Mysteriecultus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een mysteriecultus (Oud-Grieks: ὄργιον / órgion; τελετή / teletê; μύστηριον / mústêrion) is een geheime eredienst voor één of meer godheden, waaraan enkel ingewijden (μύσται / mústai) kunnen deelnemen.

Tot de mysteriecultussen in het oude Griekenland behoren onder andere de Mysteriën van Eleusis, de Samothrakische mysteriën, de Dionysuscultus, Orphische Mysteriën, in Rome de Mithrascultus en in het Oude Egypte de Isiscultus. Zij benadrukken het bovennatuurlijke, kennen begrippen als zonde, boete en reiniging en hebben het karakter van een geheime leer. Ze hebben invloed gehad op de filosofieën van Pythagoras, Plato en het neoplatonisme.

In het kader van de mysteriën werden rituelen voltrokken, meestal met het doel om de vroomheid van de ingewijden te bevorderen en de verhouding tussen de vereerde godheid en de gelovige opnieuw te bevestigen. Het was de ingewijden op straffe des doods verboden te spreken over de voltrokken cultushandelingen. Daardoor zijn er over de mysteriën geen bronnen, slechts vermoedens.

Grote delen van de Griekse en later de Romeinse bevolking waren aanhanger van mysteriecultussen. De oorspronkelijke polisreligie (dat wil zeggen, de fictieve afstamming van de Griekse goden) voldeed niet meer aan de religieuze behoeften van de mensen,.. In de mysteriecultussen waren de vereerde goden niet van geboorte af aan goddelijk; ze hadden als een mens pijn en dood ondergaan en die dan overwonnen. Daardoor stonden ze dichter bij de mensen dan de goden van de oude polisreligie.

Als men de mysteriën van naderbij gaat bekijken, blijkt dat de mysteriën zich steeds chtonische goden, d.i. godheden, die op of onder de aarde werkzaam zijn, tot middelpunt van hun leer en hun plechtigheden kozen. De aarde, die aan de ene kant de vruchtbare moederschoot is, welke alles voortbrengt, maar aan de andere kant het steeds geopende graf, dat alles, wat zijzelf heeft voortgebracht, weer verslindt, bracht als vanzelf tot een sentimentele, extatische, mystische opvatting van alle goden, die met haar in betrekking stonden, vooral toen men in het wegsterven en weerom ontkiemen van de plantengroei het beeld meende te zien van het menselijk leven, dat, juist als het geheel vernietigd scheen, bestemd was om tot een hogere trap van volmaking te worden gevoerd.

Mysteriën in het oude Griekenland[bewerken]

Mysteriën van Eleusis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Mysteriën van Eleusis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Demeter schenkt de knaap Triptolemos een graanhalm: symbool voor de mensheid die de landbouw leert ...

De mysteriën van Eleusis, die ieder jaar in september, ter ere van de godin Demeter en Persephone werden gevierd, gaan terug op een oeroude vruchtbaarheidsritus. Om te mogen deelnemen aan het ritueel moest men eerst ingewijd zijn, maar op alle ingewijden rustte een absolute zwijgplicht. Deze plicht werd zo ernstig genomen dat niet-ingewijden alleen maar konden gissen wat er zich in werkelijkheid afspeelde. Deelnemen aan de geheime cultus ging gepaard met een inwijdingsritueel dat dagen duurde. De riten hielden verband met de gang der seizoenen en de jaarlijkse kringloop van opleven en weer afsterven van de natuur. De gelovigen keerden na afloop weer huiswaarts met een versterkt geloof in een beter leven in een hiernamaals, hetgeen de traditionele Griekse godsdienst hun niet kon bieden.

