Symfonie nr. 9 (Mahler)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symfonie nr. 9
Componist Gustav Mahler
Soort compositie Symfonie
Gecomponeerd in 1909 - 1910
Première 26 juni 1912
Uitgave 1912, Universal Edition
Duur ca. 80 - 85 minuten
Vorige werk Das Lied von der Erde
Volgende werk Symfonie nr. 10
Oeuvre Lijst van werken
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

De Negende Symfonie van Gustav Mahler wordt gezien als de voleinding van de muziekstroming Romantiek: zowel vorm als instrumentatie worden tot een uiterste verkend, hoewel zij, zoals in het gehele oeuvre van Mahler, wat betreft structuur altijd trouw blijven aan de klassieke symfonische vorm. Duidelijk waarneembaar is het toegenomen gebruik van contrapunt. De componist heeft de eerste uitvoering niet meer meegemaakt, maar heeft nog wel enkele delen gereviseerd. De première vond in Wenen plaats onder leiding van Bruno Walter op 26 juni 1912.

Instrumentatie[bewerken]

De Negende Symfonie is geschreven voor een orkestbezettig met vier fluiten, een piccolo, drie hobo's, een Engelse hoorn, drie Bes-klarinetten, een Es-klarinet, een basklarinet, vier fagotten, een contrafagot, vier hoorns, drie trompetten, drie trombones, een tuba, pauken, xylofoon, cymbalen, basdrum, sidedrum, triangel, tamboerijn, drie bellen, twee harpen en strijkers (eerste violen, tweede violen, altviolen, celli en contrabassen).

De symfonie bestaat uit vier delen.

Analyse[bewerken]

1e deel:

Een klassieke sonatevorm. Een meesterlijke compositie en transparante instrumentatie is oorzaak van het feit dat dit deel, ondanks zijn grote bezetting, opvallend intiem aandoet. Het deel ademt een sfeer van berusting en acceptatie. Opvallend is de bogenvorm, die als het ware midden in de sonatevorm is geplaatst, een vorm die latere componisten als Debussy ook gebruikten, in die zin kan men al een sfeer van komende stromingen als impressionisme bemerken.

2e deel:

Dit deel heeft als fundament een Ländler-vorm (een vrij simpele, inheemse muziekstijl die gebruikelijk was in die dagen), die opnieuw, zowel emotioneel als wat betreft vorm (en duur), tot een uiterste wordt verkend.

3e deel:

'Rondo-Burlesque'. Een burlesque, uit het Frans, is een soort parodie, met veel herhalingen en kwinkslagen. Een uniek thema, in de (door Mahler veel gebruikte) F-trompet, (een trompet die een iets omfloerste klank heeft en minder schel klinkt dan de gebruikelijker trompet), wordt gedurende het stuk op een haast manische, meedogenloze manier toegepast. In dit stuk is Mahlers rijping in het contrapunt te horen, die ontbrak in zijn eerdere symfonische werken.

4e deel:

Een zeer uniek deel, dat opnieuw gebruik maakt van contrapunt. Een vernuftig gebruik van vergrotingen en verkleining van een kort thema, vooral in de strijkerssectie. In de originele partituur heeft de componist bij de laatste maten dramatische afscheidswoorden gezet, alsof hij wist dat hij zijn zwanenzang had gecomponeerd. "Vaarwel! Wrede wereld! Liefste Almschi! Vaarwel! Vaarwel!" En zijn zwanenzang wàs het! De even prachtige als tragische laatste maten - met de ijle, wegstervende, lange noten van de violen - symboliseren de laatste adem van een componist, die alle geloof en vertrouwen in zijn medemens en de wereld was kwijtgeraakt.

Een uitvoering van deze symfonie heeft hij zelf niet meer mogen meemaken; de wereldpremière van dit werk was pas in 1912 onder leiding van vriend en collega-dirigent Bruno Walter. Hij begon nog wel te componeren aan zijn 10e symfonie, maar kwam nooit verder dan het adagio; een chronische hartkwaal werd hem uiteindelijk fataal.

Premières[bewerken]

De wereldpremiere van het werk was op 26 juni 1912 door het Wiener Philharmoniker, gedirigeerd door Bruno Walter. De eerste publicatie dateert uit hetzelfde jaar en is van Universal Edition.

Externe link[bewerken]