Jan Engelman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan en zijn familie. Jan is de tweede van links op de onderste rij.

Johannes Aloysius Antonius Engelman (Utrecht, 7 juni 1900 - Amsterdam, 20 maart 1972) was een Nederlands dichter, die voornamelijk bekend is geworden vanwege zijn gedicht Vera Janacopoulos[1], dat volgens sommigen een typisch voorbeeld is van poésie pure. Een ander bekend gedicht dat als zodanig wordt gezien is En Rade[2], door Engelman zelf een vocalise genoemd.

De schrijver, dichter en essayist Simon Vestdijk heeft in zijn studies over poëzie, De glanzende kiemcel (1942) aannemelijk gemaakt dat gedichten als Vera Janacopoulos niet alleen gebaseerd zijn op klanken (een essentieel onderdeel van poésie pure), maar dat de betekenissen van de afzonderlijke woorden wel degelijk bijdragen aan de poëtische sfeer van het gedicht. Het gedicht werd na verschijnen in een tijdschrift meteen beroemd, en door sommigen wat belachelijk gevonden, of zelfs het "einde der poëzie" (Anthonie Donker).

Erotiek[bewerken]

Engelman was zowel om zijn opvattingen en gedichten als vanwege zijn persoonlijke leven omstreden in het literaire leven van vóór de Tweede Wereldoorlog. Hij zou er een losse seksuele moraal op nahouden, hoewel hij zich hierover nooit expliciet heeft uitgelaten. In zijn gedichten (bijvoorbeeld de bundel Tuin van Eros) zijn in elk geval veel "erotische" elementen terug te vinden, zoals in het gedicht Zacht branden[3], of in een fragment als:

O bleeke heup, op bed gevonden
als horizon en heuvelkam,
o borsten, zachter neergewonden
dan donzen vogels, vleugellam -

De regel "haar schoot geurde wild als zoo menig uur" schoot enkele katholieke critici uit de kring rondom De Nieuwe Gemeenschap in het verkeerde keelgat.

Ook de pentekeningen van Hendrik Wiegersma in zijn bundel Tuin van Eros (1932) zijn duidelijk op erotiek gericht (zie ook de online beschikbare versie).[4] Dit verhinderde overigens niet dat Engelman vanwege deze bundel, die in een beperkte oplage voor een klein publiek was verschenen (verzorgd door de bekende Maastrichtse typograaf Charles Nypels), in 1934 de Mei-prijs voor de Nederlandse letterkunde ontving, die hij overigens moest delen met de schrijver A. den Doolaard. Naar aanleiding van die prijsuitreiking verscheen er een heruitgave, Tuin van Eros en andere gedichten, waarin enkele passages zijn weggelaten vanwege hun aanstootgevende karakter, maar ook talloze gedichten toegevoegd, uitgegeven bij een grotere uitgever Querido.

Een controversieel dichter[bewerken]

De bespreking van laatstgenoemde bundel door Menno ter Braak in dagblad Het Vaderland vormde aanleiding tot een heftige discussie tussen Ter Braak en de dichter Marsman over het roeskarakter van poëzie. Deze discussie is exemplarisch voor de controverse tijdens het interbellum die in het algemeen wordt samengevat onder de noemer vorm of vent.

Een andere reden dat Engelmans positie omstreden was, is dat hij niet goed is in te delen in de groepen die zich in genoemde periode tegen elkaar afzetten. Ten eerste neemt hij geen absoluut standpunt in in de vorm of vent discussie. Hoewel hij niet altijd lovend besproken is door de auteurs rondom het tijdschrift Forum, knoopt hij toch vriendschapsbanden aan met individuele schrijvers uit deze groep, wat hem vanuit katholieke zijde wordt verweten. Zelf afkomstig uit de hoek van de zogenaamde jong-katholieken en het tijdschrift De Gemeenschap heeft hij enerzijds nooit afstand genomen van zijn wortels, maar anderzijds wel veel kritiek uitgeoefend op het in zijn ogen enghartige ethische standpunt inzake literatuur van veel van zijn katholieke bentgenoten.