Samothrakische mysteriën[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Heiligdom van de Grote Goden van Samothrake voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

het Samothrakische mysteriën van de Cabeiren, die het dichtst bij de Mysteriën van Eleusis kwamen in aanzien en in heiligheid, worden zo genoemd naar het eiland Samothrake, dat op enige afstand van de kust van Thracië in de Egeïsche Zee was gelegen. Zij beperkten zich echter geenszins tot dit eiland, maar ook op Lemnos en Imbros was de dienst van de Kabeiren inheems. Over welke godheden het ging, die daar onder die geheimzinnige naam werden vereerd, waren de antieke auteurs reeds niet met volkomen zekerheid ingelicht. Men meende dat door de inwijding in deze mysteriën voor de mens de vrede met zichzelf werd verkregen, en een kracht aan zijn geest werd geschonken, die hem boven de noden en ongemakken van het dagelijks leven verhief. Vaak ging dat gepaard met het bijgeloof dat de ingewijden tegen schipbreuk en alle gevaren op zee waren beveiligd.

Dionysische mysteriën[bewerken]

De Dionysische mysteriën, die kort na de Samothrakische schijnen ontstaan te zijn, waren waarschijnlijk deels Thracisch en deels Phrygisch van oorsprong. Aan de Attische Dionysia die mystische wijze van verering van de god geheel en al vreemd. Zowel de triëterische feesten van Dionysos, die zich uit Thracië over Griekenland hebben verspreid, als de betrekking, waarin hij tot Rhea-Cybele werd gebracht, een leer, die uit Phrygië en Lydië naar Griekenland overkwam, schijnen tot het ontstaan van de Dionysische mysteriën aanleiding te hebben gegeven. Hoewel die feesten en die eredienst zich kenmerkten door hun luidruchtig, hun orgiastisch karakter, dat zich in allerlei dweepzieke gebruiken manifesteerde en soms de vereerders van de god er toe dreef om zich op de gruwelijkste wijze te verminken, ja later zelfs de bron werd van de grofste onzedelijkheid, schijnt het toch, dat het oorspronkelijk doel ook van deze mysteriën geen ander is geweest dan om de ingewijden op te wekken tot een heiliger en rechtvaardiger leven en hun een vrede in hun hart te schenken, die de niet-ingewijde niet hebben kon, en die hun de kracht gaf om de wederwaardigheden van het aardse leven met kalmte te dragen.

Orphische mysteriën[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Orphisme (godsdienst) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Orphische mysteriën waren de jongste van de Griekse mysteriën. Hoewel zij nergens in Griekenland van staatswege zijn erkend, hebben zij toch overal veel verspreiding en tal van deelnemers gevonden. Hun naam droegen zij naar de Orphikoi (Orphici), een godsdienstig genootschap, dat zich zo genoemd had naar de mythische zanger Orpheus, van wie het zijn leerstellingen beweerde te hebben ontvangen. Bij de Orphici speelde de leer omtrent het leven na de dood een hoofdrol. Zij trachtten daaromtrent reinere en meer verheven begrippen te verspreiden en de vrees voor de dood te doen verdwijnen. Daardoor is het niet onwaarschijnlijk, dat zij de Thracische zanger hierom tot hun hoofd en leermeester hebben verkozen, omdat hij volgens de mythe de eerste mens was geweest, die alle verschrikkingen van de dood zegevierend was te boven gekomen, toen hij naar de onderwereld was afgedaald, om zijn gade Eurydice van daar terug te halen.

De Orphische mysteriën waren niet, zoals die van Eleusis of de Samothrakische mysteriën aan een bepaalde plaats gebonden. Zij onderscheidden zich doordat een gehele leer op de voorgrond trad en geen dramatische voorstelling van een legende. Die leer werd van geslacht op geslacht overgeleverd en vereist een levenswandel waarin strenge voorschriften en een strikte zelfbeheersing centraal stonden. Volgens die leer van de Orphici was de mens eenmaal rein geweest en vrij van alle zonde, maar door eigen schuld had hij die reinheid verloren en daardoor was de menselijke ziel in het lichaam opgesloten als in een gevangenis. Van die straf kon zij door de dood alleen niet worden bevrijd. Dit kon slechts geschieden, wanneer de ziel zich door reiniging en heiliging zelf waardig gemaakt had om haar oorspronkelijke toestand te herwinnen. Tot zo lang moest zij rondzwerven, dat wil zeggen: als haar omhulsel tot stof was weergekeerd, moest zij weer een ander omhulsel aannemen, soms zelfs dat van een dier. Hieruit blijkt, dat volgens de voorstellingen der Orphici ieder mens zelf meester is van zijn eigen lot, dat hij aan dat onzalige rondzwerven zelf een einde kan maken. Hij kan immers, als hij zich door een rein en deugdzaam leven waardig gemaakt heeft, zijn vroegere toestand van gelukzaligheid herwinnen. Als voorsmaak van die zaligheid gold bij de mystische feesten van de Orphici het drinken van wijn, die aan de deelnemers werd geschonken, en de verhoogde veerkracht, die daardoor werd opgewekt. De wijn had daarbij een eigenaardige betekenis, omdat hij ontstaan was uit het bloed van Dionysos-Zagreus. Door het drinken van de wijn traden zij dus in een onmiddellijke geestesgemeenschap met die godheid, wiens erbarmen en hulp zij het meeste nodig hadden om uit hun zondige toestand te worden gered.

