Matthäus-Passion (J.S. Bach)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De opening van een typisch koraal

De Matthäus-Passion of Matteüspassie (BWV 244) is een oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach. Het is een van zijn bekendste composities en een van zijn langste. De Matthäus-Passion vertelt het lijdens- en sterfverhaal van Jezus volgens het Evangelie volgens Matteüs.

Datering[bewerken]

Over de datering van de compositie en de eerste uitvoering zijn deskundigen het niet eens. Traditioneel wordt gedacht dat Bach de Matthäus-Passion componeerde in 1728 en dat het stuk voor het eerst werd opgevoerd in de Thomaskirche in Leipzig op 15 april 1729, Goede Vrijdag. Andere bronnen spreken van een eerste uitvoering op 11 april 1727 (tijdens de vesper-dienst op Goede Vrijdag). Mogelijk is de verwarring ontstaan doordat Bach in 1728 enkele (kleine) wijzigingen heeft aangebracht in de compositie. In 1736 en 1742 paste Bach de partituur wederom aan. In 1736 verving Bach het eenvoudige choraal "Jesum lass ich nicht von mir" BWV 244b door de indrukwekkende koraalzetting "O Mensch bewein deine Sünde groß", dat aanvankelijk het openingskoor van de Johannes-Passion was. Tegenwoordig wordt de versie van 1736 als de finale versie beschouwd.

Stijl van de compositie[bewerken]

Twee maten uit het openingsdeel. Het rode deel wordt door het andere orkest en het andere koor uitgevoerd.

De Matthäus-Passion is geschreven voor twee koren (groepen zangers en instrumentalisten). Een compositie met dubbele koren (cori spezzati) was ten tijde van Bach vooral in de Venetiaanse opera gebruikelijk. Tegenwoordig is het overigens gebruikelijk om slechts met één groep solisten en met één continuogroep te spelen.

De passie sluit aan bij de werkwijze die Bach ook in een groot aantal cantates toepaste. Er zijn een aantal hoofdelementen:

  • Recitatieven (de verhaallijn volgens het evangelie van Matteüs), gezongen door solisten. Hiervan zijn twee soorten: het recitativo secco (summier begeleid met lange liggende akkoorden, en het recitativo accompagnato (een recitatief waarin de begeleiding een meer polyfoon karakter heeft)
  • Koralen (die weliswaar uitgecomponeerd de bestaande tekst en melodie volgen van standaardkoralen)
  • Aria's (persoonlijk gedichte teksten, meest in A-B-A-vorm (da capo))
  • Koorgedeeltes (doorgaans commentaren vanuit de menigte op de gebeurtenissen)

De beide zangkoren vervullen op een aantal momenten in de Matthäus-Passion verschillende rollen. Op zes plaatsen vindt een dialoog plaats tussen gelovigen en de ooggetuigen. Koor I "speelt" hierin de rol van de 'Dochters van Zion', een personificatie van tijdgenoten van Jezus en dus ooggetuigen van het verhaal. Koor II staat voor de 'gelovigen' waar en wanneer ook ter wereld. Op andere plaatsen in de Matthäus-Passion staat koor I voor het hogere, goddelijke en koor II voor het lagere, wereldlijke. Op weer andere plaatsen vormen beide koren samen één groot koor. In de afbeelding hiernaast is met kleur aangegeven welk koor welk deel moet zingen en spelen.

De Matthäus-Passion heeft een heldere opbouw. Na het groots opgezette openingskoor vertelt de Evangelist het lijdens- en sterfverhaal van Jezus met minimale muzikale begeleiding. Deze vertellijn wordt onderbroken door recitatieven, aria's en koralen, om een individuele of collectieve reflectie op het verhaal te geven. De Matthäus-Passion eindigt bij de dood en graflegging van Jezus met het slotkoraal "Wir setzen uns mit Tränen nieder".

