Nikolaus Harnoncourt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nikolaus Harnoncourt (derde van links) bij het slotapplaus voor Mozarts Così fan tutte in het Weense Theater an der Wien, 29 maart 2014

Johannes Nicolaus, Graf de la Fontaine und d'Harnoncourt-Unverzagt (Berlijn, 6 december 1929), bekend als Nikolaus Harnoncourt, is een Oostenrijkse dirigent, gambist en cellist. Hij staat bekend als pionier van de "authentieke uitvoeringspraktijk" van Oude Muziek. Via zijn moeder Ladislaja, Gräfin von Meran, Freiin von Brandhoven is hij een afstammeling van aartshertog Johan van Oostenrijk.

Carrière[bewerken]

Nikolaus Harnoncourt werd geboren in Berlijn, groeide op in Graz en studeerde in Wenen. Van 1952 tot 1969 was hij cellist in de Wiener Symphoniker onder de dirigenten Herbert von Karajan en Wolfgang Sawallisch. Tegelijk begon hij met de bestudering en reconstructie van de 'authentieke uitvoeringspraktijk' van barokmuziek. In 1953 richtte hij met zijn vrouw, de violiste Alice Hoffelner, het gezelschap Concentus Musicus Wien op, met wie hij oude muziek uitvoert op kopieën van periode-instrumenten.

Daarnaast vervult hij vaak gastdirigentschappen bij veel internationale orkesten, zoals het Koninklijk Concertgebouworkest, waarbij hij oude muziek met moderne instrumenten laat spelen. In 1975 werd hij uitgenodigd om in afwijking van de jaarlijkse, al door Willem Mengelberg in 1899 ingestelde traditionele Matthäus-Passion, op Palmzondag de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach te dirigeren in het Amsterdamse Concertgebouw. Zijn interpretatie, met een sterk verkleinde koor- en orkestbezetting en met hogere tempi dan men gewend was, vormde een radicale breuk met de traditioneel gegroeide speelwijze. Door het vermijden van vibrato en legato veranderde de klank van de strijkinstrumenten en ook bij de blazers bracht hij oude speelwijzen terug. Er was een heftige discussie tussen voor- en tegenstanders, maar inmiddels zijn Harnoncourts uitgangspunten (doorzichtigheid, felle expressie en getrouwheid aan de partituur) algemeen geaccepteerd, ook bij het gebruik van modern instrumentarium. Deze principes past hij gelijkelijk toe bij zijn uitvoeringen en opnamen van werken van 19e-eeuwse componisten als Beethoven, Schubert, Bruckner, Josef Lanner, Johann Strauss jr. en Jacques Offenbach en ook bij een 20e-eeuwer als George Gershwin.

Van 1971 tot 1990 nam hij samen met Gustav Leonhardt alle cantates van Bach op, een megaproject.

Harnoncourt kreeg in 2000 de titel 'honorair gastdirigent' bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij dirigeerde in 2001 het bekende Nieuwjaarsconcert in Wenen.

Bibliografie[bewerken]

Publicaties (selectie)[bewerken]

  • Harnoncourt, Nikolaus; Pauly, Reinhard G., The Musical Dialogue: Thoughts on Monteverdi, Bach, and Mozart, Amadeus Press, Portland, OR, 1997 ISBN 1-57467-023-9.
  • Harnoncourt, Nikolaus; Pauly, Reinhard G., Baroque Music Today: Music As Speech, Amadeus Press, Portland, OR, 1988 ISBN 978-0-931340-91-8.
  • Harnoncourt, Nikolaus, Musik als Klangrede: Wege zu einem neuen Musikverständnis, Residenz Verlag, Salzburg, 1983 ISBN 978-3-7017-0315-9.
  • Harnoncourt, Nikolaus, Die Macht der Musik: Zwei Reden, Residenz Verlag, Salzburg, 1993 ISBN 978-3-7017-0827-7.

Over Nikolaus Harnoncourt[bewerken]

  • Wolfgang Gratzer (red.): Ereignis Klangrede. Nikolaus Harnoncourt als Dirigent und Musikdenker. klang-reden 3. Rombach, Freiburg i. Br. 2009, ISBN 978-3-7930-9551-4.
  • Sabine M. Gruber: Unmöglichkeiten sind die schönsten Möglichkeiten. Die Sprachbilderwelt des Nikolaus Harnoncourt. Residenz, Salzburg 2003, ISBN 3-7017-1345-6.
  • Otto Hochreiter (red.): Being Nikolaus Harnoncourt. Styria, Wien 2009, ISBN 978-3-222-13280-3.
  • Monika Mertl: Vom Denken des Herzens. Alice und Nikolaus Harnoncourt. Residenz Verlag, Salzburg / Wien, 1999/2005. 302 p. ISBN 9783701710515
  • Milan Turkovic, Monika Mertl: Die seltsamsten Wiener der Welt. Nikolaus Harnoncourt und sein Concentus Musicus. Residenz, Salzburg 2003, ISBN 3-7017-1267-0.

Externe links[bewerken]