Cantate

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een cantate (ook wel cantata genoemd, Italiaans voor zangstuk) is een muzikale compositie voor één of meerdere zangers, begeleid door instrumenten, meestal bestaande uit meerdere delen.

Historische situering[bewerken]

De term cantate werd bedacht in de 17e eeuw om onderscheid te kunnen maken met de sonate, een speelstuk voor instrumenten. Vanaf het midden van de 17e eeuw tot laat in de 18e eeuw was de cantate voor één of twee stemmen met begeleiding van een klavecimbel en soms enkele andere instrumenten een populaire vorm van Italiaanse kamermuziek. Voorbeelden kan men vinden in de muziek van Giacomo Carissimi en de Engelse vocale solo's van Henry Purcell. Ook de Italiaanse duetten en trio's van Georg Friedrich Händel zijn voorbeelden van cantates.

De cantate was het belangrijkste muziekwerk in de kerkelijke eredienst (liturgie) en kwam in de plaats van het evangeliemotet dat in de Lutherse traditie sinds de Reformatie ter verdieping van de Bijbellezing had gefungeerd. Het evangeliemotet werd eerst vervangen door een concerterend gedeelte met aria en koordelen, na 1700 door de cantate.

De oorsprong van de cantate lag dus in het oude gebruik om de Bijbeltekst op melodie te reciteren. De uiteindelijke vorm ervan is een typisch product van het Lutheranisme, waarbij Luther grote mogelijkheden zag voor de muziek als uitdrukkingsmiddel van het geloof (zie Bachs cantate BWV 80 Ein feste Burg ist unser Gott). De bloei van dit soort kerkmuziek, begin 18e eeuw, is ook te verklaren als tegengewicht tegen de steeds intellectualistischer wordende preken. De belangrijke plaats van de cantate in de Lutherse liturgie is misschien ook te begrijpen als compensatie voor het picturale van de verwijderde heiligenbeelden en fresco's in de kerk na de beeldenstorm.

Bachs cantates[bewerken]

Wohl mir, dass ich Jesum habe
Vista-kmixdocked.png
Wohl mir, dass ich Jesum habe uit Bachs cantate Herz und Mund und Tat und Leben (BWV 147) 

Tot de bekendste cantates behoren die van Johann Sebastian Bach (overzicht van de cantates van Bach). Bach heeft deze muziekvorm totaal vernieuwd en tot grote hoogte gebracht. Deze stijlvernieuwing sloeg op het aanwenden van de stemmen, de originele instrumentele bezetting (bijvoorbeeld door het orgel als solo-instrument aan te wenden in de inleidende synfonia), de algemene compositie, de theologische onderbouwdheid, kortom het algemeen concept. Bach was al op jonge leeftijd (23 jaar) grensverleggend en inspirerend voor anderen, binnen een grote traditie bij het componeren van cantates.

Tijdens zijn leven schreef Bach vermoedelijk 295 cantates, waarvan er 202 bewaard zijn gebleven. Het overgrote deel van deze cantates kwam volgens biograaf Christoph Wolff tot stand in de jaren 1723-25, toen Bach in Leipzig verbleef. In 1723 heeft Bach zijn stijl gevonden, die later nog nauwelijks veranderde. Tijdens Bachs leven is slechts één cantate (BWV 71 Gott ist mein König) in gedrukte vorm uitgegeven. Van alle andere cantates bestonden, toen hij stierf, alleen maar handschriften. Navorser Alfred Dürr slaagde erin om op basis van grafologische en watermerkstudies aan te tonen dat Bach zijn cantates in het begin van zijn Leipzigse tijd nagenoeg "op voorraad" schreef en daarna op het bestaande bleef teren. Bachs enorme cantateproductie delen de musicologen op in vijf cantatejaargangen.

Het merendeel van cantates werd door Bach geschreven als muzikale omlijsting van de zondagse kerkdienst. De cantates sloten inhoudelijk aan bij de lezingen en de preek van die zondag of kerkelijke feestdag zoals Maria-Lichtmis (2 februari). Het was dus thematische functionele gebruiksmuziek, maar van een hoog muzikaal niveau. Een cantate bestond doorgaans uit enkele koorzangen, aria's en recitatieven en duurde meestal 20 à 25 minuten. Op speciale dagen bestond de cantate uit twee delen, een deel vóór de preek en een deel na de preek. In de recitatieven vond men een herhaling terug uit de lezingen. Zo vormde het eerste cantatedeel de overgang naar de preek, terwijl het tweede deel als een soort coda na de preek klonk.

