Guillaume Lekeu
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Guillaume Lekeu (Heusy (bij Verviers), 20 januari 1870 — Angers, 21 januari 1894) was een Belgisch componist.
[bewerk] Leven
Guilaumme Lekeu kreeg zijn eerste muziekonderricht (piano en notenleer) van Alphonse Voss, de dirigent van de plaatselijke fanfare. Zijn beide ouders waren muziekliefhebbers. Zijn vader verhandelde wol.
In 1879 verhuisde de familie Lekeu naar Poitiers. Aan het lyceum leert hij onder invloed van zijn leraar natuurkunde Alexandre Tissier, een amateur-muzikant, Beethoven en Bach kennen. Vanaf 1885 componeert hij regelmatig, vooral voor piano en kamerbezetting. Het is gedurende deze periode dat hij zich actief interesseert voor verschillende muziekstromingen (hij bestudeerde zowel oude als hedendaagse muziek), maar hij vestigde zijn aandacht vooral op Beethoven. Tijdens zijn zomervakanties gaat hij terug naar zijn geboortedorp en studeert er vanaf 1887 harmonie en viool bij Octave Grisard.
In juni 1888 verhuist de familie Lekeu naar Parijs, waar hij studies filosofie aanvat. Hij maakt rond deze tijd kennis met Théodor de Wyzewa en zet zijn studies harmonie voort bij Gaston Vallin. In augustus 1889 gaat hij naar Bayreuth om er naar Wagner's opera's te luisteren. Hij zou er tijdens een van de uitvoeringen, door emotie bewogen, het bewustzijn hebben verloren. Na deze reis volgt hij bij César Franck privé-lessen contrapunt en fuga en beiden raken snel bevriend. Franck moedigt hem aan in zijn compositorische bezigheden. Ondertussen worden meerdere van zijn werken gecreëerd in Verviers.
Na Franck's dood in de herfst van 1890 introduceert Wyzewa hem bij Vincent d'Indy. Deze onderwijst hem orkestratie en zet hem aan om mee te doen aan de Brusselse Prix de Rome. Hij wint er met zijn cantate Andromède de tweede prijs, een oordeel dat door velen werd bespot omwille van de partijdigheid van de jury. In 1892 introduceert d'Indy hem bij Le Cercle des XX. Daar dirigeert hij meerdere van zijn werken en ontmoet er de violist Eugène Ysaÿe. Lekeu schrijft op diens vraag een vioolsonate, door Ysaÿe gecreëerd. 1892 is het jaar van Lekeu's grote doorbraak, dat helaas van korte duur zou zijn. Talloze van zijn werken werden in die periode uitgevoerd. In de zomer van 1894 sterft Lekeu te Angers, waar zijn ouders sinds 1892 wonen, aan paratyfus, na het nuttigen van een besmette sorbet.
[bewerk] Stijl
Al in zijn eerste composities kan men een duidelijk persoonlijke stijl herkennen. In 1887 besluit hij nooit van zijn leven 'muziekjes' te schrijven, hij voegt hieraan toe: «Bien plus, ce sera bizarre, détraqué, horrible, tout ce qu'on voudra; mais du moins se sera original.» (Meer zelfs, het zal bizar zijn, ontwricht, walgelijk, en al wat men wil; maar het zal tenminste origineel zijn.)
Lekeu nam Beethoven als voorbeeld voor de compositie van strijkkwartetten : «il y avait autre chose à tirer du quatuor qu'une oeuvre parfaite et régulière à la Mozart ou à la Haydn» (er was meer uit een kwartet te halen dan perfecte en regelmatige werken op zijn Mozart's of op zijn Haydn's). Uit Bayreuth nam Leukeu de unendliche Melodie van Wagner mee, zelf noemde hij deze stijl «des mélodies de telle longeur qu'un seul exposé suffise à parfaire un morceau de musique» (melodieën van een dergelijke lengte dat enkel de expositie volstaat om een werk te voltooien). Hij werd echter door niemand meer beïnvloed dan door Franck.
Veel uit Lekeu's oeuvre wordt gekenmerkt door een zekere zwaarmoedigheid, tot zelfs pathetiek. Hij schreef echter ook minder sombere werken, misschien gemotiveerd door het feit dat «La joie est mille fois plus difficile à peindre que la souffrance» (vrolijkheid duizend maal moeilijker is te schilderen dan het lijden).
Hoewel Lekeu op jonge leeftijd stierf, getuigt zijn muziek van rijpheid. Zijn tijdgenoten hadden hem een langer leven toegewenst, in het licht van een gegarandeerd succes als componist.
[bewerk] Œuvre
Lekeu schreef een vijftigtal werken, waaruit hieronder een selectie van de belangrijkste.
- Voor orkest
- Première étude symphonique (1889)
- Deuxième étude symphonique (1889)
- Introduction symphonique aux Burgraves de Victor Hugo (1890)
- Fantaisie contrapuntique sur un cramignon liégeois (1890)
- Adagio voor Strijkorkest (1891)
- Fantaisie pour orchestre sur deux airs populaires angevins (1893)
- Introduction et Adagio voor blazersorkest (1892)
- Met zang
- Andromède, poème lyrique et symphonique voor solisten, koor en orkest (1891)
- Chant lyrique voor koor en orkest (1891)
- Trois Poèmes voor sopraan en piano
- Kamermuziek
- Strijkkwartet in sol groot (1888)
- Pianokwartet (1892/93, onvoltooid)
- Pianotrio in do klein (1890/91)
- Vioolsonate (opgedragen aan Ysaÿe) (1892/93)
- Viool-Cellosonate (1888)
- Sonate voor piano in sol klein (1891)

