Gnosis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gnosis is een kernbegrip uit het gnosticisme. Het woord is afkomstig van het Griekse: γνῶσις, gnōsis, dat kennis of inzicht betekent. Kenmerkend voor gnostici is dat ze niet geloven (in godsdienstige zin), maar de innerlijke morele autoriteit stellen boven elk uiterlijk gezag (binnen het gnosticisme bestaat geen kerkelijk gezag). Die innerlijke autoriteit komt voort uit gnosis: kennis. Deze kennis is echter geen rationele (aangeleerde) kennis, maar een inwendig weten (zelfkennis door zelfervaring) van de mens. Door dit inzicht kom je in het reine met je geweten (achteraf weten). Je gaat op zoek naar wat er in jezelf omgaat (her-kennen) om zodoende te begrijpen wie je werkelijk bent. Het woord gnosis is daardoor ook verwant met het Nederlandse woord kennen, kunnen (En. know, Lat. gnoscere, IJsl. kná).

Gnosis staat als religieus begrip tegenover godsdienstig geloof. Een spirituele stroming die gericht is op gnosis zal het geloof op gezag principieel verwerpen. Hedendaagse historici, voornamelijk vanuit kerkelijk verband, hebben overigens kritisch gewezen op een aantal stromingen uit de gnosis, die elk een strakke episcopale hiërarchie ontwikkelden (zoals in het marcionisme, manicheïsme en montanisme), wat volgens deze niets anders betekent dan de acceptatie van uiterlijke autoriteit[1]. Andere historici, vanuit het historisch-kritisch onderzoek van het vroege christendom, melden dat in deze stromingen de bisschoppen weliswaar zorg droegen voor de organisatie, maar geen gezag hadden over de inhoud van het geloof.

Stromingen[bewerken]

De verschillende stromingen die gericht zijn op gnosis vat men wel samen onder de term gnosticisme. Met de term gnostiek geven kerkhistorici gewoonlijk de christelijke variant aan waarin Jezus een vooraanstaande rol speelt. Er zijn verschillende niet-christelijke stromingen in de oudheid die oproepen tot trouw aan de innerlijke gnosis. Kerkhistorici noemen dat de 'heidense gnosis'. Deze stromingen zijn echter veel ouder dan het christendom en waren eens over grote delen van de wereld verspreid. Het hermetisme, ofwel de hermetische gnosis, en het zoroastrisme zijn grote gnostische stromingen geweest. Men veronderstelt dat de mysteriescholen uit de oudheid in het algemeen gnostisch van aard waren.

De gnosis als kenmerk van religieuze stromingen, wordt door Gilles Quispel, een gezaghebbend Nederlands onderzoeker van het klassieke en christelijke gnosticisme, gerekend tot 'de derde component van de westerse cultuur', naast rede en geloof. Naast de Griekse filosofie en het christendom zou ook de gnosis belangrijk hebben bijgedragen aan de cultuur van West-Europa.

Nog voor het kerkelijk christendom zich tot religieus instituut vormde, bloeide in het Romeinse rijk, in de eerste eeuwen van de westerse jaartelling, een christelijke variant van het gnosticisme waarin Jezus een vooraanstaande rol speelt. De gnostici verzetten zich tegen de wreedheid en wraakzucht van de oudtestamentische god Jahweh, die zij beschouwden als de Demiurg, de schepper van het Kwaad. Ook verwierpen zij het door Jahweh opgelegde verbod op kennis van goed en kwaad, zoals beschreven in het boek Genesis van het Oude Testament, want de kennis van goed en kwaad beschouwden zij als een elementair onderdeel van gnosis. Aan de kennis van goed en kwaad die volgens de gnostici in de mens aanwezig is, ontleenden zij hun morele autoriteit. Het verbod op kennis van goed en kwaad beschouwden zij als een poging de mens tot morele slaaf te maken van 'de Machten'. [2] Vanaf het Concilie van Nicaea in 325 werd de gnostiek door de zich toen als instituut vormende christelijke kerk als ketterij verworpen en bestreden. Wel zijn verschillende personen uit de vroege kerk, bijvoorbeeld Augustinus een tijdlang aanhanger van een gnostische stroming geweest.

De katharen uit de twaalfde en dertiende eeuw vormden de laatste bekende grote gnostische beweging. De kruistocht tegen de katharen van 1209 en de daaropvolgende oprichting van de inquisitie door de kerk van Rome, leidden tot een massale, systematische uitroeiing van deze laatste grote groep gnostici. In 1328 werd in het Zuid-Franse Villerouge-Termenès de laatste kathaar Guillaume Bélibaste, door de inquisitie veroordeeld en ter dood gebracht op de brandstapel. Vanaf dat moment lijkt de orthodox-christelijke visie op de betekenis van Jezus de enige overgebleven zienswijze. De vondst van o.a. de Nag Hammadi-geschriften in 1945 heeft echter duidelijk aangetoond dat deze zienswijze niet de enige of ware is. Nu de gnostische teksten steeds meer in het Engels, maar gelukkig ook in het Nederlands, vertaald worden, komt de kennis van het gnosticisme (de gnosis) weer in het bereik van velen.

Oorsprong[bewerken]

Er is verschil van mening over de oorsprong van de gnosis als religieus begrip. Sommigen zien de oorsprong in het christendom. Gelet op het syncretische karakter van de gnostiek als vroegchristelijke stroming moet eerder worden gedacht aan verschillende bronnen uit de klassieke oudheid. In de gnostiek treffen we Babylonische, Iraanse, Egyptische, laatjoodse, hellenistische en Bijbelse elementen aan. Zie ook: christendom en syncretisme. Sommigen, en dan vooral de traditionele christenen, duiden het ontstaan van de gnostiek in de 2e en 3e eeuw na Christus. Anderen duiden het ontstaan van het gnosticisme als een bredere, klassieke beweging al van ver voor de christelijke jaartelling en zien de latere 'christelijke' gnosis als een variant daarvan.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. S. Hausammann, Alte Kirche, Frühchristliche Schriftsteller, Neukirchen, 2001, p.78
  2. Jacob Slavenburg, Willem Glaudemans, De Nag Hammadi geschriften, o.a. Geheime boek van Johannes, Openbaring van Adam Ankh-Hermes2004,