Pentagram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pentagram

Het pentagram of pentakel is een vijfpuntige ster en een van de oudste symbolen ter wereld: het werd reeds meer dan 4000 jaar voor Christus gebruikt. De naam stamt van het Griekse πεντάγραμμον pentagrammon, hetgeen vijf lijnen betekent. In Griekenland wordt het pentagram ook wel pentalfa, vijf alfa's, genoemd, omdat er vijf A's in zijn te herkennen.

Wiskundige figuur[bewerken]

Het pentagram is een sterveelhoek. Het pentagram is geen convexe figuur. De figuur heeft tien hoekpunten, die vijf aan vijf op twee verschillende cirkels liggen, maar met hetzelfde middelpunt. Om en om ligt een hoekpunt op de buitenste en op de binnenste cirkel. De vijf hoekpunten op dezelfde van de twee cirkels vormen een regelmatige vijfhoek. De verhouding tussen de afstand tussen twee opvolgende hoekpunten, één op de buitenste cirkel en één op de binnenste cirkel, en de afstand tussen twee opvolgende hoekpunten op de binnenste cirkel, is de gulden snede. De prisma, afgeleid van het pentagram, heet een pentagramprisma.

Symboliek[bewerken]

Het symbool wordt op veel plaatsen gebruikt, onder andere in logo's van militaire organisaties. Het pentagram wordt gebruikt als symbool in de esoterie en het occultisme. Bijvoorbeeld was het pentagram het symbool van de wiskundige Pythagoras. Het werd door de katharen bij hun rituelen gebruikt.

Het pentagram is oorspronkelijk een heidens, voor-christelijk symbool. Wiskunde was in de middeleeuwen één van de zeven verboden kunsten. Door zijn band met de wiskunde werd het pentagram daarom een negatief symbool. Het pentagram komt veel voor in Wicca-kringen, die het symbool linken aan de elementen en spiritualiteit. Het pentagram zou door Constantijn de Grote een duivels symbool zijn geworden, dat hij gebruikte om heidenen te bekeren tot het christendom. Halverwege de 19e eeuw is hierin onderscheid gemaakt: met de punt omhoog zou goed zijn, gericht naar de hemel. Met de punt omlaag verkeerd, naar de onderwereld.[1][2] De kracht van dit symbool komt tot uiting dat het in principe beide oriëntaties in zich heeft. In de vijf kruispunten van de ster past een kleinere ster die precies omgekeerd is georienteerd. Zodoende draagt het goede het kwade in zich en omgekeerd. In het modern satanisme wordt toch een omgekeerde versie van het pentagram gebruikt. Door sommige mensen wordt dit teken daarom ook wel gezien als het teken van Satan, de duivel. De esoterische opvatting van evenwicht in dualiteit komt men tegen in het Yin en Yang symbool, in de davidster, de links en rechts draaiende swastika en het kruis. Door de oneindige herhaling van de figuur in zichzelf is het bij uitstek het symbool van de mens, die zich in de juiste verhouding tot het oneindige weet te plaatsen met de beide benen op de vloer.

Het wordt ook gezien als het symbool van volmaaktheid en vrouwelijkheid:

  • De planeet Venus, symbool voor de vrouwelijkheid, vormt het pentagram wanneer haar weg wordt gevolgd tussen de sterren vanwege haar retrograde bewegingen.
  • Het pentagram kan staan voor het evenwicht van de vijf elementen.
  • Het pentagram kan ook staan voor de vijf klassieke zintuigen: voelen, zien, ruiken, horen en proeven.

Vrijmetselarij[bewerken]

Binnen de vrijmetselarij komt het pentagram voor in het symbool van de Vlammende Ster, dat in grafische vorm bestaat uit een ster met in het hart de letter G en waaruit vlammen schieten.

Taoïsme[bewerken]

In het taoïsme is de Wu Xing, 五行, het harmonische systeem van de vijf elementen: water, vuur, aarde, metaal en hout.

Het systeem heeft een voedende, voortbrengende cyclus, Sheng:

  • hout → vuur → aarde → metaal → water → hout

en een controle cyclus, Ke:

  • hout → aarde → water → vuur → metaal → hout

De twee cycli vormen samen een regelmatige vijfhoek met een vijfpuntige ster erin. Ze worden ook vaak samen afgebeeld als cirkel met een vijfpuntige ster. De cirkel is de Sheng-cyclus, de ster geeft de Ke-cyclus weer.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hartmann, Franz, Magic, White and Black, c. 1895
  2. Levi, Eliphas, Transcendental Magic, its Doctrine and Ritual, 1855