Koor- en orkestbezetting[bewerken]

De Matthäus-Passion wordt doorgaans uitgevoerd in de volgende bezetting:

Solisten

Koor 1:

  • Sopraan
  • Alt
  • Tenor
  • Bas

Koor 2:

  • Sopraan
  • Alt
  • Tenor
  • Bas

Orkest 1:

  • Viool 1
  • Viool 2
  • Altviool
  • Hobo 1 (+ Oboe d'amore & Oboe da Caccia)
  • Hobo 2 (+ Oboe d'amore & Oboe da Caccia)
  • Traverso 1 (+ Blokfluit)
  • Traverso 2 (+ Blokfluit)
  • Viola da Gamba
  • Violoncello
  • Fagot
  • Contrabas
  • Orgel

Orkest 2:

  • Viool 1
  • Viool 2
  • Altviool
  • Hobo 1 (+ Oboe d'amore)
  • Hobo 2 (+ Oboe d'amore)
  • Traverso 1
  • Traverso 2
  • Viola da Gamba
  • Violoncello
  • Fagot
  • Contrabas
  • Orgel

Naast de solozang komen er soms ook groepen mensen voor, zoals de discipelen, een menigte van het volk, een groep soldaten of priesters. Deze worden door de twee koren gezongen.

Tekst van de Matthäus-Passion[bewerken]

De recitatieven komen uit hoofdstuk 26 en 27 van het Evangelie volgens Matteüs. De teksten van de aria's en arioso's zijn geleverd door Bachs vaste tekstschrijver Picander. De koralen zijn gebaseerd op bestaande kerkliederen voor de lijdenstijd. Zo zijn verschillende coupletten uit O Haupt voll Blut und Wunden en Befiehl du deine Wege van Paul Gerhardt opgenomen.

Nederlandstalige Matthäus[bewerken]

In 1948 komt er een Nederlandstalige versie van de Matthäus-Passion door de dichter Jan Engelman waaraan relatief weinig aandacht wordt besteed. In 2006, is er opnieuw een Nederlandstalige versie. Deze is door Jan Rot vrij hertaald. Rot heeft hier vijf jaar aan gewerkt. De Passie werd uitgevoerd door het Residentie Orkest, Het Residentie Bachkoor en het Haags Matrozenkoor onder leiding van Jos Vermunt. De eerste uitvoering, in de Dr. Anton Philipszaal in Den Haag, was een groot succes en leverde een staande ovatie van twintig minuten op. In 2008 wordt de dichteres Ria Borkent gevraagd door het Christelijk Literair Overleg (CLO) om opnieuw een Nederlandse versie te maken ter ere van hun 15-jarig jubileum. "De hertaling moest artistiek goed zijn, zingbaar, recht doen aan de inhoudelijke boodschap van de oorspronkelijke Matthäus Passion en zo veel mogelijk in eigentijds Nederlands." Volgens het CLO komt Borkents hertaling "geheel tegemoet aan deze verwachtingen."[1] De uitvoering werd in handen gelegd van Pieter Jan Leusink en op Goede Vrijdag van 2011 zond de EO het concert uit op de televisie.

Symboliek[bewerken]

Bach speelt veel met getallen. Zo is de getalswaarde van de naam BACH gelijk aan 14 (B is de 2e letter van het alfabet, A de 1e, C de 3e en H de 8e, samen is dat 14). Het getal 14 komt in de Matthäus-Passion veelvuldig voor, er zijn bijvoorbeeld 14 koralen, wat dus terugslaat op de naam Bach. Minder bekend is dat 14 maal naar het hart verwezen wordt.[2]

De Matthäus-Passion bestaat in totaal uit 68 muziekstukken. Naast de 14 koralen zijn er 27 passages waarin het evangelie wordt gezongen, en 27 overige stukken. Het getal 27 staat bij Bach voor de drie-eenheid van God (3×3×3). De 27 stukken evangelietekst bestaan uit in totaal 729 maten, wat het kwadraat is van 27.

In het stuk wordt door het koor: "Herr, bin ich's?" gezongen. Dit is in het stuk wanneer Jezus met de 12 apostelen aan het laatste avondmaal deel neemt en aankondigt dat hij door een van hen verraden zal worden. Het woord "Herr" wordt elf keer gezongen, geen 12 keer, Judas (de verrader) zingt immers niet mee.