Engelman als criticus[bewerken]

Engelman was behalve dichter ook kunst- en literatuurcriticus bij De Nieuwe Eeuw. Als liefhebber van kunst was Engelman erg gecharmeerd van kunstwerken uit de oudheid. Een aantal van zijn essays heeft hij gebundeld in Tympanon (1936) en Tweemaal Apollo (1955). In 1953 volgde Engelman Anton van Duinkerken op aan de Jan van Eyckacademie in Maastricht als hoogleraar in de "nieuwere kunstgeschiedenis en esthetica".

Waardering[bewerken]

Hoewel hij als dichter en figuur in het verzuilde literaire leven omstreden was, ondervond Engelman ook veel waardering. Alleen al het grote aantal reacties op zijn werk in (veelal toonaangevende) bladen getuigt daarvan. De belangrijkste verdediger van zijn werk is Anton van Duinkerken, die net als Engelman uit de kring van de jong-katholieken afkomstig was. Voor hem vormde Engelman het bewijs dat ook katholieken konden dichten zonder zich te beperken tot de in die tijd gebruikelijke vrome versjes. Ook relatieve buitenstaanders als Hendrik Marsman, Martinus Nijhoff en zelfs de Forum-auteur E. du Perron konden veel waardering opbrengen voor Engelmans werk. Alleen Menno ter Braak en meer puriteins ingestelde katholieke critici kraakten zijn werk af, veelal om levensbeschouwelijke redenen.

Na de Tweede Wereldoorlog verschenen de Vijftigers op het literaire toneel. Met hun experimentele dichtkunst en bravoure vaagden zij veel vooroorlogse auteurs weg. Engelman publiceerde nauwelijks nog gedichten en richtte zich nagenoeg exclusief op de kunstgeschiedenis. Gedichten als "Vera Janacopoulos" en "En Rade" komen nog steeds voor in handboeken en schoolbloemlezingen, maar veel meer wordt zijn werk niet meer gelezen. Halverwege de jaren negentig rekende de bekende neerlandicus A.L. Sotemann Engelman tot de vergeten dichters "die nog maar namen lijken".[5]

Persoonlijk leven[bewerken]

Jan Engelman is op 27 april 1922 in Utrecht getrouwd met de zes jaar oudere Bep Oosterman (1894-1973).[6] Zij woonden in Utrecht en kregen twee dochters: Lies (1923-2012) en Carla (1927-1970).[7] Het huwelijk was niet gelukkig en in 1931 zijn Jan en Bep gescheiden gaan wonen.[8] Jan verhuisde naar de Oudegracht 231. In 1937 betrok hij de bovenverdieping van een huis aan de Van Asch van Wijckskade 29bis A. In april 1937 leerde hij Joanna Diepenbrock (1905-1966) kennen. Zij was de oudste dochter van de componist Alphons Diepenbrock.[9] Hun kennismaking vond plaats bij de ingebruikneming van de nieuwe AVRO-studio in Hilversum, waar Joanna zijn declamatorium De dijk voordroeg. Kort daarna kregen zij een relatie die tot aan de dood van Joanna geduurd heeft. Jan en Joanna zijn nooit getrouwd en woonden apart, hij in Utrecht en zij in Amsterdam. Zij kregen één zoon: de op 3 juni 1948 geboren Florian Diepenbrock.

Joanna Diepenbrock had de ziekte van Kahler.[10] Zij is in 1966 op de verjaardag van Jan Engelman overleden. Jan is haar dood nooit te boven gekomen. Begin 1967 werd hij zes weken ter observatie opgenomen in het ziekenhuis. Daarna is hij van Utrecht naar Amsterdam verhuisd, waar hij op de Johannes Verhulststraat 89 introk bij zijn zoon Florian. De laatste zeven maanden van zijn leven werd hij verzorgd door de dagverpleegster Dien van Wageningen. Hij overleed in de ochtend van 20 maart 1972 en werd onder grote belangstelling op 23 maart 1972 begraven op de R.K. Begraafplaats in Buitenveldert. Hij werd bijgezet in het graf van Alphons Diepenbrock, waarin ook Joanna Diepenbrock en haar moeder Elsa de Jong van Beek en Donk zijn begraven.

