Riddertoernooi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het toernooi (Middelnederlands: tornooy, Oudfrans: tournei, van torneier (draaien) afgeleid), oorspronkelijk "hastiludium" of "hastilude" genoemd, wat letterlijk "spel met speren" betekende en waarbij gewapende ridders met zwaarden tegen elkaar vochten, is in de late middeleeuwen ontstaan als tijdverdrijf van ridders. Oorspronkelijk bestonden toernooien alleen uit een melée: een massaal gevecht. Later ontstond ook het steekspel waarbij men met uitgeholde en verzwakte houten lansen op elkaar inreed.

Het toernooi werd door herauten in goede banen geleid. De kerk heeft toernooien altijd streng afgekeurd, zozeer zelfs dat zij die in het strijdperk omkwamen, en dat gebeurde niet zelden, na 1130 geen kerkelijke begrafenis kregen. Na 1300 werden de toernooien gedisciplineerder en minder gevaarlijk. Het laatste melée werd in 1342 gehouden en maarschalken traden als scheidsrechters op.

Melée op een middeleeuws toernooi.

Vaste onderdelen van het toernooi[bewerken]

De uitnodigingen door de herauten[bewerken]

Vanwege de slechte verbindingen en lange voorbereiding moesten de deelnemers ruim tevoren worden opgeroepen. Voor het toernooi waren zeer kostbare wapens en uitrustingen nodig. De uitrusting kwam overeen met de belastingopbrengst van meerdere boerendorpen en een goed toernooipaard (een zware, sterke en goed opgeleide destriër) kostte vijfentwintig maal zoveel als een normaal paard.

De schouw van de helmen en schilden[bewerken]

De heraut vroeg een bewijs van adeldom, dat wil zeggen dat de heraut naging of de voorouders van de deelnemer gerechtigd waren om aan toernooien deel te nemen. Het wapen en het helmteken moesten ook uniek zijn. De daarvoor door de herauten bijgehouden "wapenboeken" zijn een kostbare bron van kennis over vroege heraldiek. Was er iets niet in orde dan wierpen de persevants de helm over de drempel naar buiten. De fijngevoelige koning René I van Anjou liet ook diegenen die dames hadden beledigd uit het toernooi gooien.[bron?]

Het keuren van de paarden[bewerken]

De paarden werden gekeurd op hun gedrag en karakter, bijtende en schoppende dieren werden niet toegelaten. De ridders bereden alleen hengsten of ruinen.

Het afleggen van de eed[bewerken]

De deelnemers legden een eed af waarin zij verklaarden dat zij zich aan het gezag van de scheidsrechters onderwierpen.

Het toernooi zelf[bewerken]

Gesellen-Stechen 1561 detail01.jpg

Een toernooi duurde meerdere dagen en er werden verschillende evenementen georganiseerd. In de eerste toernooien werd er een veld afgezet en daarop werd een massale vechtpartij gehouden, waarbij allen tegen allen streden of partijen tegen elkaar vochten. In de loop der eeuwen werd Europa, en dus ook het toernooi, beschaafder. Daarbij was er sprake van een wisselwerking. De deelnemers aan het toernooi kwamen in aanraking met ridders die veel gereisd hadden en ook met de Europese koningen.

Afgezien van het steekspel werden er ook tweegevechten en schijngevechten voor met botte wapens bewapende groepen ridders (het melée) georganiseerd. De verliezer verliest in deze gevechten soms zijn leven maar steeds zijn wapenuitrusting en paard. Het kwam ook voor dat een verliezende deelnemer de "gevangene" werd van de winnaar. De beroemde ridder Willem de Maarschalk verwierf een fortuin door in zijn lange carrière het losgeld van vijfhonderd ridders te incasseren.

In de toernooien van de late middeleeuwen werd de "joust", het steekspel steeds belangrijker.

De prijsuitreiking[bewerken]

Uiteraard kreeg de winnaar van een toernooi een prijs. Deze werd op de laatste dag van het toernooi door de organisator uitgereikt. Maar de roem en het losgeld van de verslagen deelnemers waren de belangrijkste stimulans om deel te nemen.

De feestelijke maaltijd[bewerken]

Aan het einde van het toernooi behoorde ook een feestelijke maaltijd te worden gehouden. In de loop der eeuwen werden ook deze maaltijden steeds meer gereglementeerd en ontstond er een uitgebreide etiquette. Om dergelijke feesten te kunnen organiseren werd in Den Haag, een der residenties van de graven van Holland, een ridderzaal met enorme keukens gebouwd. De zaal ligt vlak bij het Haagse Tournooiveld, een naam die ook nu nog als straatnaam wordt gebruikt. Op een dergelijke feestmaaltijd traden troubadours en goochelaars op.

Beroemde toernooien[bewerken]

De hertogen van Bourbon (met de lelies) en Bretagne in tweegevecht
Gesellen-Stechen, Nürnberg, 1561

In 1098 hield Hendrik IV in Neurenberg een groot toernooi. Voor de ogen van 170 adellijke dames traden 13 vorsten, 29 graven, 13 baronnen, 68 ridders en 497 "edele heren" in het krijt.

De Orde van de Kousenband bestaat uit tweemaal twaalf ridders wat doet vermoeden dat de oprichter, koning Eduard III van Engeland, bij de oprichting in 1348 een toernooigezelschap in gedachten had.

Gaandeweg werd het toernooi steeds meer een beroepssport. Het buitmaken van het harnas van de tegenstander stond voor arme maar ambitieuze ridders voorop en het was hen te doen om roem en geld. Sommigen werden beroemd om hun vaardigheid in het toernooi en reisden daarvoor heel Europa af.

Koning René I van Anjou, een romanticus en een belangrijk kampioen van al wat hoofs en ridderlijk was, organiseerde diverse opzienbarende toernooien. In 1455 hield hij in Nancy een toernooi ter gelegenheid van het huwelijk van zijn dochter Margaretha met koning Hendrik VI van Engeland. Dames kregen in deze toernooien, die vooral streng geregisseerde steekspelen waren, een steeds grote rol toebedeeld. Men streed voor hún eer, was de kampioen van deze of gene dame, en ook het vervaardigen van gedichten en ander "hoofs" gedrag werd van de deelnemers verwacht.

In 1487 werd het laatste Duitse toernooi met steekspel gehouden in Worms. In de plaats van de toernooien ontstonden carrousels waarbij de edelen op prachtig versierde paarden in formatie reden.

Het toernooi had zichzelf in 1518 overleefd. De wijze van oorlogvoeren was sterk veranderd nadat de legers van de bereden ridders vernietigend waren verslagen door de boogschutters bij Crécy en de Zwitserse landsknechten bij Mürten. De herinnering is altijd blijven bestaan en leeft nog voort in folkloristische ruiterspelen als ringsteken en kufenstechen.

Het riddertoernooi was bij uitstek het schouwspel van hoofsheid, ridderlijkheid en heraldisch vertoon. Walter Scott (auteur van Ivanhoe) en de Hollywoodfilm hebben een geromantiseerd beeld van het late toernooi levend gehouden tot in onze tijd waarin acteurs weer toernooien uitvechten in shows voor een betalend publiek.

Zie ook[bewerken]

  • Kufenstechen, steekspel te paard in Oostenrijk
  • Ringsteken, steekspel te paard, of vanaf een sjees, in Zeeland en West-Friesland
  • Tournooi, wedtrijdevenement algemeen