brève Nr. 7 aux chapelles in C groot, voor solisten, gemengd koor en orgel
  • 1893 Messe de St-Jean, d'après le chant grégorien, voor 4 stemmen en orgel
  • 1893 Messe dite de Clovis, d'après de chant grégorien in C groot, voor 4 stemmen en orgel
  • 1893/1895 Requiem in C groot (voltooid door Henri Busser), voor solisten, vierstemmig koor en orgel

Oratoria, cantates en motetten[bewerken]

  • 1839 Fernand, cantate voor drie stemmen (won de Prix de Rome)
  • 1840-1842 Le Vallon, poëtische meditatie - tekst: A. de Lamartine
  • 1856 Cantate (pour jeunes filles), - tekst: Turpin
  • 1865 L'Ange et Tobie. klein oratorium - tekst: H. Lefèvre
  • 1869 Le temple de l'harmonie, cantate
  • 1870 À la frontière, cantate
  • 1871 Gallia: Lamentation, motet voor sopraano solo, gemengd koor, orkest en orgel
  • 1878 Jésus sur le lac de Tibériade, Bijbelse scène
  • 1882 La rédemption, sacrale trilogie (oratorium)
  • 1883 Christus factus est, Graduale feria quinta in coena Domini
  • 1885 Mors et vita, sacrale trilogie

Andere kerkmuziek[bewerken]

  • 1841 Te Deum
  • 1843 À la Reine des apôtres - Chant pour le départ des Missionnaires
  • 1852/1859 Ave Maria, voor sopraan solo, orgel, piano en orkest - naar Johann Sebastian Bach, Wohltemperiertes Klavier, 1 deel, 1e prelude in C groot
  • 1853 Domine salvum
  • 1854 0 salutaris - Regina coeli
  • 1855 Les sept Paroles du Christ sur la croix, voor gemengd koor
  • 1856 Regina coeli - Laudate Dominum
  • 1856 O Salutaris hostia (Nr. 1), voor sopraan solo, gemengd koor en orkest
  • 1856 Jésus de Nazareth, chant évangélique - tekst: A. Porte
  • 1856 O salutaris eternel, voor groot orkest en orgel
  • 1856 Pater noster
  • 1861 Près du fleuve étranger - psalm 137, voor gemengd koor - tekst: A. Quételard
  • 1866 Noël, chant des religieuses, voor vrouwenstemmen, gemengd koor, piano en orgel - tekst: Jules Paul Barbier
  • 1868 Cantique pour l'adoration du Saint-Sacrement
  • 1869 Prière pour l'empereur et la famille impériale
  • 1872 Hymne à Saint-Augustin, voor unisono koor en groot orgel - tekst: M. I'abbé Ribolet

Muziektheater[bewerken]