Fragment uit Bach's eigen 'Netschrift' van de Matthäus-Passion, met de tekst: "Eli, lama asabthani"[3]

Een ander duidelijk voorbeeld van symboliek vindt men in de muzikale omlijsting van Jezus: bij alle teksten die Jezus zingt, wordt hij, bij wijze van aureool, begeleid door liefelijke strijkers, behalve bij zijn laatste woorden. Deze beroemde woorden luiden in Bach's Matthäus-Passion[4] 'Eli, eli, lama asabthani', vertaald 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten'; de volledige verlatenheid van Jezus wordt hier dus geïllustreerd door de afwezigheid van de strijkers.

De Matthäus-Passion eindigt met een groot septiem als voorhouding. De voorhouding lost normaal op. Dit symboliseert de opstanding van Christus. Maar de symboliek komt ook op een minder subtiele wijze terug. De begeleiding van de Christuspartij in de recitatieven bijvoorbeeld gebeurt met een basso continuo. In totaal speelt deze basbegeleiding 365 noten, het aantal dagen in het jaar. Bach geeft hiermee aan dat Jezus de basis van alle dagen van het jaar vormt.

Vanaf ongeveer 1950 wordt er door Bach-kenners druk gezocht naar allerlei verborgen symbolieken in de Matthäus-Passion. Zo zou Bach zijn geboortedatum en zelfs zijn sterfdatum muzikaal hebben verwerkt. Critici wijzen erop dat wie maar lang genoeg zoekt vanzelf wat zal vinden en nemen aan dat veel van de gevonden "boodschappen" berusten op toeval. Het werken met getallen, symboliek en retoriek was in de barokmuziek overigens een praktijk die ook bij andere componisten voorkwam, met name bij Heinrich von Bibern.

De Matthäus-Passion bestaat uit een kort eerste deel en een lang tweede deel. Hiermee zou Bach een kruisvorm aangegeven hebben. Het eerste deel vormt dan de horizontale balk en het tweede deel de lange verticale balk. De aankondiging van de verloochening door Petrus en de verloochening zelf vindt plaats rondom het 'snijpunt' van dit kruis. Precies halverwege het eerste deel kondigt Jezus aan Petrus aan dat deze hem driemaal zal verloochenen en na ongeveer eenzelfde tijdsduur in het tweede deel vindt dit daadwerkelijk plaats.[5]

Uitvoeringsgeschiedenis[bewerken]

Voor zover bekend heeft Bach zelf in Leipzig vier uitvoeringen van de Matthäus-Passion verzorgd: in 1727, 1729, 1736 en in 1740. Nadat Bach in 1750 overleden was, raakte zij evenals zijn andere muziek in vergetelheid. Op 11 maart 1829 verzorgde Felix Mendelssohn Bartholdy voor het eerst sinds Bachs overlijden een ingekorte uitvoering met de Singakademie te Berlijn. Reeds in 1925 trachtte men tot opvoeringen te komen, die benaderingen zouden kunnen zijn van hoe het stuk wellicht klonk in Bachs tijd. De "authentieke" uitvoeringspraktijk lijkt echter pas in het laatste kwart van de twintigste eeuw, door de invloed van Nicolaus Harnoncourt, Gustav Leonhardt en Koopman, de vroegere interpretaties met grotere orkesten en koren te hebben verdrongen.

Nederland[bewerken]

Het stuk wordt in de passietijd opgevoerd. In 1870 werd de Matthäus-Passion voor het eerst in Nederland uitgevoerd, door Toonkunst Rotterdam onder leiding van Woldemar Bargiel. De grote Matthäus-traditie in Nederland heeft kunnen ontstaan mede dankzij Willem Mengelberg in Amsterdam en De Nederlandse Bachvereniging in Naarden. Heden ten dage zijn er in Nederland ruim 100 plaatsen waar de Passion wordt uitgevoerd, van grote concertgebouwen tot kleinere parochiekerken.

