Strijkkwartet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de gelijknamige compositie van Hanson, zie Strijkkwartet (Hanson)
Het Allegra-kwartet

Een strijkkwartet is een muziekstuk voor vier strijkinstrumenten of het muziekensemble dat die muziekstukken uitvoert.

Muziekstuk[bewerken]

Een strijkkwartet is geschreven voor twee violen, altviool en cello en is een veel voorkomend genre in de kamermuziek.

De oorsprong van het strijkkwartet moeten we in de barok zoeken. Er werden toen al vierstemmige stukken voor strijkers geschreven, maar de baspartij (cello) was nog 'becijferd', d.w.z. er werden door middel van cijfercodes aanwijzingen voor de harmonische ondersteuning door een toetsinstrument (klavecimbel of orgel) gegeven. De 'Six Quatuors' Op.3 (1774) van André Ernest Modeste Grétry zijn nog een laat voorbeeld van deze vroege strijkkwartetpraktijk met basso continuo. Toch probeerden sommige componisten de mogelijkheden reeds uit van een bezetting met vier evenwaardige stemmen zonder becijferde bas: Alessandro Scarlatti, Baldassare Galuppi, Giovanni Battista Sammartini, Georg Philipp Telemann, Johann Gottlieb Graun, Johann Friedrich Fasch of Gregor Joseph Werner.

In het classicisme verdwijnt de becijferde bas definitief en speelt de cello een meer zelfstandige partij. Vanaf dat ogenblik kunnen we al spreken van echte strijkkwartetten. Al betreft het nog een prille ontwikkeling, toch wordt het nieuwe genre erg populair. Veel componisten zien er wel muziek in: Johann Georg Albrechtsberger, Ignaz Pleyel, Franz Krommer, Friedrich Ernst Fesca enz. Alhoewel hij het genre van het strijkkwartet helemaal niet heeft uitgevonden, toch geldt Joseph Haydn als de grondlegger van het moderne strijkkwartet. Hij was immers de eerste die de vier stemmen als gelijkwaardige partners behandelde in plaats van - zoals voordien gebruikelijk - de melodie bij de eerste viool te leggen en de andere stemmen als begeleiding of vulstemmen te behandelen. Hij is meteen ook een van de veelschrijvers in het genre: hij componeerde niet minder dan 68 strijkkwartetten.

Aanvankelijk zijn het vooral componisten uit de Duitse staten, Pruisen of Oostenrijk-Hongarije die het nieuwe genre omarmen. Dat heeft ermee te maken dat de bezetting van twee violen, altviool en bas (basso continuo) in deze landen al zeer gebruikelijk was in de barok. Het vierstemmige idioom van een strijkkwartet had daarentegen wat meer tijd nodig om door te dringen in Italië en Frankrijk. In de Italiaanse barok was de triosonate met twee bovenstemmen (bv. violen) en bas populair, en de Franse barokmuziek maakte veel gebruik van een vijfstemmige bezetting.

Het strijkkwartet is sinds Haydn een van de populairste maar ook moeilijkste muziekgenres geworden. Veel componisten zouden hun beste muzikale ideeën voor het strijkkwartet voorbehouden. Misschien heeft dat ermee te maken dat de sobere instrumentatie van vier gelijksoortige instrumenten, zonder toeters en bellen of grootse effecten, de componist ertoe aanzet een muzikale idee in een zuivere vorm te gieten. Zowat alle grote componisten hebben strijkkwartetten geschreven. Sommige musicologen hebben zich al gebogen over de vraag waarom het strijkkwartet zo moeilijk voet aan de grond kreeg/krijgt in de Franse muziek: Debussy, Ravel en (de in Frankrijk werkende Belg) César Franck schreven elk één (meesterlijk) strijkkwartet, maar verder is de Franse oogst nogal mager.

Belangwekkende strijkkwartetten schreven o.a. Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Felix Mendelssohn, Robert Schumann, Johannes Brahms, Peter Tsjaikovski, Antonín Dvořák, Bedřich Smetana, César Franck, Max Reger, Claude Debussy, Maurice Ravel, Béla Bartók, Arnold Schönberg, Paul Hindemith, Alban Berg, Anton Webern, Leoš Janáček, Benjamin Britten, Dmitri Sjostakovitsj, Mieczysław Weinberg en György Ligeti.

Af en toe wordt er wel eens een strijkkwartet voor afwijkende bezetting geschreven. Zo schreef Georg Christoph Wagenseil 6 kwartetten voor 2 altviolen, cello en contrabas (of voor 3 cello's en contrabas). Franz Anton Hoffmeister schreef een viertal kwartetten voor viool, altviool, cello en contrabas, waarbij dat laatste instrument bijna solistisch wordt opgevoerd. Carl Stamitz, Giuseppe Maria Cambini en Johann Albrechtsberger schreven kwartetten voor viool, twee altviolen en cello. Het tweede strijkkwartet van Anton Arenski vraagt een bezetting van viool, altviool en twee cello's. En verder zijn er natuurlijk talrijke arrangementen of originele composities voor vier dezelfde strijkers (vier violen, vier altviolen of vier cello's).

Muziekensemble[bewerken]

Met strijkkwartet wordt ook de groep musici aangeduid die strijkkwartetten uitvoeren. Bekende strijkkwartetten zijn onder andere het Amadeus Quartet, Quartetto Italiano, Juilliard String Quartet, Hagen Quartett, Alban Berg Quartett, Párkányí Kwartet en het Kronos Quartet. Bekende strijkkwartetten uit vroeger tijden zijn het Beethoven Quartet, het Budapest String Quartet en het Kolisch Quartett.

Belgische strijkkwartetten[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Stowell, Robin (ed.) (2003). The Cambridge companion to the string quartet. Cambridge University Press. ISBN 0521000424. Inzonderheid blz. 77-184: David Wyn Jones, "The Origins of the Quartet".
  • Sadie, Stanley & John Tyrrell (ed.) (2001). The New Grove Dictionary of Music and Musicians. Oxford University Press. ISBN 0195170679; ISBN 9780195170672. Inzonderheid lemma "string quartet".
  • Vuibert, Francis (2009). Répertoire universel du quatuor à cordes. ProQuartet-CEMC. ISBN 978-2-9531544-0-5