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1851;
1858;
1884
Sappho 1e versie: 3 aktes;
2e versie: 2 aktes;
3e versie: 4 aktes
1e versie: 16 april 1851, Parijs, Opéra Garnier;
2e versie: 26 juli 1858, Parijs, Opéra Garnier;
3e versie: 2 april 1884, Parijs, Opéra Garnier
Guillaume Victor Émile Augier
1852-1854 La Nonne sanglante
(De bloedige non)
5 aktes 18 oktober 1854, Parijs, Opéra Garnier Eugène Scribe, Germain Delavigne, naar
Matthew Gregory Lewis, "The Monk" 1796
1853 Le Songe d'Auguste onvoltooid
1856 Ivan le terrible onvoltooid Henri Trianon en François Hippolyte Leroy
1856-1859;
1860-1861
Faust (Marguérite)' 5 aktes 1e versie (met gesproken dialogen): 19 maart 1859, Parijs, Théâtre Lyrique;
2e versie (met ballet): 3 maart 1869, Parijs, Opéra Garnier (Salle de la rue Le Peletier)
Jules Paul Barbier en Michel Florentin Carré,
naar Carrés "drame fantastique" «Faust et Marguerite» (1850)
en Goethes, "Faust"
1857-1858 Le Médecin malgré lui 3 aktes 15 januari 1858, Parijs, Théâtre-Lyrique Jules Paul Barbier en Michel Florentin Carré,
naar de gelijknamige komedie van Molière
1859-1860 Philémon et Baucis 1e versie: 3 aktes;
2e versie: 2 aktes
1e versie: 18 februari 1860, Parijs, Théâtre-Lyrique;
2e versie: 16 mei 1876, Parijs, Opéra Comique
Jules Paul Barbier en Michel Florentin Carré, naar Jean de La Fontaine
1860 La Colombe 2 aktes 3 augustus 1860, Baden-Baden, Stadttheater Jules Paul Barbier en Michel Florentin Carré, naar Jean de La Fontaine, «Le Faucon»
1861; 1862 La Reine de Saba
(De Koningin van Saba)
1e versie: 4 aktes;
2e versie: 5 aktes
1e versie: 28 februari 1862, Parijs, Opéra Ganier;
2e versie: 5 december 1862, Brussel, Koninklijke Muntschouwburg
Jules Paul Barbier en Michel Florentin Carré,
naar «Les Nuits du Ramazan» uit «Voyage en Orient» van Gérard de Nerval
1863-1864 Mireille 1e versie: 5 aktes;
2e versie: 4 aktes;
3e versie: 3 aktes
1e versie: 19 maart 1864, Parijs, Théâtre-Lyrique;
2e versie: 5 juli 1864, Londen, Royal Opera House Covent Garden;
3e versie: 15 december 1864, Parijs, Théâtre-Lyrique
Michel Florentin Carré, naar Mistral, «Mirèio. Pouèmo prouvençau»
1865-1867;
2e versie: 1872;
3e versie: 1888
Roméo et Juliette 5 aktes 1e versie: 27 april 1867, Parijs, Théâtre-Lyrique (ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1867);
2e versie: 20 januari 1873, Parijs, Opéra Comique;
3e versie: 28 november 1888, Parijs, Opéra Garnier
Jules Paul Barbier en Michel Florentin Carré, naar Shakespeare
1869-1878 Polyeucte 5 aktes 7 oktober 1878, Parijs, Opéra Garnier Jules Paul Barbier en Michel Florentin Carré, naar Corneille, «Polyeucte»
1873 George Dandin onvoltooid Molière
1876-1877 Cinq-Mars 1e versie: 4 aktes;
2e versie: 5 aktes
1e versie: 5 april 1877, Parijs, Opéra-Comique (Salle Favart);
2e versie: 1 december 1877, Lyon, Grand Théâtre
Paul Poirson en Louis Gallet, naar Alfred de Vigny, «Cinq-Mars»
1877 Maître Pierre onvoltooid Gallet, naar het verhal van Petrus Abaelardus en Heloïse
1878-1881 Le Tribut de Zamora 4 aktes 1 april 1881, Parijs, Opéra Garnier Adolphe Philippe d'Ennery, eigenlijk Adolphe Philippe
en Jules Brésil

Toneelmuziek[bewerken]

Werken voor koren[bewerken]

  • 1852-1858 Quatre grands choeurs, voor gemengd koor en orkest
  • 1860 Dans cette étable, pastorale op een kerstlied uit de 18e eeuw voor gemengd koor en orkest

Vocale muziek[bewerken]

  • 1855 Sérénade, voor zangstem en piano (of: orgel) - tekst: Victor Hugo
  • 1855 Les Châteaux en Espagne, duo voor tenor en bariton - tekst: Pierre Véron
  • 1860 La Jeune fille et la Fauvette, mélodie - tekst: La Chauvinière
  • 1869 Vingt mélodies, voor zangstem en piano
  • 1875 Mon amour a mon coeur, mélodie, - tekst: Jules Paul Barbier

Kamermuziek[bewerken]

  • 1864 Hymne à Sainte-Cécile, trio voor viool, orgel en piano
  • 1882 Bruiloftmars Nr. 1 in C groot, voor 3 trombones en orgel
  • 1895 Strijkkwartet Nr. 3 in a klein