Matthäus in Amsterdam[bewerken]

Vier jaar na de eerste uitvoering in Nederland in Rotterdam was de Amsterdamse première door Toonkunstkoor Amsterdam en het Parkorkest, onder leiding van Johannes Verhulst. Op 8 april 1899 voerde Willem Mengelberg voor het eerst met het Concertgebouworkest de Matthäus uit. Mengelberg pakte het grootschalig aan, met een groot orkest en koor (450 mensen), met een romantisch orgel, klarinetten in plaats van oboe da caccia en oboe d'amore, een piano in plaats van basso continuo, en zonder luit of viola da gamba. Hij kortte ook het stuk sterk in, zoals Mendelssohn, de man die de Matthäus weer op het repertoire zette, al had gedaan.

Mengelbergs aanpak lokte gemengde reacties uit: vooral het grote koor riep bezwaren op - maar een traditie was wel gevestigd. Mengelberg bleef overigens naar variaties zoeken op het gebied van stuk en de bezetting. De opname van de uitvoering op Palmzondag 1939 geeft in ieder geval iets weer van zijn opvattingen.

KCOV Excelsior[6] in Amsterdam voert sinds 1953 jaarlijks de Matthäus-Passion uit in het concertgebouw. Zo voert het Toonkunstkoor Amsterdam eveneens (bijna) jaarlijks de Matthaeus Passion in het concertgebouw uit.

Matthäus in Naarden[bewerken]

Op Goede Vrijdag 14 april 1922, ’s middags om twee uur, werd voor het eerst door de Nederlandsche Bachvereeniging de Matthäus-Passion in de Grote Kerk van Naarden uitgevoerd onder de eerste dirigent, Johan Schoonderbeek. De opvoering in Naarden werd een traditie. Het gebeurde in een tijd dat Willem Mengelberg in Amsterdam furore maakte met zijn meer romantische en flink gecoupeerde uitvoeringen van de Matthäus-Passion in het Concertgebouw, met koren van wel 450 mensen. De eerste daad van De Nederlandse Bachvereniging was dan ook juist de vrijwel complete versie ten gehore te brengen.

De Matthäus in Naarden zou in de loop der jaren steeds meer de ontwikkelingen in de oude-muziekpraktijk volgen. Maar aanvankelijk waren de verschillen tussen Amsterdam (Mengelberg) en Naarden (Anthon van der Horst, Charles de Wolff) niet zo groot omdat gebruik werd gemaakt van dezelfde musici (Concertgebouworkest) en solisten. Vanaf 2005 streeft de huidige dirigent, Jos van Veldhoven, naar een nog oorspronkelijker en beperkter bezette uitvoering.

De uitvoering in Naarden is uitgegroeid tot een society-event, dat door veel hoogwaardigheidbekleders zoals regeringsleden bezocht wordt.

Matthäus in Leiden[bewerken]

In 1983 trad echter een breuk op in de Nederlandse Bachvereniging, deze breuk had zijn aanleiding in een gewijzigd subsidiebeleid vanuit de Rijksoverheid, er werd vanaf 1983 enkel nog op projectbasis subsidie verleend, terwijl de continuïteit van een uitvoering als de Matthäus Passion nu juist een structureel karakter vereist. Charles de Wolff, tezamen met het vrijwel voltallige koor en het (latere) Concertgebouw Kamerorkest besloten de samenwerking met de Nederlandse Bachvereniging te beëindigen, om vervolgens in het Bachkoor Holland in de Pieterskerk te Leiden verder de Matthäus-traditie voort te zetten.

België[bewerken]

Matthäus in Antwerpen[bewerken]

In Antwerpen bracht Lodewijk de Vocht in 1926 de Matthäus-Passion met zijn oratoriumkoor de Chorale Caecilia op de Nederlandse tekst van priester-dichter Maurits Van Hoeck.[7] De Passie was eerder uitgevoerd, ook onder leiding van De Vocht, maar 1926 was de start van een jaarlijkse traditie die zou standhouden tot in 1968. In 1928 voerde hij dit werk uit in Parijs op een Nederlandstalige tekst.[8] Het koor nam in 2007 de traditie weer op onder leiding van de dirigent Paul Dinneweth.