De meeste van Bachs cantates beginnen met een aria of met een uitgebreid openingskoor. Deze opening werd gevolgd door enkele aria's en recitatieven. Bijna alle cantates eindigen met een eenvoudig koraal.

De openingskoren illustreren duidelijk Bachs briljante "combinatie-methode", waarin structurele en stilistische elementen van verschillende oorsprong samenkomen. De aria's worden gekenmerkt door een regelmatige, vaak dansante ritmiek en een lyrische, vlot in het oor liggende melodie.

Enkele van Bachs bekendste cantates zijn BWV 191 Gloria in excelsis Deo (voor de eerste Kerstdag 1740, de enige in het Latijn geschreven cantate), BWV 106 Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit (uit 1707, ook wel de "begrafeniscantate" of "Actus Tragicus" genoemd), BWV 80 Ein feste Burg ist unser Gott(1728), BWV 21 Ich hatte viel Bekümmernis en BWV 147 Herz und Mund und Tat und Leben. De Hohe Messe in b kleine terts, het laatst gecomponeerde werk van Bach, is grotendeels samengesteld op basis van vroegere cantates.

Vanwege het grote aantal religieuze cantates dat hij schreef noemt men Bach ook de vijfde evangelist. Bach schreef ook een aantal wereldlijke cantates, zoals BWV 208 Was mir behagt, ist nur die muntre Jagd.

De 202 overgebleven cantates nemen in totaal een tijdsduur van 70-80 uren in.

Verdere ontwikkeling[bewerken]

Het Glorreiche Augenblick van Ludwig van Beethoven is een modernere cantatevorm, terwijl de Jubelcantata van Carl Maria von Weber een typisch voorbeeld van deze nieuwere stijl is en de Walpurgisnacht van Felix Mendelssohn Bartholdy een klassiek voorbeeld is.

Als een van de laatste componisten van de cantatevorm dient Johannes Brahms te worden genoemd en wel zijn Rinaldo op tekst van Goethe, overigens zijn enige compositie van een cantate, die wel experimenteel is genoemd en dikwijls in zijn omvangrijke oeuvre aan koormuziek over het hoofd wordt gezien.

De in Heidelberg woonachtige componist Dietrich Lohff schreef recent enkele cantates rond het thema mensenrechten in de oorspronkelijke betekenis van "zangstuk". In de 20e eeuw componeerde Benjamin Britten een aantal cantates, soms wereldlijk, Cantata academica, soms (semi)religieus.

Bibliografie[bewerken]

  • Alfred Dürr, Die Kantaten van J.S. Bach mit ihren Texten, Vols 1 en 2, Kassel, 1985.
  • K. Hofmann, Neue Ueberlegungen zur Bachs Weimarer Kantaten-Kalender, in: Bach Jahrbuch 1993 p. 9-30.
  • Gert Oost, Aan de hand van Bach Tekst en uitleg bij een jaargang Bachcantates (Zoetermeer, 2006) ISBN 90-239-2130-5
  • Hans-Joachim Schulze, Die Bach-Kantaten. Einführung zu sämtlichen Kantaten Johann Sebastian Bachs, Edition Bach Archiv Leipzig, 760 p., 2006.
  • Albert Schweitzer, J.S. Bach, Engelse vertaling, 2 banden, Dover Publications, New York, 1966 (deel 2 gaat over Bachs vocale werk).
  • Maarten 't Hart, J.S. Bach met een klein compendium van de cantates, Uitg. Arbeiderspers, 2000.
  • Mar van der Velden, Een vaste Burcht (BWV 80), en drie andere cantates (BWV 21,106,140) van J.S. Bach, Uitg. Callenbach, Nijkerk, 1992, ISBN 90-266-0304-5.
  • Christoph Wolff, Johann Sebastian Bach, zijn leven, zijn muziek, zijn genie, Bijleveld, Utrecht, 2000, 607 blz., (Nederlandse vertaling van Johann Sebastian Bach; The Learned Musician).
  • Christoph Wolff (red.), De wereld van de Bach-cantates [1. Johann Sebastian Bachs geestelijke cantates van Arnstadt tot Köthen (240 p.); 2. Johann Sebastian Bachs wereldlijke cantates (240 p.); 3. Johann Sebastian Bachs kerkelijke cantates uit Leipzig (264 p.)]. Onder redactie van Christoph Wolff, ingeleid door Ton Koopman, Uniepers Abcoude, 2000.

Discografie[bewerken]

Externe links[bewerken]