Gustav Mahler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gustav Mahler
Gustav Mahler in 1909
Gustav Mahler in 1909
Volledige naam Gustav Mahler
Geboren 7 juli 1860
Overleden 18 mei 1911
Land Vlag van Tsjechië Tsjechië/Vlag van Oostenrijk Oostenrijk
Religie Joods (tot 1896)
Rooms-katholiek (vanaf 1896)
Stijl Klassiek
Nevenberoep dirigent, muziekpedagoog
Leraren 1875-76: Julius Epstein (piano);
1877–78: Robert Fuchs en Franz Krenn (compositie en harmonie)
Website http://www.gustavmahlerstichting.nl/ Gustav Mahler Stichting
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Gustav Mahler (Kaliště, 7 juli 1860Wenen, 18 mei 1911) was een in Bohemen geboren en opgegroeide Oostenrijkse componist en dirigent van joodse afkomst.

Mahler gold als een van de belangrijkste dirigenten van zijn tijd, maar wordt tegenwoordig vooral gezien als componist die de late romantiek verbonden heeft met de moderne periode van de klassieke muziek die met name in de Tweede Weense School gestalte kreeg. Als dirigent was hij onder andere actief aan de operahuizen van Boedapest en Hamburg en aan de hofopera te Wenen. In Wenen was hij tevens dirigent van de Wiener Philharmoniker.

Levensloop, werk en invloed[bewerken]

Typerend voor Mahlers werk is de unieke wijze waarop hij zang kon verbinden met instrumentale muziek. Verder maakte hij het aspect klankkleur steeds belangrijker door het tot onderdeel van de muzikale structuur te maken. Het eerste deel van de 9e symfonie is hiervan een goed voorbeeld.

Mahler onderzocht de symfonische vorm en instrumentatie tot het uiterste; hij schrok er niet voor terug om zeer persoonlijke elementen in zijn muziek te verwerken. Een symfonie zou een 'hele wereld' moeten omvatten, zoals hij het zelf eens aangaf. Deze doelstellingen stuitten echter op veel weerstand en onbegrip, niet alleen bij het publiek maar ook bij vakgenoten.

Mahler voelde zich al vroeg genoodzaakt te dirigeren als broodwinning. Hij werd een zeer gerespecteerde dirigent. Men zag hem in zijn tijd in de eerste plaats als dirigent, niet als componist. Veel van zijn werken zijn in de vakantietijd, in de zomermaanden, gecomponeerd. Toen Mahlers reputatie als dirigent eenmaal gevestigd was, trok hij zich in de zomermaanden geheel terug in zijn afgelegen 'componeerhuisjes', waar hij zijn symfonieën in alle rust kon schrijven.

In 1902 huwde Mahler met Alma Schindler, die twintig jaar jonger was dan hij. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (1902-1907) en Anna (1904-1988), die later beeldhouwer zou worden. Mahler heeft Sigmund Freud bezocht om over de oorzaken van het slechte huwelijk te praten. Tijdens hun wandeling door de Breestraat in Leiden op 10 augustus 1910 zou Freud gezegd hebben dat Mahler in elke vrouw zijn moeder zocht. Op 24 augustus 1910 zou hij met Sigmund Freud een lange wandeling naar Leiden gemaakt hebben vanaf het strand bij Huis ter Duin in Noordwijk aan Zee.

Hij verkende de grenzen van de klassieke symfonievorm, maar overschreed die uiteindelijk niet. Zijn houding tot de symfonische vorm heeft zijn gehele leven en tot op heden grote bewondering, maar ook tegenstand gekend. De meeste van zijn symfonieën zijn groots van structuur, hebben een tijdsduur van minstens een vol uur en doen een beroep op maximale orkestrale middelen. In navolging van Beethovens 9de symfonie maakte hij gebruik van zangstemmen in de 2de, 3de, 4de en 8ste symfonie en in zijn orkestrale liedcyclus Das Lied von der Erde, die hij ook "eine Sinfonie" noemde. De 8ste symfonie vereist een groot aantal uitvoerenden en wordt daarom wel "Sinfonie der Tausend" genoemd. In zijn late werk bracht hij zijn muziek tot aan de rand van de tonaliteit. De 10de symfonie bleef onvoltooid maar diverse musicologen, onder wie Deryck Cooke, hebben er 'uitvoeringsversies' van gemaakt. Dit geldt met name voor de nagelaten schetsen van het vierde en vijfde deel van deze symfonie waarin vrijwel alleen enkelvoudige melodielijnen voorkomen.