Matthäus in Gent[bewerken]

De Matthäus-Passion in Gent wordt jaarlijks gebracht door de Koninklijke Gentse Oratoriumvereniging. In 2013 zongen zij dit werk in Gent voor het 59e jaar op rij sinds 1955. In 1988 en 1992 brachten zij het stuk in de Notre-Dame te Parijs. Deze vereniging verzorgt tevens sinds 2000 de Passion in het Nederlandse Hulst.

In 1989 nam de VRT in de Antwerpse Carolus Borromeuskerk voor het eerst een integrale uitvoering op van de Matthäus; dirigent was Sigiswald Kuijken.

In het Lemmensinstituut wordt in een cyclus van vier jaar afwisselend twee keer de Matthäus-Passion, een keer de Johannes-Passion en een keer de Hohe Messe uitgevoerd.

Overige Matthäuspassies[bewerken]

De Matthäus-Passion van Bach is niet de enige Matthäuspassie, maar wel de bekendste; Jacob Obrecht componeerde zijn passie in 1471, Heinrich Schütz in 1666 en Orlando di Lasso in 1575. In de postmoderne muziekliteratuur is de 'Mattheus Passie, voor 19 zangers' van Boudewijn Tarenskeen in 2009 gelauwerd met de Matthijs Vermeulenprijs.[9] In 2002 maakte Egon Kracht een alternatieve, instrumentale versie op Bachs 'Matthäus-Passion' die hij in Nederlandse theaters speelde met Egon Kracht & The Troupe.[10]

Wetenswaardig[bewerken]

In 2008 won de componist David Lang de Pulitzerprijs voor compositie met het werk The little match girl passion. Daarin vertelt hij Hans Christian Andersens sprookje over het meisje met de zwavelstokken na volgens het model van Bachs Matteüspassie. Volgens de componist was dit een kans om met de architecturale zuiverheid van Bach aan de slag te gaan.

Conventies[bewerken]

In Nederland is de gewoonte ontstaan na de uitvoering niet te applaudisseren vanwege de religieuze sfeer van het stuk - na een kerkdienst klapt men nu eenmaal niet. Bovendien is het slot - de dood van Christus - geen reden tot enthousiasme. Deze traditie wordt steeds meer doorbroken en wordt nauwelijks meer in acht genomen.

Verwijzingen

Noten

  1. Pieter Jan Leusink voert Matthäus Passion in het Nederlands uit Reformatorisch Dagblad, 1 maart 2011
  2. Overigens wordt het getal 14 niet alleen in verband gebracht met Bach. Zo schreef Maimonides (1135-1204) een systematische codex van de joodse leefregels. Dit werk wordt vaak aangeduid als Jad HaChazaka, ofwel De sterke hand. De Hebreeuwse letters j en d in de titel hebben samen een getalswaarde van 14, verwijzend naar de veertien delen waaruit de codex bestaat.
  3. vindplaats op internet (2014 0415) Dit document bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek van Berlijn. Zie ook de overlegpagina van dit lemma
  4. In de thans meest gebruikte Griekse tekst van Mattheus 27:46 staat σαβαχθανί: sabachthani (Nestlé Aland: Novum testamentum Graece, Stuttgart 1969, p.80), maar Bach schrijft 'asabthani', zie illustratie
  5. Van Taal tot Klank 4: De Kruisvorm in de Matthäus-Passion (J. S. Bach), Kees van Houten, 1998
  6. http://www.kcov-excelsior.nl
  7. Muziekwarande, jaargang 5, 1926, p.114
  8. Joos Florquin, Ten huize van... 13, Lodewijk de Vocht, p. 365, Davidsfonds, Leuven / Orion - Desclée De Brouwer, Brugge 1977
  9. 2009. 'Matthijs Vermeulen Prijs 2009 voor Boudewijn Tarenskeen' Muziek Centrum Nederland. URL bezocht op 2 december 2009.
  10. 'Mattheus Passion' Egon Kracht and The Passion. URL bezocht op 2 december 2009.

Literatuur

Zie ook

Externe links