Werken voor orgel[bewerken]

  • 1858 Communion pour orgue
  • 1871 La Melodia, romance
  • 1873 Offertorium
  • 1877 Cinq-Mars - Marche religieuse, voor grote orgel en harp

Werken voor piano[bewerken]

  • 1854 Valse
  • 1860 Valse caractéristique
  • 1861 Musette - Les Pifferari. impromptu voor piano
  • 1863 Royal-Menuet
  • 1864 Le Bal d'enfants
  • 1864 Georgina
  • 1873 La Veneziana
  • 1877-1885 La fête de Jupiter, grote processiemars

Geluidsfragment[bewerken]

Publicaties[bewerken]

  • Composers as conductors/composers have the opportunity to conduct performances of their works everywhere but in France, Opera Quarterly: 12:8-17 N4 1996

Bibliografie[bewerken]

  • P. Luttikhuis: Plaatsen van handeling, Mens En Melodie 51:180-81 Apr 1996
  • Jozef Robijns, Miep Zijlstra: Algemene muziekencyclopedie, Haarlem: De Haan, (1979)-1984, ISBN 978-90-228-4930-9
  • Jean Grundy Fanelli: Index of Composers, in: A chronology of operas, oratorios, operettas, cantatas and misellaneous stage works with music performed in Pistoia 1606-1943, Bologna: Edizioni Pendragon, 1998, 301 p. ISBN 978-88-86366-58-8
  • Auvers-sur-Oise: Gounod redecouvert, Diapason (France) N427:8 Jun 1996
  • M. S. Rohan: A great classic brought alive, Classic Cd N75:10 Jul 1996
  • Jean Gallois: Compositeurs et interpretes au 19 et 20e secles, in: Musiques et musiciens au faubourg Saint Germain, Paris: Delegation a l'Action Artistique, [1996], 212 p., ISBN 978-2-905118-83-7
  • Steven Moore Whiting: Musical parody and two oeuvres posthumes of Erik Satie - The Reverie du pauvre and the Petite musique de clown triste, Revue de Musicologie 81:229-34 N2 1995
  • Francis Claudon: Dictionnaire de l'opéra-comique français, Paris: Peter Lang, 1995, 531 p., ISBN 978-3-906753-42-3
  • Gaspare nello Vetro: Nomi Citati Nella Cronologia, in: Teatro Reinach 1871-1944: gli spettacoli musicali opere concerti operette, Parma: Comune di Parma - Archivo storico Teatro Regio, 1995, 653 p.
  • A. Pascuzzi: L'opera francese nell'800, Rassegna Musicale Curci Quadrimestrale 48:25-7 N2 1995
  • Mario Morini, Piero Ostali Jr.: Casa Musicale Sonzogno: Cronologie, Saggi, testimonianze, secondo volume, Milano: Casa Musicale sonzogno di Piero Ostali, 1995, 907 p.
  • Joachim Kaiser: Erlebte Musik; eine persönliche Musikgeschichte vom 18. Jahrhundert bis zur Gegenwart; Erster Band, München: List verlag, 1994, 464 p.
  • E. Metdepenninghen: Arrangements, Opernwelt N7:54 Jul 1994
  • Leszek Bernat: Proba rehabilitacji Gounoda, Ruch Muzyczny 38:7 N15 1994
  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Wolfgang Suppan: Das neue Lexikon des Blasmusikwesens, 3. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1988, ISBN 3-923058-04-7
  • Wolfgang Suppan: Lexikon des Blasmusikwesens, 2. eränzte und erweiterte Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Fritz Schulz, 1976
  • Compiègne: Doux oiseaux de passage, Diapason-Harmonie (Currently Diapason (France)) N410:20 Dec 1994
  • Faust vu par la critique de 1859, Diapason-Harmonie (Currently Diapason (France)) N399:39 Dec 1993
  • A. Korduner: Faust guno: popytka prochteniya, Muzykal'Naya Akademiya N4:51-8 1994
  • L.A. Wright: Gounod and Bizet: a study in musical paternity, Journal of Musicological Research 13:31+ N1-2 1993
