Sonatevorm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De sonatevorm (in het Nederlands ook wel hoofdvorm genoemd) is een vormtype uit de muziek, die onder andere in het eerste deel van een symfonie voorkomt. Anders dan de naam doet vermoeden slaat de term 'sonatevorm' niet op een hele sonate, maar doorgaans op de vorm van het eerste deel ervan. De overige delen van een symfonie of sonate kunnen geheel andere vormen volgen, zoals de liedvorm of de rondovorm of een thema met variaties behelzen.

De sonatevorm kenmerkt zich door haar driedelige opbouw: expositie - doorwerking - reprise, als een verhaal met een opening, een uitwerking en een recapitulerend slot. De reprise wordt ook vaak re-expositie genoemd.

Schematische weergave van de sonatevorm[bewerken]

  • (Introductie) (optioneel, meestal langzamer dan het hoofdthema)
  • Expositie (wordt dikwijls een keer herhaald):
    • hoofdthemagroep { Ia - Ib } (in hoofdtoonsoort)
      • overgangsgroep of -zin (moduleert)
    • neventhemagroep { IIa-IIb-IIc (codetta) } (in dominant (wanneer hoofdthema majeur is) of paralleltoonsoort (wanneer hoofdthema mineur is) )
  • Doorwerking: materiaal uit expositie, harmonische spanningsopbouw
  • Reprise = Re-expositie:
    • hoofdthemagroep { Ia - Ib } (soms verkort) (in hoofdtoonsoort)
      • verbindingsgroep of -zin (soms verkort) (moduleert niet)
    • neventhemagroep { IIa-IIb-IIc (codetta) } (soms verkort) (in hoofdtoonsoort)
  • (Coda) (optioneel)

Uitleg[bewerken]

Voorbeeldje van mogelijk spanningsverloop in een sonatevorm

Typerend voor de sonatevorm is de spanningsopbouw en de dialectische uiteenzetting door middel van twee (soms zelfs drie) thema's of themagroepen. De thema's zijn doorgaans contrasterend, bijvoorbeeld het één een duidelijk statement, en het ander meer zoekend, peinzend. De thema's hebben in de expositie ook altijd contrasterende toonsoorten: het eerste in de hoofdtoonsoort, het tweede in de dominanttoonsoort. Vaak is er ook een contrast in het gebruik van de opmaat in het 1e en 2e thema: wanneer het 1e thema met een opmaat begint is vaak het 2e thema zonder opmaat (en vice versa). Vroeger duidde men dit thematisch contrast ook wel aan met 'mannelijk' versus 'vrouwelijk' thema.

In mineur is het gebruikelijk dat het tweede thema in de majeur paralleltoonsoort klinkt. Om van toonaard of toonsoort te veranderen wordt tussen beide thema's vaak een 'brug' (de overgangsgroep of overgangszin, in de reprise de verbindingsgroep of -zin) geplaatst. Na de expositie komt vaak de zogenaamde codetta: een kleine staart. Hierin wordt de expositie afgesloten, vaak met een stukje muziek dat in de coda (zie verderop) ook wordt gebruikt. In de doorwerking zijn delen van de beide thema's in vele toonsoorten te horen, en wordt meestal naar een synthese van beide thema's gestreefd. Hierin is een verwantschap met de Hegeliaanse dialectiek te vinden: these - antithese - synthese. In de muziek zijn het eerste en tweede thema: these en antithese.

De synthese is als proces in de doorwerking, als resultaat in de reprise hoorbaar, omdat daar beide thema's in de hoofdtoonsoort te horen zijn. In de doorwerking worden ook vaak materiaal van de verbindings- of overgangszin of van de codetta verwerkt, of er kan zelfs nog nieuw thematisch materiaal opduiken. Na de re-expositie (de reprise) bevindt zich vaak een coda of staart, die het stuk afsluit.

De sonatevorm wordt niet altijd zoals hierboven beschreven gebruikt; er zijn vele variaties mogelijk. Dit is slechts een basisvorm.

Zie ook[bewerken]