Nawerking[bewerken]

  • In 1994 sierde het Stiltecentrum in Hoog Catharijne de buitenmuur met de slotregels van een kerstdicht dat Engelman kerstmis 1940 schreef. De dochter van Jan Engelman, mevrouw Jurgens-Engelman, verrichtte de onthulling:

"Stil zijn in het wild gewemel
van een wereld zo ontzind,
stil en droomen van een hemel
waar het zwakste overwint."

In 2005 werden de regels bij een verbouwing weer afgedekt door een nieuwe muurschildering. Zie: "De gratis regels van Jan Engelman", in: Gied ten Berge, Vredesbeweger, Nijmegen 2008.

  • In 2006 maakten 4 Belgische muzikanten onder de naam 'Redcel Elf' een muzikale bewerking van het gedicht 'Vera Janacopoulos'.

Zie ook onder vocalise en poésie pure.

Bibliografie[bewerken]

  • 1927 - Het roosvenster
  • 1930 - Sine nomine
  • 1931 - Parnassus en Empyreum
  • 1932 - Torso
  • 1932 - Tuin van Eros [11]
  • 1934 - Tuin van Eros en andere gedichten
  • 1936 - Tympanon
  • 1937 - Bij de bron
  • 1937 - Het bezegeld hart
  • 1942 - Noodweer
  • 1945 - Vrijheid
  • 1950 - Philomela
  • 1955 - Koning Oedipus
  • 1955 - Twee maal Apollo
  • 1960 - Verzamelde gedichten
  • 1969 - Het Bittermeer en andere gedichten

Prijzen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zie de versie in de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren, DBNL.
  2. Zie de versie in de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren, DBNL.
  3. Zie voor dit gedicht onder meer DBNL.
  4. De bundel is in zijn geheel raadpleegbaar via de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.
  5. boeken.vpro.nl
  6. De gegevens in deze sectie zijn grotendeels ontleend aan de biografie van Jan Engelman in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde van 1974 en aan de website Genealogie van Wijman en Engelman. Bep Oosterman was verpleegster Zij heette voluit Elizabeth Suzanna Helena Johanna. Zij werd op 19 juni 1894 geboren in Amsterdam en is op 26 januari 1973 overleden in Rotterdam.
  7. Lies (Elisabeth Wilhelmina Petronella) Engelman werd op 3 oktober 1923 geboren in Utrecht en is op 12 juni 2012 overleden in Rotterdam. Carla (Carolina Cornelia Gabriëlla) Engelman werd op 24 maart 1927 geboren in Utrecht en kwam daar op 18 april 1970 om het leven bij een verkeersongeluk.
  8. Jan zou later verklaren dat hij uit medelijden met Bep getrouwd was, nadat haar in Utrecht studerende broer in 1921 zelfmoord had gepleegd. Officieel zijn Jan Engelman en Bep Oosterman nooit gescheiden.
  9. Joanna Luitgardis Huberta Maria (Joanna, Anna) Diepenbrock werd op 10 augustus 1905 geboren in Amsterdam en is op 7 juni 1966 overleden in Blaricum. Zij studeerde klassieke talen en was korte tijd lerares, maar koos daarna voor een carrière als zangeres en voordrachtskunstenares. Zij was docente Declamatie aan het Conservatorium van Amsterdam.
  10. Annemarie Timmer-van Eunen, Men voelt het of men voelt het niet: de kunstkritiek van Jan Engelman, proefschrift, Rijksuniversiteit Groningen 2007, "Biografische en bibliografische gegevens", blz. 233.
  11. Zie voor de hele bundel DBNL.