Op uitnodiging van Willem Mengelberg dirigeerde Mahler het Concertgebouworkest in 1903, 1904, 1906 en 1909 bij de uitvoering van eigen werk. Mahler, die de reputatie genoot een lastig en despotisch dirigent te zijn, was vol lof over het orkest en zijn dirigent. In 1920 mondde deze samenwerking uit in het Mahler-feest, dat de artistiek directeur van het Concertgebouw Rudolf Mengelberg ter gelegenheid van het 25-jarig dirigeerjubileum van zijn neef Willem had georganiseerd. Het was een overweldigend succes.

Via Mengelberg raakte hij bevriend met Alphons Diepenbrock die hij 'een interessante Hollandse musicus' vond die 'eigenaardige kerkmuziek' schreef. Dankzij Mengelberg en andere bevriende dirigenten als Bruno Walter en Otto Klemperer en na de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein groeide langzaam de waardering en belangstelling voor het oeuvre van Mahler. Tegenwoordig hebben zijn werken een vaste plaats in de programmering van menige concertzaal en in het concertrepertoire van elk symfonieorkest. Hij wordt daarbij beschouwd als de directe voorloper van Arnold Schönberg, Alban Berg (deze componist werd sterk beïnvloed door Gustav Mahlers unieke instrumentatie) en Anton Webern.

Mahler maakte ook bewerkingen van symfonieën van Beethoven en Schumann en voerde die zelf uit. Ook voltooide hij, op verzoek van de familie Von Weber, de opera "Die drei Pintos" van Carl Maria von Weber (première 20 januari 1888 te Leipzig).

Geloof[bewerken]

Mahler was joods opgevoed, zij het niet orthodox. Dit belette hem niet, om in Iglau in een kerkkoor mee te kunnen zingen. Later, deels om aan de vereisten te kunnen voldoen om de geambieerde positie aan de Weense Hofoper te kunnen krijgen, bekeerde hij zich in 1896 tot het katholicisme. Katholieke invloeden zijn te vinden in o.m. de hymne Veni Creator Spiritus en 'Blicket Auf Zum Retterblick' (waarin de 'Jungfrau' wordt aangezongen) van zijn achtste symfonie. Ook de 2e Symfonie (bijgenaamd de verrijzenis) of de 3e en 4e bevatten christelijke motieven, maar ondanks zijn fascinatie ten tijde van zijn jeugd, zijn aanwijzingen voor een daadwerkelijke katholieke overtuiging er moeilijk in te vinden. In zijn latere werk "Das Lied von der Erde" wijst hij eerder richting een soort 'pantheisme', wat ook tot uiting komt in zijn levenslange bewondering voor de natuur.

Overlijden[bewerken]

Gustav Mahler had gedurende zijn leven veel last van keelontstekingen. Het is zeer waarschijnlijk dat hij gestorven is aan een (erfelijke) hartklepziekte, die in de laatste fase van zijn leven werd gecompliceerd door een infectie van de hartklep (endocarditis) door de streptokokkenbacterie, die vastgesteld werd door het afnemen van een bloedkweek tijdens een van zijn reizen in de Verenigde Staten. Vóór het ontdekken van antibiotica betekende de diagnose endocarditis dat iemand nog maar kort te leven had. Deze geschiedenis is gedetailleerd beschreven.[1]

Op 9 maart 1912 speelde het Concertgebouworkest de Nederlandse première van Mahlers Achtste symfonie. Op hetzelfde moment werd er door de Nederlandse consul in Wenen een krans gelegd op Mahlers graf, 'ten teken van de liefde, verering en dankbaarheid van zijn Amsterdamse vrienden'.