Mysteriën in het oude Rome[bewerken]

In de Romeinse keizertijd vonden te Rome vele geheime erediensten gretig ingang. Zij werden vooral uit Phrygië en uit Egypte in Italië ingevoerd. Bovendien stonden ook de Taurobolia en de mysteriën verbonden aan de dienst van de Perzische zonnegod Mithra in hoog aanzien. Die Romeinse mysteriën waren een mengsel van het ruwste bijgeloof en van verheven beginselen, die meestal in zinnebeeldige uitdrukkingen en plechtigheden werden aangeduid, en daardoor zowel de grote menigte als meer beschaafde en ontwikkelde mensen aantrokken. Gewoonlijk werd bij de plechtigheden, die met deze geheime erediensten in verband stonden, grote praal aan de dag gelegd, terwijl de meeste aan de ingewijden een meer verheven en zuiverder kennis van de godheid beloofden, en tevens boetedoeningen werden voorgeschreven, die het geweten van de last van de zonde moesten ontheffen. Deze mysteriën hebben er zeer veel toe bijgedragen om de dienst van verschillende goden te doen ineensmelten, en zelfs vreemde en oud-Italische goden geheel en al met elkaar te identificeren (henotheïsme).

Mithrascultus[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Mithraïsme voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Romeinse sculptuur (3e eeuw n.Chr.) van Mithras die een heilige os slacht. In elk mithraeum (Mithraïstische tempel) nam deze afbeelding een centrale plaats in.

Het Mithraïsme was een geheimzinnige, geritualiseerde cultus die niet gebaseerd was op heilige geschriften (zoals het jodendom en christendom wel waren) en waarvan alleen mannen lid mochten worden. Het kwam op in de 1e eeuw v.Chr. in de hellenistische cultuur van het oostelijke Middellandse Zeegebied en was populair in het Romeinse Rijk vanaf de 1e eeuw n. Chr tot de 5e eeuw n.Chr. Na een initiatierite werd men ingewijd in de geheimen van het geloof. De cultus vond plaats in tempels, mithraeum of "Taurobolium" genoemd. In deze tempels werd een centrale plaats ingenomen door een afbeelding van Mithras die een heilige os ritueel slacht. De betekenis van deze slachtscène is onduidelijk; een gangbare theorie is dat de os een sterrenbeeld voorstelt. Aannemelijker is het volgende: als kind bereed Mithras de levengevende kosmische stier, die hij later doodde. Het bloed van de stier bevruchtte de aarde, zodat het ritueel van het slachten in verband gebracht wordt met het verzekeren van een rijke oogst.[1]

Bacchanalia[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bacchanalia voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Bacchanalia moeten ook tot de Romeinse mysteriën worden gerekend, waarbij aan de dienst van de god Bacchus geheime plechtigheden werden verbonden, alleen, althans in latere tijd, met het doel om tot dekmantel te dienen aan de grofste onzedelijkheid, zodat de Senaat met de strengste straffen moest tussenbeide komen en zelfs in het jaar 186 v.Chr. de Bacchanalia in heel Italië liet verbieden (Senatusconsultum de Bacchanalibus).

Mysteriën in het oude Egypte[bewerken]

Isiscultus[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Isiscultus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Priesteres van Isis (Romeins standbeeld, 2e eeuw, Museo Archaeologico Regionale, Palermo).

