Barensteel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleinzoon van een Britse monarch met vijf hangers
Schild met vaantjes en de heraldische barensteel

Een barensteel of lambel is een brisure of breuk waarmee het wapen van een zoon zich onderscheidt van dat van zijn vader. Daarnaast werd het ook veel gebruikt voor de aanduiding van een jongere familietak. In de Nederlandse en Belgische heraldiek zijn barenstelen in de 19e eeuw wel gebruikt door de Prinsen der Nederlanden. Het gebruik is in Nederland en België verdwenen, maar de Engelse en Franse prinsen voeren in hun wapens barenstelen met drie, vier of vijf hangers of "pendants". Op deze hangers worden kleine symbolen geplaatst die de kenner duidelijk maken om wie het gaat en aangeven of de drager van het wapen een tweede, derde of jongere zoon, een jongere zoon of een kleinzoon van het hoofd van een familie is.

In de literatuur is sprake van een barensteel met één pendant maar drie of vier hangers zijn de norm. Het was vroeger niet gebruikelijk om de wapenschilden van dochters met een barensteel te beladen maar ook in dit opzicht zijn vrouwen nu geëmancipeerd.

Gebruik[bewerken]

Het gebruik van een barensteel is, tenzij men geloof hecht aan Beryl Platts verhaal dat de Graven van Boulogne met versierde hangers verwezen naar de dialogen tussen Karel de Grote en zijn biechtvader Alcuin, waarschijnlijk in de 13e eeuw ontstaan. Wanneer een vader en zijn zoons samen ten strijde trokken, droeg de oudste zoon een lap stof over het schildhoofd van zijn schild. De jongere zoons droegen drie of meer aan een touw geregen vaantjes over het schild. Sneuvelde de vader dan werd de lap op het schild van de oudste zoon daarvan afgetrokken om te laten zien wie nu de aanvoerder was.

De barensteel van de oudste zoon is niet ingevuld en dat zou deze theorie over de herkomst van de barensteel ondersteunen, maar zekerheid is er niet.

Breuken[bewerken]

Breuken zijn tekens die op de wapens van de jongere zoons voorkomen. Alleen de oudste zoon had het recht het volle wapen te voeren, de jongere moesten er veranderingen in aanbrengen (breken). Dat kon gebeuren door bijvoorbeeld de wapenkleuren te wijziging, door weglating of verplaatsing van sommige stukken, of toevoeging van een nieuw stuk of door verandering van het helmteken.

In latere tijden is de barensteel aan de einden afgeschuind en zijn de blokjes in de vorm van een zwaluwstaart.