Werken[bewerken]

Symfonische Gedichten[bewerken]

  • 'Symfonisch gedicht in twee delen: Der Titan' (1884); vijfdelige compositie, gebaseerd op de gelijknamige roman van Jean Paul. Het werd door de componist later omgewerkt tot zijn (officiële) Eerste Symfonie.
  • 'Symfonisch gedicht: Totenfeier' (1888); eendelige compositie, werd door de componist later, in aangepaste vorm, opgenomen in zijn Tweede Symfonie als openingsdeel.

Symfonieën[bewerken]

Voorafgaande aan de compositie van wat later zijn officiële eerste symfonie zou worden, had Mahler zich reeds aan het componeren van twee, mogelijk zelfs drie orkestsymfonieën gezet. De laatste verblijfplaats van de manuscripten van deze (nimmer gepubliceerde) orkestwerken was de woning van de familie Von Weber - nazaten van de grote componist Carl Maria - in Dresden. Tijdens zijn werkzaamheden in Leipzig als operadirigent onderhield Mahler nauwe, vriendschappelijke banden met leden van de familie Von Weber, met name met Freiherrin Marion von Weber. Ten gevolge van het luchtbombardement van Dresden begin-1945 ging de aloude familiewoning van de Von Webers in vlammen op. Aangenomen wordt dat hierbij de betreffende manuscripten - die de Nederlandse dirigent Willem Mengelberg nog in handen heeft gehad - zijn verbrand.

Van Mahlers symfonieën bestaan verschillende versies, die tot op heden niet (alle) nauwkeurig in kaart zijn gebracht. De dirigent Mahler wijzigde niet zelden de partituur van een symfonie wanneer hij die voor het eerst (en ook later) zelf tot klinken had gebracht of had laten brengen (bijvoorbeeld door Willem Mengelberg). En zelfs in latere instanties, bij eigen dirigeerbeurten, wijzigde hij (de omvang van) de door hem aanvankelijk nauwkeurig aangegeven numerieke bezettingen van orkestpartijen, afhankelijk van omstandigheden ter plaatse. Echte wijzigingen van zijn symfonieën hadden aanvankelijk vooral betrekking op het vormprobleem-symfonie (zie de Eerste en Tweede) en later vooral met de gehele instrumentatie (Vijfde, Zesde en Zevende).

Orkestliederen[bewerken]

Mahler componeerde de volgende cycli van orkestliederen:

Cantate[bewerken]

  • Das klagende Lied, voor solisten, koor en orkest, 1879-1880 (grote revisie en première 1901). Thans wordt meestal de oorspronkelijke versie in drie delen uitgevoerd; het eerste deel was door de componist in 1901 geschrapt, de overige delen werden daarbij herzien.

Jeugdwerken[bewerken]

  • Pianokwartet in a (één deel is integraal overgeleverd). 1876
  • Drie liederen voor tenor met pianobegeleiding; 1880 (gepland was een serie van vijf)
  • Vijf liederen voor zangstem met pianobegeleiding; 1880-1887
  • Lieder und Gesänge aus der Jugendzeit (met pianobegeleiding). 1880-1890. Verschillende hiervan zijn georkestreerd, door o.a. Luciano Berio en Colin Matthews.