De Isiscultus was veel rustiger dan bijvoorbeeld de Dionysische mysteriën en meer te vergelijken met de cultus van Demeter in Eulesis. Omdat men brood dat besmet was met de schimmel van 'moederkoren' (el-got) at wat in feite LSD opleverde, kwam men tot extase en dansen. Na de verovering door Alexander de Grote in 332 v.Chr. werd de Isiscultus ook naar de hellenistische wereld overgebracht.

Vanaf de 2e eeuw v.Chr. begon haar cultus door handelaren en zeelieden zich door het hele Middellandse Zeegebied te verspreiden, maar ook tot in Pannonië, Gallië tot aan de Rijn, en in Bretagne. Zoals de Demeter in Eleusis, verleende Isis onsterfelijkheid aan degenen die in haar cultus waren ingewijd. In Griekenland werd zij dan ook vaak met Demeter gelijkgesteld. Haar cultus had, vooral onder Griekse invloed, aan veel veranderingen blootgestaan in de tijd van de Ptolemaeën. Plutarchus beschreef de godin als "Het vrouwelijke natuurprincipe". Zij werd volgens hem onder talloze namen vernoemd, aangezien zij zich vlot "in dit of het gene verandert" en "ontvankelijk is voor iedere wijze van gedaante en vorm".

In de Romeinse tijd was de cultus van Isis vanaf 80 v.Chr. tot in de 6e eeuw bijzonder populair en zeker niet langer beperkt tot Egypte en Griekenland. Keizer Gaius (bijgenaamd Caligula) bouwde zelfs een tempel voor haar. Haar eredienst ging met veel prachtige rituelen en muziek gepaard, onder andere het gebruik van sisters, een soort besnaarde rammelaar, die nu in Ethiopië nog wel gebruikt wordt.

In Egypte bleef haar eredienst bestaan tot 552 na Chr., toen liet keizer Justianus de tempel sluiten.

Het christendom kon zich zo vlug verspreiden in het Midden-Oosten en in Zuid-Europa omdat het naast de staatsgodsdienst vorm aannam als populistische godsdienst, waarin deze bestaande oude gebruiken en rituelen werden ingekapseld. Er was dus tegelijk aansluiting bij het verleden en toch een nieuw heden. Dit kenmerkt het proces van de kerstening.

Literatuur[bewerken]

  • M. Giebel, Das Geheimnis der Mysterien. Antike Kulte in Griechenland, Rom und Ägypten, Düsseldorf, 20033. ISBN 3491691060
  • M. Eliade, Geschichte der religiösen Ideen. I. Von der Steinzeit bis zu den Mysterien von Eleusis, Freiburg, 19782. ISBN 3451182157
  • H. Kloft, Mysterienkulte der Antike. Götter, Menschen, Rituale, München, 20032. ISBN 340644606X
  • T.T. Kroon, art. Mysteriën, in T.T. Kroon, Mythologisch Woordenboek, 's Gravenhage, 1875.
  • T. Fleck, Isis, Sarapis, Mithras und die Ausbreitung des Christentums im 3. Jahrhundert, in K-P. Johne - T. Gerhardt - U. Hartmann (edd.), Deleto paene imperio Romano. Transformationsprozesse des Römischen Reiches im 3. Jahrhundert und ihre Rezeption in der Neuzeit, Stuttgart, 2006, pp. 289–314.
  • A. Virgili, Culti misterici ed orientali a Pompei, Roma, 2008 ISBN 9788849214093
  • R. Steiner, De opstanding van de geest, Amsterdam, 2008.
  • I. Wegman, Oude en nieuwe mysteriën, Amsterdam, 1994.
  • Div. Auteurs, De mysteriën van het oude Europa en de nieuwe mysteriën, Amsterdam, 1988.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Encyclopædia Britannica 2008 Ultimate Reference: 'Mithras'
  • De eerste versie van dit artikel is overgenomen uit T.T. Kroon, Mythologisch Woordenboek, 's Gravenhage, 1875 en kan dus verouderd zijn.