  • L.A. Wright: First Annual Symposium of The Institute for Gounod Studies: March 1991, The College Club, Pittsburgh, Journal of Musicology: 11:133-7 N1 1993
  • R. Smith: Charles Gounod and the organ, American Organist: 27:54-7 Oct 1993
  • Martial Leroux: Histories musicales des Hauts-de-Seine, 1993, 490 p.
  • R. Boursy: The mystique of the Sistine Chapel Choir in the romantic era, Journal of Musicology: 11:277+ N3 1993
  • Paul Prevost: Charles Gounod, populaire et oublie, Diapason-Harmonie (Currently Diapason (France)) N399:36-9 Dec 1993
  • C. Urquhart: World Report L'Opera de Montreal, Opera Canada 34:19 N1 1993
  • A.G. Gann: Theophile Gautier, Charles Gounod, and the massacre of La Nonne sanglante, Journal of Musicological Research 13:49+ N1-2 1993
  • Carlton R. Young: Companion to the United Methodist hymnal, Nashville: Abingdon Press, 1993, 940 p., ISBN 978-0-687-09260-4
  • D. Albright: Berlioz' Faust - The funeral march of a marionette, Journal of Musicological Research 13:79+ N1-2 1993
  • J. M. Guieu: Mireio and Mireille: Mistral's poem and Gounod's opera, Opera Quarterly: 10:33-47 N1 1993
  • Le catholicisme de Gounod, Diapason-Harmonie (Currently Diapason (France)) N399:38 Dec 1993
  • Franco Rossi, Michele Girardi: Indice Dei Nomi, in: Il teatro la Fenici: chronologia degli spettacoli 1938-1991, Venezia: Albrizzi Editore, 1992, 650 p., ISBN 88 317 5509 9
  • Vefa de Bellaing: Autres compositeurs inspire par la Bretagne, in: Dictionnaire des compositeurs de musique en Bretagne, Nantes: Ouest Editions (18 février 1992). 280 p., ISBN 978-2-908-26111-0
  • L. Schaefer: Let's talk picc: Ballet music and the piccolo, Flute Talk 10:31-2 Apr 1991
  • Bertrand Pouradier Duteil: Les musiciens et les Hauts-de-Seine, Sogemo, 1991, 159 p.
  • Gilles Catagrel, Xavier Darasse, Brigitte Francois-Sappey, Georges Guillard, Michel Roubinet, Francois Sabatier: Guide de la musique d'orgue, Fayard, 1991, 840 p., ISBN 978-2-213-02772-2
  • E. Johnson: Gounod or Delibes? - authorship of the ballet music in Faust, Opera (England) 42:276 Mar 1991
  • Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 1: Von den Anfängen bis zur Französischen Revolution, Bärenreiter-Verlag, Kassel 1988, ISBN 3-7618-0899-2
  • Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 2: Das 19. Jahrhundert, Bärenreiter Verlag, Kassel 1991, ISBN 3-7618-1028-8
  • Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 3: Das 20. Jahrhundert. Teil 1: Von Verdi und Wagner bis zum Faschismus, Bärenreiter Verlag, Kassel 2000, ISBN 3-7618-1436-4
  • Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 3: Das 20. Jahrhundert. Teil 2: Deutsche und italienische Oper nach 1945, Frankreich und Großbritannien, Bärenreiter Verlag, Kassel 2005, ISBN 3-7618-1437-2
  • Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 3: Das 20. Jahrhundert, Teil 3: Ost- und Nordeuropa, Nebenstränge am Hauptweg, Interkontinentale Verbreitung, Bärenreiter Verlag, Kassel 2006, ISBN 3-7618-1859-9
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music: composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Jean-Louis Dutronc: Don Carlos et Faust aux choregies d'Orange, Diapason-Harmonie (Currently Diapason (France)) N363:38 Sep 1990

Externe links[bewerken]