Bewerkingen[bewerken]

  • Suite naar delen van ensemblesuites van Johann Sebastian Bach; 1909 (tevens herinstrumentatie)
  • Symfonie nr 3 in Es en nr 9 in d van Ludwig van Beethoven; 1895 (herinstrumentatie/uitvoeringsversie)[bron?]
  • Strijkkwartet Op.95 van Ludwig van Beethoven; 1899 (bewerking voor strijkorkest/uitvoeringsversie)
  • Symfonie nr.3 in d van Anton Bruckner (bewerking voor piano-vierhandig, in samenwerking met Rudolf Krzyzanowski tot stand gekomen);
  • Figaros Hochzeit van Wolfgang Amadé Mozart; 1906 (vertaling/uitvoeringsversie)
  • Strijkkwartet in d 'Der Tod und das Mädchen' van Franz Schubert; 1894 (bewerking voor strijkorkest/uitvoeringsversie)
  • Symfonieën (alle) van Robert Schumann; 1895-1911, (herinstrumentatie/uitvoeringsversie)
  • Euryanthe, opera van Carl Maria von Weber (uitvoeringsversie)
  • Oberon, opera van Carl Maria von Weber (uitvoeringsversie)
  • Voltooiing en bewerking van de komische opera Die drei Pintos van Carl Maria von Weber; (1887-1888)

Omstreden toewijzing[bewerken]

  • Symfonisches Praeludium in c-moll (is in de enige handgeschreven bron toegeschreven aan Anton Bruckner)

Zoekgeraakte en voorgenomen composities[bewerken]

  • Polka voor piano (met een treurmars als inleiding); 1866 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Lied Die Türken; 1866? (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Opera Herzog Ernst von Schwaben; 1875 (verblijfplaats manuscript onbekend).
  • Liederen naar gedichten van Heinrich Heine; 1875? - Es fiel ein Reif in der Frühlingsnacht en Im wunderschönen Monat Mai (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Sonate voor viool en piano; 1876 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Nocturne voor violoncello en piano; 1876? (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Pianokwartet; 1877 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Symfonie voor orkest; 1877? (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Suite voor piano; 1877? (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Symfonie in a (delen 1-3 voltooid, deel 4 onvoltooid); 1877? (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Opera Die Argonauten; 1877-78 (1880): voltooid? (verblijfplaats manuscripten onbekend)
  • Lied (titel onbekend); 1878? (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Pianokwintet (alleen het Scherzo werd voltooid): 1877-78 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Nordische Symphonie (of Suite) voor orkest; 1879 resp. 1882 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Opera Rübezahl (voltooid?); 1879-1883 tot 1890 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Voorspel voor orkest met koor; 1883 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Zeven tableaux vivants (toneelmuziek) voor orkest bij het toneelstuk Der Trompeter von Säkkingen; 1884 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Bewerkingen van uitgekozen volksliederen Das Volkslied; 1885 (verblijfplaats manuscript onbekend)
  • Plan voor een opera (zou in aansluiting op Mahlers completering van Von Webers onvoltooid nagelaten komische opera Die drei Pintos tot stand dienen te komen; 1888 (inhoudelijk plan van het libretto is wel bekend, compositieschetsen zijn echter niet overgeleverd [want nooit gemaakt?])

Piano-opnamen van Mahler[bewerken]

Op 9 november 1905 speelde Mahler voor de firma M. Welte & Söhne uit Freiburg, uitvinder van het reproductieklavier 'Welte-Mignon', vier eigen composities in op pianorollen:

  • 'Ging heut' morgen übers Feld' uit de liederencyclus 'Lieder eines fahrenden Gesellen'
  • 'Ich ging mit Lust durch einen grünen Wald' uit de liederencyclus 'Des Knaben Wunderhorn'
  • Eerste deel ('Trauermarsch') uit de 5de symfonie
  • Vierde deel (Das himmlische Leben) uit de 4de symfonie

Literatuur[bewerken]

Andreas Dorschel, ‘Individualism for the Masses: Aesthetic Paradox in Mahler’s Symphonic Thought’, in Elisabeth Kappel (ed.), The Total Work of Art: Mahler’s Eighth Symphony in Context (Vienna – London – New York: Universal Edition, 2011) (Studien zur Wertungsforschung 52), pp. 46–60.

Externe links[bewerken]

Noot